Abonneer Log in

Wetenschap in La La Land

Getuigenis uit Trumpland

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 16 tot 20

Als klimaatwetenschapper in de VS ben ik de strategie van negeren, ontkennen, ontkrachten, politiseren, polariseren ondertussen gewend geraakt. Het is ook de manier waarop Republikeinen met COVID omgaan. Kortetermijneconomie boven alles.

GETUIGENISSEN UIT TRUMPLAND

Een burgergezin leert griezelen in de VS
Sophie De Schaepdrijver
Ik doe enkel mijn verdomde werk
Björn Soenens
Wetenschap in La La Land
Valerie Trouet

In tijden van COVID en het verlies van internationale studenten, verkiezen veel Amerikaanse universiteiten gezondheidsrisico's boven financiële risico's. Hun beslissingen zijn in de eerste plaats gebaseerd op kortetermijneconomie, niet op wetenschap. Ze weerspiegelen zo de politieke beleidskeuzes in de VS, zowel wat betreft COVID als klimaatverandering.

COLLEGE COVID CONUNDRUM

Hier in de VS start het academiejaar wat vroeger dan in België. Op 24 augustus al opende de University of Arizona (UA), waar ik professor ben en deze herfst twee vakken geef, haar deuren. De 7.500 bachelorstudenten die op campus wonen, werden bij aankomst weliswaar op COVID getest, maar mochten dan hun intrek nemen in één van de 23 dorms. Ook de fast food ketens die een franchise hebben op campus – UA heeft geen universiteitskantine – serveren opnieuw burgers, pizza's, en vanilla soy lattes aan de hordes hongerige studenten.

De beslissing om de universiteit in de herfst te openen werd ons, personeel en studenten, op het einde van juli meegedeeld, op het moment dat Arizona een absolute COVID-piek beleefde. Hoewel die piek een maand later op bewonderenswaardige wijze is teruggeschroefd, telt Arizona bij de opening van het academiejaar nog steeds een 900-tal nieuwe COVID-patiënten per dag. Om dit getal voor Belgen in een vertrouwde context te plaatsen: in dezelfde periode telt België slechts een 500-tal nieuwe besmettingen per dag, hoewel het bijna dubbel zoveel inwoners heeft als Arizona.

UA is niet de enige Amerikaanse universiteit die beslist heeft om ondanks COVID deze herfst haar deuren te openen. Privé-universiteiten met grote namen en nog grotere dotaties, zoals Harvard, Stanford of Princeton, kunnen het zich veroorloven om een semester of twee online te gaan zonder al te veel inkomsten te verliezen. Maar staatsuniversiteiten zoals UA zijn voor hun inkomsten voornamelijk afhankelijk van immer slinkende staatssubsidies en van het collegegeld dat studenten betalen. De 45.000 UA-studenten, bijvoorbeeld, betalen jaarlijks 12.500 USD (~10.650 EUR) inschrijvingsgeld als ze in Arizona wonen en bijna het driedubbele daarvan als ze vanuit een andere staat of ander land in Arizona komen studeren. Zo trekt UA veel studenten aan uit buurstaat Californië, waar inschrijvingsgelden vaak hoger liggen dan de 36.700 USD (~30.750 EUR) die Californische studenten jaarlijks aan UA betalen.

Om al dat inschrijvingsgeld te kunnen betalen, om nog maar te zwijgen over de bijkomende kost- en inwoonuitgaven – al die vanilla soy lattes, dat dikt aan – gaan studenten torenhoge studieleningen aan, de afbetaling waarvan makkelijk 10 tot 20 jaren in beslag neemt. Het is dus niet verwonderlijk dat veel studenten terughoudend zijn om inschrijvingsgeld te betalen aan universiteiten wier campus niet open is en die alleen onlinecursussen aanbieden. Staatsuniversiteiten zoals UA staan dus voor de keuze om hun campus te openen, met alle gezondheidsrisico's van dien, of om alleen online les te geven, met alle financiële gevolgen van dien. A rock and a hard place, Scylla en Charybdis. Zoals UA, kozen veel openbare universiteiten voor de eerste optie. De eerste universiteiten openden midden augustus hun deuren. Om die een week later weer te sluiten.

Meer dan 5.800 studenten van de University of North Carolina (UNC) – in grootte vergelijkbaar met UA – betrokken in de eerste week van augustus hun studentenkamers voor de start van het academiejaar. Een week vol fuiven en frat parties later, trokken ze allemaal terug naar huis. Op een week tijd was het percentage positieve COVID-tests op de campus gestegen van 3 naar 14% en was UNC verplicht om met hangende pootjes van hun oorspronkelijke openingsplan af te stappen. Een gelijkaardig scenario – met 17% positieve campus COVID-tests – vond plaats aan de University of Notre Dame in Indiana. Deze twee vroege fiasco's overtuigde een aantal andere universiteiten, zoals Columbia University in New York City, om om vijf voor twaalf alsnog van hun openingsplannen af te zien. Maar niet UA. Om haar geweten en de gemoederen van personeel en studenten te sussen, pakte de administratie uit met een scala aan voorzorgsmaatregelen: minder studenten per klaslokaal, mondmaskerplicht, COVID-tests en contact tracing apps. Zelfs de rioleringen van de dorms worden dagelijks uitgepluisd om mogelijke COVID-infecties op te sporen.

OVERHEIDSINMENGING

De beslissing van universiteitsbesturen om, ondanks alle wetenschappelijke en empirische bezwaren, alsnog hun deuren te openen, wordt niet alleen gevoed en verergerd door beslissingen van op hoger staats- en regeringsniveau, maar weerspiegelt ook het bestuur op dat niveau. Vooral in Republikeinse staten, zoals Arizona, North Carolina en Indiana, worden universiteiten vanuit de staatsoverheid onder druk gezet om hun deuren te openen. Zelfs president Trump moeide zich met de zaak. Op een persconferentie bekritiseerde hij universiteiten die besloten online te blijven en beweerde hij dat COVID niet erger was dan de griep voor jongeren. Naar gewoonte vermeldde hij geen bronnen voor deze uitspraken en ook het Witte Huis gaf geen verdere uitleg.

Daarnaast maakt Trumps vijandigheid tegenover andere naties, en de daarmee gepaard gaande inreisbeperkingen en visaperikelen, het veel moeilijker voor internationale studenten om in de VS te komen studeren. Als ze dat al willen. Door de lamentabele aanpak van de pandemie door de Amerikaanse overheid, liggen COVID-aantallen in de VS veel hoger dan in de meeste andere landen. Alleen een handvol landen in Zuid-Amerika, waaronder Brazilië, heeft momenteel meer COVID-patiënten per miljoen inwoners dan de VS. Gecombineerd met het risico dat universiteiten alsnog kunnen sluiten, zijn internationale studenten door dit gezondheidsrisico niet geneigd om naar de VS af te reizen. Als ze dat al kunnen. Hoewel universiteiten alles uit hun kast halen om internationale studenten alsnog te lokken, zal het aantal nieuwe internationale studenten aan Amerikaanse universiteiten deze herfst waarschijnlijk tot het laagste niveau sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog zakken.

Het verliezen van internationale studenten verergert de precaire financiële situatie waarin veel Amerikaanse universiteiten zich sowieso al bevinden en drijft hen tot beslissingen die niet gestaafd zijn door wetenschap, maar door kortetermijneconomie. In dat opzicht is de COVID-situatie aan de Amerikaanse universiteiten tekenend voor wat er zich op een breder vlak afspeelt in de VS.

POLITISERING VAN DE WETENSCHAP

Met de COVID-crisis treedt de maatschappelijke impact van de politisering van wetenschap in de VS op de voorgrond. Consistent met zijn jarenlange ontkenning en verguizing van wetenschappelijke feiten, noemde president Trump het coronavirus eerst een hoax, om vervolgens het dragen van mondmaskers te bespotten en zijn eigen COVID-feiten te verzinnen. Zo beweerde hij dat COVID niet besmettelijker en niet dodelijker is dan een doordeweekse griep, dat het virus als bij wonder vanzelf wel zou verdwijnen, dat de VS de laagste COVID-sterftecijfers heeft ter wereld, en dat kinderen er immuun voor zijn. En hoewel de pandemie volgens hem Fake News is, is het uiteraard toch allemaal de schuld van Obama en China.

De ontkenning van de COVID-wetenschap en de politisering van de pandemie hebben verregaande maatschappelijke gevolgen. Meer dan 183.000 Amerikanen zijn al aan COVID gestorven. De financiële kater van deze pandemie zal in een land zonder sociale zekerheid, gereglementeerde ziekteverzekering of ziekteverlof zonder twijfel lang aanslepen. Toch werd over de pandemie, haar gevolgen en haar aanpak op het Republikeins Nationaal Congres eind augustus geen woord gerept. Integendeel, het duizendtal gegadigden dat ter gelegenheid naar de tuin van het Witte Huis afzakte, kwam grotendeels zonder mondmasker.

Naast de pandemie, werd ook over die andere wetenschappelijke doorn in het republikeinse oog, klimaatverandering, in alle talen gezwegen op het Republikeins congres. Terwijl Californië in lichterlaaie stond nog voor het brandseizoen gestart was en orkaan Laura naar de Texaanse en Louisiaanse kust raasde, bevonden Trump en zijn discipelen zich in La La Land. Geen vuiltje aan de lucht. De manier waarop Republikeinen met COVID en haar wetenschap omgaan, is dan ook een acute weerspiegeling van hun kijk op klimaatverandering: negeren, ontkennen, ontkrachten, politiseren, polariseren.

Als klimaatwetenschapper in de VS ben ik deze strategie ondertussen gewend. Ik ben het gewend om mijn expertise en zelfs de wetenschappelijke discipline waar ik voor sta, te moeten verdedigen. In mijn boek Wat bomen ons vertellen (Lannoo, 2020) beschrijf ik hoe mijn UA-collega dendrochronoloog Malcolm Hughes decennialang door Republikeinse senatoren en congresleden achtervolgd en gedagvaard werd, hoe hem een eindeloze en steeds groeiende waslijst aan informatie-eisen voorgelegd werd, eisen over wetenschappelijke gegevens, over programmeercode, over financiële ondersteuning, ja, zelfs 20 jaar aan professioneel emailverkeer werd woord voor woord uitgepluisd. Waarom? Omdat hij het gewaagd had in 1999 wetenschappelijk aan te tonen dat het jaar 1998 globaal het warmste jaar was van de voorbije 1.000 jaar.

De werkelijkheid heeft ons intussen allang ingehaald. 1998 is allang niet meer het warmste jaar, we hebben sindsdien al tien nog warmere jaren meegemaakt. Maar dat schrikt de klimaatontkenners niet af om te blijven ontkennen, om te blijven tarten en treiteren in een poging om niet alleen ons wetenschappers, maar ook de wetenschap zelf de mond te snoeren. En dus worden net zoals 183.000 COVID-doden, ook hittegolven, orkanen en bosbranden genegeerd.

WETENSCHAP EN BELEID

Maar Trump gaat nog een paar stappen verder in deze strategie van wetenschapspolarisering. Californië bedreigt hij jaar na jaar, nu eens met een tweet, dan weer op een persconferentie, met een ultimatum: tenzij jullie naar me luisteren en jullie bos uitdunnen, geef ik jullie geen federaal geld voor bosbrandbestrijding. Trumps 'rake the forest' tactiek kan in sommige Californische bossen helpen bij brandpreventie, maar deze bedreigingsstrategie is in de eerste plaats een flagrante ontkenning van de belangrijkste factor in de bosbranden: de antropogene klimaatopwarming die warmere, drogere zomers met zich meebrengt en het brandseizoen maanden langer doet uitstrekken dan vroeger.

Terwijl de gevolgen van onze ononderbroken en immer groeiende koolstofdioxide-uitstoot alsmaar duidelijker worden, terwijl de toekomstvisioenen die klimaatwetenschappers dertig jaar geleden al schetsten, voor onze ogen realiteit worden, voegt Trump grimmig belediging toe aan de wonde van wetenschapsontkenning. Nu antropogene klimaatsverandering hier is, met alle hittegolven, droogtes, bosbranden, en stormen van dien, nu de vraag naar en nood aan moedige en vooruitstrevende klimaatbeleidsmaatregelen groter en dringender is dan ooit tevoren, nu grijpt Trump het moment om bestaande beleidsmaatregelen één na één weg te werpen en om te keren.

Met onder andere Andrew Wheeler, een voormalige steenkoollobbyist, aan het hoofd van de Environmental Protection Agency, en Rex Tillerson, de voormalige CEO van ExxonMobil, als staatssecretaris, gaat de Trump-administratie met rasse schreden te werk om alle maatregelen die zelfs maar vaag naar klimaat ruiken uit te wissen en om te keren. Die laatste, Rex Tillerson, is ondertussen alweer ontslagen en vervangen door Mike Pompeo. Andrew Wheelers eerste grote prestatie was om de brandstofefficiëntiestandaarden voor auto's terug te schroeven. Deze stap alleen kan tegen 2040 voor 2,2 biljard extra ton koolstofdioxide in de atmosfeer zorgen. Vervolgens trokken de Republikeinen in 2019 ook Obama's Clean Power Plan in, dat steenkoolcentrales verplichtte om hun koolstofdioxide-uitstoot drastisch te verlagen. In de plaats mogen individuele staten nu zelf uitstootstandaarden vastleggen en als ze besluiten geen standaarden te hebben, is dat volgens Wheelers Affordable Clean Energy Plan ook oké. De kers op de taart kwam in november 2019, toen Trump alle illusies van klimaatbewustzijn achterwege liet, en de VS terugtrok uit het klimaatakkoord van Parijs.

IT'S THE ECONOMY, STUPID

Het excuus dat wordt aangehaald om beleidsmaatregelen in te voeren die tegen de COVID- en klimaatwetenschap indruisen, is keer op keer hetzelfde: de economie. Online lesgeven is slecht voor de financiële situatie van de universiteit. Restaurants, bioscopen, sportzalen sluiten en vluchten schrappen, is slecht voor de Amerikaanse economie. En het behouden van jobs in de steenkoolmijnen en de fossiele brandstofindustrie was een belangrijk onderdeel van Trumps verkiezingsplatform in 2016.

Het is dan ook ironisch dat het juist de economie is die deze vrouwelijke, immigrante klimaatwetenschapster hoop geeft in tijden van Trump. Willens nillens is het einde van ons fossiele brandstoftijdperk in zicht. De prijsdaling van fossiele brandstoffen is in een stroomversnelling geraakt door een samenvallen van COVID met mislukte geopolitieke onderhandelingen tussen OPEC en Rusland. In de voorbije maanden hebben zowel Shell als BP waardedalingen van hun olie- en gasvermogens van meer dan 15 miljard euro elk aangekondigd. Een andere oliereus, ExxonMobil, is voor het eerst sinds 1928 uit de S&P500, een index gebaseerd op de 500 grootste beursgenoteerde bedrijven, gekegeld. Ook Storebrand, één van 's werelds grootste hedgefondsfirma's, heeft beslist om Exxon en Chevron aandelen achterwege te laten. Aan de andere kant van de aandelenmarkt beleven hernieuwbare energiebedrijven, zoals Tesla, dan weer gouden tijden, ondanks COVID.

Als het de economie is, of toch de kortetermijnvisie erop die ons voorgeschoteld wordt, die beleidsmakers ervan weerhoudt om de wetenschap te omarmen en als basis voor hun beleid te gebruiken, dan ben ik ervan overtuigd dat het ook de economie is die de ommezwaai zal inluiden. Voor ons fossiele brandstofverbruik en antropogene klimaatverandering althans. Eens fossiele energiebedrijven hun economische waarde, en daarmee hun politieke invloed, zien dalen en hernieuwbare energiebronnen niet alleen alsmaar schoner, maar ook alsmaar goedkoper worden, kan de nodige energietransitie snel gaan. Nu alleen nog hopen dat ook de nodige politieke transitie in de VS snel kan gaan. We zullen het in november weten. Insjallah.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 16 tot 20