Log in

De electorale inzet voor de Franstaligen

De verkiezingen voor de gewesten en de gemeenschappen langs Franstalige kant zijn, om institutionele, demografische en politieke redenen, complexer dan langs Nederlands-talige. Het is dan ook interessant om, in afwachting van de verkiezingen op 7 juni, eens te kijken hoe het politieke landschap bezuiden de taalgrens er precies uitziet en wat de verwachtingen zijn. Waar staan de partijen aan de start in Wallonië en Brussel? We vertrekken daarbij van de analyse van de verkiezingsuitslagen van 1995, 1999 en 2004.

COMPLEXITEIT

De verkiezingen voor de gewesten en de gemeenschappen zijn langs Franstalige kant complexer dan langs Nederlandstalige. Hiervoor zijn voornamelijk twee redenen.
Vooreerst is er een institutionele reden. In tegenstelling tot de Vlamingen, die de 124 leden van het Vlaamse parlement rechtstreeks verkiezen en dit zowel in Brussel als in Vlaanderen, hebben de Franstaligen de politieke gewest- en gemeenschapsinstellingen niet gefusioneerd. Zodoende wordt het parlement van de Franse gemeenschap op indirecte wijze samengesteld. De 75 vertegenwoordigers van het Waalse gewest - rechtstreeks verkozen bij de verkiezingen in het Waalse gewest - worden lid van dit parlement en 19 leden van de Franstalige groep in het parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke gewest - verkozen bij de verkiezingen in het Brusselse gewest - worden er eveneens lid van. In Vlaanderen, waar de gemeenschap ook de bevoegdheden van het gewest uitoefent, wordt het parlement (ook wat de gemeenschap betreft) rechtstreeks verkozen, terwijl de Franstaligen enkel rechtstreekse verkiezingen kennen voor de instellingen van het gewest.
Ten tweede is er een demografische en politieke reden: de twee gewesten, Wallonië en Brussel, waar het merendeel van de Franstaligen1 wonen, zijn niet alleen geografisch verbrokkeld, maar zijn ook demografisch en politiek verschillend. Vier vijfden van de Franstaligen wonen in Wallonië, dat al vanaf de geboorte van de POB in 1885 wordt gedomineerd door de socialistische strekking wegens de sterke industriële ontwikkeling van de twee dichtstbevolkte Waalse provincies Henegouwen en Luik. Het demografische overwicht van Wallonië ondersteunt aldus de dominantie van de PS in de hele Franstalige gemeenschap, maar een vijfde Franstaligen dat in Brussel woont, relativeert dan weer deze dominantie. De electorale Brusselse sociologie is, net als die van andere stedelijke centra, eerder van liberale strekking, a fortiori sinds haar alliantie met het FDF in 1993.2 Met andere woorden, van het ogenblik dat de Franstalige liberalen niet te veel worden voorbijgestoken door de socialisten in Wallonië kunnen ze hun suprematie op Franstalig gebied betwisten, natuurlijk in de veronderstelling dat ze in Brussel hun traditionele eerste plaats behalen. Zo kan men de strijd om het leiderschap samenvatten die zich de laatste drie verkiezingen afspeelde en die zich op 7 juni zal herhalen.
We zullen ons hier beperken tot de analyse van de verkiezingsuitslagen van 1995, 1999 en 2004 teneinde over homogene resultaten te beschikken. Het Brusselse gewest werd immers pas in 1989 van politieke organen voorzien en kreeg toen verkiezingen die losgekoppeld zijn van de andere verkiezingen voor een gewest. Boven-dien zijn er pas sinds 1995 rechtstreekse verkiezingen van vertegenwoordigers van de gewesten of de gemeenschappen, die in de plaats kwamen van de samenstelling van de deelparlementen op basis van nationale verkiezingen.

KRACHTLIJNEN IN HET WAALSE GEWEST

Tabel 1 geeft de uitslag weer van de Waalse gewestverkiezingen van 1995 tot 2004. Om geen lijsten weer te geven die verdwenen zijn of waarvan de resultaten te onbeduidend zijn, geven we enkel de partijen weer die minstens 0,5% van de stemmen behaalden op 13 juni 2004. Uit de tabel blijkt onmiddellijk de dominantie van de PS, die bij iedere verkiezing in die periode de eerste plaats behaalt. Deze positie wordt al sinds de invoering van het algemeen stemrecht door de socialisten in Wallonië bekleed, wat een historische betekenis geeft aan de laatste federale verkiezingsuitslag van 10 juni 2007, toen de MR (hoofdzakelijk bestaande uit de PRL in Wallonië) de PS versloeg in de Waalse kieskringen voor de Kamer.

De eerste inzet voor de gewestverkiezingen van 2009 is dus de vraag of de MR dit resultaat kan herhalen, al was het maar omdat de PS een slechte uitslag zou behalen, aangezien ze sinds 1987 ononderbroken aan de macht is in het Waalse gewest en dus zou kunnen lijden onder een zekere erosie (de partij behaalde 44% van de stemmen in 1987). Zonder in details te treden, moet worden onderstreept dat de traditionele forse afstand tussen socialisten en liberalen al in de jaren 1960 fel was afgezwakt (verkiezingen van 1965 en 1968), vooraleer weer groter te worden en dan twee momenten van afname te kennen, namelijk in 1981 en 1999. Bij die laatste verkiezingen was er minder dan 5% afstand tussen de PS en de Fédération PRL FDF MCC. Op lange termijn is er een tendens dat de curven kruisen, maar dit is natuurlijk niet voldoende om een heruitgave van de verkiezingsuitslag van 2007 in 2009 te voorspellen.

Tot en met 1995 vochten de liberalen, op tame-lijke afstand van de PS, om de tweede plaats met de christendemocraten in Wallonië. Sinds de forse val van de PSC in 1999 zijn noch deze partij, noch haar opvolgster in de running voor de tweede plaats: de PSC is zelfs naar de vierde plaats teruggevallen in 1999, toen ze werd voorbijgestoken door Ecolo. En de cdH, die in 2002 uit de PSC werd gevormd, vecht sindsdien om de derde plaats. Die heeft ze in 2004 teruggewonnen wegens de achteruitgang van Ecolo, maar dat betekent niet dat ze als verworven mag worden beschouwd bij de verkiezingen van 2009. Op dit ogenblik wordt het Waalse verkiezingslandschap dus gedomineerd door een dubbel duel: één tussen de PS en de MR om het leiderschap en één tussen de cdH en Ecolo voor de derde plaats.

Wat de ‘kleine’ partijen betreft, die hebben a priori weinig kansen om zetels te verwerven, met uitzondering van het FN, rekening houdend met de kiesdrempel van 5% en andere kwantitatieve vereisten. Van 1995 tot 2004 hebben in ieder geval slechts vijf partijen - de drie traditionele, Ecolo en het FN - ten minste een zetel behaald in het Waalse parlement (zoals Tabel 1 aantoont). Laat ons dus enkel opmerken dat de opeenstapeling van de recente crisissen in meerdere opzichten drie tendensen zou kunnen aanwakkeren. Om te beginnen radicaal links, dat zich onder diverse vlaggen zal aanbieden, zoals de PC en de PTB+ (historisch maoïstisch), tegen een achtergrond van economische, financiële en sociale crisis. Dan de voorstanders van een aanhechting van Wallonië aan Frankrijk, waarvan de RWF de voornaamste spreekbuis is, wegens de lange institutionele en communautaire crisis. Ten slotte extreemrechts, dat in 2004 een bijna onverklaarbare score behaalde (8,1% voor het FN3, terwijl die partij door de media compleet genegeerd wordt en toen al door interne spanningen en gerechtelijke strubbelingen geplaagd werd) maar dat in 2009 bijzonder verdeeld zal zijn wegens de splitsing van het FN in twee lijsten, waarvan slechts diegene die afstand nam van de stichter Daniel Féret onder die noemer zal kunnen opkomen. De hypothese van een zware nederlaag van het FN mag dus niet buiten beschouwing gelaten worden. Die zou zowel de blanco als de ongeldige stemmen kunnen doen stijgen als de diverse concurrerende lijsten ten goede komen.

KRACHTLIJNEN IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

De verkiezing van het parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vertoont verschillende bijzondere kenmerken.
De kandidaten staan op lijsten die dienen om enerzijds de leden van de Franstalige groep in het gewestparlement te verkiezen en anderzijds de leden van de Nederlandstalige groep: tweetalige lijsten zijn niet toegelaten. Sinds 2004 is de zetelverdeling tussen Franstaligen en Nederlandstaligen binnen dit parlement (dat voortaan 89 zetels telt en niet langer 75) bij wet vastgelegd: 72 zetels voor Franstaligen en 17 voor Nederlandstaligen. Bovendien wordt de kiesdrempel van 5% apart toegepast per taal-groep: naargelang de taalrol moet een lijst minstens 5% van de geldige stemmen behalen op een van de Franstalige lijsten of op een van de Nederlandstalige lijsten (en niet 5% van het totaal aantal geldige stemmen).
Deze verschillen op basis van taal nemen niet weg dat de Brusselse kiezer zowel de Franstalige als de Nederlandstalige lijsten krijgt voorgelegd. Omdat alle lijsten aldus in concurrentie treden, weerspiegelt Tabel 2 het verkiezingsresultaat (enkel van de Franstalige lijsten die minstens 0,5% van de stemmen behaalden bij de gewestelijke verkiezingen van 2004) in procenten, berekend op het totaal aantal geldige stemmen. Dat vermindert de afstand tussen de Franstalige partijen. Wij geven ook voor elke verkiezing het totaal aantal stemmen voor een Franstalige lijst en niet voor een van de Nederlandstalige lijsten.

Zoals Tabel 2 aantoont, is de overheersing van de alliantie liberalen-FDF in Brussel niet zo uitgesproken als de socialistische dominantie in Wallonië. Terwijl de afstand tussen de twee strekkingen enorm was bij de verkiezingen van 1995 (meer dan 17,5%) en van 1999 (bij-na 18,5%), heeft de PS de MR in 2004 met een haarlengte verslagen. Ze heeft haar overwinning ongetwijfeld te danken aan een betere weerspiegeling van de samenstelling van de bevolking in haar kandidatenlijst die een grote vertegenwoordiging van Belgen van autochtone origine vertoonde, terwijl de lijst van de MR vooral gemeentelijke bekende gezichten of bekende parlementairen vooropstelde, duidelijk minder gediversifieerd.
Nu de MR dat nieuw gegeven min of meer heeft opgenomen, lijkt de strijd om het leiderschap bijzonder open in 2009, temeer daar die zich niet noodzakelijk lijkt te beperken tot deze twee partijen. Men zal terecht opmerken dat Ecolo, net zoals in Wallonië, een uitstekende score behaalde in Brussel in 1999. Daarbij liet ze niet alleen de PSC achter zich, die traditioneel zwak staat in dit gewest, maar ook de PS. Zo werd Ecolo in 1999 de tweede partij in Brussel, een positie die ze in 2009 opnieuw lijkt te kunnen behalen.

Het FN behaalde zijn beste Brusselse score in 1995, met 7,5% van de geldige stemmen. Ze heeft dit niet overgedaan in 2004, het jaar van haar beste resultaat in Wallonië, misschien wegens de concurrentie van het VB en zijn Brusselse boegbeeld en gewezen politiecommissaris van Schaarbeek Johan Demol (de kiescampagnes van het VB zijn al meerdere verkiezingen systematisch tweetalig). De andere partijen behalen in Brussel geen betere uitslagen dan in Wallonië (ze zijn nauwelijks beter voor de CDF, partij van christelijke strekking, opgericht door ex-PSC-ers die de omvorming van hun partij tot cdH niet zagen zitten), maar de 0,9% en 0,7% die twee mohammedaanse partijen - de PJM en de PCP - in 2004 behaalden, moeten worden aan-gestipt. In 2009 moet ook uitgekeken worden naar het resultaat van de Franstalige lijst van een nieuwkomer, de regionalistische Pro Bruxsel.
Rekening houdend met het grote aantal te begeven zetels, geven de Brusselse verkiezingen meer kans om verkozen te worden aan de kleine partijen. Zodoende behaalden, behalve de vijf partijen die bij de drie hier onderzochte verkiezingen zetels behaalden in het Waalse parlement en in het parlement van het Brusselse gewest, ook twee andere Franstalige partijen een zetel in 1999, met name Vivant4 en het FNB (dissidente tak van het FN, opgericht in 1995, vandaag opnieuw opgegaan in FN). Maar sindsdien heeft de vaststelling van de kiesdrempel van 5% de kansen van de kleine partijen om een zetel te behalen verminderd. Die hangt namelijk af van het feit of ze al dan niet voor de verkiezingen een verklaring van lijstgroepering hebben neergelegd (binnen een bepaalde taalrol). De kiesdrempel moet dan door de groep worden behaald, voordat de ‘gegroepeerde’ lijst kan deelnemen aan de zetelverdeling volgens de gebruikelijke regels.

IMPLICATIES VOOR HET PARLEMENT IN DE FRANSE GEMEENSCHAP

In de inleiding wezen we er al op dat het parlement van de Franse gemeenschap de resultaten van twee gewestelijke verkiezingen weerspiegelt omdat het is samengesteld uit 75 vertegenwoordigers uit het Waalse gewest en 19 Brusselse Franstaligen. Daarom geeft Tabel 3 enkel de resultaten in zetels weer.

De PS, die in Wallonië maar niet in Brussel domineert, heeft tot twee keer toe de eerste plaats behaald in het parlement van de Franse gemeenschap, maar met een kleinere voorsprong op de alliantie liberalen-FDF dan op Waals niveau: ze is in 1999 zelfs met een haarlengte verslagen door de Fédération PRL FDF MCC, met 30 zetels tegen 29 voor de PS.
Het heen-en-weergeschuif tussen de cdH en Ecolo voor de derde plaats wordt, zoals al opgemerkt, bevestigd op globaal niveau van de Franse gemeenschap, met de derde plaats voor Ecolo in 1999 maar niet bij de verkiezingen daarvoor of daarna.

Wat die diverse bewegingen betreft die de mededinging zo open maken bij de verkiezingen van 7 juni 2009, moet worden onderstreept dat twee partijen een redelijk stabiele positie hebben, namelijk de MR en de cdH, terwijl de twee andere regeringspartijen, de PS en Ecolo, grote schommelingen kennen in hun resultaten: van 29 naar 41 zetels voor de PS in drie verkiezingen, en van 5 naar 18 zetels voor Ecolo. Dat het hier om twee partijen van links gaat, is mis-schien geen toeval. Men zal ook opmerken dat deze overwinningen steeds met een zeer lichte voorsprong op de concurrerende partij behaald werden, ook al hebben de laatste verkiezingen voor wat verrassingen gezorgd: derde plaats in Wallonië en tweede plaats in Brussel voor Ecolo in 1999, en de eerste plaats voor de MR in de Waalse kieskringen bij de laatste verkiezingen voor de Kamer. Men moet dus niet geloven in een ‘natuurlijke’ score van de partijen die iedere verrassing uitsluit, noch de structurele tendensen in het Franstalige electoraat onderschatten.

DE VORMING VAN REGERINGSCOALITIES

De regeringsvorming gehoorzaamt aan een regel en een traditie. De regel wil dat, rekening houdend met het gewicht van Wallonië binnen het Franstalige geheel, dezelfde partijen de Waalse gewestregering vormen als de regering van de Franse gemeenschap. Met dien verstande dat het voorzitterschap van de regeringen in de twee entiteiten door een verschillende partij wordt uitgeoefend, op basis van de verkiezingsuitslagen op de diverse niveaus. Tabel 4 toont dat dit gebeurde in 1999, toen het overwicht van de Fédération op niveau van de gemeenschap haar toeliet die regering voor te zitten, terwijl de PS de Waalse gewestregering presideerde.

De traditie wil dan weer dat er een echte autonomie van het Brusselse gewest is t.a.v. de twee Franstalige entiteiten: in verschillende mate is de samenstelling van de Franstalige vleugel van haar Regering iedere keer verschillend geweest van die van de twee andere executieven.5 Deze feitelijke toestand vat de electorale machtsverhoudingen in de twee gewesten samen, met de relatieve zwakte van de PSC in Brussel, de gunstigere positie van de MR (of haar voorgangers) dan in Wallonië en de Brusselse scores van Ecolo die er een partij van maken die goed geplaatst is in dit gewest. Bovendien heeft de samenstelling van de Brusselse regering in 1995 rekening gehouden met respectievelijk de vertegenwoordiging van de PRL en die van het FDF, waarbij beide componenten van de Fédération een ministerpost kregen. In 1999 zat er ook een PRL minister en een van het FDF in de Brusselse regering.

Het heeft natuurlijk geen enkele zin de samenstelling van de regeringen die na de verkiezingen van 7 juni 2009 zullen worden geïnstalleerd, te willen voorspellen. Laat ons alleen opmerken dat van 1995 tot 2004 de PS en de MR (of haar voorgangers) samen genomen 59 tot 67 zetels hebben bekomen in het parlement van de Franse gemeenschap, hetzij meer dan 60% van de gemeenschapsmandaten. Zelfs al zou dit totaal in 2009 wel eens minder hoog kunnen zijn, toch is het niet uitgesloten dat deze twee partijen als enige in staat zullen zijn een bipartite meerderheid te vormen in het Waalse gewest en in de Franse gemeenschap. Maar deze alliantie wordt op provinciaal niveau in Wallonië in alle sereniteit toegepast, terwijl ze soms zeer gespannen was op het federale niveau sinds 2003 en a fortiori sinds 2007.
Die feitelijke situatie vestigt de aandacht op de derde plaats die zal worden bekomen in het Waalse gewest en/of de Franse gemeenschap. Die plaats was in 2004 doorslaggevend bij de vorming van een nieuwe regeermeerderheid: de behoorlijke score van de cdH, samen met die van de PS, was voldoende om met die twee partijen een meerderheid te vormen, ten nadele van de regenboogcoalitie die van 1999 tot 2004 aan de macht was. Rekening houdend met de rivaliteit PS/MR is het in 2009 mogelijk dat de winnende partij, welke het ook is, een alliantie voorstelt aan de derde geplaatste partij teneinde haar rivale naar de oppositie te verwijzen, maar zonder dat deze alliantie noodzakelijkerwijze over een meerderheid, of over een stabiele meerderheid, beschikt: ze zou kunnen worden gedwongen er nog een andere partij bij te betrekken.
De vorming van de Franstalige executieven zal dus nog meer dan in 1999 tussen vier partijen spelen, wat ruimte laat voor affiniteiten en berekening. In deze context kan men zich bijna evengoed een centrumlinkse coalitie voorstellen die de MR in de oppositie brengt - een formule die men de olijfcoalitie noemt naar de Franstalige vleugel van de Brusselse regering - als een tripartite, geleid door de MR en die de PS in de oppositie jaagt. Wat Brussel betreft, moet men ten slotte opmerken dat, rekening houdend met de uitslagen van 1999 (waar Ecolo de PS voorbij stak) evenals met de meest recente peilingen, een Franstalige vleugel van de gewestregering - naar model van de olijfcoalitie - perfect door Ecolo zou kunnen worden geleid. Ecolo zou op die manier voor het eerst de post van minister-president bekleden. Deze hypothese is natuur-lijk geen voorspelling, maar een handige manier om aan te tonen hoe open de verkiezingen zijn.

EN DE EUROPESE VERKIEZINGEN?

Wat ten slotte de Europese verkiezingen betreft, moet worden onderlijnd dat ze op drie manieren een specifiek karakter vertonen, zodat we ze slechts voor de volledigheid weergeven. Ze behelzen andere kiezers, aangezien de Franstalige bewoners van de Rand rond Brussel en Voeren hier kunnen kiezen binnen hetzelfde kiescollege als de Brusselaars en de Walen, terwijl de Duitstaligen deze keer binnen een apart kiescollege stemmen. Ze kennen een eigen dynamiek, die dichter bij die van de Senaatsverkiezingen staat, aangezien dezelfde lijsten aan het ganse Franstalige kiespubliek worden voorgelegd, terwijl de Waalse gewestverkiezingen in 13 verschillende kiesomschrijvingen gebeuren: het gewicht van de tenoren - in zoverre ze op kop van de lijsten opkomen, wat in 2009 nauwelijks het geval zal zijn - is belangrijker bij de Europese verkiezingen. Uiteindelijk is ook de inzet verschillend, of de kiezers nu verschillend stemmen voor specifiek Europese aangelegenheden of dat de Europese verkiezingen de gelegenheid geven om een minder ‘nuttige’ stem uit te brengen, die meer op een overtuiging stoelt of als symbool geldt. In ieder geval moet men vaststellen (zie Tabel 5) dat de hiërarchie tussen de partijen gelijkaardig is aan die in het parlement van de Franse gemeenschap maar dat die stemming in vergelijking voordeliger is voor Ecolo en het FN dan voor de drie grote traditionele partijen.

Vincent de Coorebyter
Directeur-generaal van het CRISP

Noten
1/ We zullen het hier niet hebben over de Franstaligen van de Brusselse Rand of Voeren, die deelnemen aan de verkiezingen van het Vlaamse Parlement bij de gewest- en gemeenschapsverkiezingen. Om dezelfde reden zullen we het ook niet hebben over de inwoners van de Duitstalige gemeenten, behalve dat we er even aan herinneren dat ze het parlement van de Duitstalige gemeenschap rechtstreeks verkiezen, maar dat ze ook deelnemen aan de verkiezingen voor het Waalse parlement, aangezien het Duitstalige gebied deel uitmaakt van het Waalse gewest.
2/ Destijds Fédération PRL FDF, eind 1998 Fédération PRL FDF MCC, omgevormd tot MR in 2002.
3/ Wat hem, dankzij een betere geografische concentratie van de stemmen, heeft toegelaten een verkozene meer te behalen dan Ecolo.
4/ In 2004 was Vivant aan Franstalige kant afwezig bij de competitie en had het zich aan Nederlandstalige zijde geallieerd met de VLD (kartel VLD-Vivant).
5/ Ecolo heeft niettemin bijna deel uitgemaakt van de Brusselse regering in 1999 en had daarover ook onderhandeld, toen het uiteindelijk besloot het programma dat men voorstelde te verwerpen, evenals de magere vertegenwoordiging die men aanbood.

vertaling: Caroline De Candt

Brussel - Wallonië - verkiezingen

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 5 (mei), pagina 36 tot 43