Log in

'Naar een democratischer Europa. Voorstel voor een nieuw verdrag'

Uitgelezen

Naar een democratischer Europa. Voorstel voor een nieuw verdrag

Thomas Piketty, Stéphanie Hennette, Guillaume Sacriste, Antoine Vauchez
De Bezige Bij, Amsterdam, 2017

Thomas Piketty heeft ongetwijfeld baanbrekend werk verricht in het publieke debat over ongelijkheid. Dat dit verwachtingen creëert voor de volgende publicaties van zijn hand is dan ook logisch. Het kleine boekje dat hij schreef samen met drie andere onderzoekers heeft bovendien grote ambities: een voorstel formuleren voor een democratischer Europa waar burgers zich vertegenwoordigd voelen en daardoor ook een halt toeroepen aan de populistische golf die onze democratieën bedreigt en de Europese Unie dreigt te doen uiteenvallen.

Helaas maakt het boekje die beloftes niet waar. Het uitgangspunt is nochtans erg juist: vele van de instellingen en mechanismen die de laatste jaren uitgegroeid zijn tot de nieuwe machtscentra in Europa, missen compleet elke democratische legitimiteit. Ze luisteren naar namen als ‘Eurogroep’, ‘Trojka’, ‘Europees Stabiliteitsmechanisme’, ‘Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU’. Ze functioneren volledig buiten de normale Europese Verdragen en zijn aan geen enkele democratische controle onderworpen. Toch zijn het deze instellingen die in ruil voor onmisbare financiële steun, aan landen als Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje draconische besparingsmaatregelen hebben opgelegd, waardoor deze landen verzonken in een diepe crisis die vele mensen in armoede hebben doen belanden. Zelfs dominante beleidsmechanismen zoals het Europese Semester, met zijn aanbevelingen aan de lidstaten die gevolgd worden door nationale hervormingsplannen die hoofdzakelijk tot doel hebben om begrotingstekorten weg te werken en daardoor vaak erg snijden in sociale uitgaven, zijn zelden voorwerp van een open en breed publiek debat. Het klopt dan ook dat Europa hier een nieuwe dosis democratie nodig heeft, die ervoor kan zorgen dat de juiste maatregelen worden getroffen en dat die op brede steun kunnen rekenen.
Thomas Piketty stelt voor om hiertoe een nieuw parlement op te richten voor de Eurozone. Het zou samengesteld zijn uit leden van de nationale parlementen van de landen die de Euro hebben ingevoerd als munt, en uit een delegatie van het Europese parlement. Het boekje presenteert vervolgens verschillende scenario’s over de gewenste samenstelling van dat parlement, met diverse keuzes voor een kleiner en wendbaar, dan wel een groter en meer representatief Eurozone parlement. Het bevat ook een heuse Verdragstekst om dat parlement te installeren, met de bevoegdheden en de werkwijze van dat parlement.

De Franse econoom doet vervolgens ook een krampachtige poging om aan te tonen waarom de democratische controle over het macro-economisch wapenarsenaal van Europa niet aan het Europese parlement kan worden overgelaten. Maar uitgerekend op dit punt gaat het boekje volkomen in de mist.

Het argument dat het Europese parlement deze taak niet op zich kan nemen, is dat het macro-economisch beleid raakt aan gevoelige beleidskeuzes die het prerogatief zijn van de nationale parlementen en raken aan grondwettelijke bepalingen van de landen. Met een dergelijk argument kan men echter zowat alle bevoegdheden van het Europese parlement onderuithalen.

Ook het argument dat er in het Europese parlement vertegenwoordigers zitten van landen die geen deel uitmaken van de Eurozone overtuigt niet. Dezelfde bedenking geldt immers ook voor beslissingen in het kader van de ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht waar sommige van de belangrijke bevoegdheden alleen betrekking hebben op de landen die lid zijn van de Schengenzone.

Thomas Piketty tracht ook te bewijzen dat de oprichting van het nieuwe Eurozone parlement geen afbreuk zou doen aan de bevoegdheden van de bestaande Europese instellingen. Hij doet dat op basis van een arrest van het Europese Hof van Justitie over het Europese Stabiliteitsmechanisme, waarin het Hof stelt dat dit mechanisme geen afbreuk doet aan de exclusieve bevoegdheden van de Unie. Weinig overtuigend, want de meeste beleidsterreinen die op Europees vlak beter moeten worden georganiseerd, zijn zogenaamde ‘gemengde bevoegdheden’ waar de Europese instellingen algemeen geldende basisprincipes en minimumnormen stellen die vervolgens op nationaal vlak worden aangevuld en concreter gemaakt.

Ik ben dan ook helemaal niet overtuigd door de ‘oplossingen’ voor het democratisch deficit in het zenuwcentrum van het Europese beleid, zoals die worden aangedragen door Thomas Piketty.

Neen, dan zijn de pleidooien om de hele troep aan maatregelen maar direct onder de Europese Verdragen te brengen en te onderwerpen aan de democratische controle van het Europese parlement, veel overtuigender en gedurfder: de Europese Commissaris voor economie en financiën die ook vicevoorzitter is van de Commissie wordt ook voorzitter van de Eurogroep, het Europese Stabiliteitsmechanisme dat wordt omgevormd tot een echt budget voor de Eurozone waarmee landen die het moeilijk hebben kunnen worden geholpen om hun sociale zekerheid en hun sociale investeringen op pijl te houden, het Europese parlement dat mee beslist over de aanbevelingen die landen krijgen om hun financieel, economisch en sociaal beleid bij te sturen en over de financiële solidariteit waarop ze vanuit Europa kunnen rekenen.
De plannen in die richting die door de Europese Commissie worden uitgewerkt zouden in december boven water moeten komen. Benieuwd of het boeiender lectuur oplevert dan het boekje van wonderboy Thomas Piketty!

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 10 (december), pagina 75 tot 77