Abonneer Log in

Tijd voor een Belgische zorgplichtwet

De Oeigoeren in China of de arbeiders in Qatar hebben weinig aan een louter symbolische veroordeling van de mensenrechtenschendingen of een boycot van een sportevenement.

Duizenden chirurgische mondmaskers die eind vorig jaar in ons land werden ingevoerd, zijn in China onder dwang gemaakt door Oeigoeren.

Met Vooruit willen wij niet langer wachten. Alleen mensenrechtenschendingen veroordelen is niet voldoende.

Het is intussen acht jaar geleden dat de Rana Plaza-kledingfabriek in Bangladesh instortte. Het gebouw was niet bestand tegen de trillingen van zware machines in de fabriek, maar ondanks de enorme veiligheidsrisico's werden de textielarbeiders toch door hun werkgever gedwongen om verder te gaan met het werk. Meer dan 1.100 mensen vonden de dood, hoofdzakelijk vrouwen die hun (honger)loon hard nodig hadden om hun kinderen te voeden.

De ramp met Rana Plaza gaf aanleiding tot een groter bewustzijn bij de Europese consument: waar komt onze goedkoop geproduceerde kleding vandaan en onder welke omstandigheden wordt deze kleding geproduceerd? Maar het opende ook een debat over de rol die onze eigen bedrijven die in het buitenland actief zijn spelen. Zijn onze bedrijven dan ook niet verantwoordelijk voor het respecteren van mensenrechten, ook in derde landen? Moeten zij in hun toeleveringsketens ook niet het principe van 'due diligence' verplicht toepassen? Dit principe houdt in dat men de risico's op schendingen van mensenrechten identificeert, voorkomt en remedieert.

Tot nu toe blijft dit debat in België zonder tastbaar resultaat. In ons land kiezen we voor zelfregulering en sensibilisering van bedrijven, via een 'Nationaal Actieplan Ondernemingen en Mensenrechten'. Maar om de zoveel tijd duiken nieuwe gevallen op van multinationals en bedrijven die het niet nauw nemen met mensenrechten. In sommige gevallen gaat het ook om Belgische bedrijven. Het rapport met de bevindingen en aanbevelingen van de Belgische Nationale Baseline Assessment inzake bedrijven en mensenrechten, dat de vooruitgang in kaart brengt van de Belgische bedrijven, geeft in een overzicht aan waar de problemen inzake mensenrechtenschendingen zich situeren.

Daarnaast duiken er ook regelmatig producten op die hun weg vinden naar de Belgische markt, maar die geproduceerd worden onder dwangarbeid. Denk maar aan de duizenden chirurgische mondmaskers die eind vorig jaar in ons land via groothandelaars werden ingevoerd en verkocht werden via Belgische apotheken, maar in China onder dwang zijn gemaakt door Oeigoeren.

Duizenden chirurgische mondmaskers die eind vorig jaar in ons land werden ingevoerd, zijn in China onder dwang gemaakt door Oeigoeren.

Ook op het internationale niveau woedt het debat, zoals bijvoorbeeld rond het WK 2022 in Qatar. Bij de bouw van de voetbalstadions worden arbeiders massaal uitgebuit, en zijn volgens The Guardian al enkele duizenden doden gevallen. Onder druk van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de vakbonden zijn er de laatste jaren al stappen vooruit gezet, en onze Belgische bedrijven leveren er inspanningen om de arbeidsrechten te verbeteren. Wetgeving zou hen echter verplichten om die inspanningen verder op te drijven.

Het is opmerkelijk dat België hier nog niet verder in staat. Tien jaar geleden al keurden de Verenigde Naties richtlijnen goed inzake bedrijven en mensenrechten, waarin vastgelegd werd dat overheden verplicht zijn om mensenrechten te beschermen. Ook tegen inbreuken van bedrijven. Staten moeten dus wetgeving aannemen om inbreuken te voorkomen, te onderzoeken, maar ook te bestraffen en te herstellen. Een zorgplichtwet dus.

Het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele rechten, dat België geratificeerd heeft, legt de verplichting op om te voorzien in billijke arbeidsomstandigheden. Het VN-comité dat toezicht houdt op dit Verdrag heeft dan ook aangegeven dat de Staten die partij zijn bij het Verdrag verplicht zijn om maatregelen te nemen die zorgen voor een doeltreffende bescherming tegen schendingen van rechten die verband houden met bedrijfsactiviteiten en om slachtoffers van schendingen van hun rechten door bedrijven toegang te verschaffen tot doeltreffende rechtsmiddelen. België kreeg dan ook al een hele tijd geleden de aanbeveling van het VN-comité om een zorgplichtwet uit te werken.

Op internationaal niveau onderhandelt men al sinds 2014 over een bindend VN-Verdrag 'Bedrijven en Mensenrechten'. Maar tot nu toe bleven zowel de Europese Unie (EU) als België aan de zijlijn staan bij de gesprekken. In 2020 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat zij in 2021 een initiatief tot wetgeving zou nemen waarbij bedrijven een zorgplicht zou worden opgelegd. Het Europees Parlement stemde in afwachting begin maart 2021 een resolutie. Het voorstel tot regelgeving van de Europese Commissie wordt verwacht in juni 2021, de onderhandelingen op Europees niveau zullen allicht tot 2023 duren.

Het federale parlement stemde op 14 januari 2021 een resolutie waarbij de regering verzocht wordt om actief deel te nemen aan de onderhandelingen over internationale en Europese zorgplichtwetgeving, maar ook om zich proactief te beraden over een nationaal kader met betrekking tot due diligence.

In oktober 2020 al publiceerden 17 middenveldorganisaties het memorandum 'Essentiële bouwstenen voor een Belgische zorgplichtwet'.

Het onderwerp leeft ook binnen het bedrijfsleven. In februari 2021 hebben 60 Belgische bedrijven een brief overhandigd aan de federale regering, waarin zij vragen om bindende wetgeving op nationaal niveau uit te werken. Deze bedrijven stellen dat het 'identificeren, voorkomen en bestrijden van mensenrechten- en milieuschendingen in internationale ketens kosten en investeringen met zich meebrengt, en dat wetgeving de juiste prikkels biedt, inspanningen beloont en eerlijke concurrentie tussen bedrijven creëert'. Onze buurlanden Frankrijk, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben ondertussen allen een zorgplichtwet, de één al wat uitgebreider dan de andere.

Met Vooruit willen wij niet langer wachten. Alleen mensenrechtenschendingen veroordelen is niet voldoende.

Met Vooruit willen wij niet langer wachten. Alleen mensenrechtenschendingen veroordelen is niet voldoende. Als lid van de commissie Buitenlandse Zaken van het federale parlement ben ik van mening dat er ook initiatieven en wetgeving nodig zijn die iets structureel veranderen. De Oeigoeren in China of de arbeiders in Qatar hebben immers weinig aan een louter symbolische veroordeling van de mensenrechtenschendingen of een boycot van een sportevenement.

Daarom diende ik samen met de collega's van PS een voorstel in dat schendingen van mensenrechten en arbeidsrechten structureel en aan de bron moet aanpakken. Een zorgplichtwetgeving is een essentieel onderdeel van het internationaal handelsbeleid dat wij willen voeren. De uitvoering ervan is voor ons een voorwaarde om de handelsrelatie met derde landen of handelsblokken, zoals bijvoorbeeld met China of met Mercosur, vorm te geven.