Abonneer Log in

Liever Sandra dan Samira?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 85 tot 87

Liever Sandra dan Samira?

Pieter-Paul Verhaeghe
Berchem, epo, 2017

Fenomenen als racisme, discriminatie en seksisme blijven moeilijk bespreekbaar, niet het minst op het politiek niveau. Debatten die hierover worden gevoerd, zijn vaak gesteund op emotionele eerder dan rationele argumenten, laat staan op basis van bestaand wetenschappelijk onderzoek. Met het boek Liever Sandra dan Samira? biedt Pieter-Paul Verhaeghe binnen deze context een tool om, op basis van wetenschappelijke bevindingen, het debat aan te gaan over hoe discriminatie in de praktijk daadwerkelijk aangepakt kan worden. In een heel toegankelijke taal neemt de auteur de lezer bij de hand en herinnert hij ons vanuit een sociologisch perspectief welke diverse vormen discriminatie aanneemt en waarom het belangrijk is om het te bestrijden. Maar het belangrijkst deel van zijn boek gaat over twee concrete instrumenten die kunnen helpen bij het aantonen van discriminatie: praktijktesten en mystery calls.

Eén van de grootste uitdagingen in het bestrijden van discriminatie, is het aantonen ervan. De tijd van de bordjes aan de deur van een café met de boodschap 'Interdit aux chiens et aux Italiens' is immers gelukkig voorbij. Niettemin is de discriminatie niet verdwenen. In de praktijk wordt er tegenwoordig veel subtieler en inventiever gediscrimineerd. Vandaag zou dat bordje aan een horecazaak bijvoorbeeld zeggen 'Hoofddeksels verboden' om op die manier vrouwen die een hoofddoek dragen de toegang tot de zaak te ontzeggen. Die verschuiving van expliciete discriminatie naar subtielere of indirectere discriminatievormen maakt het aantonen ervan moeilijker. Hoe bewijs je nu eenmaal dat je een job niet krijgt omdat je voor de werkgever de verkeerde kleur hebt? Of hoe bewijs je dat de woning die je zou willen huren nog niet verhuurd is, in tegenstelling tot wat de huisbaas aan de telefoon met je meedeelt? Pieter-Paul Verhaeghe toont in zijn boek aan hoe praktijktesten (het inzetten van twee testpersonen met een gelijkaardig profiel) en mystery calls (het contacteren van onder meer werkgevers en verhuurders met een discriminerende vraag) een oplossing kunnen bieden voor deze impasse. De auteur legt eerst haarfijn uit wat het onderscheid is tussen beide instrumenten en helpt hierbij misverstanden de wereld uit. Op basis van zijn jarenlange wetenschappelijk onderzoek toont hij vervolgens aan hoe deze instrumenten in de praktijk succesvol bleken te zijn en welke voorwaarden hiervoor nageleefd dienen te worden. Hij geeft ons ook een interessante kijk achter de schermen van de Gentse casus waar, in samenwerking met het stadsbestuur en betrokken actoren, besloten werd om praktijktesten uit te voeren. Tot slot weerlegt hij ook één voor één de bestaande kritieken en argwaan die er over praktijktesten en mystery calls bestaan.

Het boek toont duidelijk aan dat praktijktesten en mystery calls zinvol zijn om discriminatie te bewijzen. Daarnaast toont het onderzoek van Verhaeghe en zijn collega's ook aan dat praktijktesten en mystery calls een preventief effect hebben, een zogenaamd flitspaal-effect, aangezien verhuurders die gewaarschuwd zijn voor het feit dat praktijktesten uitgevoerd zouden worden, minder geneigd zijn om daadwerkelijk te discrimineren. Je zou nog aan dit lijstje kunnen toevoegen dat praktijktesten ook discriminatie in kaart zouden kunnen brengen indien op brede schaal toegepast. Natuurlijk blijven andere instrumenten ook noodzakelijk, al is het maar om de hardleerse discriminerende actoren aan te pakken. Uit zijn onderzoek rond discriminatie op de huurmarkt blijkt namelijk dat 10% van de makelaars blijft discrimineren, ondanks het feit dat ze op de hoogte zijn gebracht van de mogelijkheid dat er praktijktesten zouden kunnen worden uitgevoerd.

Eén van de belangrijkste meerwaarden van het boek Liever Sandra dan Samira? is dat het praktijkgericht is. Het is niet de zoveelste sociologische analyse van het fenomeen van discriminatie in onze maatschappij, nee, het denkt actief na over hoe er in de praktijk daadwerkelijk iets aan gedaan kan worden. Wie een uitgebreide wetenschappelijke analyse verwacht te vinden van het onderzoek rond praktijktesten zal op zijn honger blijven zitten. Maar daarvoor kan de lezer terecht bij de vele wetenschappelijke artikels die de auteur rond dit thema heeft geschreven. Het boek biedt daarentegen waardevol praktisch materiaal aan voor beleidsmakers en middenveldorganisaties, maar ook voor individuen die vermoeden dat ze met discriminatie te maken hebben of zullen krijgen. Het boek bevat achteraan namelijk een unieke bondige handleiding van hoe men in de praktijk discriminatie kan bewijzen en hoe men praktijktesten het best aanpakt. Die handleiding zou eigenlijk breed verspreid moeten worden, bijvoorbeeld via het onderwijs, om nog een breder publiek te bereiken.

Hopelijk krijgt de wijze waarop de auteur de vertaalslag maakt van zijn wetenschappelijke bevindingen naar een praktische handleiding voor een breder publiek verdere navolging bij academici die rond maatschappelijk belangrijke thema's onderzoek voeren. De professor Pieter-Paul Verhaeghe komt in dit boek als het ware uit zijn ivoren toren, voor zover hij daar al in zou hebben gezeten, en speelt als auteur van dit boek een belangrijke rol in de strijd tegen discriminatie op het veld. In het domein van antidiscriminatie kan dat ook bijna niet anders.

De auteur zegt zelf in zijn boek: 'Na ongeveer drie jaar undercover praktijktests en mystery calls uitgevoerd te hebben op de woningmarkt, is het moeilijk om soms niet cynisch te worden'. Gelukkig heeft zijn drang naar vooruitgang het cynisme overwonnen en heeft hij zijn vaststellingen omgezet naar een boek dat zowel de Sandra's als de Samira's in onze samenleving aanbelangt en ten goede zal komen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 85 tot 87