Abonneer Log in

Top­hoofd­redacteur

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 2 tot 3

Je zal maar een hardwerkende Vlaming zijn met een laagbetaalde, onzekere job in tijden van corona en constant lezen over topadvocaten, topchefs, topeconomen, topondernemers en toppolitici die denken dat ze hun succes louter en alleen aan zichzelf te danken hebben.

'Antwerps topadvocaat weer aan het werk', 'Deze topchefs hebben restaurant in het buitenland', 'Belgische topeconoom doet controversieel voorstel', 'Topondernemer neemt sabbatjaar', 'Zoon Brussels toppoliticus wordt nieuwe woordvoerder Anderlecht', … je kan geen krantenkop meer lezen of het woord 'top' staat erin. Het lijkt wel alsof je enkel telt als er 'top' voor je functie staat, je enkel waard bent opgevoerd te worden met dat adjectief. Het is tekenend voor de tijd waarin we leven. We blazen op wat reeds groot is. Als je op een piëdestal wordt gezet, valt echter de schroom weg. In de voorbije periode zagen we tweedeverblijvers de staat dagvaarden omdat ze niet naar de kust mochten, ondernemers een viroloog dagvaarden omwille van zijn 'ongenuanceerde en roekeloze uitspraken', de rangen sluiten rond de elitejongeren van het Reuzegom-proces, voetbalbobo's zonder gêne plaatsnemen op de lege tribune's, enzovoort. Het beeld van onze 'top' oogde niet bepaald fraai.

Nu zal u opmerken dat de elite zich altijd al heeft losgezongen van de samenleving. Dat zal altijd wel zo blijven en daar valt wellicht niet veel aan te doen (behalve misschien een belasting op erfenissen boven 100 miljoen van 100%, zoals Paul De Grauwe voorstelt in dit nummer). Wel nieuw is de groeiende minachting van de betere middenklasse, de tweeverdiener zeg maar, richting de kwetsbaren. Op dat vlak schuiven we, onopgemerkt bijna maar wel gestaag, op richting Angelsaksische toestanden. In de VS draaide Donald Trump in juli nog een maatregel van Barack Obama terug die bedoeld was om de diepgewortelde segregatie tegen te gaan. Trump tweette daarover: 'Ik ben blij te kunnen informeren dat iedereen die zijn Suburban Lifestyle Dream leeft, niet langer lastiggevallen zal worden of financieel geraakt doordat er huizen voor lagere inkomens in je buurt worden gebouwd'; men wil er letterlijk niet meer samenleven. Maar ook in het VK bestaat al langer dan vandaag een snobisme bij de betere gezinnen ten aanzien van wie onderaan de sociale ladder staat, een kleine tien jaar geleden al zo accuraat beschreven door Owen Jones in Chavs (2011). Een chav is een vaak laaggeschoolde, agressieve jongere afkomstig uit een lagere sociale klasse die zogezegd geen smaak heeft, kleren koopt in Primark, fastfood eet, in de criminaliteit belandt, enzovoort. Hij/zij wordt diep geminacht en gedemoniseerd.

Ook hier wordt, steeds minder stiekem, neergekeken op de sukkelaars. 'Mijn cultuur' en 'mijn wereldbeeld' is het meest juist. 'Mijn inspanningen' de enige reden waarom ik vooruitga. In een maatschappij waar iedereen volledig zelf verantwoordelijk is voor zijn leven, en dus ook voor zijn succes, hoeft omkijken dan toch niet meer? Als we zo zelfbewust zijn van de eigen verdienste, waarom ons nog inzetten voor mensen met minder geluk? De minachting hoeft ook steeds minder verborgen, aangezien we hierin bevestigd worden door politici die vooral beleid voeren voor de middenklasse, door journaals met hun coronareportages vanuit mooie tuinen met trampolines of door Facebook dat een spiegel is van het leven uit de eigen maatschappelijke bubbel. In het begin van de lockdown leek het heel even alsof we samen in hetzelfde schuitje zaten, maar na verloop van tijd verdween de plots hervonden samenhorigheid en deze zomer trokken alweer 3 miljoen Belgen tegen alle adviezen in lekker naar het buitenland. Ver weg was de solidariteit met zij die als kanonnenvlees in rusthuizen, supermarkten en vleesbedrijven in de vuurlinie stonden en voor wie een paar maanden geleden nog hartstochtelijk werd geapplaudisseerd.

Zo lijkt stilaan ook de middenklasse zich niet te veel meer aan te trekken van zij die het lastig hebben. Het onuitgesproken pact tussen de lagere klasse en middenklasse, die de basis was van de Belgian Dream van een hele generatie babyboomers, is daarmee niet meer. Aan de onderkant van de samenleving is vandaag de sociale mobiliteit stilgevallen en zit er flink wat zand in de twee belangrijkste motoren ervan – het onderwijs is minder gelijkmakend dan vroeger en laaggeschoolde arbeid minder goed betaald. Arbeiders, kleine zelfstandigen en flexi-jobbers zien hun middenklassenaspiratie in rook opgaan en dat zorgt voor een niet te onderschatten onbehagen. Aan de bovenkant van de samenleving, daarentegen, heeft men het goede leven niet langer te danken aan het beklimmen van die sociale ladder, zoals bij de babyboomers het geval was, maar vaak aan de ouders die reeds tot de middenklasse behoren. Men voelt niet langer de noodzaak om anderen, en – laten we dat gewoon maar benoemen – al zeker niet anderen van een andere huidskleur, te verheffen (ziehier, overigens, in één paragraaf de verklaring voor de neergang van de sociaaldemocratie).

De grote uitdaging vandaag is dat we het leven van mensen zonder of met een laag diploma weer beter maken. Want je zal maar een hardwerkende Vlaming zijn met een laagbetaalde, onzekere job in tijden van corona en constant lezen over topadvocaten, topchefs, topeconomen, topondernemers en toppolitici die denken dat ze hun succes louter en alleen aan zichzelf te danken hebben, niet bewust van het feit dat hun succes evenzeer het resultaat is van geluk en van een overheid die hen alle kansen heeft geboden. Uw tophoofdredacteur zal hen daar altijd op blijven aanspreken, uw topblad nooit nalaten hen daarop te wijzen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 2 tot 3