Log in

'Samenleven met gezond verstand'

Uitgelezen

Samenleven met gezond verstand

Patrick Loobuyck
Polis, Borgerhout, 2017

Moraalfilosoof Patrick Loobuyck gaat ervan uit dat er een aantal basisprincipes zijn die het samenleven in diversiteit mogelijk maken. Als we het debat daarover met gezond verstand voeren en redelijk zijn, geraken we het volgens hem over die principes eens. Een optimistisch boek dus.

Het middel om in diepe diversiteit te kunnen samenleven, is het secularisme:

  • de staat heeft een band met de burger, die onafhankelijk is van de levensbeschouwing van die burger;
  • de wet en de grondwet staan daarom boven alle religieuze voorschriften;
  • er is een grote mate van levensbeschouwelijke vrijheid; de staat stelt zich in dat verband neutraal op;
  • de wijze waarop de staat het handelen van de burger stuurt - via socialisatie en wet - respecteert alle levensbeschouwelijke opvattingen, zolang deze de openbare orde en het welzijn van de burgers niet bedreigen;
  • de manier waarop de wetgever over de publieke zaak spreekt, is universaliseerbaar, niet alleen zinvol voor de aanhangers van een bepaalde levensbeschouwing.

Ik beschrijf secularisme hier, nauw de formulering van Charles Taylor volgend. Eigenlijk komt het erop neer dat een religieuze overtuiging een mening is als een andere. Het secularisme moet het mogelijk maken dat mensen volgens hun levensbeschouwing kunnen leven zonder dat zij via wet, grondwet of een te opdringerige aanwezigheid in de openbare ruimte, die levenswijze aan anderen (kunnen) opleggen. Dat is inderdaad het enige middel dat tot nog toe werd ontwikkeld om goed in diversiteit te kunnen samenleven. Patrick Loobuyck brengt dat inzicht op een kalme, toegankelijke en overtuigende wijze.

Maar, volstaan redelijkheid en gezond verstand om iedereen te overtuigen? Patrick Loobuyck denkt van wel. 'Het enige effectieve middel om mensen te overtuigen is een beroep doen op en blijven inzetten op redelijkheid en gezond verstand' (117). Loobuyck omschrijft de cluster van principes waarop het leven in diversiteit kan steunen, niet als 'secularisme', maar als 'politiek liberalisme'. De stelling die hij verdedigt is dat politiek liberalisme de juiste grondslag, in zijn ogen waarschijnlijk ook de enige grondslag, is voor de seculiere samenleving. Hij ontslaat zich echter van de taak die positie te beargumenteren door secularisme meteen te omschrijven als politiek liberalisme alsof het om één en hetzelfde verschijnsel gaat. Politiek liberalisme is echter maar één mogelijke manier om secularisme te verantwoorden. En de wijze waarop men secularisme verantwoordt, heeft uiteraard grote gevolgen voor hoe men consensus rond en consolidatie van dat samenlevingsmodel nastreeft.

De stelling die ik hier zal verdedigen, is dat liberalisme in dat verband meer kwaad dan goed doet, in feite leidt tot verdere wederzijdse vervreemding van groepen die het sowieso al moeilijk met elkaar kunnen vinden.

Patrick Loobuyck steunt op twee auteurs om zijn liberale positie te verdedigen, John Stuart Mill (vooral het essay On Liberty) en John Rawls (vooral A Theory of Justice, lijkt me). Omdat ik On Liberty maar moeilijk volkomen au serieux kan nemen, laat ik het hier buiten beschouwing en kijk ik naar de wijze waarop Patrick Loobuyck John Rawls gebruikt. Hij doet dat via een gedachtenexperiment. Zijn studenten worden gevraagd na te denken over een gewenste morele ordening van de samenleving, zich inbeeldend dat zij hun toekomstige identiteit niet kennen. Op die manier wordt het uitgangspunt van John Rawls gesimuleerd: we moeten over morele kwesties oordelen door ons in te beelden dat we niet weten wie wij zullen zijn. We moeten, in de termen van John Rawls, oordelen onder de sluier van onwetendheid. Dat is liberalisme ten top: mensen zonder eigenheid, zonder identiteit, zonder verankering in een geschiedenis of een gemeenschap, en die op die basis moeten oordelen hoe zij willen gaan samenleven. Het doet denken aan de manier waarop Hippolyte Taine in de 19de eeuw al ironisch reageerde op het mensbeeld van de liberalen: 'des hommes nés a vingt ans, sans parents, sans passé, sans tradition, sans obligation, sans patrie, et qui, assemblés pour la première fois, vont pour la première fois traiter entre eux'. Dat soort wereldvreemdheid maakt het liberale denkers moeilijk met begrippen als gemeenschap, klasse of identiteit om te gaan. Het roept radicale reacties op, zoals de identitaire bewegingen; het draagt op die manier bij tot het verzieken van de situatie.

De basis die mensen hebben om met hun samenleving om te gaan, is in de eerste plaats hun verleden en wat dat aan waarden, kennis en kenniswijzen, gemeenschapgevoelens en instellingen heeft opgeleverd. De opname van de islam in Europa moeten we niet benaderen vanuit een gedachtenexperiment waarin mensen verschijnen alsof ze geen ouders, verleden of geloof hebben. We moeten het benaderen op basis van het sociale model dat hier is gegroeid (en dat naast democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat en wetenschap ook secularisme omvat). En we moeten daarbij ook rekening houden met het sociale model waarvan de nieuwkomers de dragers zijn. Filosofen als John Rawls hebben de onhebbelijke gewoonte te denken dat de wereld ontstaat op het moment dat zij aan hun werktafel gaan zitten. Wij zijn niet tot het secularisme gekomen door de toepassing van beginselen. Secularisme is daarentegen een besluit, een uitkomst van onze geschiedenis, bereikt met vallen en opstaan, na een lange processie van Echternacht, met periodes van herconfessionalisering en de-secularing. Dat model houdt vandaag (moeizaam) stand omdat het bij ons verankerd is, niet zozeer in de rede, maar in het hart.

Patrick Loobuyck is geen Thatcheriaan: 'There is no such thing as society'. Hij heeft wel oog voor gemeenschap (zie blz 152 e.v.) maar beschouwt dat als iets dat naast de liberale uitgangspunten ook wat aandacht verdient, als een sausje over de hoofdschotel, letterlijk, zo beschrijft hij het: 'Er moet ook wat maïzena (staat voor gemeenschapsgevoel) zijn om de saus te binden. Gemeenschapsdenken moet de individualistische uitgangspunten niet aanvullen als een sausje, maar individuele rechten en vrijheden ondersteunen als een fundament. Individuen hebben geen afdwingbare rechten los van een georganiseerde gemeenschap'.

Secularisme is een kwetsbaar samenlevingsmodel, in mindere of meerdere mate geïmplemeteerd in een beperkt aantal landen. We kunnen de uitbreiding ervan - intern (naar nieuwe bevolkingsgroepen) of extern (naar andere landen) - niet nastreven door te stellen dat alle redelijke mensen de principes van het secularisme wel zullen aanvaarden als ze deze maar eens te horen krijgen. We moeten nagaan welke cruciale voorwaarden, welke houdingen en instellingen bij ons tot dat samenlevingsmodel hebben geleid: waardeveralgemening, geloofsafval, het verdwijnen van geloof in een persoonlijke god, het verdwijnen van fundamentalisme en letterlijkheid, het loskoppelen van identiteit en religie… welke rol hebben die factoren gespeeld en kunnen zij die rol opnieuw spelen?

Die cruciale vragen komen in dit boek niet aan bod. Zijn liberale uitgangspunten maken het onvermijdelijk dat Patrick Loobuyck steeds maar terugkeert naar die 'redelijkheid'. Probleem is dat redelijkheid wel enige richting geeft binnen de betekeniskaders van één cultuur, maar niet of nauwelijks over culturen heen. '(…) met onredelijke mensen valt niet samen te leven', stelt Patrick Loobuyck. Maar dat is nu precies wat we wel moeten doen. Samenleven met mensen die binnen hun betekeniskaders tot besluiten komen die in hun ogen heel redelijk en in de onze onredelijk zijn. 'Wie als moslim gelijk behandeld wil worden, gaat er redelijkerwijs van uit dat ook niet-moslims of holebi's gelijk behandeld willen worden'. Geenszins. De gelovige moslim acht zich superieur omdat hij de voorschriften van een alwetende god volgt. Het is toch heel redelijk aan te nemen dat de voorschriften van een alwetende god superieur zijn aan de regels gemaakt door falende mensen. Alleen heel onredelijke mensen zullen zoiets ontkennen. 'Grijp het shariagedweep (…) aan om de democratie te versterken'. Maar het is geen gedweep. Het is een gevolg van de uitgangspunten, van geloof in een alwetende, persoonlijke god. Over de fatwa waarvan Salman Rushdie het slachtoffer werd, zegt Patrick Loobuyck: 'dat kan niet'. Wel, het kan wel, het is zelfs gebeurd en het kan nog gebeuren omdat het Westen laf reageerde.

Het past bij het secularisme te stellen dat mensen best heel sterke religieuze overtuigingen mogen hebben. Patrick Loobuyck formuleert dat zo: 'Hoeveel atheïsten een samenleving telt is vanuit het perspectief van het politiek liberalisme niet relevant' (89). Maar dat is enkel zo omdat voor het liberalisme de werkelijkheid niet relevant is. Juiste principes en juiste waarnemingen lopen spijtig genoeg niet altijd hand in hand. Zelfs de meest rabiate voorstanders van het secularisme, en dus van het recht op diep geloof (waartoe ik me reken), moeten vaststellen dat elementaire wettelijke vertalingen van secularisme zoals het afschaffen van de doodstraf en de mogelijkheid van abortus, euthanasie en homohuwelijk slechts verwezenlijkt zijn in een handjevol landen, allemaal gekenmerkt door hoge proporties ongelovigen, niet-gelovigen en atheïsten. Anderzijds is geloofsafval strafbaar in een ander handjevol landen, allemaal moslimlanden.

Patrick Loobuyck heeft doorheen het boek opvallend weinig aandacht voor empirische evidentie. Soms leidt dat tot flagrant verkeerde stellingen. Zo poneert hij, op basis van wat hij 'mijn inschatting' noemt, dat er secularisering optreedt bij de moslims in Europa. Onderzoek in Nederland, waar daarover degelijk en gerepliceerd onderzoek beschikbaar is, wijst op het tegendeel: her-confessionalisering. Over hoe daarmee om te gaan om de samenleving leefbaar te houden, de bevolkingsgroepen die van elkaar vervreemden weer dichter bij elkaar te brengen, reikt dit boek, naast de waardvolle aanbeveling maat te houden en polarisering te mijden, bitter weinig handvaten aan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 6 (juni), pagina 76 tot 79