Log in

Verlaat de Reign of Fear

Wat nu met de sp.a?

Inleiding

De voorbije federale verkiezingen waren de kroniek van een aangekondigd failliet. Het failliet van wat ik in deze bijdrage het sofistisch socialisme noem. In ons hedendaags taalgebruik is sofistiek een geheel van kunstgrepen en technieken om in de eerste plaats je gelijk te halen en pas in de tweede plaats te streven naar waarheid. Dat laatste is een zaak van politici die nog geloven in klassentegenstellingen. In politieke termen betekent dit stemmen winnen door pragmatisch te zijn en oprechte, minder populaire standpunten te verzwijgen. Op korte termijn is zo’n mooi uitgekiende communicatie redelijk effectief en helpt ze om een gebrek aan recepten of politieke moed te camoufleren. Op lange termijn ga je frontaal op je bek. Dan voelen mensen aan hun water dat er iets niet klopt aan de uitleg die ze krijgen. Dan is je geloofwaardigheid naar de haaien. Dan word je links en rechts gepluimd. Tweety in de politieke arena. Er ontstaan dijkbreuken langs de flanken die je vroeger angstvallig trachtte af te dekken. En daarmee is het woord eindelijk gevallen: angst. Mijn stelling in dit artikel is de volgende: de sp.a is in de ban van de angst en daarom niet in staat een rol van betekenis te spelen. Dat is geen wiskunde, maar elementaire psychologie. Indien deze fase lang aanhoudt, mag de partij vrezen voor een SP-scenario. Deze vrees lijkt mij gegrond en zullen we moeten counteren door een sterke, ideologisch onderbouwde oppositie waarin vragen over samenleven een helder antwoord krijgen. De toestand is ernstig, maar niet hopeloos.

Hoezo, angst?

De sp.a heeft een onduidelijk profiel, want het is een angstige partij. Mensen stemmen rechts omdat duidelijke programma’s scoren. Van Sarkozy weet iedereen dat hij niet deugt, dat staat op zijn gezicht geschreven. Maar toch wint hij met gemak de Franse verkiezingen. Omdat hij duidelijk is, anti-links om specifiek te zijn. Het programma van sp.a was redelijk maar miste een duidelijk profiel. Eén standpunt dat eruit sprong, was de uitstap uit de kernenergie. Maar dan blijkt dat mensen ook voor ecologische thema’s toch liever op het origineel stemmen: Groen!. sp.a durft zich nog nauwelijks uitspreken over maatschappelijke hangijzers. Uit angst om kiezers te verliezen. Maar geven we de kiezers ook nog redenen om wél voor ons te kiezen? Onze campagne sprak de yuppies en de bobo’s - welgesteld, maar het hart links - aan, maar niet de gewone man in de straat. In De Morgen van 30 juni komt Egbert Jan van Bel aan het woord. Hij is de auteur van Kloteklanten, een boek over de relatie tussen bedrijf en consument. Hij zegt dat grote bedrijven in volgende termen redeneren over hun klanten: ‘Laat ze maar zeuren, ze blijven toch’. Ook bij sp.a heb ik dergelijke redenering zeer vaak gehoord, zelfs letterlijk aan de partijbestuurstafel. Als we onze flanken maar goed genoeg afdekken, blijven de kiezers wel. Niet dus. Zonder duidelijke standpunten, zonder profiel gaan kiezers als de eerste de beste consumenten op een andere wei grazen. Het samenlevingsdebat over migratie wordt gedomineerd door extremistische en populistische toogdenkers, omdat sp.a haar plaats in het debat niet opeist. Welke plichten staan tegenover de vele rechten? Welke liberale basiswaarden willen we niet opofferen aan particuliere culturele of godsdienstige eisen? Hoe zullen we de economisch noodzakelijke, tweede grote immigratiegolf organiseren? Ik zie bitter weinig antwoorden. Mijn stelling wordt in De Morgen van 22 juni kracht bijgezet. Jos Geysels citeert uit een rapport van Luc Huyse en Kris Deschouwer uit 1991 (in opdracht van de toenmalige SP): ‘Partijen die doen alsof ze op een markt zitten, worden alsmaar banger, bevreesd als ze zijn voor de grillen van de kiezer-koper. Het alternatief is het herstel van de ideologische band met de kiezer. Pragmatisme is niet uit den boze. Het kan maar het moet zijn gekoppeld aan iets wat nog het best met het eenvoudige woord ‘droom’ aan te geven is. Men kan slechts pragmatisch zijn als men een ideologie heeft. Andere soorten pragmatisme noemt men beter electoralisme.’
Bij het verlaten van het electoralisme zal de gespletenheid van centrumlinks pas echt duidelijk worden, vrees ik. Hoe staat centrumlinks vandaag tegenover de vermogensbelasting? Een heffing op inkomen uit kapitaal, zoals de meerwaarde op aandelen, is heus niet zo’n exotische of subversieve gedachte. Het idee wordt bepleit door ABVV, ACW, Groen!, klein links en onder anderen Professor Frans Van Istendael (KUL). Meerwaardebelastingen bestaan vandaag reeds in Zweden, Finland, het Verenigd Koninkrijk en zelfs de Verenigde Staten. Ik ben het eens met Carl Devos, die stelt dat het beledigend is dat de Hoge Raad voor Financiën een belasting op aandelenmeerwaarde moet voorstellen (in plaats van de sp.a, bs). Hoe gaat centrumlinks om met de dringende roep tot meer sociale woningen, ook in de centrumsteden die al boven het Vlaamse gemiddelde zitten? Wat is het antwoord van centrumlinks op de ontspoorde aandeelhouderseconomie en de graaicultuur van topmanagers en pseudo-vedetten? In welke mate durft centrumlinks duidelijk stelling innemen tegen het Israelisch-Amerikaans staatsterrorisme? Welk standpunt heeft centrumlinks over de dubieuze invloed van de media op de politieke voorlichting van onze burgers? Ik verklaar mij nader. Een betere optie dan het afschaffen van de kiesplicht is het beter informeren van de burgers. Een representatieve democratie is immers gebaseerd op een minimaal vertrouwen in het gezond verstand van goed geïnformeerde burgers. Die voorwaarde is vandaag niet vervuld. Al Gore betoogt in The Assault on Reason dat het obscurantisme vroeger werd opgeheven door de boekdrukkunst en de Verlichting. Vandaag hebben we nieuwe tools nodig om de indrukwekkende stroom aan informatie te beheersen en te duiden. De commerciële media slagen daar steeds minder in. Ze creëren kunstmatige politieke topics, maken geen onderscheid meer tussen gefundeerde en ongefundeerde meningen en organiseren korte schijndebatten waarin de kracht van de herhaling veel efficiënter is dan goede analyse. Hoe gaat centrumlinks om met dit democratisch deficit georganiseerd door de machtige vierde macht?

De sp.a begeestert niet, want het is een angstige partij. Wie existentieel (ideologisch) in nood zit, zal voorzichtig teren op de ratio en zich niet wagen aan een nieuw verhaal dat kan begeesteren maar misschien ook falen. De eerste fout die we nog steeds maken, is te denken dat mensen rationeel kiezen. Niets is minder waar. Mensen kiezen vooral emotioneel op basis van waarden die aansluiten bij hun identiteit. Amerikaanse presidentskandidaten grossieren in nietszeggende dankbetuigingen aan God en in Vlaanderen motiveert een mantra als ‘goed bestuur’ iedereen om voor CD&V te kiezen. Niet omdat aan de mensen wordt gezegd hoe CD&V dat goed bestuur gaat organiseren, maar wel omdat ‘goed bestuur’ een waarde is. Het sp.a-programma was best redelijk, maar de emoties (een appel aan waarden) ontbraken. Een tweede fout ligt in de toon van de JA! campagne, waarover de Nederlandse PvdA-analist René Cuperus zei: ‘De JA! campagne van de sp.a was aardig, maar is typisch voor hoger opgeleide toekomstoptimisten.’ De JA! campagne ging ervan uit dat het zeer goed gaat in Vlaanderen en dat enkel kansarmen en verzuurde mensen mogen klagen. De campagne nam haar wens voor werkelijkheid. Steeds meer Vlamingen gaan gebukt onder (werk)onzekerheid, onder stress op het werk, onder een gebrek aan lokale houvast in een geglobaliseerde context. Op zo’n moment een begrijpende opstelling aannemen, kan lonen. Een JA! campagne is echter niet begrijpend. Integendeel, ze is aanmatigend en wekt antireactie. Negeer die gevoeligheden en je gaat op je bek. Laten we even kijken naar het succes van het VB. Dit succes werd al in talloze doctoraten en thesissen verklaard, nochtans is de metaverklaring zeer eenvoudig: onzekerheid. En dus niet racisme. In 2004 zegden de Nederlanders, naar aanleiding van een studie van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, een maatschappijmodel te willen dat geschraagd wordt door zekerheid en kleinschaligheid. Nochtans is ons dagelijks leven steeds meer in de ban van onzekerheid en grootschaligheid. Dit zorgt voor stress en onverdraagzaamheid tegenover zij die niet onmiddellijk meekunnen of niet bijdragen aan het systeem. Dáárom stemmen mensen rechts of extreemrechts. Op deze problemen heeft de sp.a nooit een antwoord geformuleerd. Ze heeft wat gewauweld over gezelligheid, maar wat betekende dat concreet? Iedereen weet trouwens dat de huidige sp.a gewoonweg geen gezellige partij is. Ze wordt zeer sterk centraal gedirigeerd en de minste dissidentie wordt afgestraft met een fin de carrière. Daarom leeft iedereen binnen de sp.a in angst. Angst voor de kopstukken, angst voor de partijleiding, angst voor de achterban, angst voor sterke standpunten die kiezers zouden kunnen kosten, angst voor de eigen schaduw. Angst ook om de twee kandidaten voor het partijvoorzitterschap in de media te laten debatteren.

De sp.a is wereldvreemd, want het is een angstige partij. De verkiezingsnederlaag is deels te wijten aan het verlies van voeling met de realiteit. Kijk naar de mensen die onze partij vandaag domineren. Het zijn gestudeerde mensen, het zijn goede verdieners, het zijn kabinetards en partijmedewerkers. Ik stel vast dat een socialistische partij die door deze mensen gerund wordt, vervreemdt van haar achterban. Deze situatie is op termijn niet houdbaar. We leven inderdaad in een tijd waarin bullebakken het hoge woord voeren. De Morgen laat haar opiniepagina’s vullen door Bart De Wever en Jean-Marie De Decker. Aan de toog, op de markt, in de krant, op tv en aan de voordeur (tijdens het canvassen) worden we geconfronteerd met de meest waanzinnige prietpraat van de geëmancipeerde burger met de grote mond. Het is logisch dat de mensen die onze partij vandaag beheersen zich niet echt thuis voelen in zo’n wereld. Ze zonderen zich af in hun eigen wereld en zoeken steun bij gelijkgezinden. Zo wordt de sp.a een partij van de cultureel-progressieve middenklasse die voeling verliest met de sociaaleconomische midden- en onderklasse en deze toch tracht te benaderen met top-down gezelligheidscommunicatie. Ze heeft er echter geen idee van hoe sterk het proces van vervreemding zich heeft doorgezet. Sommige auteurs vergelijken de huidige wereldvreemdheid van onze partij met de wereldvreemdheid van links tijdens de Duitse Weimarrepubliek (1918-1933). Het was de periode vóór de definitieve doorbraak van het nazisme en fascisme in Duitsland en Italië. De sociale kloof groeide, populistisch rechts blaakte van zelfvertrouwen. Linkse mensen hielden privé-tuinfeestjes, genoten van kunst, maar hadden geen voeling met de realiteit omdat ze zich liever onderhielden met gelijkgezinden dan met irrationele toogdenkers. Een gevaarlijke vorm van escapisme die heeft geleid tot lethargisch campagnevoeren.

Remedies

We moeten vermijden socialisme te herleiden tot een individueel, ethisch project. Een modern socialisme heeft oog voor belangentegenstellingen. There is a war between the ones who say there is a war and the ones who say there isn’t. Zo vatte Leonard Cohen de geschiedenis perfect samen. Ik heb totnogtoe geen enkele aanwijzing om te denken dat de koers van de geschiedenis niet meer bepaald wordt door belangentegenstellingen. Maar nog steeds slagen de hogere klassen erin om ons te laten geloven dat er geen belangenstrijd aan de gang is. Dat er geen nood meer is aan ideologieën. Ze slagen daar nog steeds in door de aandacht af te leiden van zichzelf, en de kleintjes onder mekaar te laten ruziën.

We zullen een modern, fiscaal herverdelingsverhaal moeten brengen. De armoede in België groeit snel. We laten toe dat een beperkte groep grootverdieners en aandeelhouders graait in de schaarse middelen. Een groeiende publieke armoede manifesteert zich tegenover een toenemende private eigendom. Ik citeer Ambrosius (bisschop Milaan, 4de eeuw): ‘Wanneer u aan een arme geeft, dan geeft u niet van uw eigen bezit maar van het zijne. Want wat gij als uw eigendom hebt genomen, was oorspronkelijk voor allen bestemd.’ Wie over armoede spreekt, spreekt dus ontegensprekelijk ook over rijkdom. De sp.a zal opnieuw moeten leren om keuzes te maken. Dat is de essentie van politiek. Kiezen voor de ene groep en niet voor de andere groep. We moeten stoppen met dat eeuwige én-én-verhaal. De onderklasse kreunt onder én-én. De topklasse koopt er een aandeel meer mee. Politici die zeggen dat je armoede niet bestrijdt door de rijken armer, maar de armen rijker te maken, vergissen zich. Eigenlijk verlaten ze het herverdelingsverhaal, dat de kern vormt van het socialisme. Jan Marijnissen zegt hetzelfde in De Morgen van 20 juli: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het niet steeds hoort te gaan over méér financiële middelen maar veeleer over een betere verdeling van de beschikbare middelen.’ Vroeger kolonialiseerden we andere delen van de wereld omwille van de grondstoffen, zowel natuurlijke als menselijke. We globaliseerden. Vandaag gebruiken we nog steeds het argument van globalisering, maar nu om ook onze eigen mensen uit te buiten. De vrije markt produceert inderdaad veel welvaart. Maar deze is ongelijk verdeeld. Het wordt tijd om de theorieën van distributieve rechtvaardigheid (Aristoteles) eens te herlezen en als socialisten na te denken welke rol we willen spelen in die vrijemarktomgeving. In de mate dat we besluiten dat de markt niet meer vrij is, in de zin van sociaal herverdelend en distributief productief, moeten socialisten nadenken of ze nog lang hand-en-spandiensten verlenen aan dat systeem. Een nieuwe Internationale moet zich uitspreken over de collectieve houding die de socialistische partijen zullen aannemen tegenover de exclusiverende vermarkting van steeds meer segmenten van onze samenleving (economie, politiek, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg). Een politieke globalisering dringt zich op als gewicht tegen de economische globalisering.

Ik beweer ook dat het socialisme pas zal groeien wanneer het antwoorden formuleert op de groeiende onzekerheid die onze samenleving kenmerkt. Een concept dat ik hierbij lanceer, is dat van micro-empowerment. Empowerment is een proces waarbij mensen of groepen meer invloed krijgen op gebeurtenissen en situaties die voor hen belangrijk zijn. De mondialisering heeft structuren gecreëerd waar mensen niet meer tegen durven protesteren. Mensen worden angstig want ze verliezen het overzicht. Micro-empowerment is een remedie. Voorlopig slaagt enkel rechts erin om gestalte te geven aan de roep om beheersbaarheid. Kijk naar het kneuterige, nationalistische, Vlaamse discours. Links mag deze belangrijke taak niet overlaten aan rechts; het moet met een eigen recept komen. Met E.F. Schumachers Small is beautiful moeten we opnieuw pleiten voor kleinschalige productie, waarin mensen weer zichtbaar worden. Het doel moet zijn de mensen opnieuw zekerheid en geborgenheid te geven. Meer levenskwaliteit. Op de werkvloer, in de buurtschool, bij contacten met de overheid. De knappe koppen die rond micro-empowerment concrete programma’s schrijven, zullen het socialisme opnieuw op de kaart zetten. Ze mogen zich haasten, want ik vrees dat het socialisme in België nog niet aan het einde van haar miserie is. Onze partij houdt stand in de centrumsteden. Dat komt volgens de communicatietenoren omdat de kopstukken daar goed werk leveren. Volgens mij komt dat ook omdat daar de hoogste concentraties nieuwe Belgen zitten, die nog overwegend links stemmen. Voorlopig alleszins. De situatie in Nederland leert immers dat allochtonen na een aantal stembusgangen uitzwermen over het ganse politieke spectrum, dus ook het rechtse.
Misschien is het ook beter dat er wat meer intellectuelen uit de politiek zouden stappen. Niet omdat ze niet in dat politieke bedrijf zouden passen of omdat ze zich zouden laten verleiden tot een trahison des intellectuels, maar wel omdat er al zo veel in de politiek aanwezig zijn. Ik verklaar mij nader. Politiek is vandaag een zaak geworden van kiesverenigingen rond een beperkt aantal kopstukken. Veel intellectuelen verliezen in die constellatie hun nut, omdat ze braaf aanschuiven bij het partijbestuur maar niet gehoord worden. Of omdat de kopstukken verlichte despootjes worden die goede raad en vernieuwende inzichten naast zich neerleggen. Wanneer die intellectuelen zouden verhuizen naar middenveldorganisaties, zouden ze misschien wel gehoord worden en zouden ze misschien wel kanalen vinden waarlangs ze mensen kunnen voorlichten en empoweren. Het zou een aanzet zijn tot herwaardering van het middenveld, wiens nuttige rol vandaag wordt waargenomen door de commerciële media.

De partij moet zich ook eens gaan bezinnen over de vraag of ze het middel van de partij niet heeft verheven tot een doel. Akkoord, om beleid te voeren heb je stemmen nodig. Maar welk beleid voeren we? Een middenklassebeleid, gericht op individuele responsabilisering. Zijn er niet genoeg partijen, om te beginnen Open Vld, die deze groep dienen? Moeten we niet eerder opkomen voor de onderklasse en voor de mensen die door de dalende koopkracht uit de middenklasse dreigen te vallen? Moeten we met andere woorden een partij van 25% zijn, indien we ons zoals vandaag beperken tot het afveilen van de scherpe neoliberale kantjes? En wie zegt dat we bij deze nieuwe koers niet kunnen rekenen op sociaalvoelende mensen die behoren tot de economische middenklasse of bovenklasse en die een keertje trots willen zijn op hun linkse partij? Welke socialist durft het ideologisch onderbouwde gratisverhaal van Steve Stevaert opnieuw haar verdiende elan geven? Marcel Van Dam, vroeger PvdA en nu SP en die ik niet verdenk van lichtzinnigheid, schrijft in zijn boek Het lange afscheid: ‘De keuze van Bos om van de PvdA een middenpartij te maken is een kapitale fout gebleken.’

Ten slotte de partijorganisatie. We mogen niet verder evolueren naar een partij die gedomineerd wordt door professionele medewerkers en technocraten (politics by management). Deze moeten de politici en beroepspolitici ondersteunen in hun werkzaamheden, maar ze mogen hun taken niet overnemen. Het is hun taak om mensen te activeren en te ondersteunen. We zoeken ook best een gulden middenweg tussen een militantenbeweging en een kiesvereniging rond feilbare kopstukken. Electoraal groeien betekent, naast authentiek communiceren, vooral keihard werken. Dat betekent ten eerste het eigen verenigingsleven organiseren (turnkringen, wijkafdelingen, sociaal-culturele zijtakken) en zich actief inzetten voor middenveldorganisaties. Het betekent ten tweede een permanente personeels- en informatie-uitwisseling organiseren met vakbond en mutualiteit. Ik doe hierbij het concrete voorstel om in elke partijafdeling een vrijwilligerscoördinator aan te duiden die deze taken op zich neemt. Zo’n vrijwilligerscoördinator leidt geen feestcomité dat de 1 meistoet organiseert en ontfermt zich ook niet over de ledenadministratie. Hij rekruteert politiek talent, motiveert vrijwilligers, staat met zijn ploeg de campagneleider bij tijdens verkiezingsperiodes. Hij krijgt de kans om daartoe vorming te genieten vanwege de partij.

sp.a moet de volgende jaren dus hard werken aan haar geloofwaardigheid. Dit betekent dat haar verontwaardiging ook moet blijken uit concrete politieke voorstellen. Dit betekent ook dat haar kopstukken geloofwaardiger moeten zijn. Het spijt me, maar iemand moet het eens zeggen. Overloop even het lijstje met kopstukken en zeg eens waar deze mensen voor staan. Wat is hun maatschappelijk project, wat is hun ideologisch of filosofisch profiel? De treinen stipt laten rijden? De investeringen in het Brussels openbaar vervoer verdubbelen? Voor de 89ste keer een begroting in evenwicht presenteren? Het probleem blijft dat de mensen onze partij en haar kopstukken associëren met politiek gespin, met koele cijferaars en met kandidaat-burgemeesters die een krat BV’s opentrekken om hun verkiezing te winnen, om deze BV’s even later opnieuw te zien vertrekken omdat ze het onvolwassen hoofddoekenstandpunt van een stadsbestuur waarvan die burgemeester aan het hoofd staat niet pikken. Mensen stemmen graag op politici die een warm project uitstralen. Op politici die een onderbouwde en motiverende visie hebben op onderwijs, op werkgelegenheid en op samenleven. Het is tijd dat de mobiliteitsdeskundigen, de begrotingsfetisjisten en de ruimtelijke ordenaars even naar het achterplan verdwijnen. De linkse politici met verhalen over samenleven mogen opnieuw op het voorplan treden.

Björn Siffer
Gemeenteraadslid voor sp.a in Mechelen, woordvoerder en adjunct-directeur Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)

Bronnen en aanbevolen literatuur
- Aristoteles, Ethica Nicomachea.
- Schumacher E.F., Small is beautiful: economics as if people mattered: 25 years later… With commentaries!, Vancouver, Hartley & Marks Publishers, 1999.
- De Preter René, Geld en macht, Berchem, EPO, 2006.
- Pinxten Rik, De strepen van de zebra, Antwerpen, Houtekiet, 2007.
- Gore Al, De aanval op de redelijkheid, Amsterdam, Meulenhoff, 2007.
- Blommaert Jan, De crisis van de democratie, Berchem, EPO, 2007.

sp.a - socialisme - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 10 (december), pagina 17 tot 22