Log in

Lastenboek tegen het kaviaarsocialisme

redactioneel

Het is er dan toch van gekomen. Op 27 en 28 januari werd de nieuwe beginselverklaring goedgekeurd. Dat heeft veel tijd gekost. Niet omdat er binnen de partij zo’n uitbundig debat over is geweest. Integendeel, het bleef behoorlijk stil over deze beginselen. Hoewel de afgelasting van het PRO-congres en de lancering van het beginsel-drieluik al lang achter ons ligt, zijn de teksten relatief snel door de partij gegaan. Hebben de kameraden nu eenmaal veel vertrouwen in hun partijtop, of hebben ze eerder ondervonden dat het papier geduldig is? De voorbije jaren zijn er langs het toekomstcongres, het grote onderhoud of onder Stevaert al heel wat opfrissingen van het gedachtegoed gepasseerd. Er is geen partij te lande die zoveel energie in haar ideeën en beginselen investeert. Voor een beleidspartij zoals sp.a is dat geen evidentie, maar wel noodzakelijk.

Of zou de relatieve rust over deze belangrijke operatie erop wijzen dat de teksten eerder vaag en vrijblijvend zijn? Dat laatste klopt alvast niet. Uiteraard zijn niet alle passages even interessant of ambitieus, is de centrale verhaallijn niet overal even duidelijk of zijn de principes niet altijd even concreet. Dat laatste hoeft ook niet altijd, het gaat om beginselen voor het komende decennium. De vraag is of wie de teksten doorleest nadien een goed idee heeft van de centrale beginselen van waaruit de sp.a aan politiek doet. Het antwoord is positief, de missie is dus t.a.v. de eigen doelstelling geslaagd.
Dat levert geen meeslepend of prikkelend verhaal op dat je met moeite voor de laatste bladzijde kan dichtklappen. Maar wel, in regel, goed en degelijk gerief dat vaak duidelijke principes aangeeft, al konden ze her en der toch wel scherper gesteld worden. Beginselen mogen verontwaardiging uitademen, aan zelfkritiek doen, de lat hoog leggen, heel hoog. Dat er in de praktijk van het compromissenwerk vaak onder gegaan wordt, zal iedereen (die weet hoe politiek werkt) begrijpen.
De beginselverklaring, maar nog meer de dagdagelijkse praktijk en stellingname in concrete discussies, moet heel precies aangeven wat nu eigenlijk het lastenboek van de sp.a is. Want een partij die zijn deuren opengooit, op projectlijsten of via andere allianties, moet heel precies omschrijven wat de eigen normen, voorschriften, opdrachten en taken zijn. De progressieve, tolerante, positieve, sociale of whatever mensen die in de open samenwerking van de sp.a stappen, weten zodoende waaraan zich te houden. Want de sp.a moet vermijden zichzelf tot een soort warenhuis van de politiek te reduceren. Zoals elke warenhuisketen hebben ze een eigen politiek, profiel en uitstraling maar binnenin vind je allerlei standjes en producten met soms heel uiteenlopende smaken. Samenwerking, die leidt tot meer strategische slagkracht, mag niet ten koste gaan van ideologische helderheid en rechtlijnigheid.

De meeste aandacht op het voorbije congres kreeg de mededeling dat de sp.a op haar lijsten plaats maakt voor arbeiders. Blijkbaar vond ook de opvolger van de Belgische Werklieden Partij dat meldenswaardig. Het zegt alvast meer dan 100 pagina’s beginselen. Toch is er niets nieuws onder de zon. Ook in het verre en nabije verleden werden heel wat syndicalisten op sp(.a)-lijsten opgenomen en soms verkozen. Zeker bij lokale verkiezingen. Ook de arbeiders waar de partij nu aan denkt, zijn meer dan dat. Het zijn vakbondsafgevaardigden, met voor de politiek geschikte talenten, ervaring en netwerken. En ze kunnen in het licht van de nakende discussies en fundamentele maatschappijkeuzen ongetwijfeld een interessante aanwinst vormen. Ook de sp.a-fracties kunnen enige kritische doorlichting en verversing verdragen. Her en der zitten verkozenen waarvan niet weinigen zich afvragen wat ze in godsnaam in die assemblee doen.
De impact van deze symbolische daad kan makkelijk overschat worden. Daarmee is niet gezegd dat het alleen maar tactiek en marketing is, zoals tegenstrevers graag concludeerden. Dat zou, zeker naar sp.a-normen, te doorzichtig zijn. Maar deze symbolische mededeling is maar wat ze is. Het parlement hoeft geen perfecte afspiegeling te zijn van de samenleving om legitiem te zijn. Die afspiegeling is er nog nooit geweest, en zal er ook nooit komen. Ook zonder arbeiders, waarvan we voor alle duidelijkheid hopen dat ze inderdaad in de sp.a-fractie terecht komen, moet de partij de kaart van die groep trekken. Die houding mag niet vallen of staan met enkele arbeiders op de fractiezetels.
Cruciaal is dat de sp.a met dit amendement van sp.a-rood het beeld corrigeert als zou ze enkel de partij zijn van de bobo’s, van de welverdienende, goed opgeleide, stedelijke arty farty loftbewoners met de portefeuille rechts en het hart links, de partij van het sociaal voelende exotisch kaviaarsocialisme van verafgelegen en exclusieve resorts. De partij is er ook voor de mensen die vroeger in de arbeiderscités, die nu verbouwd worden, leefden. De sp.a is vooral de partij van de gewone man. Meer nog, de sp.a zal er voor de kleine man zijn of niet zijn. Dat is haar historische missie, haar ultieme betrachting.
Uiteraard mag de aandacht voor de classe gardée niet leiden tot vervreemding van de electoraal cruciale en druk gesolliciteerde middenklasse. Dat is electorale zelfmoord. Dus moet ook de sp.a, zoals alle moderne sociaaldemocratische partijen in sterk gewijzigde samenlevingen, de belangen van de grootste groep kiezers steeds in de gaten houden en bijv. via open samenwerkingsverbanden die groepen meenemen. Maar dat mag niet ondergeschikt worden aan de primaire doelstellingen. De belangen van de middenklasse behartigen, maakt de partij sterker, maar dat is dan vooral een nuttig middel om het doel van de gelijke kansen, en dus van de herverdeling, te organiseren. Daarom staat de sp.a onophoudelijk voor cruciale afwegingen.
Vandaar dat de belofte om armoede - en ook de nieuwe vormen ervan - weer heel centraal te stellen, zoveel relevanter is dan de mededeling dat de sp.a basissyndicalisten op de lijsten zal zetten. De armoede stijgt verraderlijk en neemt geniepige vormen aan. Ze is onaanvaardbaar en grotesk in ons welvarend Vlaanderen, waar de kloof tussen rijk en arm fors groeit. Samen met eerlijke fiscaliteit en het milieu is armoede dan ook een cruciaal ‘nieuw’ strijdveld.
Deze mooie stap heeft de sp.a de afgelopen maanden gezet onder voorzitter Johan Vande Lanotte. Hoewel hij verder bouwt op eerdere keuzes, is deze voorzitter daarmee al meer dan een loutere overgangsfiguur. Zelfs al is zijn passage op de Grasmarkt eerder kort van duur. Vande Lanotte is niet gemaakt voor het partijvoorzitterschap, hij is genetisch voorbestemd voor regeringsfuncties. Met deze krachtlijnen kan zijn opvolger (m/v) alvast de komende jaren verder werken aan de uitbouw van een open en progressieve partij die haar roots respecteert.
Als Vande Lanotte naar de regering kan, dan heeft zijn opvolger met de beginselverklaring alvast grote uitdagingen op zak.
Het zou dan ook mooi zijn, mocht de volgende voorzitter ons niet te veel aan een overgewaaide manager doen denken.

Carl Devos
Hoofdredacteur

edito - beginselverklaring - sp.a - socialisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 2 (februari), pagina 1 tot 2