Log in

De oppositie als doel

De verkiezingscampagne is gestart en wat de sp.a betreft uit zich dat in een grote tournee door Vlaanderen van de vier grote kopstukken, Janssens, Vandenbroucke, Vande Lanotte en Stevaert. Zij reizen het land af en lanceren elk een baanbrekend nieuw voorstel dat zogezegd voortvloeit uit het Groot Onderhoud. Dit Groot Onderhoud was het tweede luik van een (zoveelste) vernieuwingsoperatie, waarvan het eerste luik bestond uit de aanstelling van Patrick Janssens tot voorzitter van de partij en de herbenoeming van de partij tot sp.a. Die nieuwe naam is ambigu: enerzijds staat de afkorting voor Socialistische Partij - Anders, anderzijds staat ze voor de vagere passe-partout omschrijving sociaal, progressief alternatief. Ze is ook geen rode partij meer, maar een rood-groene partij. Het is een partij die al langer dan vandaag te allen prijze komaf lijkt te willen maken met haar stamboom.
Er stellen zich nu talloze problemen voor overtuigde socialisten in hun verhouding tot de sp.a. Concreet is de vraag of de sp.a nog de natuurlijke thuishaven is voor mensen die een socialistische overtuiging toegedaan zijn, niet eenvoudig te beantwoorden. Als dit antwoord één richting uitgaat dan is het wel ‘nee’ eerder dan ‘ja’, en hierover moeten binnenkort duidelijke keuzen gemaakt worden in het kieshokje. Men mag niet vergeten dat heel wat mensen voor de SP stemden ter wille van het socialisme, niet ter wille van de partij. Als die partij te sterk wegdrijft van wat die mensen onder socialisme verstaan valt de reden om ze te steunen meteen ook weg. Dit is iets wat men nogal vaak lijkt te vergeten: dat er nog socialisten bestaan en dat zij zich steeds meer politiek dakloos voelen. Het kan dus best zijn dat heel wat overtuigde socialisten niet voor de sp.a stemmen, het kan zelfs heel goed zijn dat veel socialisten van mening zijn dat de sp.a een oppositiekuur moet nastreven, en hier zijn goede redenen voor. De voornaamste reden is deze. Ik hoor in de partij voortdurend het deuntje dat ‘onze ministers het goed doen’ en dat de voor de hand liggende ambitie erin bestaat de verkiezingen te winnen en in de volgende regering(en) plaats te nemen voor een voortzetting van dit beleid. Het is moeilijk iets anders te zeggen in de aanloop naar verkiezingen natuurlijk. Maar de partij zit nu al drie legislaturen aan de macht, en ze is duidelijk versleten als regeringspartij. De top van de partij is gepokt en gemazeld door meer dan een decennium onderhandelen en puntjes sprokkelen in de regering. Dit heeft twee ernstige neveneffecten.
Ten eerste, deze partij is door dit lange regeren niet langer meer bezig met een socialistische strategie. Fundamentele debatten, kritiek of langetermijnvisies worden er niet meer in ontwikkeld, want de hoofdopdracht van de partij bestaat erin dagjespolitiek te beheersen. In die dagjespolitiek is socialisme komen te staan voor die collectie kleine overwinningen die men dan laat gaan onder de noemer ‘onze ministers doen het goed’. Het gaat om socialistische (of ‘sociaaldemocratische’ of ‘progressieve’ of ‘rood-groene’) ‘accenten’ of ‘reflexen’ zoals dat heet. Het probleem hierbij is dat men duidelijk beleidsmens is geworden, geen politicus. En men doet ons geloven dat een socialistisch beleid - product van duizend compromissen en concrete kleine oplossingen - gelijk staat met het socialisme, dat maatregelen gelijk staan aan ideologie en dat marketingtruukjes gelijk staan aan visieontwikkeling.
Wie het ledenblaadje Doèn leest van oktober 2002, een editie geheel gewijd aan het Groot Onderhoud, zal merken waar het om gaat. In dat nummer worden Groot Onderhoud-teksten gepresenteerd die op het congres van november 2002 zullen worden besproken. We krijgen een selectie van themata die zich zonder twijfel zullen lenen tot retorisch spektakel, maar waarbij thema’s zoals duurzame ontwikkeling opvallend afwezig zijn. De officiële reden: men (wiè?) heeft die themata gekozen die ‘het meest discussie zullen uitlokken’. Maar wie de reacties op de website van het Groot Onderhoud nakijkt merkt dat de geselecteerde thema’s lang niet die zijn die het meest reacties hebben uitgelokt, en dat de weerhouden thema’s niet noodzakelijk dié zijn die het drukst besproken werden op de website. De ware reden is dus niet de intensiteit van de discussie over die thema’s onder de achterban, maar de mogelijkheid om aan elk van die thema’s het gezicht van een boegbeeld te koppelen, en dit boegbeeld toe te laten zich hierrond te profileren. De thema’s van het congres zijn met andere woorden niet de thema’s die het meest stof voor debat opleveren, maar de thema’s die de media zullen halen. So much voor dat rondje democratische inspraak die het Groot Onderhoud zou moeten geweest zijn. De Vlaamse socialisten gaan in november niet congresseren over duurzame ontwikkeling, niet omdat het geen socialistisch thema zou zijn, niet omdat het geen belang heeft, en niet omdat het geen stof tot debat is onder de achterban (het is het meer dan ooit), maar wel omdat het het avondjournaal niet haalt. De mogelijkheid tot mediatisering bepaalt de socialistische congresagenda. Ik, ongetwijfeld samen met vele anderen, weiger dit te aanvaarden. De visie is weg, en daarmee de hoofdreden waarom ik en anderen voor de partij stemmen zouden. De visie die ervoor in de plaats is gekomen is: een handjevol sterke individuen profileren, er vedetten van maken en de verzameling van standpunten en opvattingen van die mensen dan te slijten als het hedendaagse socialisme aangepast aan de 21ste eeuw.
De tweede zaak is zo mogelijk nog ernstiger. Door de vele jaren regeringsdeelname is de sp.a aan topsnelheid haar jong talent aan het verbrodden. Jonge, bekwame en ambitieuze mensen worden verkozen, maar moeten van zodra ze het halfrond betreden vier jaar gedwee meestemmen met de meerderheid. Ze mogen vooral geen kritiek leveren op het beleid, want ‘onze ministers doen het goed’. Ze leren dan ook hun parlementaire stiel niet op de banken van het parlement, ze leren er partijtucht. Men mag niet vergeten dat de partij in haar huidige vorm ontwikkeld is op de oppositiebanken. Tobback, Vanden Bossche, Van Miert, De Batselier: ze zijn allemaal begonnen en doorgebroken als oppositieleiders die messcherp in het verzet gingen tegen het beleid, daardoor bikkelhard leerden debatteren en daardoor utopisch, principieel en strategisch leerden denken, niet in termen van haalbaarheid of opportuniteit. Ze hebben er niet leren zwijgen, ze hebben er leren spreken. De generatie die daarop volgde heeft die oppositiekuur niet meegemaakt, en die van nu evenmin. De jonge parlementsleden kunnen zich dan ook niet inhoudelijk en technisch ontwikkelen, en ze kunnen bovenal geen socialistische identiteit ontwikkelen en uitdragen. Ze dragen de identiteit van de regering uit, en ze moeten met even veel vuur Verhofstadt verdedigen als ze Vande Lanotte verdedigen. Het was de SP van de oppositie die een grote begeestering en overtuigingskracht uitstraalde, niet de huidige sp.a die drijft op het dunne, dure en kwetsbare charisma van de vier coryfeeën, die elk misschien een degelijk palmares kunnen voorleggen als beheerder van de staat, maar niet als socialistisch politicus. Het voortbestaan van de partij zal in grote mate afhangen van de kwaliteit van haar politiek personeel. Dat is een vanzelfsprekendheid. Maar minder vanzelfsprekend is hoe je die kwaliteit kan verzekeren, en hoe je ervoor zorgt dat getalenteerde backbenchers zich ontwikkelen tot deskundige en sterke politici. Vier jaar zwijgen, binnenskamers mopperen en zich publiek moeten verdedigen tegen kritiek op standpunten die de hunne niet zijn: dat is geen leerschool. Als de sp.a nog een volgende generatie getalenteerde politici in het veld wil brengen, zal ze die nu op de banken van de oppositie moeten beginnen opleiden.
Naast die eerste grote reden, de slijtage die de partij nu vertoont na vele, vele jaren regeringsdeelname, is er nog een andere. Ze is van meer algemeen-maatschappelijke aard. We hebben in dit land dringend een linkse oppositie nodig. Gedurende meer dan een decennium is de indruk ontstaan dat commentaren op wat fout gaat in dit land enkel de vorm kunnen aannemen van extreemrechtse argumenten en voorstellen. Extreemrechts (vlijtig bijgesprongen door mensen zoals De Crem) heeft al jaren het monopolie op de kritiek van het systeem, met als gevolg dat kritiek en extreemrechts synoniemen geworden zijn en het extreemrechtse jargon de automatische linguo van de kritiek is geworden. Het zou onwaarschijnlijk veel deugd doen indien er vanop de oppositiebanken ook zou duidelijk gemaakt worden dat kritiek vertaald kan worden in linkse standpunten en voorstellen. Het zou zeer veel deugd doen indien termen zoals ‘gelijkheid’ en ‘gelijkwaardigheid’ of ‘rechtvaardigheid’ de kernwoorden zouden worden van de oppositie tegen het beleid. Het Blok bestrijdt men vandaag de dag best vanuit buurmanschap in de oppositie. De kern van een antirechtse strategie zou wel eens erin kunnen bestaan dat men extreemrechts het monopolie op kritiek ontzegt, en zo de bevolking terug op een andere manier leert spreken over zaken die als fout of onrechtvaardig worden ervaren.
Om die redenen moet de sp.a dringend in de oppositie gaan zetelen, en zou ze daar eigenlijk een campagnedoelwit van moeten maken. Ze moet in de oppositie om zichzelf in staat te stellen terug socialistisch te worden. Op de oppositiebanken kan de partij terug principieel en rechtlijnig worden, want de dwang tot compromissen is weg. Ze moet ook in de oppositie om daar een nieuwe generatie deskundige, mondige en kritische parlementsleden te kweken die dan nadien het roer kunnen overnemen. En ze moet tenslotte ook in de oppositie om aan de bevolking duidelijk te maken dat men ook een linkse oppositie kan voeren. De kans dat de sp.a van de oppositie haar doel in de verkiezingen maakt is natuurlijk gering. Ze zal, zoals eerder aangegeven, pronken met de verwezenlijkingen en een plaats in de cockpit ambiëren. Voor overtuigde socialisten bestaat de enige mogelijkheid om het socialisme te versterken er dan in niét voor de sp.a te stemmen. De partij moet de verkiezingen dan maar verliezen en zichzelf zo niet regeringsbeschikbaar maken. Het is dus precies omdat die kiezers socialist zijn en een sterke socialistische partij in dit land willen, dat ze de sp.a de volgende verkiezingen willen zien verliezen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 9, 2002, nr. 8 (oktober), pagina 43 tot 45