Abonneer Log in

10 jaar Arabische Opstanden

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 49 tot 53

De politieke en economische winsten van de Arabische Opstanden zijn tot nog toe misschien mager, maar ze zijn geen afgesloten of mislukt politiek proces. De Arabische Opstanden zijn nog volop aan de gang.

De obsessieve westerse angst voor de islamisten is een godsgeschenk voor de autocraten in de regio.

De pandemie heeft nieuwe vormen van activisme gecreëerd.

Op 13 december 2020 reikte de Franse president Emmanuel Macron een légion d'honneur uit aan de Egyptische president Abd Al-Fattah al-Sisi. Bijna exact tien jaar geleden stak op dat moment de Tunesische straatverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand, wat het startschot gaf aan een reeks van opstanden van Tunis over Cairo tot Bagdad. Macrons eerbetoon lijkt zo een cynisch afsluiten van een decennium aan revolutionaire protesten, opstanden en burgeroorlogen in de Arabische wereld.

Na tien jaar van conflicten die de regio verscheurden, lijkt 'was het allemaal wel de moeite waard?' een terechte vraag. Een aantal stemmen die de VRT NWS-portretreeks '10 jaar Arabische Lente'1 aan bod laat komen waaronder Hosni Kalaya, een jonge Tunesiër die zich naar het voorbeeld van Bouazizi in brand stak en levenslang werd verminkt, beantwoorden dit alvast negatief. Kalaya spreekt dan nog vanuit een van de weinige 'lichtpunten' in de regio2, Tunesië, waar reële democratische veranderingen werden doorgevoerd. In Syrië deed de burgeroorlog miljoenen mensen op de vlucht slaan; in Jemen leidde een door Saoedi-Arabië geëscaleerd conflict tot een humanitaire ramp; Libië is uiteengevallen in een bloedige arena van elkaar bekampende krijgsheren; en in Egypte is de dictator Mubarak vervangen door de veel repressievere en autoritairdere al-Sisi.

DE NOOD AAN VERANDERING EN DE ONMOGELIJKHEID VAN HERVORMING

Het is echter misleidend om tien jaar Arabische Opstanden te beschouwen als een afgesloten mislukt politiek experiment. Toen de Chinese premier Zhou Enlai in 1972 zijn beruchte uitspraak deed dat het nog te vroeg was om de verdiensten van de Franse Revolutie in te schatten doelde hij op de rebellie van 1968, niet de revolutie van 1789.3 Toch is het leerzaam om revoluties te beschouwen als langdurige historische processen van sociale en politieke strijd waarvan begin- en eindpunt niet zo gemakkelijk af te bakenen zijn. Een opstand is slechts een kritiek en saillant moment binnen een langdurig proces van mobilisatie en contestatie. Bouazizi's wanhoopsdaad mag dan de specifieke aanleiding zijn van een golf van massaprotesten in de Arabische wereld, het is niet de oorzaak van deze protesten noch het begin van een 'ontwaken' van de regio. De moderne geschiedenis van Noord-Afrika en het Midden-Oosten is niet enkel een verhaal van wrede dictators en radicale islamisten, maar ook van bewegingen van onderuit die streven naar politieke en sociale emancipatie.

Zoals John Chalcraft4 heeft beschreven, bestaat er een lange traditie van verzet in de regio. Dit verzet is niet alleen gericht tegen buitenlandse politieke, militaire, culturele en economische inmenging, maar ook tegen nationale en lokale vormen van onderdrukking, ongelijkheid en uitbuiting. Al decennia voor de 'Arabische Lente' eisten vrouwen en religieuze minderheden hun politieke rechten op, staakten arbeiders tegen mensonwaardige lonen en werkomstandigheden, werden onafhankelijke mensenrechtenorganisaties opgericht en declameerden regio's hun autonomie. Net zoals in het Westen hangt de Arabische 'revolutie' en haar tegenkrachten dan ook samen met de komst van de moderniteit, de kapitalistische globalisering en haar vele mutaties. En net zoals in het Westen is deze 'modernisering' geen lineair vooruitgangsverhaal, maar de concrete uitkomst van golven van machtsstrijd tussen verschillende actoren: geopolitieke en regionale; nationale en lokale; 'van bovenaf' en 'van onderuit'.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld Oost-Europa aan de vooravond van de revoluties en opstanden van 1989, wordt de Arabische wereld gekenmerkt door politieke regimes die zowel qua vorm (monarchieën, republieken) als inhoud (sterk autoritaire, gedeeltelijk vrij,…) sterk uiteenlopen en waartussen er verschillende spanningen bestaan. Deze conflicten worden geïnstrumentaliseerd door regionale zwaargewichten zoals Iran en Turkije die elk hun geopolitieke agenda hebben en door de Verenigde Staten, die nog steeds de dominante macht in de regio vormt en haar positie via haar traditionele bondgenoten (Israël, Saoedi-Arabië) wil versterken. Toch werden al deze staten, ongeacht hun verschillen, vanaf het begin van de 21e eeuw geconfronteerd met dezelfde uitdagingen die tot opstanden en revoltes hebben geleid. De Arabische Opstanden waren in essentie een reactie tegen de autoritaire staat die haar bestaansreden had verloren. Ongeacht hun verschillen hebben de Arabische regimes een groot legitimiteitsprobleem. De Arabische staten lijken niet (meer) in staat de nodige hervormingen op politiek als sociaaleconomisch vlak te initiëren of te leiden. Zinvolle verandering is alleen mogelijk door middel van een algehele transformatie van de regimes.

VERZET TEGEN DE NEOLIBERALE HERVORMINGEN

Het verzet in de Arabische wereld heeft een cyclisch karakter, waarbij de recente opstanden een nieuw hoogtepunt vormden. Tijdens de jaren 1950 en 1960 leidde de dekolonisatie in de Arabische wereld tot zogenaamde ontwikkelingsstaten die ondanks hun autoritaire karakter investeerden in onderwijs, infrastructuur en cultuur en de levensstandaard en het welzijn van hun subjecten bevorderden. Oplopende staatsschulden in de jaren 1980 noopten regimes tot economische hervormingen geïnspireerd door de Washington Consensus – een neoliberaal ontwikkelingspakket van deregulering, privatisering en fiscalisering. Deze ingrepen leidden louter tot economische welvaart voor de happy few. Voor de meerderheid van de bevolking hadden deze maatregelen nefaste effecten.5 De vermarkting van de landbouw gericht op productie voor exportmarkten marginaliseerde grote delen van het platteland. Boeren werden massaal van hun landen verdreven en zochten hun toevlucht in de volkse wijken van provinciestadjes en grote steden waarvan de bevolking explodeerde. Stijgende economische groei kwam meestal neer op jobless growth en situeerde zich vaak in de financiële en vastgoedspeculatiesector. Het uithollen van de publieke sector werd niet gecompenseerd door nieuwe werkgelegenheid in de private sector waardoor jeugdwerkloosheid hoge toppen scheerde.6 De neoliberale recepten draaiden evenmin positief uit voor de middenklassen wier jobs precair werden, geprangd tussen enerzijds de druk van een aangroeiend reserveleger van gemarginaliseerde arbeiders en anderzijds de corruptie van elites die vindingrijk waren in het afromen van het economische surplus. Om deze spanningen binnen de perken te houden en protest te voorkomen, traden autocratische leiders en hun autoritaire politieke systemen meer en meer repressief op. Terwijl voordien voornamelijk kritische journalisten, intellectuelen en activisten het doelwit van de ordediensten vormden, werd nu ook de gewone bevolking steeds brutaler gesurveilleerd en geïntimideerd. Tegen het script van de internationale financiële instituties in, bracht economische hervorming niet meer vrijheid laat staan democratie, maar juist meer onderdrukking, repressie en geweld.7

De obsessieve westerse angst voor de islamisten is een godsgeschenk voor de autocraten in de regio.

Het voorbij decennium beperkte de internationale gemeenschap zich, net als voordien, tot lippendienst aan de aspiraties van de bevolkingen van de regio en koos resoluut voor de ondersteuning van oude of nieuwe autoritaire leiders naargelang hun geopolitieke allianties en economische agenda's. Met het eerbetoon aan Sisi illustreerde Macron hoe deze dictaturen en de afzetmarkten die zij vertegenwoordigen nog steeds internationaal gestabiliseerd worden door de EU en de VS. De obsessieve westerse angst voor de islamisten was en is daarbij een godsgeschenk voor de autocraten in de regio om elke oppositie in de kiem te smoren. Het onthoofden van een Franse leraar door een jihadi is uiteraard terrorisme en een aanval op de vrije meningsuiting; maar waarom is het onthoofden van een kritische journalist door de geheime diensten van een reactionair land zoals Saoedi-Arabië amper een diplomatieke rimpel waard? De Arabische massa's verwachten vandaag weinig of geen heil van de VS of van de EU: ze willen het liefst met rust worden gelaten. Wie iets van de geschiedenis van de regio kent, weet dat zonder de politieke, militaire en economische steun van westerse regeringen al heel wat dictaturen in de regio 'van onderuit' zouden zijn gevallen.

DE STRIJD GAAT DOOR

De roep om karama, waardigheid, was de meest centrale leuze van de opstanden die weerklonk van Rabat over Tunis tot Cairo en Bagdad.8 Zij weerspiegelde de bekommernis van de massa's die in hun volledige mensheid erkend willen worden. Karama omvat de waardigheid van zowel een politiek subject (een burger) die gelijk is voor de wet, die recht op vrije meningsuiting en vergadering heeft en die meebeslist over het politieke bestel; als van een menselijk en sociaal subject dat vrij is van onderdrukking, uitbuiting en fysieke, culturele en psychologische vernederingen. In dit opzicht is de Arabische Revolutie net zomin voorbij als de Franse Revolutie, aangezien deze politieke en sociale emancipatie nog steeds onvoltooid blijft. Bovendien, ondanks het succes van de regionale contrarevolutie in al haar vormen – nieuwe autocratie in Egypte, gewapend conflict in Libië, burgeroorlog in Syrië, islamistische terreur, enzovoort – blijft deze strijd gewoon voortgaan. De opstanden in Sudan tegen het militaire regime, de Hirak in Algerije, het volksprotest in Libanon, het vernieuwde elan van de protesten in het Marokkaanse Rif-gebied en de vele lokale mobilisaties doorheen Tunesië, Irak, Jordanië en Egypte, tonen aan dat mensen blijven streven naar waardigheid. Hoewel er op politiek-institutioneel en zeker op economisch vlak nog niet zoveel veranderde, is er in de hoofden van diegenen die mobiliseren al heel wat veranderd.

De coronapandemie heeft ook een grote impact op de regio. Net als in Europa namen overheden een hele reeks maatregelen die het publieke leven verstoorden (sluiten van restaurants, winkelgalerijen, scholen, universiteiten, gebedsplaatsen, enzovoort). De impact op de al noodlijdende economieën is groot waardoor de onderste lagen van de maatschappij nog meer in moeilijkheden geraken. Het ongenoegen ten aanzien van de overheden neemt dan ook toe. De pandemie legt de sociaaleconomische ongelijkheden in de regio bloot, wat vooral blijkt uit het aantal mensen dat in de informele economie werkzaam is en geen toegang heeft tot sociale zekerheid, of toegang tot betaalbare gezondheidszorg. Onder het mom van de pandemie hebben echter verschillende landen, waaronder vooral Egypte, Algerije en Marokko, de verscherpte controle op het publieke leven aangegrepen om politiek protest en mobilisatie een halt toe te roepen. Opposanten, voorvechters van de mensenrechten of kritische journalisten worden opgepakt en opgesloten. De autoritaire reflex kan echter de eisen van de opstanden niet tegen houden. De opstanden in Algerije en Soedan, bijvoorbeeld, hoewel tijdelijk in hun elan gefnuikt, zijn voorbereid op een langdurige inspanning zonder onmiddellijke resultaten te verwachten. Terwijl de pandemie een tijdelijk einde heeft gemaakt aan massale mobilisaties op straat, heeft ze nieuwe vormen van activisme gecreëerd in de vorm van solidariteitsinitiatieven om de getroffenen te helpen en zo het falend overheidsbeleid aan te tonen.

De pandemie heeft nieuwe vormen van activisme gecreëerd.

In dit opzicht is de Arabische Revolutie die tien jaar geleden begon nog steeds springlevend. Net als de Franse Revolutie die zich over de wereldbol verspreidde en in 1830, 1848 en 1871 terug de kop opstak, laat de Arabische Revolutie zich niet in een strak geografisch en chronologisch schema dwingen. De Tunesische opstand gaf vertrouwen aan demonstranten in heel de regio en de bezetting van het Tahrirplein inspireerde verzet tot ver buiten de grenzen van de Arabische wereld: van de Gezi-parkprotesten in Istanbul tot Occupy Wall Street in New York.9 Niet een vergankelijk optimisme of pessimisme of zelfs hoop houdt het revolutionaire elan in leven, maar wel de noodzaak om zich tegen onrecht en onderdrukking te verzetten om zo een menswaardig bestaan te kunnen opbouwen. Terwijl de uitzichtloze situatie van veel mensen in de Arabische wereld – en in het Globale Zuiden in het algemeen – protesteren noodzakelijk maakt, stimuleert deze ruimtelijke verspreiding de revolutionaire cyclus: het voorbeeld van een succesvolle strijd op één plaats kan de mobilisatie en het vertrouwen op een andere aanwakkeren. In dat opzicht is de Arabische Revolutie niet voltooid, maar permanent.

VOETNOTEN

  1. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/12/16/zelfverbrander-tunesie-blikt-terug-op-de-arabische-lente-de-rev/.
  2. Zemni, S. (2016). From Revolution to Tunisianité: Who is the Tunisian People?: Creating Hegemony through Compromise. Middle East Law and Governance, 8(2-3), pp. 131-150.
  3. https://mediamythalert.com/2011/06/14/too-early-to-say-zhou-was-speaking-about-1968-not-1789/.
  4. Chalcraft, John. 2016. Popular Politics in the Making of the Modern Middle East. Cambridge: Cambridge University Press.
  5. De Smet, B. (2016). Gramsci on Tahrir: Revolution and counter-revolution in Egypt. London: Pluto Press.
  6. Hanieh, A. (2013). Lineages of revolt: Issues of contemporary capitalism in the Middle East. Haymarket books.
  7. Bogaert, K. (2018). Globalized authoritarianism: Megaprojects, slums, and class relations in urban Morocco. U of Minnesota Press.
  8. Achcar, G. (2013). The people want: A radical exploration of the Arab uprising. Univ of California Press.
  9. Bogaert, K. (2020). Spoken van Tahrir: de Arabische wereld als epicentrum van een mondiale omwenteling?. ZemZem,16(2), pp. 102-112.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 1 (januari), pagina 49 tot 53