Log in

Waarom mensen in armoede hun rechten niet kunnen realiseren

Op beleidsniveau wordt veel gesproken over het misbruik van bepaalde rechten, zoals fraude met uitkeringen, maar er is een andere erg onderschatte problematiek die nauwelijks aandacht krijgt maar veel groter van omvang is: mensen in armoede die hun rechten niet (kunnen) realiseren, de zogenaamde non-take-up. In dit artikel belichten we de omvang en oorzaken van de problematiek. We pleiten voor verschillende pistes om de non-take-up van rechten te verminderen. Zowel het beleid als de diensten en organisaties op het terrein hebben hier een belangrijke taak.

EEN ONDERSCHATTE PROBLEMATIEK

Het is geen evidentie om zicht te krijgen op de omvang van non-take-up. Op basis van een internationale vergelijkende studie voor de Europese Unie vermeldt Eurofound dat de grote meerderheid van de zelfs meest voorzichtige schattingen de 40% overschrijdt. Alle 19 EU-lidstaten waarvoor schattingen beschikbaar waren, hebben minstens 1 uitkering waarvan de geschatte non-take-up hoger is dan 40%; het gaat hierbij om uitkeringen met een brede toepassing, niet toegespitst op uitzonderlijke situaties.1

Voor België beschikken we over weinig cijfers over non-take-up van rechten. We vermelden hieronder een aantal rechten, zowel op het federale als het Vlaamse niveau, waar we over indicaties beschikken over de (non-)take-up:

  • Sociaal tarief voor gas en elektriciteit: personen met een bepaald sociaal statuut hebben recht op een verminderd tarief voor gas en elektriciteit. Vroeger kregen de betrokken huishoudens een attest dat ze op hun beurt moesten doorgeven aan de energieleverancier. Sinds enkele jaren wordt het sociaal tarief op een automatische manier toegepast. Het aantal huishoudens dat het sociaal tarief ontvangt voor en na het automatiseringsproces geeft ons een indicatie van de non-take-up vóór het automatiseringsproces. Zo hadden in 2009 zo'n 256.000 huishoudens recht op het sociaal tarief. In 2012 was dit aantal - na het automatiseringsproces - gestegen tot 390.965 huishoudens.2 Het grote verschil kan niet te wijten zijn aan een enorme toename van de doelgroep en geeft dus zicht op een belangrijke non-take-up van dit sociaal tarief voordat het automatisch werd toegepast.

  • Voorschotten door de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO): gezinnen die het onderhoudsgeld van hun ex-partner niet ontvangen - en aan bepaalde inkomensvoorwaarden voldoen - kunnen bij de DAVO een aanvraag indienen om voorschotten op het maandelijkse onderhoudsgeld te ontvangen. Onderzoek naar het gebruik van dit recht toonde aan dat 61% van de in aanmerking komende alimentatiegerechtigde gezinnen met kinderen dit recht opnamen.3

  • Huurpremie: in Vlaanderen bestaat reeds enkele jaren een huurpremie voor diegenen die minstens vier jaar op de wachtlijst van een sociale woning staan en voldoen aan bepaalde voorwaarden op het vlak van inkomen en huurprijs. Potentiële rechthebbenden krijgen automatisch een aanvraagformulier toegestuurd. Zodra ze dat samen met hun huurcontract terugsturen, behandelt het Agentschap Wonen-Vlaanderen de aanvraag. Het Steunpunt Wonen wijst op de discrepantie tussen het aantal personen die in aanmerking komen (en aangeschreven worden) en het aantal uitbetaalde premies: slechts 53% van de potentieel rechthebbenden sturen het formulier terug en slechts 41% wordt effectief rechthebbende.4

  • Minimumlevering gas: huishoudens die door betalingsproblemen door hun energieleverancier zijn gedropt, worden verder beleverd door de distributienetbeheerder. Als ze ook bij de netbeheerder hun facturen niet meer kunnen betalen, wordt er een oplaadbare aardgasbudgetmeter geplaatst. Een gegarandeerde minimale levering is bij een gasbudgetmeter - in tegenstelling tot een elektriciteitsbudgetmeter (de minimale levering van 10 ampère) - om technische redenen niet mogelijk. Wie door gebrek aan financiële middelen zijn budgetmeterkaart niet kan opladen en ook zijn noodkrediet heeft opgebruikt, beschikt op dat moment niet meer over aardgas. Sinds 2011 kan een huishouden met een budgetmeter in de winterperiode aan het OCMW een beperkte financiële steun aanvragen om de aardgasbudgetmeter te kunnen opladen. De ondersteuning wordt toegekend na een sociaal onderzoek waarbij wordt nagekeken of men het risico loopt op energiearmoede. Het OCMW kan een gedeelte van deze steun recupereren bij de netbeheerder. In de winter van 2015-2016 (december tot en met maart) rapporteerden de netbeheerders 3.695 aanvragen van de OCMW's tot recuperatie. Dit betekent dat er aan 13,32% van budgetmeterklanten een ondersteuning werd toegekend.5 Gezien een budgetmeter enkel bij huishoudens wordt geïnstalleerd met betalingsmoeilijkheden bij hun leverancier én (daarna) bij de netbeheerder, kunnen we ervan uitgaan dat een groot deel van deze huishoudens een risico loopt op energiearmoede, en er dus momenteel een belangrijke non-take-up optreedt.

  • Verhoogde tegemoetkoming in de gezondheidszorg: personen met recht op verhoogde tegemoetkoming betalen minder remgeld en kunnen ook gebruik maken van de derdebetalersregeling. Bij personen met een bepaalde uitkering (bijvoorbeeld leefloon, inkomensgarantie voor ouderen) is de toepassing grotendeels geautomatiseerd door een gegevensuitwisseling bij de Kruispuntbank. Een - grotere - groep kan op basis van een laag inkomen verhoogde tegemoetkoming ontvangen, mits een aanvraag bij de mutualiteit. Onderzoek van de Universiteit Antwerpen waarbij de mutualiteit CM - op basis van een 'proactieve flux' van fiscale gegevens - 55.000 gezinnen zelf contacteerde, toonde aan dat deze proactieve aanpak een verviervoudiging van de effectieve opname van de verhoogde tegemoetkoming als effect had. Dit bevestigt het vermoeden dat er voorheen een hoge graad van non-take-up was.6

Bovenstaande cijfers geven telkens aan hoeveel personen en gezinnen gebruik maken van bepaalde rechten. Ze zijn dus tegelijk een indicatie van de mogelijke non-take-up van de maatregelen. Deze indicaties geven aan dat de problematiek groot is, veel groter dan het misbruik van bepaalde rechten.

OORZAKEN VOOR NON-TAKE-UP

Voor we ingaan op oorzaken voor non-take-up, vooreerst dit: er is veel discussie over de te gebruiken term. Sommigen schuiven 'niet-gebruik' naar voor, anderen benadrukken dat de redenen niet alleen bij de individuele burgers liggen, maar juist voor een groot deel bij het beleid en bij de administraties en diensten. Zij verkiezen de term 'niet-toegang'. In deze bijdrage gebruiken we de gangbare term 'non-take-up' van rechten, zonder daarbij deze accenten te vergeten.

Non-take-up van rechten raakt alle levensdomeinen: het gaat bijvoorbeeld ook over jongeren die geen gebruik maken van opleidingsmogelijkheden7, ouderen die zich niet kunnen verplaatsen naar zorgverstrekkers of ziekenhuizen wegens een tekort aan financieel toegankelijk vervoer, enzovoort.8

Voor typologieën van oorzaken voor non-take-up verwijzen we naar bestaand onderzoek.9 In wat volgt baseren we ons vooral op getuigenissen en analyses in het overleg binnen het interfederale Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (verder: Steunpunt), onder andere in het kader van het actuele overlegproces rond 'armoede en burgerschap' (waarvan de resultaten eind december 2017 verschijnen in het volgende tweejaarlijkse Verslag van het Steunpunt). In dit overleg wezen de deelnemers vooral op de rol en de verantwoordelijkheid van het beleid en de uitvoerende diensten en instellingen.

Veelal denkt men aan een gebrek van informatie als oorzaak voor non-take-up, maar de oorzaken zijn veel meer divers dan dat. We sommen er een vijftal op:

1/ Hebben we rechten?

Verenigingen waar armen het woord nemen zijn het er allemaal over eens dat de minachting waarmee mensen in armoede te maken krijgen een fundamentele oorzaak is van het feit dat ze geen toegang hebben tot rechten. Armoede, en zeker extreme armoede, zorgt ervoor dat mensen die in dergelijke situaties leven denken dat ze geen rechten hebben. Hoe kan men geloven dat men rechten heeft wanneer men jarenlang op een wachtlijst voor een sociale woning staat? Wanneer vervangingsinkomens en soms zelfs inkomsten uit arbeid (denk aan de working poor) niet toelaten om menswaardig te leven? Ze voelen zich geen rechtssubject, geen drager van rechten.

2/ Perverse effecten

Een recht uitoefenen kan in bepaalde gevallen riskant blijken omdat het een verergering van de situatie tot gevolg heeft. Een vrouw vertelde dat ze bij de verhuis van een doorgangswoning naar een huurwoning een huursubsidie had aangevraagd. Het kwaliteitscontrole waarmee een huursubsidie gepaard gaat, bracht echter een aantal gebreken aan het licht. De eigenaar deed slechts een minimum aan werken. De vrouw vreesde voor de uitslag van de tweede controle en zag zich genoodzaakt om een nieuwe woning te zoeken. Deze keer durfde ze de huursubsidie niet meer vragen, uit schrik voor de bijhorende kwaliteitscontrole en de reactie van de huisbaas.10

3/ Onvoldoende informatie

Zelfs wanneer mensen zich bewust zijn dat ze rechten hebben, weten velen onder hen niet waarop ze recht hebben. Enkel een kwalitatieve informatieverstrekking kan de toegang tot rechten verbeteren. Correcte en volledige informatie verstrekken, is een echte uitdaging geworden. De manier waarop informatie wordt verstrekt, is een ander essentieel element van de kwaliteit. Op welke plaatsen is de informatie beschikbaar? Is ze te vinden op plaatsen waar mensen in armoede wonen of vaak komen? Is ze beschikbaar op het moment waarop de betrokkene de informatie zoekt? Wordt ze op een begrijpelijke manier gegeven? Wordt de informatie op papier aangeboden of op elektronische wijze? Is er een vertrouwenspersoon aanwezig die de informatie indien nodig kan uitleggen?

Het gebeurt ook dat beroepskrachten van diensten en instellingen het aanbod niet voorstellen aan de rechthebbenden. Soms is de regelgeving niet genoeg gekend bij de betrokken beroepskrachten zelf of wensen ze het aanbod niet voor te stellen, anticiperend op een aanbod dat niet-passend zou zijn (bijvoorbeeld een juridische weg die te complex en te moeilijk zou kunnen zijn, of een tekort aan middelen). Wat betreft het recht op uitkeringen binnen de sociale zekerheid of de sociale bijstand, herinneren we eraan dat het Handvest van de sociaal verzekerde de informatieverplichtingen van de sociale zekerheidsinstellingen, inclusief het OCMW, preciseert.

4/ Complexe procedures

Ook de verschillende stappen die men moet ondernemen om een recht uit te oefenen, kunnen een oorzaak zijn van non-take-up. Wanneer mensen - zich goed bewust van hun rechten en goed geïnformeerd - zich vandaag tot diensten wenden die verantwoordelijk zijn tot de toepassing van een recht, gebeurt het niet zelden dat ze meerdere stappen moeten zetten en aan meerdere eisen moeten voldoen. Sommigen geven op wegens dit 'hindernissenparcours'.11 Als reden voor de hoge non-take-up van de huurpremie bijvoorbeeld wordt verwezen naar de vele administratieve stappen (invullen van het aanvraagformulier, inschrijving bij de huisvestingsmaatschappij die werkzaam is in de gemeente waar men woont, controle van de woning, bezorgen van een 'geldig' huurcontract).12

Het is ook zo dat verschillende rechten aan steeds meer voorwaarden onderworpen worden (denk aan de hervorming van de inschakelingsuitkeringen of de uitbreiding van de toepassing van het 'geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie'). De toenemende voorwaardelijkheid van het aanbod versterkt het risico op non-take-up: 'hoe voorwaardelijker het grote net van de sociale basisbescherming, hoe meer burgers ook dreigen door het tweede net van de residuele rechten te vallen'.13

5/ Moeilijke toegang tot justitie

Na de behandeling van een aanvraag door de bevoegde administratie of dienst, kan een persoon van oordeel zijn dat zijn of haar rechten geschonden zijn door de instanties die geacht worden ze toe te passen. Hij of zij kan dan een rechtszaak aanspannen om de beslissing aan te vechten. Maar ook in de toegang tot justitie worden mensen in armoede geconfronteerd met verschillende drempels: financieel, administratief, qua taalgebruik, enzovoort. Deze toegang wordt nog lastiger door de recente hervormingen binnen justitie, in het bijzonder voor de juridische tweedelijnsbijstand. Er moeten immers meer voorwaarden worden vervuld en meer controles uitgevoerd (de invoering van een remgeld, de afschaffing van het 'onweerlegbaar vermoeden van behoeftigheid', meer bewijsstukken die moeten worden afgeleverd).14

OPLOSSINGEN VOOR NON-TAKE-UP

In de eerste plaats moeten we verwijzen naar de rol en de verantwoordelijkheid van de wetgever. We mogen immers niet vergeten dat administraties, diensten en justitie gestalte geven aan rechten die door de beleidsvoerders in wetteksten worden vastgelegd: 'We zouden [ons] vergissen wanneer we alleen focussen op wat slecht loopt door fouten bij de administratie, door te veel rompslomp of door een gebrek aan informatie. De meeste en wellicht ook de ernstigste gevallen waarbij rechten niet worden gebruikt, zijn immers daar geen gevolg van, maar hebben te maken met de normale werking van het systeem en dus met de onderliggende beleidskeuzes en budgettaire keuzes'.15

De rol van de wetgever is dus, voorafgaand aan alles, cruciaal. Hoe rechten vorm krijgen, de voorwaarden die worden vooropgesteld, hoe men naar de rechthebbenden kijkt, … het zijn allemaal elementen die de (non-)take-up zullen bepalen.

Bij de opmaak van wetgeving moet worden nagedacht over de take-up van deze nieuwe maatregelen. Er moeten indicatoren worden voorzien om de (non-)take-up te kunnen meten. Dit aspect kan trouwens meegenomen worden in het nieuwe instrument van de armoedetoets (waarbij nieuwe wetgeving ex ante wordt geëvalueerd op haar mogelijke impact op armoede).

Daarnaast moet wetgeving ook worden vereenvoudigd, zodat de stappen die door de rechthebbende ondernomen moet worden drastisch verminderen.

Steeds vaker worden procedures gedigitaliseerd, wat beschouwd wordt als een manier om ze te vereenvoudigen. Maar heeft een verplichte omschakeling naar digitale procedures werkelijk een positieve invloed op de toegang tot rechten?16 Gezien het bestaan ​​van een digitale kloof, is het nodig om rekening te houden met de mogelijkheden van alle betrokkenen. Dergelijke initiatieven gaan dus best gepaard met extra tijd en mogelijkheden voor de begeleiding en ontvangst van de mensen die op dit vlak minder sterk staan.

De piste waaraan tegenwoordig heel wat aandacht wordt besteed, is deze van de automatische toekenning van rechten (dit wil zeggen: de automatische opening van rechten, zonder voorafgaande stappen van de eventuele rechthebbende). Een overzicht van het Steunpunt toonde dat er de voorbije jaren interessante initiatieven zijn genomen, maar ook dat toepassingen waarbij de rechthebbende geen initiatief meer moet nemen schaars zijn en dat er verschillende aandachtspunten en knelpunten zijn.17 Op federaal niveau bekijkt het netwerk van federale armoedeambtenaren nieuwe mogelijkheden. Op Vlaams niveau worden de mogelijkheden voor automatische toepassing bekeken en meegenomen in de armoedetoetsen. Tegelijk stellen we echter vast dat de wetgeving vaak complexer en voorwaardelijker wordt, waardoor het eigenlijk moeilijker wordt om rechten automatisch toe te kennen.

Naast de rol van de wetgever, is ook voor de organisaties en diensten op het terrein een belangrijke rol weggelegd. De inrichting van het onthaal van een dienst, de betrokkenheid van een cliëntgroep bij de evaluatie en de ontwikkeling van de dienstverlening, de evaluatie van cliënttrajecten, de mogelijkheid om proactief naar potentiële rechthebbenden te stappen, … dit zijn allemaal aspecten van hulp- en dienstverlening die de non-take-up van rechten kunnen verminderen. Het is dan ook belangrijk dat organisaties, diensten en instellingen die de rechten op het terrein dienen te realiseren, zichzelf en hun dienstverlening bevragen op het aspect van (non-)take-up.

Meer in het algemeen, hebben we in België meer zicht nodig op de problematiek. De mate van non-take-up is eigenlijk een directe indicator voor de effectiviteit van beleid.18 Ondertussen is in ons land een onderzoeksproject gestart die de problematiek meer in kaart wil brengen.19 Naast cijfers hebben we echter ook nood aan meer kwalitatieve onderzoeken met het oog op een evaluatie van de verschillende stappen die mensen in armoede ondernemen om een recht in praktijk te zetten.20

Dat het vraagstuk van (non-)take-up al langer speelt, ook in onze contreien, bewijst volgend citaat uit een evaluatierapport in Ieper van 1531 (Forma subventionis pauperum) waarnaar Paul Spicker tijdens het colloquium van het Steunpunt in de Senaat over het thema verwees: 'Many people are so naturally ashamed and fearful, that they would rather hide their need than disclose it, and they live at home in serious want. Because of them, it has been decreed that people who are needy secretly and in private should be searched out. Those who are ashamed to be seen shall be visited, and those who are too ashamed to take anything shall be given support. Men will go to the houses of those who do not dare speak to us or to come to our gates. We think it best not to delay unless they are driven, through the loss of this honest humility, to show their deprivation and need. They must be helped, privately and promptly, lest they are lost by our negligence, when they are just those who a caring charity requires us to help'.21

  1. Dubois, Hans (2017). Reducing poverty and improving fairness by ensuring that people receive the social benefits to which they are entitled: evidence from the EU, in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2017). Armoede en ineffectiviteit van rechten : non-take-up van. Brugge/Bruxelles. Die Keure / La Charte, pp. 85-100.
  2. Cijfers van de FOD Economie.
  3. Pacolet, Jozef en Frederic Dewispelaere (2012). Budgettaire impact van de toekenning van de voorschotten door de Dienst voor alimentatievorderingen, Leuven, HIVA, p. 287.
  4. Van den Broeck, K. et al. (2017). Naar een nieuw stelsel van huursubsidies. Leuven, Steunpunt Wonen, p. 12.
  5. VREG (2017). Sociaal rapport 2016, p. 50.
  6. Van Gestel, R., Goedemé, T., Janssens, J., Lefevere, E. en Lemkens R. (2017). A Reminder to Pay Less for Healthcare: take-up of Increased Reimbursement in a large-scale randomized field experiment, CSB Working Paper 17/12, Herman Deleeck Centre fo Social Policy - University of Antwerp.
  7. Zie ook de studie bij jongeren in de Federatie Wallonië-Brussel: Observatoire DEs Non REcours aux Droits et Services - ODENORE (2016). Non-recours à l'offre d'enseignement et de formation des jeunes de 15-24 ans en Fédération Wallonie-Bruxelles, Rapport de recherche pour l'Observatoire de l'enfance, de la Jeunesse et de l'Aide à la Jeunesse (OEJAJ), Ministère de la Fédération Wallonie-Bruxelles, Observatoire des non-recours aux droits et services (ODENORE), Université Grenoble Alpes.
  8. Zie de domeinen van huisvesting, onderwijs, werk, gezondheid, inkomen en sociale hulp die besproken worden in: Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (2017). Inzichten in non take-up van de sociale rechten en in sociale onderbescherming in het Brussels Gewest, Thematisch katern van het Armoederapport van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2016, Brussel, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  9. Voor typologieën betreffende oorzaken en situaties van non-take-up, zie: van Oorschot, W. en Math A. (1996). 'La question du non-recours aux prestations sociales', in: Recherches et Prévisions, CNAF, Paris, vol. 43, pp. 5-17; Observatoire Des Non Recours aux Droits et Services – ODENORE (2010). Le non-recours: définition et typologies, Odenore, juni 2010; Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad (2017). Inzichten in non take-up van de sociale rechten en in sociale onderbescherming in het Brussels Gewest, Thematisch katern van het Armoederapport van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2016, Brussel, Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
  10. Getuigenis in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting en Cera (2016). Video 'Non-take-up van rechten', http://www.armoedebestrijding.be/themanontakeup.htm.
  11. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2004). Een andere benadering van armoede-indicatoren. Onderzoek-actie-vorming, Brussel, Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding. 12 .Vlaamse Woonraad (2017). Advies knelpunten huursubsidie huurpremie. Advies 2017-03, 6 maart 2017, p. 4.
  12. Nicaise, Ides (2017). Gaten in de sociale bescherming, onderzoek over de niet-effectiviteit van sociaal-economische rechten in België,in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2017). Armoede en ineffectiviteit van rechten : non-take-up van rechten. Brugge/Brussel. Die Keure / La Charte, pp. 53-65.
  13. Zie het hoofdstuk 'Justitie' in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2015). Publieke diensten en armoede. Een bijdrage aan politiek debat en politieke actie. Tweejaarlijks Verslag 2014-2015. Brussel: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting, pp. 10-39; Platform Recht voor iedereen (2017). Zwartboek. De hervorming van de juridische tweedelijnsbijstand. Een schaakspel.
  14. Paul Palsterman in: De Boe Françoise (2017). 'De rol van de wetgever en van de justitiële actoren ten aanzien van de niet-toegang tot en het niet-gebruik van rechten', in Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2017). Armoede en ineffectiviteit van rechten : non-take-up van rechten. Brugge/Brussel. Die Keure / La Charte, p. 141.
  15. Mazet, Pierre (4 juillet 2016). 'La dématérialisation est un facteur d'exclusion', La Gazette.
  16. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2013). Automatisering van rechten met betrekking tot de bevoegdheden van de federale staat., http://www.armoedebestrijding.be/publications/automatiseringrechten.pdf.
  17. Mazet, Pierre (2017). Analyse du non recours aux droits: un outil d'évaluation des politiques publiques, in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2017). Armoede en ineffectiviteit van rechten : non-take-up van rechten. Brugge/Brussel. Die Keure / La Charte.
  18. Onderzoek 'Armoedebestrijding door het verbeteren van de opname van sociale maatregelen door huishoudens en bedrijven' (TAKE), uitgevoerd door Universiteit Antwerpen, Université de Liège, het Planbureau, en FOD Sociale Zekerheid in het kader van het programma BRAIN-be van het Federaal Wetenschapsbeleid.
  19. Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2004). Een andere benadering van armoede-indicatoren. Onderzoek-actie-vorming, Brussel, Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, http://www.armoedebestrijding.be/publicatiessteunpuntindicatoren.htm.
  20. Spicker, Paul (2017). Take-up of benefits: Lessons from the UK, in: Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting (2017). Armoede en ineffectiviteit van rechten : non-take-up van rechten. Brugge/Brussel. Die Keure / La Charte, pp. 17-35.
  21. Het Steunpunt is een interfederale publieke instelling, in 1999 opgericht via een samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten. Het heeft als opdracht om de effectiviteit van de rechten te evalueren in situaties van armoede, en doet dit onder andere door het organiseren van overlegprocessen met mensen in armoede en hun organisaties en andere diverse actoren. De analyses en aanbevelingen uit dit overleg komen terecht in zijn tweejaarlijkse Verslagen. Het is in dit overleg dat de voorbije jaren heel veel situaties waarbij mensen geen gebruik maken van hun rechten of er geen toegang toe hebben, door deelnemers werden aangehaald.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 10 (december), pagina 55 tot 62