Log in

Nieuwjaarsbrief aan een geradicaliseerde kleuter

Journaliste Hind Fraihi schrijft zes maanden na de mediaheisa over de geradicaliseerde kleuters in Ronse een nieuwjaarsbrief aan, jawel, een geradicaliseerde kleuter.

Klein, klein, kleutertje,

Wat doet je in de media? Radicalen maken jou het hof en jij maakt het veel te grof.

Prompt werd je nieuws, van Ronse tot Rusland, de wereld was jouw podium. Je haalde in de voorbije zomer het nationale en zelfs internationale nieuws. Je zou geradicaliseerd zijn. En ik dacht dat jij buiten op straat speelde samen met jouw maatjes, daar waar garagepoorten de hele dag blijven openstaan. Waar nauwelijks auto’s rijden in een straat die immer speelstraat is zonder dat er aan de toegang van de weg een hek staat met een speciaal daarvoor voorzien bord. Of misschien bouwde je wel zandkastelen ergens aan ’t zeetje genietend van een ijsje tussendoor. Have a break, het is vakantie maar je werd zelf breaking. ‘Op 21 augustus stond mijn telefoon roodgloeiend en moest ik interviews afleggen voor de nationale televisie. Zelfs de Russische televisie was geïnteresseerd’, zei meneer de burgemeester, niet die van Samson en Gert, maar de echte. Van jouw stad, Ronse.

Daar werd in de scholengroep van de Decrolyschool de vraag aan leerkrachten gesteld: welke tekenen van mogelijke radicalisering hadden ze al opgemerkt bij hun leerlingen? Bij kinderen zoals jij dus. De burgemeester: ’Uiteindelijk kwam een aantal incidenten naar voren met een zestal kinderen uit drie gezinnen. Dat alles belandde op een handgeschreven A4’tje, een intern document.’

Een eenvoudig A4’tje, met pen op papier. Zo retro. Jij, rakker uit Ronse, had niet meer nodig om onderwerp te worden van de laatste zomerdagen in 2017. En nu het einde van het jaar nadert, lijkt haast niemand jou nog te herinneren. Je bent vertrokken zoals je neerstreek, als een vonk. Een vliegend vuurtje in de media, dat was jij. Een vuur dat duisternis gaf, zwart van obscurantisme, integrisme, isolationisme, islamisme. Vele ismes voor een jong leven. Maar vertel me toch maar over het licht. In de speelstraat zonder hek glommen ze ongetwijfeld, vuurvliegjes, je moet ze wel gezien hebben. Die avond op die straat waar deuren altijd open staan.

Maar je was blijkbaar bezig met andere zaken. Zaken die niet jouw zaken zijn. Zoals ‘moordbewegingen’ nadoen. Weet je het nog, toen je jouw klasgenootjes bedreigde door met de vinger over de keel te gaan? Zo een beetje doen alsof. Of - maar dat was niet alsof - dat je dat meisje geen hand wou geven, net omdat het een meisje is. Bah. Of was het nu een jongen, want, kleine kleuter, wie ben je eigenlijk?

Het ‘type’ van jouw ouders ken ik beter. Ze zijn van het soort moslimminderheden in het Westen dat gedeeltelijk of volledig aan het ‘herislamiseren’ is. Deze religieuze heroriëntatie kent een verschuiving van de traditionele islam met niet bijster fanatieke aanhangers naar een religiebeweging met (geradicaliseerde) salafistische tendensen. Gaandeweg is het salafisme nog meer in conservatieve tot ultraorthodoxe richting opgeschoven omdat er een opbod is in een manifeste moslimbeleving. In jouw kleutertaal is dat: om ter moslimst. Ik ben de beste, de grootste, de eerste. Kijk naar mij. En die andere kinderen zijn niet zo flink. Ze geloven niet of geloven anders. En als ze moslim zijn, dan zijn ze maar zozo. Niet echt, niet zo flink als jouw ouders. Die krijgen dikke duimen en schouderkloppen onder invloed van het Saoedische wahabisme en organisaties en netwerken uit Pakistan en de Arabische Golfstaten. Ze exporteren extreem-puriteinse, intolerante en sterk antiwesterse denkkaders en injecteren hen bij moslimminderheden in Europa om een terugkeer naar de ‘zuivere islam’ te stimuleren. Ouders als de jouwe worden strenggelovig en zweren hun vroegere levensstijl af. Een nieuw leven wordt gestart dat veelal afzijdig blijft van de westerse samenleving. Born again muslims, zo wordt deze groep ook al eens genoemd. Wedergeborenen in de herislamisering. Hun levensovertuiging en missie? Terug te keren naar de bron van de islam. Dat is hun beloningssticker.

Hun taakje? Wel, salafisten streven ernaar om de vrome voorgangers, namelijk de profeet Mohammed en zijn metgezellen na te volgen. De beweging is een rechtlijnige en compromisloze vorm van de islam. Aanhangers zien hun religieuze beleving als de meest zuivere vorm van de islam. Om die te praktiseren wenden ze zich af van westerse waarden en normen. Ze leven afzijdig van de westerse samenleving en streven naar exclusivisme en parallellisme, al is het binnen bestaande structuren zoals jouw school. Maar ook andere scholen in Vilvoorde, Antwerpen en Brussel.

Rakkertje uit Ronse, je bent niet alleen. Ik geef lezingen in scholen, spreek juffen en meesters, sociale werkers ook en ze maken zich zorgen. Jouw ouders maken het te bont. Ze willen niet dat hun dochterlief gaat zwemmen. Dat is haram, net als muzieklessen. Of schooluitstappen. In Molenbeek lopen er hier en daar ‘zusjes’ van jou rond, amper zes zijn ze en gesluierd. Er zijn ook ouders die niet-gemengde kleutertoiletten willen. Dat vertelde me een schooldirectrice onlangs. Aparte toiletten voor kleuterjongens en kleutermeisjes. Mét een deur, want schroom is enorm van tel in deze islamitische leer. Veiligheid niet, of toch minder.

Dit alles wordt gevraagd, geëist door wedergeborenen. Hun soort is nieuw. Of zoals een mevrouw de directeur tegen me zei: ’We hebben al van oudsher een moslimpopulatie gehad op onze school, maar dit fenomeen doet zich pas de laatste twee jaar voor.’ Het fenomeen? Een parallel islamistisch circuit binnen een reguliere westerse instelling. Sommigen gaan verder, irregulier, los van bestaande organisaties om aparte samenlevingsstructuren op te bouwen. En hierin duikt bijwijlen zelfs het verregaande idee op om een autonoom shariagebied op te richten. Als het ware enclaves die een voorafspiegeling zijn van de umma, een islamitische gemeenschap. Ze leven in een utopie van een non territorial islamic state op Europese bodem. Aan de toegang van hun straat staat een bord, islamstraat. Mag ik daar dan ook spelen?

In de vorige eeuw was ik zo oud als jij. Ik speelde cowgirl en deed ook alsof. Ik schoot in de lucht, en paw-paw op andere kinderen. Ik had dan wel geen sheriff in het echt of een cowboy-ideologie of een heilig boek. Van een niet-territoriale ranch hebben mijn ouders nooit gedroomd. Van een sheriff die een heuse cowboystaat ambieerde was evenmin sprake. Ik speelde een spel.

Net zoals cultuurrelativisten doen. Ze vergelijken jouw moordbeweging met een paw-paw. Kinderspel, niet? Klein kindje mijn, die pseudoprogressieven maken de invloed van het islamisme alleen maar groter met oogklepperig relativisme. Zij doen ook alsof. Ik vind die maar zozo. Niet echt. In kindertaal heten ze linkiewinkies.

Cowboyisme bestaat niet. Maar de ismes die jij met de paplepel meekrijgt wel. Jij, jongen of meisje, houdt een gevaar in.

Het zit zo: in Nederland en België is het salafisme de meest voorkomende manifestatie van het islamitisch radicalisme. Dat blijkt uit diverse lectuur. Kenmerkend hierbij is het ultraorthodoxe karakter van deze groep. Dit uit zich op drie manieren van levenswijze: een apolitieke, een politieke en een jihadistische. De politieke en apolitieke strekkingen zijn niet onmiddellijk gewelddadig. Maar volgens veiligheidsdiensten houden ze wel een risico in tot radicalisering omdat ze isolement opzoeken en anti-integratieve boodschappen hebben. Daarom ben je nog geen terrorist in wording. Terrorisme is een massief gegeven, de vaste activa van het jihadisme. Jouw opvoeding is een dispositief ervan. Een regelgevend onderdeel van een heel vijandig mechanisme. Jij bent de belegging om die heuse islamstraat waar te maken. Een ware Koran Belt is in de maak, wie weet.

Niettemin kunnen we niet moedeloos stilstaan bij dreigingen en conflicten. Daar is al veel inkt over gevloeid. Laten we vooral ogen openen voor mogelijke opportuniteiten die zich ontwikkelen binnenin islamitische enclaves en radicaal islamitisch gedachtegoed. Immers, de wereld draait door. Brood moet op de plank komen, een eigen economie met orthodoxie als marktpositionering gaat van start. Winkels met religieuze signatuur openen meer en meer de deuren. Islamitisch speelgoed is een trend en ook naadloze lange gewaden zijn onderhevig aan subtiele modehypes. Islamitisch bankieren is niet alleen een must, maar zelfs hip. In deze economische niche ligt een markt open en dit terwijl islam - in al zijn varianten - wordt aanzien als een dreiging. Zijn er dan ook economische opportuniteiten waarop de westerse samenleving kan inspelen? Ik zeg niet zomaar wat, in de mode gebeurt dit al. Islamfashion doet al meer dan schoorvoetend zijn intrede op de catwalk en in de rekken. En wat met onderwijs? Kunnen we onze westerse pedagogische knowhow implementeren in zulke wijken? Stel, een islamitische school volgens de principes van Freinet. Misschien kunnen we zelfs van elkaar leren.

Een fusie van tijdsgeesten en ideologieën. Die mogelijkheid, hoe klein ook, is met groot positivisme te ontdekken. Waarom? Omdat het waard is te onderzoeken naar hiaten maar ook sterktes in nieuw opgezette structuren van orthodox islamitisch allooi. En net daar in die zwakte en sterkte kan het Westen een brug bouwen. Gewoon omdat het moet. Omdat je niet een staat in een staat kan laten gedijen om dan alleen in conflict met elkaar te maken te krijgen. De snijpunten in onze aparte wegen, die wil ik soms gretig vinden. Soms, zeg ik, in zeldzame extreme buien van verbindingsgekte.

Op nuchtere momenten heb ik honger en dan weet ik: geef me een moelleux. Hard van buiten, zacht van binnen. Hard in grenzen bewaken. Gescheiden zwemmen kan niet. Van dé islam niet mee mogen op schooluitstap kan ook niet. Een schoolreglement moet worden aanzien als een waar contract tussen ouder en school. Komen je ouders het niet na, dan volgt na welbepaalde pogingen tot gesprek een daadwerkelijke schorsing. Dan blijf je maar thuis, kindlief, hopelijk op straffe van het niet nakomen van leerplicht. Een grens die wordt overschreden, zullen jouw ouders moeten voelen. Allicht ga je dan naar een islamitische school of misschien krijg je dan thuisonderwijs. Mij goed, onze wegen scheiden. We kunnen niet hopeloos proberen te verbinden wat niet te verbinden valt. Al vallen er nog veel touwen te knopen, in de discriminatiewetgeving bijvoorbeeld. Discriminatie op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in het uitgaansleven. Dat maakt jouw gevoel op exclusivisme en isolationisme alleen maar groter. Je voelt je dan anders. En dan word je groter, beter, zediger. Om ter moslimst, weet je nog?

We kunnen niet slagen in de preventieve maatregelen op individueel niveau zolang we discriminatie niet te lijf gaan. Een lekker gebak bestaat immers niet uit één ingrediënt. Hardheid is nodig, zachtheid noodzakelijk. Zacht in méér kansen geven binnen de afgebakende grenzen. Méér middelen voor onderwijs om kort op de bal te spelen tegen radicalisering. Méér tijd en zorg voor multiproblematieke gezinssituaties. Het extremistische gedachtegoed is soms ook maar één angel van vele problemen binnenshuis. Werkloosheid, intrafamiliaal geweld, buitenproportionele onevenwichtige machtsverhoudingen in een gezin, extreem eenzijdig mediagedrag, geen boekencultuur in huis, communicatiearmoede bij de ouders. Allemaal factoren die van jou een mislukkeling kunnen maken. Gefaald voor de ene is een aanwinst voor de ander. Een belegging voor de Koran Belt, maar een verlies voor ons. Zonder tijd, middelen en gepaste zorg en expertise gaan we allen in het rood.

Nu, we hebben genoeg gespeeld. Die moelleux, gaan we die samen opeten?

Met zacht alerte high five,

Hind

Gent, 1 januari 2018

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 10 (december), pagina 92 tot 96