Abonneer Log in

Hoe onrustwekkende verdwijningen tegengaan?

NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 36 tot 40

Uit cijfers van Missing Children Europe blijkt dat de helft van de niet-begeleide minderjarigen eens in Europa aangekomen, verdwijnt. Begin dit jaar waarschuwde de internationale politiedienst Europol dat in Europa zeker 10.000 minderjarige vluchtelingen spoorloos zijn. Het zijn onaanvaardbare cijfers. Te midden van de hoge instroom aan vluchtelingen verdwijnen steeds meer niet-begeleide minderjarigen letterlijk door de mazen van het net. In België loopt het gelukkig zo’n vaart niet. Toch merken we ook hier een duidelijke stijging van het aantal dossiers. Welke maatregelen zijn nodig om het stijgend aantal onrustwekkende verdwijningen tegen te gaan?

NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN

Op zoek naar kwalitatieve opvang
Karen Six
Hoe onrustwekkende verdwijningen tegengaan?
Heidi De Pauw
Alleen bouwen aan een toekomst in het secundair onderwijs
Christof Bex en Katrien De Graeve

NOOD AAN GOEDE BEGELEIDING

In 2015 werden in ons land 5.047 niet-begeleide minderjarigen geregistreerd. In 2014 waren dat er 1.732. Ongeveer 900 jongeren wachten op dit moment nog op hun voogd. Bovendien worden ze steeds jonger. Er is een duidelijke stijging van -12jarigen en vooral van kinderen uit de leeftijdscategorie 12 tot 14 jaar. Steeds vaker betreft het kinderen die in hun land of tijdens hun vlucht psychologische trauma’s of fysieke verwondingen hebben opgelopen. En dan hebben we het nog niet over kinderen met bijzondere kwetsbaarheden: slachtoffers van mensenhandel, van seksueel misbruik, enzovoort.

Niet-begeleide minderjarigen vormen een zeer kwetsbare groep binnen de vluchtelingen die bijzondere aandacht verdient. Zij zijn in de eerste plaats kinderen en hebben net als alle andere kinderen recht op zorg, begeleiding en onderwijs. Voor Child Focus is elke verdwijning van een kind onder de 13 jaar onrustwekkend. Of dat nu uit een rijke Belgische buurt of uit een opvangcentrum is, dat maakt geen verschil.

Zowel uit zaken die ons gemeld worden als uit signalen van andere organisaties kunnen we opmaken dat er dringend nood is aan een betere begeleiding van deze kinderen vanaf het moment dat ze ons land binnenkomen en zich registreren, tot de opvang en erna. Het belang van het kind moet hier zonder meer voorop staan. Veel kinderen zijn alleen gevlucht, werden tijdens de vlucht gescheiden van hun familie of verloren hun gezin uit het oog. Ouders sturen de jongsten voorop of worden bewust gescheiden van hun kinderen. Die wachten weken of maanden op nieuws van hun ouders die ergens in de Europese Unie rondzwerven of voor de Turkse kust wachten om de oversteek te wagen.

Eenmaal aangekomen stopt de calvarietocht voor deze kinderen niet. Ze worden gedropt bij de registratie van Dienst Vreemdelingenzaken. Velen zijn moederziel alleen, sommigen zijn gewond. Vrijwilligers en hulporganisaties doen hun best om ze op te vangen. Maar die goede wil volstaat niet.

WIE DOET AANGIFTE?

De nood aan een goede opvang is groot, net om het gevaar voor verdwijnen tot een minimum te beperken. Want ook deze cijfers zijn hallucinant. Uit cijfers van Missing Children Europe blijkt dat de helft van de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen eens in Europa aangekomen, verdwijnt. In een artikel in de Britse krant The Observer waarschuwde de internationale politiedienst Europol dat in Europa zeker 10.000 minderjarige vluchtelingen spoorloos zijn.

Gelukkig loopt het in eigen land zo’n vaart niet. Er zijn maatregelen genomen om de niet-begeleide minderjarigen beter op te volgen. Zo zijn er voogden die als vertrouwenspersoon van de meest kwetsbaren optreden. Ook de organisatie van kleinschaligere opvang is een stap in de goede richting geweest. Het zorgt voor een persoonlijke aanpak, waardoor kinderen en jongeren beter opgevolgd worden. Toch blijft het gevaar groot. We spreken over enorme aantallen: als slechts 10% van de 5.047 niet-begeleide minderjarigen die in 2015 geregistreerd werden, zou verdwijnen, dan spreken we nog over meer dan 500 kinderen.

Child Focus merkt een duidelijke stijging van het aantal dossiers. In het hele jaar 2015 behandelden we ‘slechts’ een 60-tal dossiers, waarvan 31 nieuwe dossiers. Sinds januari 2016 werden al reeds 78 dossiers van vermiste niet-begeleide minderjarigen behandeld bij Child Focus: daarvan werden 61 dossiers nog niet opgelost; 28 van die 78 dossiers zijn nieuwe dossiers. Een stijging dus, hoewel het jaar nog maar vijf maanden ver is. En de realiteit is allicht nog veel schrijnender. Wanneer een kind geen voogd of een andere begeleider heeft en verdwijnt, is de kans bijzonder klein dat iemand aangifte doet.

INZETTEN OP PREVENTIE

Wanneer Child Focus over een verdwijning wordt gecontacteerd, begint vaak een andere calvarietocht. Er is steevast weinig tot geen informatie beschikbaar over de verdwenen kinderen. Recent kregen we bericht van twee jonge niet-begeleide minderjarigen die verdwenen waren. Men kon ons zelfs geen naam of foto doorgeven. Zo wordt de zoektocht haast een mission impossible. Bovendien merken we dat de reactie van politiediensten eerder onverschillig is. Zelfs als het gaat om zeer jonge kinderen. Het lijkt erop alsof de criteria van ‘onrustwekkendheid’ opeens minder gelden bij niet-begeleide minderjarigen.

En dat terwijl er net meteen een rood licht zou moeten gaan knipperen. Het gaat om kinderen die een groot risico lopen om als slachtoffer terecht te komen in kringen waar geweld of uitbuiting heersen of die een groot gevaar lopen in hun doortocht naar hun eindbestemming. Het sluiten van de grenzen en het verstrengen van de nationale (gezinshereniging) en internationale regelgeving geeft smokkelaars en malafide figuren vrij spel. Met geld als enig leitmotiv. Vaak brengen zij de kinderen op vraag van de familie naar het buitenland. Maar ook in België gebeurt het zeker ook dat niet-begeleide minderjarigen in de gedwongen prostitutie of als huispersoneel bij mensenhandelaars terechtkomen.

Mensensmokkelaars geven niet om mensen, ook niet om kinderen. De kans dat er vroeg of laat iets grondig fout loopt, is reëel. Child Focus weigert om te wachten op een drama om de zaken grondig aan te pakken. Inzetten op preventie is meer dan ooit een noodzaak.

KWALITEIT OPVANG GARANDEREN

Om te voorkomen dat niet-begeleide minderjarigen verdwijnen, en eventueel slachtoffer worden van diverse vormen van uitbuiting, is een kwaliteitsvolle opvang en begeleiding noodzakelijk. Tot voor kort deed België het goed op vlak van begeleiding en opvang van niet-begeleide minderjarigen. Maar de hoge instroom aan kinderen en jongeren, én hun bijzondere kwetsbaarheid en de problematieken die ze met zich meedragen, zetten de kwaliteit van de opvang onder druk.

De regering-Michel heeft steeds onderlijnd dat ze de meest kwetsbaren wil beschermen en dat ons land haar voortrekkersrol in Europa wil blijven opnemen in het kader van de opvang en de bescherming van niet-begeleide minderjarigen. Ook wanneer de grote toestroom van vluchtelingen in ons land de bestaande structuren en beschermingsmaatregelen onder druk zet, moet de veiligheid van de meest kwetsbaren worden gegarandeerd. België heeft het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind geratificeerd. Het is het aan zichzelf verplicht om zich daaraan te houden. Dit geldt zowel voor de federale overheid, die bevoegd is voor asiel en migratie, als voor de regionale overheden, die bevoegd zijn voor migranten die geen asiel aangevraagd hebben.

Collectieve opvangstructuren zijn bovendien helemaal niet aangepast aan jonge kinderen of kinderen die met een psychiatrische problematiek kampen. Child Focus juicht de alternatieve initiatieven zoals pleegzorg en opvang in een familiale context toe, maar vraagt een gedegen vorming, begeleiding en omkadering van deze gezinnen. Nu meer dan ooit.

Child Focus vraagt verder dat de kwaliteit van de opvang blijvend wordt gegarandeerd, dat er specifieke aandacht én middelen komen om de psychische en psychiatrische problemen efficiënt aan te pakken. We denken daarbij aan (etno)psychiaters, tolken op de werkvloer, enzovoort.

Het blijft natuurlijk een feit dat deze kinderen alleen zijn. Ze hebben nood aan iemand die de verantwoordelijkheid voor hen opneemt, een volwassene die ze kunnen vertrouwen en die hen zal beschermen. Vandaar het belang van het meteen toewijzen van een ervaren en liefst professionele voogd aan de meest kwetsbaren.

We hebben op dit vlak goede mensen nodig. Om die te vinden is een goede screening belangrijk. Child Focus pleit voor een structurele en professionele begeleiding. We mogen de begeleiding van minderjarigen niet enkel aan goedbedoelende vrijwilligers overlaten.

GROTE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR EERSTELIJNSHULP

Ook een goede vorming in sensibilisering van de medewerkers in zorg- en opvanginstanties en organisaties is essentieel. Medewerkers van de eerstelijnsopvang zijn goed geplaatst om bepaalde verontrustende signalen op te pikken die kunnen wijzen op een geplande verdwijning of een contact met een mensensmokkelaar. Dat kunnen zaken zijn die de jongere vertelt, observaties, documenten, personen die van buitenaf contact trachten te nemen, enzovoort. Alertheid is nodig en kan leiden tot ingrijpen vóór een jongere verdwijnt. Laat ons onze voelsprieten gebruiken en de kinderrechten blijven beschermen. Laat ons diezelfde natuurlijke waakzaamheid aan de dag leggen als we bij onze eigen kinderen doen. Ook de overheid heeft hier een verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld door hulpverleners praktische richtlijnen te bieden om verdwijningen te voorkomen.

We zijn trouwens bezorgd om de mensen die voor deze kinderen en jongeren zorgen. Het gaat vaak om zware problematieken waarmee ze moeten omgaan, wat bij hen voor stress zorgt en hun welzijn in gevaar kan brengen. Fedasil en de andere opvangstructuren hebben door de uitbreiding van de opvangplaatsen heel wat nieuwe medewerkers die soms zonder al te veel opleiding en voorbereiding op het terrein werden gegooid. Opvoeders in de centra hebben het moeilijk omwille van het aantal kinderen en jongeren die ze begeleiden, en de steeds jongere leeftijd ervan. Wij vragen dan ook dat de opvangmedewerkers voldoende psychologisch ondersteund worden om hun job naar behoren te kunnen uitvoeren.

VLOTTE INFORMATIEDOORSTROMING CRUCIAAL

Wanneer er toch een kind of jongere verdwijnt, vragen we om meer samenwerking. Meer samenwerking tussen de verschillende overheden. Meer samenwerking tussen de verschillende organisaties en opvanginstanties. En ook meer samenwerking met organisaties als Child Focus en partners in het buitenland.

Een goed geoliede informatiedoorstroming naar alle bevoegde diensten is essentieel bij een verdwijning. Wanneer elke aanwijzing van verdwijning van een niet-begeleide minderjarige vluchteling (of van de ouders) doorgegeven wordt aan Child Focus, kunnen wij via 116 000, het EU-netwerk van noodlijnen voor vermiste kinderen, een coördinerende rol spelen. Zo kunnen we werk maken van een hereniging of op zijn minst nieuws geven aan ongeruste kinderen en ouders.

Wanneer een 17-jarige wegloopt uit het Observatie- en Oriëntatiecentrum (OOC) van Steenokkerzeel om zijn familie in het Verenigd Koninkrijk te vervoegen, kan 116 000 een rol spelen. We kunnen informatie inwinnen via dit Europees netwerk. Komen we te weten dat die jongen in Engeland asiel heeft aangevraagd, dan is hij in veiligheid en is het dossier voor ons afgesloten.

Een belangrijke voorwaarde voor een goede informatiedoorstroming is natuurlijk een goede registratie en omschrijving van élke niet-begeleide minderjarige. De instantie die instaat voor de intake van de niet-begeleide minderjarige moet alle beschikbare informatie én een foto verzamelen. Hierbij moet bijzondere aandacht zijn voor de omstandigheden waarin kind wordt aangetroffen. Wie was erbij? Hoe is het tot hier geraakt? Zijn er ouders of familie elders in Europa? Het helpt om de situatie van het kind of de jongere beter te kunnen inschatten. Met niet meer dan een naam en een leeftijd in de hand is het voor politie en parket onmogelijk om hen op te sporen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we daar soms op een muur van onverschilligheid en moedeloosheid botsen.

We beseffen natuurlijk wel dat het een utopie is te denken dat we meteen over sterk gedetailleerde databases zullen beschikken. Soms zullen we de nodige creativiteit aan de dag moeten leggen. Zo hebben we eerder discrete vignetten uitgedeeld in de jungle van Calais om een verdwenen niet-begeleide minderjarige vluchteling op te sporen. Uitzonderlijke omstandigheden vragen uitzonderlijke maatregelen.

Het is nu dat we een tandje moeten bijsteken. In het belang van deze zeer kwetsbare kinderen, die één voor één al heel wat hebben meegemaakt. Hen nu aan hun lot overlaten, betekent het risico op nog zwaardere beproevingen. Dat willen we als maatschappij toch niet op ons geweten hebben?

Heidi De Pauw
Algemeen directeur Child Focus

niet-begeleide minderjarigen - bescherming - verdwijningen

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 36 tot 40