Log in

Secret Gardens - Proeftuinen voor de stad

Project in de kijker

Secret Gardens is een nieuw internationaal stadstuinenfestival dat deze zomer voor de eerste keer georganiseerd wordt op initiatief van de Stad Kortrijk ‘om de kracht van groen in de stad te beleven en nieuwe groenconcepten voor de stad vorm te geven’. Uithangbord van het festival zijn 10 tijdelijke tuinen op bestaande publieke of semi-publieke locaties in de Kortrijkse binnenstad, ontworpen door bekende tuinarchitecten uit binnen- en buitenland.

In studies over de woonkwaliteit in de stad neemt de aanwezigheid van ‘groen’ en parken een belangrijke plaats in. Uit diverse studies blijkt bijvoorbeeld dat stadsbewoners zich bij de keuze van een woning of bij een beslissing om eventueel de stad te verlaten, in belangrijke mate laten leiden door de aanwezigheid van groen. Ook liggen de vastgoedprijzen in een ‘groene’ buurt doorgaans veel hoger dan in een ‘stenen’ buurt.
De druk op het stedelijk groen zal in de komende jaren alleen maar toenemen omdat de bevolking groeit en het bebouwd gebied intensiever wordt bebouwd (‘verdichting’). Niet alleen het bezit van een eigen tuintje in de stad dreigt daardoor een onbetaalbare luxe te worden, ook het publieke groen komt steeds meer in de verdrukking. Bij schaarste aan ruimte prevaleert bebouwing en infrastructuur vaak boven groen. Bouwen levert nu eenmaal geld op, groen kost geld. Zo lijkt het althans als men alleen naar de cijfertjes en de korte termijn kijkt. Het is echter de publieke ruimte die de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van een stad en de toekomstige positie van onze steden in de Belgische en Europese context bepaalt. Een stad kan in sociaal en economisch opzicht alleen functioneren als de bewoners een rijke leefomgeving wordt geboden. Een wezenlijke component van die leefomgeving is de ‘groene kwaliteit’, zoals de Nederlandse Raad voor het Landelijk Gebied in haar rapport Recht op Groen recent nog benadrukte.
Het gaat daarbij zeker niet altijd over de kwantiteit, wel over de kwaliteit van dat groen. Vele steden hebben vandaag een overdaad aan betekenisloos groen: stereotiepe en vaak slecht onderhouden parkjes en plantsoenen, karakterloze groene ruimten tussen appartementsgebouwen en woningcomplexen zonder enige betekenis of visuele kwaliteit...
Het is zonder meer toe te juichen dat in vele steden vandaag nieuwe parken worden aangelegd en oude parken in ere worden hersteld. Dat er stadsrandbossen worden aangeplant en natuurgebieden rond de stad worden beschermd. Wat daarbij echter vaak wordt vergeten, is de stedelijke omgeving zelf. Naast de grote park- en natuurgebieden in en rond de stad, zal op straatniveau de ‘restruimte’ een steeds wezenlijker onderdeel van de publieke ruimte gaan vormen. Plekken die nu vaak gedegradeerd worden tot geluidsbuffers, groene schermen of non-places tussen gebouwen. Plekken die vooral wildparkeerders, wildplassers en wildstorters aantrekken. Dergelijke plekken maken stilaan het grootste deel uit van de publieke ruimte in onze dagelijkse leefomgeving en bepalen, veel meer dan oogverblindende pleinen en prestigieus gedesignde stadsparken, de visuele kwaliteit en de beleving van onze steden. Dit soort ‘snippergroen’ kan bovendien een bijzondere rol vervullen in het sociale leven van een buurt en heeft hierdoor een unieke belevings- en ontmoetingsfunctie die een andere groene ruimte niet zonder meer kan vervullen.

HARLEKIJNRUIMTES

Overigens wil ik hier uitdrukkelijk benadrukken dat de dichte stad niet alleen groene ruimte nodig heeft, maar publieke ruimte in het algemeen. ‘Groene ruimte is zacht en ontspannend [...] Maar groen is niet de enige kleur. Andere tinten, andere emoties en andere mogelijkheden kunnen worden overwogen en vervolgens ontworpen’, schrijft de Britse landschapsarchitect en stedenbouwkundige Tom Turner in een essay over de City as landscape. ‘Soms willen we alleen zijn, op een ander moment zoeken we gezelligheid of avontuur. We zijn verliefd, agressief, verveeld en opgewonden. Deze, en alle andere stemmingen verdienen een plaats in de openbare ruimte van een stad. We hebben harlekijnplannen nodig voor harlekijnruimtes, passend bij ons harlekijnleven’. Bejaarden willen bijvoorbeeld een ander parktype dan kinderen. Waarbij wij, nog steeds volgens Turner, niet mogen vervallen in het functionalisme van de modernisten waarbij kinderen een zandbak nodig hebben, tieners een speelplein, volwassenen gras en bloemen, senioren banken en doden graven. ‘The success or failure of an open space depends upon its character, not just its facilities.’ Jonge kinderen hebben volgens Turner behoefte aan opwindende maar veilige plekken. Tieners verkiezen pretparkachtige plekken waar van alles gebeurt, waar ze vrienden ontmoeten, kunnen sporten, dansen of zonnebaden. Families verkiezen een plek waar ze kunnen picknicken, wat rondhummelen en waar de vaders hun vaardigheid met vliegers, modelboten en dergelijke kunnen etaleren. Senioren willen een ruimte die veilig en comfortabel is. We moeten ook de multiculturaliteit omarmen in onze groenruimten. Aziaten willen met hun familie picknicken, zo weet Turner. Afrikanen en Turken willen buiten koken, Japanners willen kerselaars, Duitsers een Biergarten en Fransen een jeu de boules. En natuurlijk moeten we ook ruimte voorzien voor vogelaars en vlinderliefhebbers, voor natuurbeschermers en kunstliefhebbers, volkstuiniers en rozenliefhebbers, voor honden en hun baasjes. ‘De volgende keer als een urbanist of stadsarchitect een nieuwe ruimte voor de stad voorstelt, vraag hem dan welke kleur die ruimte heeft. Indien ze op die vraag niet kunnen antwoorden, dan hebben ze onvoldoende nagedacht over hun ontwerp’, aldus Turner.

SCHANDPLEKKEN

De tien sites waar deze zomer in Kortrijk een secret garden wordt aangelegd, zijn sites die momenteel geen duidelijke bestemming hebben of die, in afwachting van een definitieve bestemming of inrichting, als storende vlekken in de stad worden ervaren. Plekken die ergernis opwekken of in het beste geval mensen totaal onverschillig laten. Het gaat daarbij zowel om plekken waar momenteel al een tuin ligt of iets wat daarvoor moet doorgaan, maar ook om een voormalige kleuterschool die al tien jaar leeg staat, een (deel van een) parking en een voormalig textielbedrijf. Elke stad heeft zo’n ‘schandplekken’ op plaatsen die dikwijls heel belangrijk zijn in de beleving van de stedelijke ruimte. De uiteindelijke bedoeling van Secret Gardens is het besef te doen groeien dat ook deze publieke ruimten dragers van stedelijke cultuur zijn, die de kwaliteiten van de stad kunnen benadrukken in plaats van de gebreken te verhullen. En dat ‘groen’ niet op de eerste plaats als kostenpost moet worden bekeken, maar een belangrijke bijdrage kan leveren aan krachtige steden met een aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving.
In Frankrijk hebben steden als Parijs en Lyon of op kleinere schaal Metz, Cahors en Bitche dat bijvoorbeeld perfect begrepen: in Parijs alleen al werden vorig jaar meer dan twintig nieuwe buurttuinen geopend. Ook in Nederland wordt al enkele jaren druk gediscussieerd over zogenaamde ‘postzegelparkjes’, maar vooralsnog zonder veel concrete realisaties. In België staat deze discussie nog in de kinderschoenen. Het stadstuinenfestival ‘Secret Gardens - Verborgen Stadsgroen’ in Kortrijk heeft precies de bedoeling om dat debat ook in België aan te zwengelen. Onze steden kunnen er alleen maar beter van worden.

Paul Geerts

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 5 (mei), pagina 44 tot 46