Log in

De legitimiteit van herverdeling

Reflecties over de sp.a

De Vlaamse socialisten genieten de trieste eer de minst succesvolle socialistische partij van West-Europa te zijn, met minder dan 15% van de stemmen. Zelfs in Zwitserland, dat toch ook niet bekend staat als een revolutionair bolwerk, halen de socialisten nog 20% van de stemmen. Het is gemakkelijk om te stellen dat het tegenwoordig niet zo goed gaat met de sociaaldemocratie in West-Europa, en allicht is dat ten dele ook zo. De tijd dat de socialisten de premiers van Spanje, Italië, Duitsland, Groot-Brittannië en een resem andere landen leverden, ligt nu wel achter ons. Maar dan nog blijft het feit dat de sp.a het minder goed doet dan de geestesgenoten in de ons omringende landen. Het is dus wat al te gemakkelijk de schuld voor de elkaar opvolgende verkiezingsnederlagen te leggen bij de algemene tijdsgeest in West-Europa. Zelfs in Nederland haalt de PvdA nog 20% van de stemmen, ondanks de scherpe concurrentie van de SP (10%), D66 (7%) en GroenLinks (7%). Als de progressieve partijen in Nederland samen nog 44% van de stemmen halen, dan moet er toch een goede reden zijn waarom dat in Vlaanderen niet eens meer 20% is.

REFLECTIES OVER DE SP.A

Van utopieën speerpunten maken
Marc Bontemps
Zichzelf terugvinden: dicht bij de wetten, dicht bij de mensen
Manu Claeys
Een rigoureuze keuze voor de stad
Tom Cochez
Klare rode wijn schenken
Caroline Copers
Pappenheimersocialisme
Joël De Ceulaer
Duurzame bruggen slaan naar sociale bewegingen
Ann Demeulemeester
De ondraaglijke vaagheid van de partij
Sonja Eggerickx
Als kleuren vervagen
Jos Geysels
De legitimiteit van herverdeling
Marc Hooghe
Basisingrediënten voor een modern socialisme
Chris Reniers
Sociaaldemocratische uitdagingen voor de toekomst
Marc Swyngedouw
Onder- en bovengrenzen en hoe erover te spreken
Jean Paul Van Bendegem
Vitamines voor een duurzaam socialisme
Dorian Van der Brempt
Politiek is meer dan beleid
Liesbeth Van Impe

Voor wie het als buitenstaander bekijkt, is het vreemde bovendien dat de alarmerende cijfers niet echt een sense of urgency lijken te veroorzaken binnen de partij. Als de christendemocraten een verkiezingsnederlaag lijden, dan leidt dat onmiddellijk tot een pijnlijke oefening introspectie en heel wat soul searching en drastische personeelswissels. We laten hier in het midden of dat meer is dan zomaar een ritueel om het verlies te kunnen verwerken, maar het is in elk geval het soort reactie dat je verwacht van een politieke partij in moeilijkheden. Bij de sp.a voorlopig niets van dit alles: er is blijkbaar geen tijd voor een fundamentele hervorming, want de volgende verkiezingscampagne moet alweer voorbereid worden. Bovendien lijkt het alsof de partij altijd nog kan schuilen achter de brede rug van de Waalse geestesgenoten, wat zorgt voor een vals gevoel van zekerheid.

STRUCTURELE VERANDERINGEN

De diagnose die je vaak hoort is dat de neerwaartse trend grotendeels te wijten is aan structurele maatschappelijke verschuivingen. De traditionele achterban van de arbeidersklasse is sterk uitgedund, en de relatie met de vakbond is ook niet meer wat ze vroeger is geweest. De tijd dat het ABVV trouw de kiezers leverde voor de socialistische partij, lijkt al ver achter ons te liggen. Die structurele verschuivingen kunnen een deel van de neergang verklaren, maar ze kunnen niet de enige verklaring zijn. Ook in Nederland zijn er niet zo veel echte arbeiders meer, en diegenen die nog overgebleven zijn laten zich bovendien nog gemakkelijk op sleeptouw nemen door racistische prietpraat. Er is in Nederland zelfs niet eens meer een socialistische vakbond, zodat ook dat rekruteringskanaal uit de goede oude tijd van Wim Kok al lang is weggevallen. En desondanks doet de PvdA het zoveel beter dan de sp.a. Er moet dus een bijkomende factor zijn die zorgt voor de zeer lage score van de Vlaamse socialisten.

Een gebrek aan inspanning speelt zeker een rol. Bij de verkiezingen van 2009 heeft het interuniversitair consortium PartiRep een grootschalige studie uitgevoerd onder de kiezers, waarbij onder meer de vraag werd gesteld naar de aandacht die was uitgegaan naar de verschillende partijen. De sp.a kwam nauwelijks in dat plaatje voor en was eigenlijk grotendeels afwezig in de campagne. Geen spraakmakende voorstellen; geen originele ideeën die het debat fundamenteel konden sturen. Ook bij de campagne van 2010 had de sp.a nauwelijks een inbreng. Als de partij de structureel dalende trend wil stoppen en zelfs wil doen omkeren, dan is de eerste, nogal evidente opdracht dat er gewoon harder zal moeten worden gewerkt. De partij zal er voor moeten zorgen dat ze de aandacht trekt in de campagne, en ze zal er moeten voor zorgen dat het debat ook gaat over haar eigen thema’s, niet alleen over de onderwerpen van de tegenstrevers.

IS VLAANDEREN CONSERVATIEF?

Misschien zou je hierover kunnen opmerken dat dit neerkomt op vechten tegen de bierkaai. Men gaat dan uit van de veronderstelling dat de Vlaamse publieke opinie eerder conservatief is op het economische vlak, en niet langer een boodschap heeft aan waarden als solidariteit, herverdeling en rechtvaardigheid. Een dergelijke conclusie wordt echter wat al te snel getrokken. Het zou bijzonder boeiend zijn eens grondig te onderzoeken hoeveel N-VA kiezers ook echt het economisch programma van hun partij hebben gelezen, om nog maar niet eens de vraag te stellen of ze het hier ook mee eens zijn. We hebben in elk geval wel wat gegevens over de economische opvattingen van de Vlaamse bevolking, en die wijzen helemaal niet op een ruk naar rechts. Binnen onze Belgische samenleving bestaat er wel degelijk een breed draagvlak voor herverdeling en armoedebestrijding. Voorstellen voor een extreme liberalisering of voor een afbraak van de sociale zekerheid maken dan ook niet veel kans. Het probleem is echter dat er heel wat minder steun is voor de manier waarop die grote waarden in de praktijk vertaald worden. Men heeft de misvatting laten ontstaan dat herverdeling vooral ten goede komt aan de ‘anderen’, niet aan de eigen sociale groep. Het idee leeft sterk dat al dat overheidsgeld ten goede komt aan Franstaligen, aan allochtonen, aan asielzoekers, aan langdurig werklozen, maar er is nauwelijks aandacht voor de manier waarop ook de eigen groep, waarmee men zich kan identificeren, beter wordt van het systeem. Sociale zekerheid en andere mechanismen van herverdeling zijn per definitie ingewikkeld, maar de graad van complexiteit is nu dermate groot geworden dat het overgrote deel van de bevolking totaal niet meer weet hoe een en ander in elkaar steekt. Door die onwetendheid krijgen allerlei demagogen vrij spel, zodat zij kunnen beweren dat de Franstaligen of de allochtonen enorme grote bedragen zouden ontvangen uit het systeem.

Tegenover die systematische stroom van verkeerde informatie staat er niemand die ook correcte gegevens doorgeeft aan de publieke opinie. De sociale partners, en ook wel de christendemocratische en sociaaldemocratische partijen lijken er van uit te gaan dat het systeem nu eenmaal bestaat, en dat er dus geen inspanning meer moet worden gedaan om de legitimiteit van de herverdeling te verdedigen. Dat is echter een grote misvatting, al was het maar omwille van die constante stroom van desinformatie. In een grootschalige bevolkingssurvey hebben we dit jaar ook eens de vraag laten opnemen of men denkt dat werklozen wel echt willen werken. De gemiddelde inschatting was dat 55% van de werklozen helemaal niet op zoek is naar werk, en dus eigenlijk ten onrechte vergoedingen ontvangt uit het systeem. Ook de andere vragen in de survey tonen een ontstellend gebrek aan kennis: zo schat men dat ongeveer 20% van de Belgische bevolking afhankelijk is van OCWM-steun.

WIE VERDEDIGT DE HERVERDELING?

Er is dus wel degelijk nood aan meer en betere informatie over ons systeem van herverdeling, als we de legitimiteit er van willen verdedigen. Diegenen onder ons die de afgelopen jaren een ziekenhuisfactuur hebben betaald kennen het systeem, waarbij je helder ziet hoe groot het bedrag is dat door de sociale zekerheid wordt betaald, en hoeveel je uiteindelijk zelf bijdraagt. Maar over het algemeen blijven de andere mechanismen voor herverdeling en sociale bescherming onzichtbaar. Aan mijn studenten vertel ik graag dat zij elk academiejaar 20.000 euro cadeau krijgen van de gemeenschap. Zij betalen ten hoogste zelf 564 euro voor hun opleiding, en de rest past de gemeenschap bij. Een opleiding in het hoger onderwijs kost immers altijd veel geld, en daarbij zijn er maar twee opties. Ofwel gaan we naar het Amerikaans model, waarbij de student zelf 20.000 dollar of meer afdokt per jaar, ofwel het West-Europese model waarbij de gemeenschap dat bedrag betaalt omdat we toegang tot het hoger onderwijs een democratisch recht vinden. Die tweede oplossing valt uiteraard te verkiezen, niet alleen vanuit het standpunt van gelijke toegang voor iedereen maar ook omdat een zo ruim mogelijke deelname aan het hoger onderwijs belangrijke voordelen heeft voor onze samenleving en voor onze economische competitiviteit. Alleen mag daardoor niet de misvatting ontstaan dat alles zomaar gratis is en dat het zomaar evident is dat alles op die manier kan worden aangeboden.

Het is dus niet zo dat de waarden waar de sociaaldemocratie traditioneel voor staat niet meer actueel zouden zijn en fundamenteel in vraag moeten worden gesteld. Alleen moeten die waarden beter en sterker geargumenteerd worden, en moet er harder gewerkt worden om de legitimiteit van die waarden te verdedigen. Men zal dus niet kunnen volstaan met enkel het invoeren van enkele ‘moderne’ marketingstrucs, die beter de ‘psychologie’ van de mensen moeten bespelen - er is nog altijd een verschil tussen een politieke partij en een doos waspoeder die moet worden verkocht. De oefening tot herbronning heeft enkel kans op slagen als de partij zelf als een geloofwaardige en ernstige instelling wordt gezien, en ook hier lijkt er toch enige ruimte voor vooruitgang. Al van in de jaren 1970 was wijlen Karel van Miert bezig met het opzetten van strategieën om de socialistische partij open te maken voor nieuwelingen, en die strategie, die ook door zijn opvolgers werd overgenomen, is zeker ten dele geslaagd. Toch blijft de partij met een imagoprobleem kampen. De sp.a wordt niet dadelijk geassocieerd met een open en professionele manier van werken. Ook voor haar eigen personeelsbeleid staat de partij bloot aan de kritiek van inteelt en geslotenheid. Het is in dat verband kenmerkend dat het begrip ‘stamboomsocialist’ wel nog bestaat, terwijl ‘stamboomliberaal’, of ‘stamboomchristendemocraat’ niet eens het woordenboek hebben gehaald. De socialistische arbeidersbeweging heeft natuurlijk een zeer lange en rijke geschiedenis, maar de vraag is hoe relevant die nog is of kan zijn in het huidige politieke klimaat. Een professionele politieke organisatie heeft nood aan al het talent dat ze maar kan aantrekken en af en toe moeten de oude vormen en gedachten daarvoor sneuvelen.

Marc Hooghe
Hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven en de Université Lille-II

sp.a - verkiezingen - ideologie - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 17, 2010, nr. 8 (oktober), pagina 39 tot 42