Abonneer Log in

3. 'Geef schoolverlaters meteen een uitkering of, nog beter, een job'

10 IDEEËN VOOR EEN NIEUWE SOCIALE ZEKERHEID

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 12 tot 14

Jongeren hebben het vandaag zeer moeilijk. Covid treft hen dubbel en dik: nauwelijks sociale contacten, weinig ontspanningsmogelijkheden, afstandsonderwijs, geen studentenjobs meer, en vooral: ze zijn het eerste slachtoffer op de corona-arbeidsmarkt. We gaan niet zover om voor hen voorrang op te eisen bij de vaccinatiecampagne. Maar we willen wel dat het voor jongeren, en vooral de kwetsbare jongeren, post-corona anders en beter wordt. Zeker op de arbeidsmarkt en qua sociale bescherming.

We beginnen met het laatste. Om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering moet een jongere (jonger dan 30 jaar) een jaar gewerkt hebben. Jongeren die niet meer schoolplichtig zijn maar ook nog geen of onvoldoende werkervaring hebben, kunnen beroep doen op een inschakelingsuitkering. Hiervoor moeten ze een 'beroepsinschakelingstijd' doorlopen van ongeveer een jaar, tijdens dewelke nauwgezet wordt gecontroleerd of ze genoeg inspanning leveren om werk te vinden. Na twee positieve evaluaties van hun zoekgedrag, openen ze het recht op uitkeringen. Het bedrag van de inschakelingsuitkering is afhankelijk van leeftijd en gezinssituatie, maar is in elk geval beperkt: het laagste bedrag is 306,80 euro en het hoogste 1.322 euro bruto, voor een gezinshoofd.

In 2012 besliste de regering-Di Rupo deze uitkering te beperken tot drie jaar. Deze beslissing had tot gevolg dat heel wat kwetsbare werkzoekenden bij het OCMW terechtkwamen, of zelfs helemaal van de radar verdwenen. In 2015 werden door de regering-Michel ook de toegangsvoorwaarden tot inschakelingsuitkering verstrengd. Sinds 1 januari 2015 kunnen enkel jongeren tot 25 jaar voor het eerst inschakelingsuitkeringen aanvragen. Deze maatregel raakt vooral hooggeschoolden. Zij worden definitief uitgesloten van het recht op inschakelingsuitkeringen vanaf 25 jaar. Daarnaast worden sinds 1 september 2015 ook werkzoekenden jonger dan 21 jaar zonder diploma niet meer toegelaten tot inschakelingsuitkeringen. Voor hen wordt het recht op uitkeringen uitgesteld: eens ze 21 jaar zijn, komen ze opnieuw in aanmerking voor uitkeringen. Voorwaarde is wel dat hun zoekgedrag vanaf hun 20e verjaardag tweemaal positief werd geëvalueerd.

Het uitsluiten van uitkeringen heeft echter geen effect op de uitstroom naar werk.Dergelijke maatregelen worden gewoonlijk genomen vanuit de veronderstelling dat wie geen uitkering krijgt meer gemotiveerd is om werk te zoeken. Wie de bedragen van de inschakelingsuitkeringen van dichterbij bekijkt, kan al vermoeden dat deze nauwelijks een werkloosheidsval kunnen vormen. Daarnaast mogen we niet uit het oog verliezen dat wie geen recht op uitkeringen kan openen, er ook weinig baat bij heeft zich in te schrijven als werkzoekende, en dus de ondersteuning en begeleiding door de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling misloopt. Nochtans gaat het hier vaak net om heel kwetsbare werkzoekenden die ondersteuning en begeleiding goed kunnen gebruiken. Onderzoek van Bart Cockx en collega's naar het effect van de twee hierboven beschreven maatregelen op de uitstroom naar werk, wijst dan ook uit dat er geen positieve impact was. Dit besluit geldt zowel voor hooggeschoolden als voor laaggeschoolden en zowel in Vlaanderen, Wallonië als Brussel. Het beperken van het recht op sociale uitkeringen van jongeren helpt hen geen zier in hun zoektocht naar werk. Het versterkt enkel hun bestaansonzekerheid.

Jongeren zijn kwetsbaarder op de arbeidsmarkt dan oudere werknemers.

Jongeren zijn bovendien kwetsbaarder op de arbeidsmarkt dan oudere werknemers. Ze zijn vaker tewerkgesteld met tijdelijke contracten en via uitzendarbeid, die gewoonlijk als barometer voor economische schommelingen worden gebruikt. We zien dan ook dat jongerentewerkstelling veel gevoeliger is aan conjuncturele schokken dan de algemene tewerkstelling. Zo was de impact van de coronapandemie op de indiensttredingen van werknemers duidelijk het grootst bij de jongeren: bijna min 14% voor de jongeren tot 21 jaar en min 12,3% voor de 22- tot 25-jarigen.

Op crisismomenten vallen jongeren ook vaker tussen de mazen van het net van de sociale bescherming. De coronacrisis maakte dit pijnlijk duidelijk. Uitzendkrachten komen slechts uitzonderlijk in aanmerking voor uitkeringen tijdelijke werkloosheid. Wie maandenlang tewerkgesteld werd met opeenvolgende dag- of weekcontracten, moest bij niet-verlenging terugvallen op de volledige werkloosheid, of dus op inschakelingsuitkeringen in het geval van jongeren.

Jongeren verdienen dus betere uitkeringen. Zoals eerder aangestipt zijn de inschakelingsuitkeringen laag, en liggen ze in de meeste gevallen ver onder de armoededrempel. Door de terechte optrekking door de huidige federale regering van de bijstandsuitkeringen zijn heel wat inschakelingsuitkeringen zelfs onder het niveau van de bijstand terechtgekomen. De vakbonden legden de optrekking van alle inschakelingsuitkeringen tot het niveau van de bijstand op tafel bij de lopende (en aanslepende)onderhandelingen over de welvaartsenveloppe.

Ook is het vandaag zo dat wanneer twee gerechtigden op inschakelingsuitkeringen samenwonen, beiden samen een lager uitkeringsbedrag krijgen dan een gerechtigde op inschakelingsuitkeringen met een persoon ten laste. Ook een correctie hiervan ligt op de onderhandelingstafel, naast de gebruikelijke verhoging van minima en plafonds om in lijn te blijven met de evolutie van de welvaart.

Een betere bescherming dan een uitkering is natuurlijk een kwaliteitsvolle job.

Daarnaast verdienen jongeren méér dan een uitkering. Een betere bescherming dan een uitkering is natuurlijk een kwaliteitsvolle job. Sinds 2013 werkt België aan de implementatie van de Jeugdgarantie zoals afgesproken op Europees niveau, waarbij elke jongere (tot 30 jaar) binnen een termijn van 4 maanden na afstuderen of werkloosheid een geschikt aanbod van opleiding, werk of stage moet krijgen. Bij de laatste rapportage (2019) was dit gelukt voor 44,9% van de aangemelde jongeren. 63,2% van de ingeschreven jongeren kon van de Jeugdgarantie genieten, als we geen rekening houden met de termijn van vier maanden. De Jeugdgarantie bereikte 69,3% van de meest kwetsbare jongeren, de zogenaamde NEET (not in employment, education or training). Een derde van deze kwetsbare groep bleef dus op zijn honger zitten. Bijzondere aandacht moet ook gaan naar werkzoekenden met speciale noden; zij moeten terechtkunnen in de sociale economie of initiatieven van de lokale overheden.

In dit verband is het opnemen van de idee van 'Territoires zéro chômage de longue durée' ('Buurten zonder langdurige werkloosheid') in het federaal regeerakkoord het vermelden waard. Dit concept waaide over uit Frankrijk en heeft tot doel lokale initiatieven op te zetten om langdurig werklozen een kwaliteitsvolle job te bieden. Het uitgangspunt is dat iedereen tewerkgesteld kan worden en dat er hiervoor genoeg werk en geld is. Werknemers worden niet aangeworven op basis van hun reeds verworven competenties maar kunnen deze gedurende de tewerkstelling ontwikkelen. Ze worden tewerkgesteld met een contract voor onbepaalde duur en krijgen inspraak in de keuze van het project en de manier om het te verwezenlijken. De projecten moeten de gemeenschap ten goede komen.

Kortom, laat ons ambitieus zijn en de jongere generaties opnieuw perspectief geven. Jongeren hebben bovenal recht op een kwaliteitsvolle job. Een job met een degelijk loon en opbouw van degelijke sociale bescherming. De geplande relancemaatregelen bieden hier een opportuniteit. De uitgestoken hand in het regeerakkoord richting sociale partners om arbeidsorganisatie en statuten te onderhandelen, zullen we met beide handen grijpen om komaf te laken met de doorgeschoten flexibiliteit zoals opeenvolgende dagcontracten. We kijken ook uit naar de uitrol van de térritoires zéro chômage de longue durée in België. Want dat moet voor ons een opstap zijn naar een verdere invulling van de jobgarantie. Als ABVV zetten we onverminderd in op betere uitkeringen en een ruimere toegang daartoe. Niet in het minst via het tweejaarlijks overleg over de welvaartsenveloppe. Onthoud vooral dat het ontnemen of uitstellen van de uitkering jongeren niet sneller aan het werk helpt, maar hen weghoudt van de nodige begeleiding en ondersteuning. Die richting willen we niet meer uitgaan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 12 tot 14