Log in

Antwerpen, onze groene stad

Op het grondgebied van de stad Antwerpen is er vandaag best wel wat groen aanwezig, en vooral veel water. Het is echter weinig bruikbaar groen, en met name in de binnenstad is er een groot tekort. In deze bijdrage ontwikkelen we een stedelijke groenstrategie voor Antwerpen 2018-2038. We pleiten voor politieke en maatschappelijke durf om nu te kiezen voor een stedelijk ontwikkelingsmodel waar groen het leidende principe is. Ongeacht welke partij er in 2018 aan de macht komt, moet groen een duidelijke plaats hebben in het nieuwe bestuursakkoord. Enkel dan zullen we in de toekomst kunnen spreken over ‘Antwerpen, onze groene stad’.

Vele steden zetten reeds hoog in op groen. Green capitals zoals Hamburg, Stockholm, Melbourne, New York en Kopenhagen investeren fors in parken en bomen. Ze doen dit vanuit het besef dat groene open ruimte een veelvoudige rol vervult in het stedelijk weefsel.

Naast de landschappelijke beleving en het recreatieve gebruik van groen, wordt het belang ervan als luchtververser en -verfrisser steeds meer erkend. Steden met hun vele straten, verharde pleinen en gebouwen zijn hitte-eilanden die warmtekaarten vaak vuurrood kleuren. Groene open ruimten, en dit nog het best in combinatie met water, zorgen op hete dagen voor verkoeling. Ze kleuren frisblauw op thermische kaarten. Nu de globale opwarming een feit is, speelt een dergelijke airconditioning een steeds belangrijkere rol. Tot slot heeft natuurlijk groen een belangrijke ecologische waarde. Het vormt de pleisterplek voor veel fauna en flora, en voor de mens. Vogels vliegen van boom tot boom, bijen van het ene bloemenperkje naar het andere, mensen recreëren onder andere in groen. Deze verschillende eigenschappen van groen worden in de vakliteratuur 'ecosysteemdiensten' genoemd die de natuur levert aan mens en dier.

Net zoals de meeste grote steden wereldwijd, staat Antwerpen voor vijf belangrijke uitdagingen waar groen een invloed op heeft: klimaatverandering, populatiegroei, luchtpollutie, stedelijke hitte eilandeffecten en geluidspollutie.1 Deze uitdagingen zetten nu al significante druk op het bebouwd weefsel, diensten en stadsbewoners. En zonder ingrijpende wijzigingen zullen ze dat in groeiende mate blijven doen.

WEINIG BRUIKBAAR GROEN IN ANTWERPEN

Een uitgebreide inventaris van het groen staat opgenomen in het groenplan dat de Stad Antwerpen begin 2017 opleverde. In dit verdienstelijke beleidsplan, dat in nauw overleg met de natuursector werd opgemaakt, staat te lezen dat Antwerpen de strategie van Londen volgt door een groen netwerk te selecteren dat door doelgerichte acties kan worden uitgevoerd. De ambities zijn veelzijdig: er moet meer groen komen (vooral in de binnenstad), bestaande groengebieden moeten worden versterkt, en groensnippers (zogenaamde 'groene sproeten') met elkaar verbonden. Aldus ontstaat een continue groene loper die flora, fauna en mens vrij laat bewegen in de open ruimte. Centraal hierin staat de versterking van groene vingers of grootschalige open ruimten die vanuit de regio de stad binnendringen. Zo zijn er de stadsrandbossen van de Zuidrand, de Schijnvallei die via het Rivierenhof reikt tot aan de binnenstad, en de natuurgebiedencluster op de linker Schelde-oever. Deze corridors hebben evenwel gemeen dat ze allen doodlopen op de infrastructuur van de Ring rond Antwerpen.

Op het grondgebied van de stad Antwerpen is er best wel wat groen aanwezig, en vooral veel water. Wanneer het water en de groene open ruimte worden samengesteld, is bijna de helft van de oppervlakte er mee bedekt. In dat opzicht doet Antwerpen mee met de green capitals van Europa.
Wanneer echter enkel de groene ruimte wordt opgeteld of zelfs de bruikbare open ruimte, dan valt Antwerpen erg terug op de ranking. Met name in de binnenstad is er een groot tekort aan groen. Globaal voldoet Antwerpen dan weer aan de Vlaamse norm van 30 m² gebruiksgroen/inwoner. Echter niet voor lang meer wanneer de demografische groei van Antwerpen in rekening wordt gebracht. Er moet dus een tandje bijgestoken worden om in de toekomst voldoende groen voor iedereen te kunnen blijven aanbieden. Bovendien scoort het stuk stad binnen de Ring slecht met vele tekortzones van buurt- en wijkgroen door het dense en erg verstedelijkte weefsel. Hier is veel werk aan de winkel. Globaal is in Antwerpen dus een potentieel aan groen aanwezig, maar omwille van de vele doorsnijdingen door infrastructuren (zoals wegen, sporen en straten) beschikt de stad over slechts 27% bruikbaar groen op haar grondgebied.

Er vallen dus wel wat kanttekeningen te plaatsen ten aanzien van het groenbeleid. Bovendien stellen we vast dat bij onderzoek van buitenlandse voorbeelden het potentieel van een performante groenstrategie in Antwerpen beleidsmatig onvoldoende naar waarde wordt geschat. De buitenlandse voorbeelden van stedelijke groeistrategieën anticiperen integraal op de klimaatverandering, stedelijke groei en daarmee de gezondheid, de leefbaarheid en het welbehagen van de stad en zijn inwoners. Een groenstrategie is op dat vlak een primordiale tool voor een geïntegreerde stedelijke groei en innovatie.

Huidige maatschappelijke uitdagingen als stedelijke groei, leefbaarheid, klimaatverandering en pollutie vragen om een versnelling van cultuurshift. Er is daarvoor zeker een momentum. Voor onze kinderen is het nu logisch dat je geen lege verpakking op straat gooit; maar hoe anders was dit 50 jaar geleden? Wegbermen die 30 jaar geleden niet 'gazon-kort' werden gemaaid, werden als slordig, vuil en onveilig gepercipieerd; nu is ecologisch bermbeheer een vaste waarde in ons stedelijk landschap. Tot slot zouden burgers niet langer mogen worden gedwongen om op te komen voor het behoud en de creatie van groen (van de manifestaties tegen de bomenkap op de Charlottalei tot de Ringlandbeweging), maar zou kwalitatieve groenvoorziening een verworven recht moeten worden dat door de overheid wordt gefaciliteerd, ondersteund en beheerd.

'ONZE GROENE STAD'-STRATEGIE

De groenstrategie die wij voorstellen kan onafhankelijke allianties aangaan met sociale, economische en andere maatschappelijke partners zoals burgerbewegingen. Enkel op die manier kan stedelijke ecologie haar basisinhoud en principes handhaven en leidend worden in de fundamenten van een innovatieve stedelijke ontwikkeling. De stad is het laboratorium van en voor de toekomst.

Uit praktijkvoorbeelden blijkt dat een krachtige groenstrategie cruciaal is om stedelijke ontwikkeling te sturen en maatschappelijke en ecologische problemen/uitdagingen te kunnen aangaan. Stedelijke voorbeelden zijn het Leaf Program in Londen dat streeft naar 'one tree more per Londener' in 2025, de Urban Forest strategy in Melbourne die een groei van de kruinbedekking (canopy cover) van 22% naar 40% tegen 2032 voorop stelt, en het programma 'Street Tree Management' in Barcelona dat een doorgedreven bomenstrategie op stadsniveau ambieert, enzovoort.

Een innovatieve geïntegreerde langetermijngroenstrategie moet zich baseren op maatschappelijke bewustwording en een cultuuromslag. Er is een duidelijke politieke consensus nodig, net als leiderschap dat de strategie kan dragen om de transitie naar 'Onze groen stad' waar te maken (ownership). Er moet beleidscontinuïteit zijn voor een groenstrategie, zekerheid in mankracht, en middelen voor het uitwerken, realiseren en beheren van 'Onze groene stad'. Ongeacht welke partij er in 2018 aan de macht komt, moet groen een duidelijke plaats hebben in het nieuwe stedelijk bestuursakkoord.

Uit buitenlandse voorbeeldcases drijven een zestal prioritaire doelstellingen naar boven die de basis vormen voor de 'Onze groene stad'-strategie (2018-2038): (1) Het vergroten van de bedekkingsgraad van de boomkruinen op stadsniveau. Hier moet worden ingeschat wat het haalbare stijgingspercentage is om boomkruinbedekkingen op stedelijk niveau te realiseren op de termijn van 2018-2038. De stad Melbourne stelde een groei van 22% naar 40% in 2040 als beleidsdoelstelling. (2) Het vergroten van de boomsoortendiversiteit. Opnieuw kijken we naar Melbourne; die stad stelde tot doel: 'niet meer dan 5% van enige soort, niet meer dan 20% van enige genus'. (3) Het verbeteren van de gezondheid van de vegetatie en het percentage van gezonde bomen in 2038. (4) Het verbeteren van de bodemvochtigheid en waterkwaliteit met als doel de bodemvochtigheid op het peil te houden om een gezonde groei van vegetatie mogelijk te houden. (5) Het verbeteren van de stedelijke ecologie door het beschermen en verbeteren van de biodiversiteit die bijdraagt tot gezonde ecosystemen. (6) De burgers informeren, bevragen, betrekken en engageren.

VOORTBOUWEN OP DE BESTAANDE RIJKE GROENE GESCHIEDENIS

Als we een veerkrachtig gezond en diverse groene stad willen creëren binnen de tijdspanne 2018-2038, moeten we bouwen op de bestaande rijke groene geschiedenis van Antwerpen die er nu is: een rijk en divers groen en blauw areaal.2

Antwerpen is gekend voor zijn historische parken, tuinen, pleinen (Nachtegalenpark, Middelheimpark, Zoo, Stadspark, Te Boelaerpark, Graanmarkt, enzovoort), boulevards, Scheldeboorden en jonge nieuwe parken en pleinen. In 2007 opende Park spoor Noord de deuren waarbij 17 ha spoorwegemplacement werden ingeruild voor een bruisend stadspark dat een groene long vormt in een sterk verdichte buurt. De plannen om van de Gedempte Zuiderdokken een gevarieerde parkruimte te maken op het Zuid volgen deze tendens. Intussen worden ook de laatste voorbereidingen getroffen om als eerste stapsteen in de heraanleg van de Scheldekaaien een groot getijdenpark op het Droogdokkeneiland aan te leggen. In een sterk dichtbebouwd stadscentrum is het belangrijk om elke kans te grijpen en zo veel mogelijk verkoelend en rustgevend groen in te planten. Groenplaats, Moorkensplein, Cadixplein, … zijn dergelijke kansen om groen te creëren in de binnenstad. Deze groene ruimten dragen op een sterke manier bij tot het karakter van de stad, wijk, buurt, straat. Ze zijn integraal onderdeel van haar sociaal en cultureel leven, die van een stad een stad maken. Het is belangrijk dat de groenstrategie 'Onze groene stad' het essentiële karakter behoudt waar de Antwerpenaren van houden.

Veel van de Antwerpse groene stedelijke landschappen zijn reeds meer dan honderd jaar geleden ontstaan, gecreëerd in andere klimatologische, sociale en economische omgevingen. Een substantieel aantal van onze bomen zijn in het laatste deel van hun leven beland. Veel stedelijke landschappen hebben last om zich aan te passen aan de verhoogde stedelijke vervuilingsdruk (lucht-, water- en grondsystemen). Stedelijk groen mag niet optioneel groen worden, of scherper gesteld excuusgroen zijn, maar een essentiële kwaliteit van een modern stedelijk leven worden en blijven. Naast het bestaande groen beschermen, is het creëren of vinden van nieuwe manieren om groen te laten groeien en te implementeren in het stedelijk weefsel de hoofduitdagingen van de 21ste eeuw. Daarom moeten we nu met durf kiezen voor een stedelijk ontwikkelingsmodel met groen als leidend principe.

In Barcelona is het stadsbestuur gestart met het gefaseerde aanplanten van duizenden bomen langs de lanen zodat een groot stadsbos ontstaat dat verdicht naar het stadscentrum toe. Deze structurele groen ingreep biedt een broodnodig antwoord op de hittestress in het centrum van Barcelona tijdens de zomermaanden. In Antwerpen zou het aanplanten van een stadsbos dat het stratennetwerk vult tot in de districten ook veel verkoeling bieden. Een duurzame boomkeuze, en voldoende ruimte bieden voor zogenaamde toekomstbomen of bomen die kunnen uitgroeien tot grote jongens, levert meteen ook een grote landschappelijke en ecologische meerwaarde op. Even belangrijk als de boom is evenwel haar boomspiegel (de zone onder de boom die niet verhard is, aarde) waar de ondergroei het ecosysteem aanvult.

In Antwerpen ligt heel wat potentieel in het verder groen dooraderen van het sterk verharde stadscentrum. Er kan worden ingezet op de verdere vergroening van enkel radiale assen die de stad ontsluiten, zoals de Grote Steenweg en de Plantin Moretuslei. Deze brede boulevards zijn nu veelal verkeersassen, gedimensioneerd op mechanisch verkeer met zachte weggebruikers en groen in de marge. Door de ingeslotenheid ervan door flankerende gebouwenrijen worden ze ook wel street canyons genoemd. In feite zou in een ambitieuze groene stad het autogeoriënteerde concept van inrichting moeten worden omgedraaid waarbij deze assen als parken met boomdreven worden ontworpen met een vrije doorgang voor voetgangers en fietsers en het mechanisch verkeer als gast. Een bijkomend pluspunt is ook dat zo bestaande parkjes met elkaar worden verbonden en er een groot groen netwerk ontstaat in de stad.

De Schelde is de belangrijkste rivier van Antwerpen, dat etymologisch zijn naam ontleent aan 'opgeworpen land (in de rivierbocht)'. Hierlangs is Antwerpen de voorbije duizend jaar tot economische groei gekomen en heeft 'Stad aan de Stroom' de waterfront nieuw leven ingeblazen. Toch blijft deze rivier ook een belangrijke ecologische en klimaatcorridor. Door de getijdenwerking ontstaat een slikken en schorren landschap langs de oevers met een rijke fauna en flora. De Schelde als stroom voert eveneens de wind mee en zorgt voor een belangrijke verkoeling van de stad. Dit effect kan nog worden versterkt door aan de oevers in te zetten op meer groen. Daarnaast is het Schijn, dat bestaat uit een Klein en Groot Schijn, de belangrijkste cluster van zijrivieren van de Schelde. Komend vanaf het Kempisch Plateau mondde het Schijn oorspronkelijk ter hoogte van het Eilandje in de Schelde. Door de havenexpansie is deze rivier echter ingebuisd geraakt en wordt hij veel noordelijker geloosd. Met hevigere regenbuien op komst en een steeds warmer klimaat zet het eerder vermelde groenplan van de stad Antwerpen in op het opnieuw verbinden van het Schijn en de Schelde in het noorden van het stadscentrum ter hoogte van het Mexico-eiland. Deze klimaatrobuuste parkverbinding, met in het centrum ervan een riviervallei, draagt bij tot een groenere centrumstad met niet alleen voordeel op vlak van ecologie en klimaatadapatie maar ook als bijkomend stadspark dat de noordrand van Antwerpen omzoomt.

NOOD AAN DUIDELIJKE AMBASSADEURS

De 'Onze groene stad'-strategie vraagt enerzijds om kennis, wetenschap en de kunst van het beheren van bomen, bossen en natuurlijke ecosystemen vertaald naar de stedelijke omgeving van Antwerpen en anderzijds om een bondgenootschap tussen beleid, burgers en bomen. Bomen moeten hier worden gezien als vertegenwoordigers van de stedelijke natuur. Ze moeten in een groenbeleid een gelijkwaardige legitimiteit (emotioneel, juridisch, financieel) opbouwen. In New York City bijvoorbeeld is er een tool voorhanden waar alle straatbomen van de stad in kaart worden gebracht door de bewoners zelf en waar op meerdere manieren (financieel, emotioneel, praktisch) relatie kan worden gelegd tussen de bewoners en de bomen.3

Dit alles verlaat het primaat van de politiek. Het vraagt om een open beleid, met transparante communicatie en samenwerking tussen de drie partijen: beleid-burgers-bomen. Uit wetenschappelijk onderzoek is duidelijk dat de interactie tussen de burgers en de 'stedelijke natuur' van groot belang is om van betekenisvolle natuur te kunnen spreken. Burgers, ambtenaren en politici moeten er zich van bewust zijn, erom geven, zich ertoe engageren, er actief van genieten en ervoor op komen.4 Een stedelijk groenbeleidvraagt om sterke en representatieveambassadeursdie de eigenstandige natuur vertegenwoordigen, uitstralen en trekken, zowel bij het beleid, de burgers, als bij het groen op zich. Uit buitenlandse voorbeelden komt naar voor dat bomen op verschillende vlakken (ecologisch, sociaal, economisch, psychologisch) die rol kunnen vervullen.5

Het is niet enkel de verantwoordelijkheid van de overheid alleen om aan groenvoorziening en -beheer te doen. Elke Antwerpenaar kan ook zelf zijn of haar steentje bijdragen tot een groenere stad. De tegel- en geveltuin is een kleinschalig ingreep met een maximum aan rendement. Alle ecosysteemdiensten van de natuur spelen zich af op microschaal; en meer nog wanneer alle buren in de straat het voorbeeld volgen. Dan kan er een heuse groene straat ontstaan. Kabels van gevel tot gevel kunnen planten over de straat heen geleiden zodat een nog groener beeld ontstaat. Initiatieven om geveltuinen en groenslingers te subsidiëren vanuit bijvoorbeeld de burgerbegroting van het district Antwerpen verdienen een verder gevolg op grotere schaal in de districten. Helemaal teruggeplooid op privé-eigendom vormen intensieve en extensieve groendaken dan weer een patchwork van groenelementen in de stad. In de tuin dood hout laten liggen of plaats laten voor ruiger groen vormt een enorme meerwaarde voor vogels en insecten. Al deze elementen versterken elkaar: groenslinger, geveltuin, groendak, tuinen die weer in verbinding staan met andere tuinen, daken, enzovoort.

Maar ook op het hoogste schaalniveau speelt de burgerbeweging een cruciale rol. Zo zette Ringland de overkapping van de Ring op de politieke agenda. De huidige bermen van de ring verbinden quasi continu de verschillende groene vingers. Alleen zijn het door de geluids- en luchtpollutie weinig aangename verblijfsplaatsen voor de mensen. Hier ligt evenwel een enorme opportuniteit om 'Ringlandgewijs' de Ring te overkappen en er een groot centraal park van te maken gelegen tussen de binnenstad en de zogenaamde 20ste eeuwse gordel. De Vlaamse intendant heeft een ontwerpwedstrijd lopen om dit landschap vorm te geven en de haalbaarheid ervan te toetsen. We kijken reikhalzend uit naar de resultaten. Stel je maar eens voor dat er straks op de plaats waar onafgebroken auto's voorbij razen een 'volwaardig', groot groen park ontstaat dat de bestaande parken en groene vingers met elkaar verbindt. Ook op vlak van klimaatadaptatie, met name de verkoeling van de stad, wordt er zo een enorme stap voorwaarts gezet. Het verschil tussen een groene open ruimte en een stenige ruimte zoals een straat met gebouwen kan op een warme zomerdag tot 8° c bedragen. Voorwaarde is wel dat het een 'volwaardig' groot groen park kan worden met een samenhangend structuur van grote bomen die geschiedenis (+ 100j) kunnen maken. Dit vraagt om een substantiële bodemopbouw (+ 1m) en een doordacht grond- en hemelwatersysteem.

Meer dan ooit moeten burgers en stadsbestuur samenwerken aan een geïntegreerd groenbeleid waarbij het beleid reeds vanaf de prille ontwerpfase de hand reikt aan de burgers. Het is anderzijds belangrijk dat op verschillende schaalniveaus aan het groen wordt gewerkt in de stad waarbij elkeen, van individuele bewoner tot publieke overheid, een cruciale rol te spelen heeft. Je hoeft zelf niet te wachten om aan een groenere stad te beginnen werken, maar ook de overheid mag niet wachten totdat burgers met petities hun rechten opeisen. Ze dient faciliterend te werk te gaan zodat groen een verworven recht wordt. Zodat we kunnen leven en genieten in 'Antwerpen, onze groene stad'.

Noten

  1. In 2011 berekende VITO, in samenwerking met Technum, dat in Antwerpen ongeveer 60.000 inwoners ernstig gehinderd zijn door geluid, terwijl ongeveer 30.000 inwoners kampen met ernstige slaapverstoringen. De slechte luchtkwaliteit zorgt voor 7.088 verloren gezonde levensjaren in Antwerpen. Dit komt overeen met 438 verloren gezonde levensdagen per Antwerpenaar.
  2. http://www.groenblauwenetwerken.com/about/introduction-to-green-blue-urban-grids/.
  3. Zie hun website: https://tree-map.nycgovparks.org/#treeinfo-2128553.
  4. Susan D. Clayton and Susan Opotow (ed.) (2003), Identity and the Natural Environment: The Psychological Significance of Nature. The MIT Press, Cambridge, Massachusetts, London, England.
  5. Re-Leaf in Londen UK en Urban Forest in London CA.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 10 (december), pagina 63 tot 69