Abonneer Log in

Enlightenment Now

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 8 (oktober), pagina 75 tot 77

Enlightenment Now

Steven Pinker
Viking Books, New York, 2018

Aan slecht nieuws en pessimistische berichten is al enkele decennia geen gebrek. Of het nu gaat over de staat van het milieu, de sociaaleconomische ongelijkheid of de schijnbaar uitzichtloze situatie waarin het Afrikaanse continent zich bevindt… het is met een vergrootglas zoeken naar redenen om uit te kijken naar de toekomst.

Is iedereen pessimistisch? Neen. Er is sinds enkele jaren sprake van een groeiende denkschool 'nieuwe optimisten' die hier expliciet tegen ingaat. In het spoor van de (overleden) epidemioloog Hans Rosling stellen deze auteurs dat het goed gaat met de wereld, en dat deze trend zich ook in de toekomst zal doorzetten. Het gaat over Michael Shermer, met The Moral Arc, of het werk van de The Economist-journalist Matt Ridley, The Rational Optimist. Ook de omstreden historicus Johan Norberg valt binnen deze traditie te plaatsen met zijn recente publicatie Progress. Ten Reasons to Look Forward to the Future. En dit jaar bracht Steven Pinker het werk Enlightenment Now uit, met als ondertitel The Case for Reason, Science, Humanism and Progress.

Het boek kan gerust een spin-off genoemd worden van het werk waarmee hij bij het grote publiek doorbrak, het indrukwekkende The Better Angels of Our Nature (2011) dat zich specifiek richtte op de afnemende menselijke gewelddadigheid. Enlightenment Now breit hier een vervolg aan door deze trend ook te ontwaren op tal van andere vlakken van menselijke ontwikkeling, zoals levensduur, welzijn, welvaart, milieu, mensenrechten en democratie.

Op een aantal vlakken doet de auteur dat overtuigend, zeker als het gaat over de primaire bedreigingen zoals ziekte, voedselveiligheid en de kans op gewelddadige overlijdens. Dat geldt ook voor de omschrijvingen van het algemeen rijkdoms- en welvaartsniveau. Pinker erkent ook expliciet de noodzakelijke rol van de politiek actieve (progressieve) mens als actor in de verbeterende levensomstandigheden, in de geest van de waarden van de Verlichting. Deze mens handelt ook niet louter individueel, want ook de strijd van vakbonden, milieu- en burgerrechtenbewegingen crediteert hij expliciet als drijvende krachten in deze vooruitgang.

Op bepaalde vlakken, zoals bijvoorbeeld de stagnerende gelukniveaus geeft Pinker ook toe dat de vooruitgang zich niet overal doorzet. Ondanks al deze aanwezige nuance blijft het boek wel duidelijk op zoek naar munitie voor een allesomvattende, positieve conclusie. En daarbij vliegt de auteur soms uit de bocht.

Zo benadert het werk de meeste thema's vanuit algemene, relatieve tendensen, maar is het redelijk blind voor ongelijkheden die binnen deze trends kunnen bestaan. Denk aan ongelijkheden inzake voedselzekerheid of gezondheidsniveaus. In tegenstelling tot de andere 'nieuwe optimisten', die hun analyse met een portie ideologische, neoliberale saus overgieten, gaat Pinker tenminste wél in op het thema van de sociaaleconomische ongelijkheid. Dat doet hij echter vooral om het thema te de-problematiseren: hij stelt niet zozeer de ongelijkheid op zich in vraag, maar wel of dat zo'n probleem is. De redenering is min of meer de volgende: door de steeds toenemende algemene welvaart, economische groei en technologische ontwikkeling, stijgt ook de welvaart van de armste klassen, zodanig dat ook hun levenspeil blijft stijgen. Ze krijgen een kleiner stuk van de taart, maar nog steeds wel meer taart dan voorheen. Ook op andere manieren wordt de urgentie van de inkomens- en vermogensongelijkheid geminimaliseerd.

Dit gaat echter voorbij aan de vaststelling van heel wat onderzoek dat ongelijkheid, een meer bepaald ongelijkheid binnen een bepaalde samenleving, nefaste gevolgen heeft op tal van vlakken voor die samenleving. Deze stellingen, die vooral, maar niet uitsluitend, door sociologen Richard Wilkinson en Kate Pickett werden gepopulariseerd in hun werk The Spirit Level (2009) en The Inner Level (2018) worden in zijn werk gemakkelijk als pseudowetenschap opzij geschoven. Over de wenselijkheid van de onvoorstelbare concentratie van rijkdom bij de allerrijksten van de samenleving zwijgt dit boek, waarmee een man als Bill Gates opzichtig te koop loopt, overigens in alle talen. Het lijkt de meest fundamentele zwakte te zijn in dit werk.

Het benaderen van maatschappelijke problemen als trends maakt ook blind voor absolute cijfers: nog altijd 800 miljoen mensen lijden honger, ondanks de positieve relatieve aantallen – die overigens ook de afgelopen jaren weer de slechte kant op gaan. Honger is ook meer dan puur hongersnood. Het gaat ook om voedselzekerheid, een thema dat Pinker onderbelicht laat. Ook op andere vlakken kiest Pinker de cijfers die zijn trends ondersteunen zorgvuldig, zoals bij armoede, waarbij hij vooral de 'extreme' armoedegrens van 1,9 dollar per dag hanteert, zonder veel oog te hebben voor andere manieren waarop extreme armoede kan worden gedefinieerd. Het is makkelijk een dergelijk holistisch werk het verwijt te maken van cherry picking (een verwijt dat hij zelf overigens Wilkinson en Pickett aansmeert)¸ maar hier en daar lijkt dat toch te zijn gebeurd.

Het werk is ook ondubbelzinnig techno-optimistisch van aard. Dat leidt er ook toe dat wat betreft de opwarming van de aarde (en de gevolgen ervan) een beeld geschetst wordt van een probleem waarmee het allemaal nog wel in orde zal komen, mits ernstige maatschappelijke mobilisatie. Zonder de fundamentele feitelijkheid van de door de mens veroorzaakte opwarming in vraag te stellen – die erkent hij expliciet – wijst de auteur op de menselijke overwinningen op ecologische bedreigingen in het verleden. Het is een voluntarisme dat hij ook doortrekt in zijn analyse over andere ecologische uitdagingen.

Tot slot is het werk ook merkwaardig positief over de populistische en autocratische golf die wereldwijd de kop opsteekt. Dat doet hij onder meer door te wijzen op de ondanks alles blijvend toenemende relatieve vrijheid en verdraagzaamheid, ook binnen niet-democratieën. Pinker stelt tevens dat dit populisme een achterhoedegevecht is van een electoraal vergrijzend segment van de samenleving.

Enlightenment Now is een werk dat duidelijk toewerkt naar een allesomvattende conclusie. Het bewandelt hiervoor tal van verschillende pistes. Het is dan ook onvermijdelijk dat delen van dit werk kunnen blootstaan aan methodologische en inhoudelijke kritiek. Maar het feit dat deze kritiek op zich al mogelijk is, toont aan dat de man zijn argumenten openlijk op tafel legt.

Deze vooruitgang is bij Pinker bovendien overduidelijk een mensenwerk. Dat betekent dat hij wel degelijk erkent dat deze vooruitgang er niet vanzelf gekomen is, maar enkel kon plaatsvinden doordat de mens – en zelfs de mensheid – binnen een bepaald gedachtensysteem deze lotsverbetering heeft nagestreefd, opgebouwd en zo nodig (collectief) politiek heeft afgedwongen.

In tijden waarin elke politieke beweging de Verlichting meent te kunnen claimen, is het ook verfrissend dat Pinker precies de kernwaarden van dat gedachtengoed als motoren ziet voor een steeds toenemende vooruitgang. Hij zuivert deze begrippen ook uit: zoals de ondertitel aangeeft ziet hij de rede, de wetenschap en het humanisme als drijvende krachten van het door hem vastgestelde succes van de mensheid. Hij plaatst dit ook expliciet tegenover nationalisme dat hij als een anti-verlichtingsideologie beschouwt. Zijn conclusie leest dan ook vooral als een oproep om deze waarden volop te blijven verdedigen.

Het boek past in een traditie van 'nieuwe optimisten' of 'possibilisten', waar zeker kritiek op te leveren valt. Maar binnen dit canon is het een genuanceerder werk dat opvalt door de verklaringen die het biedt voor de, door deze auteur vastgestelde, steeds voortschrijdende vooruitgang. Zelfs voor de meest kritische lezer kan het werk alvast een welkome herinnering bieden aan de grote uitdagingen die de mensheid in het verleden al heeft kunnen overwinnen. Overwinningen waar de politieke linkerzijde mee verantwoordelijk voor is. In die zin kan dit werk gelezen worden als een oproep, ook aan de linkerzijde, dat het niet verkeerd is om te dromen van grote maatschappelijke verbeteringen. Een boek als dat van Pinker herinnert er namelijk aan dat de mensheid daar perfect toe in staat is.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 8 (oktober), pagina 75 tot 77