Log in

'Rood zonder roest. Een sociaaldemocratie voor de 21e eeuw'

Uitgelezen

Rood zonder roest. Een sociaaldemocratie voor de 21e eeuw

Carl Devos en Rudi Vander Vennet (red.)
Uitgeverij Van Halewyck, Leuven, 2009

In Rood zonder roest komt een keurkorps aan linkse intellectuelen aan het woord over de meest diverse onderwerpen. Van lokaal bestuur tot mondiale politiek, van onderwijs tot sociale zekerheid. De schrijvers werden door de auteurs uitgenodigd een stuk te plegen over hun visie op de ‘sociaaldemocratie voor de 21e eeuw’. Wat een gevarieerde bundeling visies opleverde, uitgegeven in samenwerking met de Stichting Gerrit Kreveld. Waarom je dit boek zeker wel moet lezen, is om voor elk domein een gefundeerde analyse terug te vinden over hoe een socialistische visie zich zou kunnen onderscheiden van rechtse visies. De geschiedenis van de socialistische visie op bepaalde thema’s is zeker leerrijk, en de knelpunten van vroeger zijn vaak nog steeds een brandpunt. De initiatiefnemers hadden geen boek voor ogen met maatschappijanalyses en probleemschetsen, maar een boek met visies, grote ideeën en principes.

Niet minder dan 32 experts schreven mee aan dit boek, en onvermijdelijk varieert de invalshoek en het niveau van de bijdragen. De ene bijdrage respecteert de intentie van de initiatiefnemers, de andere is toch wat blijven steken in de intelligente maatschappijanalyse. Wat me minder aansprak zijn de bijdragen die niets meer dan een historisch overzicht geven over een thema, of die zelfs niet meer doen dan uitgebreid uitleggen dat het een belangrijk onderwerp is. Zo breekt het stuk over media terecht een lans voor pluralisme in de media en een betere informatieve kwaliteit, maar je vindt er geen hint hoe men dat dan zou kunnen bereiken. Terwijl de socialistische partij al sinds de teloorgang van de Volksgazet toch een probleem heeft met media. Al moet ik toegeven dat ik ook geen flauw idee heb hoe je de kranten en zenders uit de wurggreep van kijkcijfers en scoops haalt.
Een van de interessantste stukken vond ik dat van Lieven Denys over fiscaliteit. Hij signaleert een resem voorstellen die zeker het bediscussiëren waard zijn.

Onderwijs is een sterk stuk, dat vooral het beleid van Frank Vandenbroucke toelicht. De beste Minister van Onderwijs van de laatste decennia, maar uit de tekst van Koen Pelleriaux blijkt tegelijk de onmacht om dat onderwijs écht democratisch te maken. Waarbij hij nog beleefd blijft over de sociale schifting die veel scholen blijven toepassen, door zwakkere leerlingen ongenadig weg te selecteren. Of door onbetaalbare schoolreisjes die de draagkracht van financieel minder sterke gezinnen te boven gaan. Ik ergerde me de voorbije herfst dood aan al die onderwijzers die de maximumfactuur voor onderwijs aanvechten en doodkalm komen uitleggen dat zij nu geen budget meer hebben om met hun klas te gaan skiën in de Ardennen of een schoolreis te maken naar Egypte. Terwijl elke school van Vandenbroucke meer dan genoeg extra budget gekregen heeft om pedagogisch verantwoorde activiteiten te organiseren. Als socialist zou ik dat gratis onderwijs radicaal van onder het stof halen. Scholen zijn geen reisbureaus. Al krijg je er wellicht een algemene onderwijsstaking bovenop…
Het stuk van de voormalige en de huidige Sampol-hoofdredacteurs Carl Devos en Patrick Vander Weyden, ‘hoe de sociaaldemocratie in een partij organiseren?’, is revelerend, omdat ze wel drie concrete voorstellen voor de partijwerking doen. Als men vandaag nog steeds moet aanbevelen dat het lidmaatschap moet worden geherwaardeerd, dat ook de lokale werking en politiek van belang is, en dat de studiedienst moet worden uitgebouwd met de netwerking die daar bij hoort, zegt dit tegelijk veel over de huidige werking van de partij.
Wat me nog het sterkst verwonderde, is de onzichtbaarheid van het ecologisch thema in de bijdragen. Rudi Vander Vennet houdt een pleidooi voor economische groei, waar Jan Verschooten even verder zelf ook het traditionele socialistische pleidooi in herkent om de taart groter te maken om ze gemakkelijker te kunnen verdelen. Terwijl er toch vrij veel vragen kunnen worden gesteld bij de ecologische houdbaarheid van ongebreidelde groei, zeker nu de rest van de wereld het Westen achternazit. Maar behalve Jan Verschootens stuk over duurzame ontwikkeling is milieubeleid nauwelijks terug te vinden. Het zou me benieuwen waarom het in deze bundel overgeslagen is. Wie nog gelooft in internationale solidariteit weet dat de klimaatcrisis het eerst en het hardst dreigt toe te slaan in landen die nu al tot de armste behoren.

De 2 hoofdauteurs hebben vreemd genoeg op het einde ook geen synthese geschreven. In de inleiding schrijven ze zelf dat ‘concrete maatregelen en spitsvondige ideetjes in een partij moeten worden uitgedacht. Meedenken over het socialisme kan iedereen.’ Wat alle auteurs ontsloeg van de opdracht om de sociaaldemocratische visie te concretiseren met voorstellen of projecten. Rood zonder roest leest niet echt als een wervend boek dat een lezer zou overtuigen aan te sluiten bij die ideologische beweging, laat staan lid te worden van de partij die zich op die ideologie beroept.

Het viel me op dat meerdere auteurs met heimwee terugkijken naar de periode waarin het SEVI als studiedienst het bindmiddel was voor veel geïnteresseerden of geëngageerden. Eigenlijk kan dit ganse boek en haar auteurs het ideale startpunt zijn voor zo’n nieuwe studiedienst. Een discussienota waaruit men met een groep partijleden en fellow travellers voor elk thema praktische en kortetermijnvoorstellen kan distilleren om een ruimer publiek aan te spreken. Devos en Vander Weyden stellen in hun bijdrage vast dat er geen denktank meer is binnen de sp.a, en het lijkt er op dat met deze essays de aanzet is gegeven om die opnieuw te starten. Ik kreeg alvast bij veel hoofdstukken zin om niet akkoord te gaan met de stellingen die er in geponeerd werden. Of om er net verder op te werken en ze te concretiseren in een politiek programma. Rood zonder roest is geen nachtkastjesliteratuur. Maar een beetje partij zou dit boek nu ook niet mogen laten roesten. Begin maar al aan deel 2, want het geloof zonder de werken is dood.

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 2 (februari), pagina 58 tot 59