Abonneer Log in

Ik brul, dus ik ben

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 82 tot 84

Ik brul, dus ik ben

Peter Wierenga
Boom Uitgevers, Amsterdam, 2017

In zijn boek geeft classicus en journalist Peter Wierenga een overzicht van verschillende interviews die hij afnam van enkele experten omtrent het thema populisme. Afgezien van het merkwaardige genre heeft dit boek ook een bijzonder uitgangspunt: in plaats van de focus te leggen op de beschrijving van wat populisme inhoudt vanuit een objectief wetenschappelijk perspectief, laat Wierenga - zo stelt hij in de inleiding - de elite, waartegen het populisme zich verzet, aan het woord.

Het boek is opgebouwd uit 6 hoofdstukken waarbij het eerste hoofdstuk een korte inleiding is, de volgende vier hoofdstukken het populisme verkennen binnen verschillende geografische grenzen (respectievelijk Nederland, Europa, Verenigde Naties en vervolgens de rest van de wereld) en het laatste hoofdstuk de synthese vormt van Wierenga's bevindingen.

Het eerste hoofdstuk is een weergave van interviews met Marli Huijer, Paul Scheffer en Ad Verbrugge. Marli Huijer waarschuwt voor het gevaar van het populisme voor onze pluralistische, multiculturele samenleving alsook voor de democratie. Populisten schakelen de oppositie uit (ze beschouwen die als illegitiem) omdat ze de wil van het volk niet representeert. Wat betreft de immigratieproblematiek moeten burgers zich, volgens Huijer, openstellen voor de vreemde Ander als ander (naar de idee van Paul Ricoeur) en moet de democratie zo georganiseerd worden dat ze een deliberatieve democratie (gebaseerd op dialoog op grond van rationele argumenten) is, in plaats van een directe democratie (gebaseerd op referenda en opiniepeilingen). Toch mag deliberatieve democratie niet vervallen in een lotingsysteem zoals door David Van Reybrouck voorgesteld.

Paul Scheffer ziet populisme als een sociaal (links) en cultureel (rechts) protectionisme dat zich in westerse landen manifesteert tegen de achtergrond van de stagnerende macht van die landen op het wereldtoneel. Deze macht wordt in handen gelegd van technocratische instellingen zoals de Europese Unie. Populisme is een reactie tegen dit soort technocratische instellingen. Een reactie die, volgens Scheffer, niet irrationeel maar wel degelijk rationeel is. De Europese Unie moet de stem van de populist ter harte nemen en daar op een constructieve manier iets mee doen.

Voor de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge heeft de term populisme niet uitsluitend een pejoratieve connotatie en kan het verschillende gedaantes aannemen. Zo stelt hij dat het marxisme en de socialistische bewegingen ook kunnen worden gezien als een vorm van populisme omdat ze, volgens hem, de wil van het volk bewerkstelligen. Verder is hij van mening dat religie kan dienen als overkoepelende ideologie waardoor burgers hun leven richting kunnen geven zodat ze zich niet verliezen in materialistische excessen die het neoliberalisme bewerkstelligt.

In een tweede hoofdstuk wordt ingegaan op het Europese populisme. De eerste geïnterviewde is de Duitse filosoof Markus Gabriel. Gabriel ziet de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) als een vorm van racisme en bestempelt deze partij als het kwaad. Populisme is gebaseerd op morele onwaarheid terwijl een democratie net uitgaat van waarheid. Om die reden heeft populisme geen plaats in de democratie. Hij gaat vervolgens ook niet akkoord met Chantal Mouffes voorstel van een agonistische politiek waarbij links en rechts populisme elkaar kunnen stabiliseren. Elke vorm van populisme is intrinsiek verkeerd en is geen vorm van waarheid. Populisme kan, volgens Markus Gabriel, enkel worden bestreden met waarheid.

Vervolgens is de Hongaarse journalist Gergely Márton aan het woord die het Hongaarse populisme van Viktor Orbán belicht. In het interview beschrijft Márton de corruptie van Orbán en zijn partij Fidesz die ertoe heeft geleid dat de grootste krant van het land (Népszabadság, 'Vrijheid van het Volk'), waarvan Márton adjunct-hoofdredacteur was, de boeken moest toe doen.

Filosofe Bettina Stangneth stelt dat populistische partijen in zichzelf niet veel voorstellen omdat ze in hun oorsprong weinig kiezers hebben. Naarmate er een hysterie ontstaat, die opgezweept wordt door de media, winnen populistische partijen vaak aan stemmen. Het is aan de bevolking om niet in hysterie te vervallen maar zich door de rede te laten leiden, de rede die iedere cultuur, iedere mens gemeenschappelijk heeft.

Met de verkiezing van Donald Trump als de 45e president van de Verenigde Staten is het niet ongewoon dat populisme op dit continent een hot topic is. Kwame Anthony Appiah analyseert de bevolkingsgroep die op Trump stemden. De grote meerderheid zijn blanken uit de arbeidersklasse die hij karakteriseert als hillbillies. Zij werden bewogen op Donald Trump te stemmen vanuit een patriottisch sentiment. Hierbij reageerden ze tegen de elite die, ondanks de voorspiegeling van een mooie toekomst, door globalisering het volk verraden heeft. Omdat eer een belangrijke rol speelt bij hillbillies zullen zij, wanneer Trump hun land in de verlegenheid brengt, omwille van hun patriotisme hun stem voor Trump intrekken.

Michael Sandel, politiek filosoof en hoogleraar aan Harvard, situeert de opkomst van Trumps populisme tegen de achtergrond van een falend progressief politiek systeem dat een technocratisch liberalisme belichaamt. Dit zorgde ervoor dat de Democratische Partij meer aansluiting vond bij de elite dan bij de arbeiders- en middenklasse. Om die reden kon Trump een grote groep kiezers voor zich winnen.

Als afsluitend interview van het hoofdstuk over de Verenigde Staten laat Wierenga de Latijns-Amerikaanse historicus Friederich Finchelstein aan het woord. Deze schetst het populisme tegen de historische achtergrond. Wat betreft het trumpisme is hij van mening dat, ook al vormt ze een bedreiging en vertoont ze autoritaire karaktertrekken, ze aan macht kan verliezen door bijvoorbeeld een verkiezingsnederlaag. Een positief signaal is alvast het vele verzet vanuit verschillende hoeken: de pers, de rechterlijke macht en het publiek debat.

Het vijfde hoofdstuk belicht landen die tegenwoordig vaak achterwege worden gelaten in literatuur met betrekking tot populisme maar die stilaan meer een eigen stem krijgen. De Afrikaanse filosoof Achille Mbembe heeft het over de Zuid-Afrikaanse etnisch-populistische African National Congress (ANC) en pleit voor het openstellen van grenzen. De Syrische historicus Aziz Al-Azmeh legt de focus op islam, immigratie en (de)radicalisering in relatie tot populisme. Filosoof Akeel Bilgrami bespreekt de Indische cryptofascistische populist Narendra Modi (pro-globalisering) in relatie tot Europees en Amerikaans populisme (anti-globalisering). Tot slot reageert Zhang Weiwei, hoogleraar internationale betrekkingen, tegen het westerse populisme dat China vaak afschildert als zondebok. Toch kunnen westerse democratieën iets opsteken van de Chinese meritocratie die gebaseerd is op selectie en electie waarbij er geen plaats is voor populistische leidersfiguren.

In een afsluitend hoofdstuk formuleert Wierenga zijn eigen subjectieve bevindingen die de kerngedachten van de interviews op een adequate wijze samenbrengt.

Het format van de weergave van verschillende interviews is verfrissend en leest vlot. Toch is de grote lijn in de gedachtegang van de geïnterviewde vaak moeilijk te achterhalen. Dit zorgt ervoor dat de lezer soms verdwaalt in de hoeveelheid aan onderwerpen die in sommige interviews aan bod komen. Dit wordt echter rechtgezet door het laatste hoofdstuk waarin Wierenga een uitstekende synthese geeft. In tijden van politieke onrust waarbij liberale democratieën te kampen hebben met groeiende populistische partijen, geleid door een sterk leidersfiguur, voorziet dit boek de lezer van een unieke blik op de heersende ideeën omtrent populisme wereldwijd.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 82 tot 84