Abonneer Log in

Na de Brexit: wat met Schotland?

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 20 tot 21

De Schotse nationalisten stevenen af op winst in de verkiezingen van mei.

De opmars van de SNP kan niet worden begrepen zonder het ineenstorten van Scottish Labour.

De SNP beweert een inclusieve, progressieve notie van natie aan te hangen.

Het Brexit-akkoord werd daags na de ondertekening al door het Schotse parlement verworpen. Dit 'njet' heeft geen wettelijke kracht, maar het legt toch opnieuw de limieten van de politieke consensus rond Brexit bloot. Sinds het Brexit-referendum van 2016, waarbij Schotland met 60% voor 'remain' stemde, heeft de regerende Scottisch National Party (SNP) haar strategie voor onafhankelijkheid bijgestuurd: door lidmaatschap van de EU centraal te stellen in de toekomstvisie van een onafhankelijk Schotland, en door Brexit aan te halen als nog maar eens een bewijs van de politieke impasse waarin het federale VK zich bevindt, waarbij de kleinere naties (Schotland, Wales, Noord-Ierland) systematisch weggestemd worden door Engeland. Het referendum over Schotse onafhankelijkheid van 2014, dat een nederlaag opleverde voor het 'yes' kamp van 45% tegen 55%, was toen voorgesteld als een 'once in a generation' keuze. Nu stelt premier Nicola Sturgeon dat Brexit een fundamentele verandering inhoudt en een nieuw referendum legitimeert. Een groot deel van het electoraat schijnt Sturgeon gelijk te geven: sinds augustus 2020 geven nagenoeg alle opiniepeilingen een meerderheid aan voor onafhankelijkheid. Hoewel de SNP in 2016 haar meerderheid in het Schots parlement nipt verloor (de partij vormt een meerderheid van de Groenen), wijst alles er op dat ze op een overwinning afstevent in de parlementsverkiezingen van aanstaande mei.

De opmars van de SNP kan niet worden begrepen zonder het ineenstorten van Scottish Labour.

De opmars van de SNP kan niet worden begrepen zonder een andere, even spectaculaire evolutie van de laatste twee decennia: het ineenstorten van Scottish Labour. Tussen 1945 en 1975 behaalde Labour er rond de 45 à 50%, met meerderheden boven 65% in de (post-)industriële regio's zoals Glasgow, Dundee en de mijnstreek in Fife. De Labour Party (toen nog niet gefederaliseerd) stond of viel met deze loyale Schotse achterban en nam deze vaak 'for granted'. De combinatie van Thatcherisme – niet alleen een economische maar ook een politieke aanval op Schotland en Noord-Engeland – en New Labour, de heruitvinding (of vernietiging) van de Labour-traditie in neoliberale zin in de jaren 1990, zorgden voor een gestage ondergang van de partij in Schotland. New Labour vond hier nooit veel bijval. De ondergang culmineerde in een pijnlijke nederlaag in de verkiezingen van 2015: Scottish Labour verloor maar liefst 40 van haar 41 zetels aan de SNP. Het klassenbewustzijn is er nog steeds, zoals gesprekken aan een bushalte in Glasgow of Dundee duidelijk maken. Maar de lagere inkomensgroepen steunen grotendeels de onafhankelijkheid. Voor hen is Labours anti-onafhankelijkheidsalliantie met de Conservatieven in 2014 onvergeeflijk.

De SNP stelt dat Schotlands politieke cultuur – sociaaldemocratisch, neo-Keynesiaans – fundamenteel verschilt van de neoliberale consensus in de rest van het VK, en dit vormt de kern van 'case' for onafhankelijkheid. Gedeeltelijk is dit een fictie: het verdoezelt de aanzienlijke politieke invloed van de Schotse bedrijfslobby's, zoals de Noordzee-olie in Aberdeen en de financiële sector in Edinburgh. Maar anderzijds is het een boodschap die resoneert met het dagelijkse leven van de man en vrouw in de straat. De gevolgen van het besparingsbeleid sinds 2000 zijn sterk voelbaar in Schotland. Het is de SNP, niet Scottish Labour, die zich systematisch heeft verzet tegen 'austerity'. Nochtans is haar sociaal beleid verre van vlekkeloos: kansarmoede en thuisloosheid liggen boven het Europese gemiddelde en scholen draaien op te lage budgetten. Critici stellen terecht dat de SNP meer zou kunnen doen om deze problemen aan te pakken vanuit de competenties die haar zijn toegestaan, zoals onderwijs, gezondheidszorg en openbare werken – maar er is geen fiscale autonomie.

De SNP beweert een inclusieve, progressieve notie van natie aan te hangen.

De SNP beweert een inclusieve, progressieve notie van natie aan te hangen. Daar moeten kritische vragen bij gesteld worden, en het is duidelijk dat voor de meer nationalistische sectoren van de achterban Schotse identiteit verbonden is aan sterke emoties en een specifieke cultuur. Wel is de SNP's pro-immigratie beleid opmerkelijk, en het feit dat Sturgeon zich nooit uitspreekt over een Schotse identiteit als basis voor onafhankelijkheid. Weinig officiële retoriek rond Highland clans of doedelzakken dus, maar wel argumenten omtrent de onverzoenbare politieke verschillen met de rest van het VK. Als de SNP het wel heeft over nationale geschiedenis, dan is dit beperkt tot het volgende argument: in 1707 beslisten de soevereine parlementen van Engeland en Schotland een politieke en economische unie te vormen, en driehonderd jaar later kan één van die twee parlementen rechtmatig beslissen die te verlaten. Voor historici is het duidelijk dat de opmars van Schots separatisme alles te maken heeft met het verdwijnen van het Britse Empire, dat de basismotivatie vormde voor de unie van 1707. De kwestie van onafhankelijkheid is onlosmakelijk verbonden met recente discussies rond de rol die Schotland heeft gespeeld in het koloniaal verleden: dat Glasgow en Edinburgh gebouwd zijn met opbrengsten van slavenarbeid en plundering van de Caraïben wordt nu algemeen erkend. Het Schotse zelfbeeld als 'slachtoffer' van Engels imperialisme is intussen ontmaskerd als een mythe.

Maar wat zijn de kansen voor een nieuw onafhankelijkheidsreferendum? Op korte termijn zeer klein, aangezien goedkeuring van Westminster nodig is en zowel Boris Johnson als de Labour-leider Keir Starmer dit uitsluiten. Van haar kant wil Sturgeon geen ongrondwettelijk referendum houden; een 'Catalaans' manoeuvre zou immers Schotlands kansen op hertoetreding tot de EU ondermijnen. Maar zoals iedereen die de Britse politiek volgt, weet: de combinatie van Brexit, Covid-19 en acute sociale problemen zorgt voor een bijzonder onvoorspelbare situatie. 'A week is a long time in politics', zoals een Brits politicus ooit zei. En vanuit Schotland lijkt dat meer dan ooit het geval.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 20 tot 21