Log in

Aan de volgende sp.a-voorzitter

QUO VADIS SP.A?

Heel wat sp.a-leden hebben al gestemd maar het is wachten tot 13 juni om te weten of Bruno Tobback dan wel John Crombez de leiding van de partij in handen krijgt. In dit artikel nemen we eerst de intentieverklaringen van beide kandidaat-voorzitters onder de loep. Vervolgens schetsen we de uitdagingen voor de partij op korte, middellange en lange termijn. We benoemen daarbij telkens bondgenoot en tegenstander. Voor de volgende voorzitter is het zaak die goed te identificeren; dat is immers het postulaat van de politiek.

QUO VADIS SP.A?

Linksaf, zo snel mogelijk
Mark Elchardus
Eco-socialisme als nieuw groot verhaal
Marc Le Bruyn
De moed om utopisch te zijn
Thomas Decreus en Christophe Callewaert
Aan de volgende sp.a-voorzitter
Wim Vermeersch

DE INTENTIEVERKLARINGEN

Midden maart kregen de sp.a-leden de intentieverklaringen van de twee kandidaat-voorzitters voorgeschoteld. Het valt echter te betwijfelen of die teksten hun keuze echt hebben beïnvloed. Intentieverklaringen zijn per definitie niet de meest opwindende literatuur. Daarvoor staan ze te los van concrete, maatschappelijke pijnpunten. Bovendien lopen deze twee intentieverklaringen nogal gelijk. Zowel Bruno Tobback als John Crombez willen de toekomst weer beter maken, politiek engagement buiten de partij ondersteunen, de betrokkenheid van de leden versterken, van lokale afdelingen opnieuw de motor van de beweging maken, nadenken over een basisinkomen, inzetten op coöperatieve initiatieven, enzovoort.

Bruno Tobback profileert zich in zijn intentieverklaring als de ‘traditionele sociaaldemocraat’ die de nadruk legt op de waarden, en het vernieuwen ervan, van een moedige centrumlinkse beleidspartij. Zijn tekst is duidelijk een product van de Grasmarkt, in de lijn van ‘Het Vlaanderen van Morgen’ (2013) en ‘Crescendo’ (2014-2016). Ze leest als een rechtvaardiging van de aanpak van de zittend voorzitter. Tobback profileert zich als de geschikte persoon om de onder hem gestarte inhoudelijke vernieuwing verder te zetten. Dat is handig gespeeld: het lijkt alsof uitdager John Crombez campagne voert tegen een partijvernieuwing die hij zelf mee uittekende.

De intentieverklaring van John Crombez is - logisch - dan ook wat meer in oppositietaal geschreven, met enkele stevige sneren (zoals "Militanten verdienen een partijtop die zich in het zweet werkt, die aan één zeel trekt"). Bij Crombez geen verwijzingen naar sp.a als moedige beleidspartij. Al in paragraaf twee lezen we over ‘rode lijnen’, al komen we verder in de tekst niet te weten welke die zijn. Op inhoudelijk vlak spreekt Crombez over groene economie, welzijn en geluk, internationale samenwerking,... onderwerpen die we niet terugvinden in de tekst van Tobback. Op partij organisatorisch vlak lezen we dat de partij moet worden teruggegeven aan de leden en opnieuw moet worden geleid door een groep personen.

UITDAGINGEN OP KORTE TERMIJN (2015)

Bondgenoot: gelijkgestemden in de samenleving

In de intentieverklaringen van beide kandidaten lezen we de terechte ambitie om als partij haar plaats te vinden in een breed progressief netwerk. De nieuwe voorzitter heeft veel werk voor de boeg om deze intentie hard te maken. Op korte termijn moet de werking in een aantal slapende partijafdelingen worden gestimuleerd, moeten er meer inspanningen gebeuren op het vlak van sociale media en dient de dialoog met links intellectueel Vlaanderen te worden versterkt. De partij moet strijdvaardiger, meer de straat op, harder werken, meer aanwezig zijn, en wel dit jaar nog. De oppositie is daarbij een opportuniteit. Het is voor de leden - de echte ambassadeurs van de partij - een stuk eenvoudiger om vandaag de waarden van de partij uit te dragen dan tijdens de voorbije 25 jaar toen regeringscompromissen moesten worden verkocht.

Om klankbord, facilitator en aanjager te zijn van een breder maatschappelijk netwerk moet de partij eerst en vooral opnieuw haar geloofwaardigheid bij een groot aantal van deze bewegingen weten te vergroten. Verenigingen zitten vol politiek geïnteresseerden. Bij hen heerst vaak ontgoocheling over het beleidsparcours van sp.a en over de gesloten burcht die de partijtop nog te veel is. In dat opzicht is de huidige ‘Crescendo’-vernieuwingsoperatie een gemiste kans. Ze wordt getrokken door doorwinterde bestuurders Freya Van den Bossche en Ingrid Lieten. Het bevestigt het beeld van een partij die het moeilijk heeft om de regie uit handen te geven.

Tegenstander: de eigen partij

Ondanks de installatie van rechtse regeringen op Vlaams en federaal niveau, is op dit moment de eigen partij de grootste tegenstander van sp.a. De lang uitgesponnen voorzittersverkiezing (met een te vroege kandidatuurstelling van John Crombez en een te late kandidatuurstelling van Bruno Tobback) heeft een verlammend effect op de werking van de partij. De media keek het voorbije jaar met hongerige ogen naar sp.a als naar een gewond dier. Overal viel wel een sneertje of afrekeningetje, vaak off the record, te noteren. Het verkrijgen van de steun van de afdelingen was een lelijk schouwspel. Dat de partij in haar eerste oppositiejaar sinds lang in de touwen hing, is een gemiste kans. Michel I en Bourgeois I kregen al snel tegenwind. Oud en nieuw middenveld vonden elkaar, mobiliseerden meermaals, maar er was geen daadkrachtige en eendrachtige sp.a om mee te surfen op die golf van onvrede, laat staan om er de stuwende kracht van te zijn.
Stel dat de partij pas tegen begin 2016 haar zaakjes weer min of meer op orde heeft, dan is het momentum van verzet misschien gepasseerd. Daarom is het de allereerste taak van de nieuwe voorzitter om zo snel mogelijk de rust in de partij te herstellen, alle neuzen weer in dezelfde richting te krijgen, de achterklap te doen stoppen. De partij hoopt daarvoor best op een duidelijke uitslag, met een overtuigend mandaat voor de nieuwe voorzitter. Alleen dan kan deze voorzittersverkiezing een doorstartmoment betekenen. Bij een 55-45 resultaat dreigt verder gespin.

Het is zaak om menselijker om te springen met eigen politiek talent; het zal talent buiten de partij ook makkelijker aanzetten tot de partij toe te treden. De nieuwe voorzitter moet een nieuwe groep mensen samenbrengen die de oppositielijn mee vormgeven en uitdragen. Veel nieuwe gezichten zijn er vooralsnog niet. Ze moeten dus worden getraind en gestuurd. Het voorstel in de intentieverklaring van Bruno Tobback om een School van Brood en Rozen op te richten die politieke vorming verzorgt, is daarom een goed idee.

|

BOX 1: Linkse heropstanding - elders

In haar weg omhoog liggen voor sp.a de best practices van succesvolle sociaaldemocratische partijen elders in Europa niet echt voor het oprapen. Integendeel, 2014 was het jaar van de opkomst van linkse partijen, zoals Syriza en Podemos, wat gepaard ging met een krimp (PSOE) of een decimering (PASOK) van sociaaldemocratische partijen. Binnen de sp.a-partijtop is het overheersende standpunt dat er weinig te leren valt uit de winst van Syriza, dat de economische situatie en de mate van corruptie van de politieke klasse onvergelijkbaar zijn, en dus het soort populisme in Noord- en Zuid-Europa anders zijn. Dat klopt. Toch zou het onverstandig zijn geen lering te trekken uit de opkomst van Syriza en Podemos, meer bepaalde inzake partij organisatie en manier van aan politiek doen. Eén. Syriza en Podemos staan tussen het volk, creëren enthousiasme, mobiliseren zowel gelijkgestemden als politiek argelozen. Ze geven een stem aan bepaalde groepen die zich voordien stil hielden. In het politiseren van het debat schoot sp.a de voorbije jaren tekort. In de oppositie moet het de draad weer oppikken. Twee. Ook op ideologisch vlak zijn lessen te leren van partijen als Syriza en Podemos. Uiteraard moet sp.a niet bruusk naar links. Wel kan ze leren van de onbeschaamd antagonistische manier waarop beide partijen aan politiek doen. Syriza en Podemos scoren door het bespelen van een ‘wij-zij-breuklijn’. Door het jarenlange besturen zit die reflex niet meer in het DNA van sp.a. In de oppositie moet de partij zich opnieuw aan het antagonistische spel wagen.

|

UITDAGINGEN OP MIDDELLANGE TERMIJN (2016-2019)

Bondgenoot: Gelijkgestemden in de politiek

Volgend jaar, 2016, is het twintig jaar geleden dat Norbert De Batselier en Maurits Coppieters het manifest ‘Het Sienjaal’ schreven dat opriep tot progressieve frontvorming in Vlaanderen. Een kleine tien jaar later zette toenmalig sp.a-voorzitter Steve Stevaert alles op de sporen om de partij om te vormen tot de open beweging ‘Pro’, maar toen hij gouverneur van Limburg werd, werd dat pad van verruiming door zijn opvolger Johan Vande Lanotte verlaten. Vandaag, zo’n twintig jaar later, is het moment voor een nieuwe poging.

De analyse van Het Sienjaal is immers niet gedateerd. Ze vertrok van de nieuwe onoverzichtelijkheid van de jaren 1990, met economische globalisering en maatschappelijke fragmentering als opkomende tendensen. Beiden hebben zich nog doorgezet, met als bijkomend element dat de electorale blokken versplinterd zijn. Het huidige politieke panorama voor Links is pijnlijk: sp.a kan nauwelijks nog een middelgrote partij genoemd worden, Groen weet het plafond van de 10% maar niet te doorbreken, PVDA+ haalt de kiesdrempel niet en de progressieve elementen in CD&V en Open VLD zijn gemarginaliseerd. Willen of niet, Links zal de moeilijke loopgravendiscussie over hoe partijen best samenwerken toch moeten voeren. Anders blijft het veroordeeld tot het aftoppen van rechts beleid inzake voor allen belangrijke thema’s als duurzaamheid, klimaat, de kwaliteit van werk of de verdeling van rijkdom.

We horen, van zowel Groen als sp.a, dat frontvorming enkel organisch kan groeien en dat de fracties in de parlementen de facto al samenwerken. Klopt. Maar eens sp.a haar winkel weer op orde heeft, ondernemen de nieuwe sp.a- en Groen-voorzitters best stappen om voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zoveel mogelijk samenwerkingsverbanden op te zetten. Mochten die goed scoren, dan kan dat een opstap zijn naar electorale samenwerking in 2019. De vorm waarin dat gebeurt, is van ondergeschikt belang: het kan gaan om afspraken inzake programma, een lijstverbintenis of een roodgroen kartel. Dat laatste kan een electoraal vehikel zijn dat ook ontevreden progressieve christendemocraten en liberalen aantrekt. Eenvoudig wordt dit niet. Samenwerking komt vaak enkel tot stand als het met alle partijen slecht gaat. Groen is vandaag een begeerde bruid. Na de gemeenschappelijke fractie in de Kamer, zette het recent met de oprichting van een federaal Bureau een nieuwe stap naar meer samenwerking met Ecolo. Het is niet echt duidelijk wat de partij daarbij denkt te winnen in een land met gescheiden kiesdistricten, behalve een ‘Belgisch’ profiel.

Tegenstander: Michel I en Bourgeois I

Met de regeringen Michel I en Bourgeois I dienen zich handvaten aan voor stevige oppositie. Het moet sp.a moed geven, want goede oppositie wordt beter gewaardeerd dan goed bestuur. Daarvoor moet de partij de volgende jaren wel een antagonistisch verhaal ontwikkelen. Geen rood amendement van een centrumprogramma, maar een duidelijk alternatief. De partij moet weer linkser, scherper, compromislozer. Het afwerpen van het centrumlinks establishment imago is een moeilijke evenwichtsoefening (zeker als je niet de populistische toer op wil), maar absoluut noodzakelijk. Anders wordt de partij in 2019 wakker in een politiek landschap met N-VA als aantrekkelijke partij op rechts en Groen als aantrekkelijke partij op links, met daartussenin de middenpartijen sp.a-CD&V-Open VLD die verdrinken in de Bermuda van het politieke centrum.

Een scherpere profilering is dus nodig, en daarvoor worden onvermijdelijk de banden met het oude middenveld - vakbond en mutualiteit - aangehaald. Toch is het voor sp.a zaak om, tot 2019, niet continu de vakbondslijn te volgen. Die is in de huidige context immers per definitie defensief. De partij maakt de volgende jaren best werk van een offensief verhaal. Met enkel de strijd tegen een kleine groep superrijken of de bescherming van de sociale zekerheid, bouw je geen politiek programma. De nieuwe voorzitter moet een nieuw soort strijdvaardigheid uitstralen en zich over alle maatschappelijke trends uitspreken. De voorgeschiedenis oogt echter weinig geruststellend: onder Patrick Janssens werd vooral het groene luik verwaarloosd, onder Steve Stevaert mocht over diversiteit en belastingen niet gepraat worden en onder Bruno Tobback werd een enge sociaaleconomische verkiezingscampagne gereden.

|

BOX 2: Rood-groen: rivalen of partners - elders

Zoals de krimp van de sociaaldemocratie geen Vlaams fenomeen is, is de complexe relatie met de groenen dat evenmin. Groene partijen hebben bijna overal in Europa een links-libertair profiel aangenomen: ze maken liberale keuzes over sociale kwesties als immigratie, homohuwelijk, vrouwenrechten, legaliseren van drugs, en combineren dat met erg linkse stellingnames over economische kwesties, zoals belastingen, de welvaartsstaat, investeringen en nieuwe ideeën zoals het basisinkomen. Groene partijen trekken een jonger, stedelijker, hoger opgeleid en vrouwelijk electoraat aan. Daarmee vissen ze in de vijver van sociaaldemocraten, die na de ene poot (de traditionele arbeidersklasse - deels overgelopen naar rechts en niet binnen te halen voor groenen) nu ook de andere poot van haar electoraat bedreigd zien. Overal in Europa zijn de groenen dus electorale concurrenten voor centrumlinks geworden. Winst voor de ene betekent vaak verlies voor de andere, en omgekeerd. Neem recent Finland: op 19 april won de Groene Liga 5 zetels en verloren de sociaaldemocraten er 8. Het kan ook anders: in de Scandinavische landen Noorwegen, Zweden en Denemarken maken sociaaldemocraten en groenen meestal deel uit van min of meer permanente politieke allianties, en kunnen zo geregeld samen deelnemen aan de macht. Zo wordt het verlies van de ‘partner’ binnen de eigen alliantie aan partijen uit het andere kamp ook een verlies voor de alliantie. En dus voor de eigen slagkracht. Concurrentie hoeft partnership dus niet in de weg te staan.

|

UITDAGINGEN OP LANGE TERMIJN (POST-2019)

Bondgenoot: The Times They Are a-Changin

Rechts heeft de voorbije decennia de lijnen uitgezet waarbinnen vandaag moet worden gekleurd, maar op lange termijn moet Links onvermijdelijk opnieuw over maatschappijverandering spreken. Meer dan een zoveelste herbronningsprogramma heeft sp.a een nieuw project nodig. Een project dat de indruk geeft de toekomst te kunnen vormgeven, niet haar te moeten ondergaan. Een project dat verder gaat dan het beheren van de winkel, dan het verantwoordelijk organiseren van de rat race. Een project dat de twee grote problemen van de volgende decennia - ongelijkheid en klimaat - echt weet aan te pakken.

De veranderde tijdsgeest is alvast een bondgenoot. In 1989 voorspelde een toen nog onbekende Amerikaanse socioloog, Francis Fukuyama, dat het kapitalisme zich over de hele wereld zou verspreiden. Een dikke 25 jaar later hoor je diegenen die ‘het einde van de geschiedenis’ proclameerden niet meer. Anders dan tijdens de oppositiejaren van SP in de jaren 1980 hebben liberale economische opvattingen afgedaan. Vandaag heeft sp.a stilaan alle academici en internationale instellingen met zich mee: om opnieuw groei te bewerkstelligen moeten de lonen omhoog, de vermogens aangepakt en de ongelijkheid verminderd.

Het volgende decennium liggen er dus kansen om de democratische motor te zijn achter dit ‘economisch herstel’. Dat moet de sociaaldemocratie vertrouwen geven om een offensief programma uit te bouwen met meer ambitie en meer conflict. Sp.a moet haar schroom afleggen om een ander maatschappijmodel te belijden. Het zal daarmee nieuwe electoraten aansnijden, zoals jongeren, die vandaag hun weg niet meer vinden naar de sociaaldemocratie. Een verhaal over ‘geluk’ en ‘duurzaamheid’, het pad dat sp.a exploreert met haar ‘Crescendo’-operatie, kan hen aanspreken.

Tegenstander: oude gedachten

Of Michel I na 2019 nog in het zadel zal zitten, valt onmogelijk te voorspellen. Of het oppositiewerk van sp.a zal lonen, nog minder. Maar zelfs mocht sp.a in 2019 een aantal procenten winnen, dan nog hangt het van de resultaten van anderen af of ze aan een regering kan deelnemen. En zelfs als de partij in 2019 opnieuw in de regering geraakt, zal ze achteraf opnieuw kiezers moeten trotseren met realisaties die gezien de context best flink mogen wezen, maar altijd ontgoochelend zijn voor wie een sociaaldemocratische maatschappijvisie heeft. Dit straatje zonder einde heeft maar één oplossing: de partij moet in een hogere gewichtsklasse zien te geraken om een links project te kunnen uitvoeren. Op middellange termijn kan dat door het vormen van kartels of lijstverbintenissen tussen gelijkgezinde partijen (zie hoger). Op lange termijn is het echter primordiaal om een nieuw links maatschappijbeeld te ontwikkelen.

Het failliet van de huidige sociaaldemocratie is dat ze voortborduurt op dezelfde patronen. Steve Stevaert, onder wie sp.a niet toevallig de laatste goede electorale score behaalde, begreep dit goed. De les uit zijn voorzitterschap is dat platgetreden paden, oude gedachten en oude organisatiestructuren moeten worden verlaten. Zoniet zet de structurele neergang van sp.a zich gewoon verder. Zoniet zal, wie op 13 juni ook voorzitter wordt, sp.a steeds minder kiezers weten aan te trekken: na veel arbeiders zullen ook veel lage middenklassers alternatieven op rechtse en linkse flanken zoeken, en intelligentsia hun heil bij groene en blauwe optimisten. Ziehier de aartsmoeilijke evenwichtsoefening en de echte uitdaging op lange termijn: ja, de stellingnames moeten scherper; neen, sp.a (of een eventuele nieuwe organisatie die zij mee vorm geeft en haar centrale waarden uitdraagt) mag haar ambitie niet laten varen om de verschillende groepen te verbinden en te vertegenwoordigen.

|

BOX 3: Jongeren en de sociaaldemocratie - elders

PartiRep-verkiezingsonderzoek toont dat sp.a verkiezing na verkiezing minder stemmen haalt bij -26 jarigen, met 25 mei 2014 als absoluut dieptepunt. Ook dat is geen Vlaams fenomeen. Uit de bijdragen in dit nummer van Samenleving en politiek over sociaaldemocratische partijen in ons omliggende landen (Duitsland, Nederland, Frankrijk) en landen waar later dit jaar verkiezingen gepland staan (Spanje en Denemarken) blijkt dat sociaaldemocratische partijen er nergens nog in slagen om jongeren aan te spreken. In Duitsland scoorde SPD bij de Bondsverkiezingen van 2013 slecht bij de generatie tussen 25 en 45. In Nederland keerden bij de recente Provinciale Statenverkiezingen voornamelijk jonge, mannelijke kiezers de PvdA de rug toe. In Frankrijk gaven bij voorbije verkiezingen vooral jongeren in als socialistisch bestempelde kantons, waaronder de voorsteden, massaal verstek. In Spanje stappen hoogopgeleide jongeren over van PSOE naar Podemos. En in Denemarken dreigen de Rood-Groenen en de nieuwe partij ‘Het Alternatief’ stemmen weg te halen bij Socialdemokraterne.

|

TER CONCLUSIE

Iedereen heeft een mening over hoe het nu verder moet met sp.a, maar niemand heeft het definitieve antwoord in petto. Een medicijn voor onmiddellijk electoraal gewin voor sociaaldemocraten bestaat niet. Anders was het allang toegediend, hier en elders in Europa. Ook de intentieverklaringen van John Crombez en Bruno Tobback verschillen, fundamenteel, niet bijzonder veel van elkaar. Ze leggen wat andere accenten, vooral inzake partijwerking en communicatie, maar radicaal andere maatschappijvisies vallen daaruit niet te distilleren. Op die manier wordt de voorzitterskeuze voor de leden voornamelijk een gevoelszaak, een kwestie van gut feeling. Dan is - gezien de kwesties die spelen op korte en middellange termijn (zie boven) - John Crombez misschien meer geschikt om de rust in de partij te herstellen, de banden met gelijkgestemden in de samenleving en in de politiek te versterken. Maar niemand die durft te beweren dat onder zijn voorzitterschap de vooruitzichten voor de uitdagingen op lange termijn (zie boven) rooskleuriger zijn dan onder een verlengd voorzitterschap van Bruno Tobback.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

Bibliografie
- Carter Neil, Green Parties in Europe: rivals or partners to the centre left?, 26/02/2015.
- Cornillie Jan, De les van Syriza en Podemos voor sp.a, https://defeiten.s-p-a.be/article/de-les-van-syriza-en-podemos-voor-spa/, 06/02/2015.
- Crombez John, Van Houtven Stephanie, Intentieverklaring, 13/03/2015.
- Oudenampsen Merijn, Van Rijsbergen Dylan, De moed om onbescheiden te zijn, Socialisme&Democratie, jg. 72, Nr. 2, April 2015.
- Pauli Walter, Eigenlijk was er maar één Teletubbie, en dat was ich, Knack, 08/04/2015.
- Tobback Bruno, Verhaert Inga, Intentieverklaring, 13/03/2015.
- Van den Broeck Karl, Het ‘gelijk’ van links, www.apache.be/2014/09/22/het-gelijk-van-links/, 22/09/2014.

sp.a - ideologie - links

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 5 (mei), pagina 32 tot 38