Abonneer Log in

Lang leve grenzen!

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 58 tot 62

Jan Cornillie schreef in het aprilnummer van Samenleving en politiek een heldere en - geen gemakkelijke opdracht in deze tijden - al met al optimistische bijdrage over Europa, links en de vluchtelingencrisis. Ik ben het grotendeels eens met de standpunten die Cornillie inneemt in zijn artikel, maar wil toch drie punten van debat aanreiken waarmee ik het oneens ben. Ze gaan over de continuïteit met het verleden, over de kern van ons samenlevingsmodel, en vooral over de normatieve grondslag van linkse standpunten over migratie en asiel. Linkse waarden kunnen slechts worden verwezenlijkt binnen grenzen en via het trekken en bewaken van grenzen; de grenzeloze wereld is een wereld zonder waarden.

Wat de vluchtelingenproblematiek betreft, neemt Jan Cornillie een aantal moedige posities in, gericht op het verminderen van menselijk leed. Bij het aanpakken van die problematiek dient volgens hem het behoud van ons sociaal model voorop te staan. Volgens Cornillie is de kern van dat model de welvaarts- of verzorgingsstaat. Hij is daarom van oordeel dat men asiel- en migratiekwesties vanuit het perspectief van de welvaartsstaat dient te benaderen. In die benadering krijgt ook de geopolitieke dimensie weer een meer centrale plaats, met inbegrip van de militaire slagkracht nodig om te verhinderen dat mensen moeten vluchten of alleszins om hen safe havens te kunnen bieden. De bepleite aanpak veronderstelt dat we onze buitengrenzen effectief leren bewaken, op een eerlijke manier het verschil maken tussen migranten en vluchtelingen en voor elk een gepast beleid ontwikkelen. Elk van die keuzes verdient nog uitwerking en verduidelijking, zeker, maar door die standpunten in te nemen zet het hoofd van de studiedienst van de sp.a een belangrijke stap in het uittekenen van de krachtlijnen van een sociaaldemocratisch beleid.

Ik ben het grotendeels eens met de standpunten die Jan Cornillie inneemt in zijn artikel. Het is een verademing duidelijke standpunten te horen, gestoeld op een realistische, alleszins expliciet verwoorde inschatting van de situatie. Toch ben ik over drie punten met hem oneens. Ze betreffen: de continuïteit met het verleden, de kern van ons samenlevingsmodel, en vooral de normatieve grondslag van linkse standpunten over migratie en asiel.

BEEN THERE, SEEN THAT

Jan Cornillie kadert zijn bijdrage in een been there, seen that: dit is heus niet de eerste grote crisis, we hebben het al allemaal eens meegemaakt. Dat standpunt werd, specifiek met betrekking tot de vluchtelingencrisis uitgebreid verdedigd in een tribune van de Leidse hoogleraar sociale geschiedenis Leo Lucassen (Trouw, 11 april 2016). We kregen al eerder van die golven vluchtelingen over de drempel (door de val van de Shah in Iran, de oorlog in Afghanistan, de Amerikaanse invasie van Irak, de crisis in Somalië, het uiteenspatten van Joegoslavië, …). Niks nieuws onder de zon dus.

Die stelling, plausibel op het eerste gezicht, snijdt geen hout. Ten eerste. Bij de eerste vluchtelingengolf zegt iedereen ‘tiens, wat gebeurt er nu toch in de wereld’, bij de tweede ‘tiens, dat herhaalt zich’, inmiddels weet iedereen dat het om een structureel kenmerk van de hedendaagse wereldwanorde gaat. Wie zich enigszins informeert weet ook dat weer bijna een half miljoen vluchtelingen opgehoopt zitten aan de Libische kust, goed 300 kilometer van de Europese buitengrenzen, in een gebied gecontroleerd door zwaarbewapende milities waarvan er heel wat trouw hebben gezworen aan IS. Dat is een heel andere situatie dan die waarin geseculariseerde Persen vluchtten voor de Islamitische Republiek van Khomeini. Ten tweede, werken die golven cumulatief. Stroom na stroom wordt opgestapeld tot een inmiddels omvangrijke uit vlucht en migratie geboren diaspora, die daarenboven maar moeizaam in de samenleving wordt opgenomen, waarvan de werkzaamheid laag, de werkloosheid en de bijstandsafhankelijkheid ontmoedigend hoog blijven. Ten derde kwamen de vorige golven in een periode waarin velen terecht vaststelden dat zich steeds meer maatschappelijke problemen aandienden die slechts internationaal of transnationaal konden worden opgelost. Daarvoor werd toen de hoop op Europa gevestigd. We leefden toen inderdaad nog in een Europa van de hoop. Vandaag leven we in een Europa van de ontgoocheling. Dat maakt een hemelsbreed verschil: transnationale problemen zijn geen vector van integratie, van ‘Europese constructie’ meer, maar gewoon een oorzaak van machteloosheid en euroscepsis. Er waren, ten vierde, bij de vorige vluchtelingenstromen ook al veel moslims, maar de houding tegenover de moslims is inmiddels veranderd. Het valt nu haast iedereen op dat moslimsamenlevingen hun mensen toch wel slecht behandelen, ze dikwijls massaal op de vlucht jagen of nagenoeg dwingen tot emigratie uit economische nood. De vluchtelingen en migranten vinden het hier beter - anders zouden ze niet komen - maar een niet onaardig aantal van hun afstammelingen put inspiratie uit het salafisme en andere extremismen en zou deze samenleving graag boetseren naar het beeld en de gelijkenis van de samenlevingen waaruit hun ouders en grootouders zijn weggelopen. Velen van de oorspronkelijke inwoners van die landen zien dat niet zitten. De houding tegenover de moslims is mettertijd negatiever geworden en die negatieve, afwijzende houding wordt recent nog versterkt door de angst voor terreur.

De situatie nu is volkomen, radicaal verschillend van die van twintig jaar geleden. Been there, seen that… ‘t klinkt stoer, een beetje hautain ook, maar is de slechtst denkbare gids om de hedendaagse uitdagingen aan te gaan. Het verleden reikt ons, spijtig genoeg, niet veel handvaten aan om secuur met het heden om te gaan.

DE VERZORGINGSSTAAT

Volgens Jan Cornillie is de welvaarts- of verzorgingsstaat de kern van ons samenlevingsmodel en moet migratie en asielbeleid daarom op het behoud van de welvaartsstaat worden afgestemd. Daar valt heel veel voor te zeggen, maar om een juist beeld te hebben van waarop we asiel- en migratiebeleid moeten afstemmen, dienen we een meer omvattende reeks instellingen te beschouwen als de kern van ons samenlevingsmodel. We zijn een verzorgingsstaat, zeker, maar ook een seculiere staat, een rechtsstaat en een democratische staat. Het is omdat we dat zijn, hoe onvolkomen soms ook, dat mensen massaal naar hier vluchten.

Vandaar de evidente basisregel om te oordelen over migratie. Migratie kan slechts in de mate dat zij compatibel is met en kan bijdragen tot de ontplooiing van dat samenlevingsmodel: van de verzorgingsstaat, de rechtsstaat, de seculiere staat en de democratie. Asiel is nog een ander probleem. De rechtmatigheid van asiel ligt in het motief van de vlucht, niet in de aard van de bestemming, maar de wijze waarop met asiel en integratie wordt omgegaan, dient maximaal afgestemd op het behoud en de ontplooiing van het hier moeizaam over de generaties heen opgebouwde samenlevingsmodel.

DE NORMATIEVE GRONDSLAG

Voor de verdere uitwerking van een sociaaldemocratisch beleid rond migratie en asiel moeten we kunnen steunen op duidelijke normatieve uitgangspunten. Daarover heerst de grootste onduidelijkheid. Dat blijkt ook uit de bijdrage van Jan Cornillie. ‘Open grenzen,’ zo schrijft hij, ‘bevredigen het universalisme van onze waarden, maar werken niet. Gesloten grenzen frustreren ons humanitair universalisme maar blijken wel effectief’. Zo’n uitspraak suggereert dat het voorgestelde beleid een compromis is met (haast een verraad van) onze waarden in naam van doeltreffendheid. Ongeveer alles wat verkeerd kan zijn, is verkeerd aan die uitspraak en die zienswijze.

Ten eerste wordt de indruk gewekt dat we moeten kiezen tussen open en gesloten grenzen, terwijl dat de extremistische (en gelukkig marginale) posities zijn, niet zelden ingenomen en verdedigd door lunatiekers en fanaten. Binnen de perken van de redelijkheid gaat het niet om open of gesloten grenzen, maar om grensafbakening, om de mate van grensafbakening en de wijze van grensafbakening. Het gaat om de integriteit, de zelfbeschikking en de uitbouw van de gemeenschappen die proberen zich af te bakenen door middel van een nationale staatsgrens of een buitengrens van een transnationale groepering van staten.

Omdat we veel gemakkelijker dan voorheen kunnen communiceren met bijna iedereen op de planeet en omdat velen van ons zich frequenter en sneller en over grote afstanden verplaatsen, ontwikkelen een aantal mensen het losgezongen-toeristenperspectief: zij hebben de indruk dat de wereld slinkt, één groot dorp wordt, en dat grenzen vervagen en verdwijnen. Hen ontgaat een detail. De voorbije veertig jaar kwamen er 68 onafhankelijke staten bij. Gemiddeld eentje om de 7 maanden. Over de laatste kwarteeuw werden 30.000 km nieuwe staatsgrenzen getrokken. Bijna steeds doen mensen dat omdat zij hopen op die manier een gemeenschap te kunnen vormen, die zich naar eigen inzicht kan inrichten, die respect kan afdwingen voor haar onafhankelijkheid en integriteit.

Welk ‘universalisme’, laat staan welk ‘universalisme van onze waarden’ zou worden bevredigd door die grenzen te openen, poreus te maken, de hoop op zelfbeschikking te fnuiken, het project van gemeenschapsvorming onmogelijk te maken, de integriteit van de aldus afgebakende staten te schenden? Elk van die handelingen zou toch indruisen tegen waarden als vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid? Overigens begrijp ik een uitdrukking als ‘universalisme van onze waarden’ niet. Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid bijvoorbeeld zijn zeer lokale waarden, gegroeid in een welbepaalde beschavingscontext en daar nog maar moeizaam en gedeeltelijk verwezenlijkt. Wij vinden dat het goed leven is met die waarden, hopen daarom dat zij zich verspreiden. Wij beschouwen ze als universaliseerbaar, hopen dat ze ooit universeel zullen worden, maar voorlopig zijn het kwetsbare en betrekkelijk lokale waarden in een wereld waarin veel krachten gericht zijn op het beperken van vrijheid, het scheppen van ongelijkheid en het zaaien van haat en verdeeldheid.

Het zijn die krachten die de integriteit en de zelfbeschikking van de staten ondergraven. Men kan, zoals Wolfgang Streeck dat in zijn boek Buying Time (2014) doet, het marktvolk en het staatsvolk onderscheiden. Het marktvolk, dat zijn de mensen met veel geld, die aan landen kunnen lenen, die de rente op die leningen kunnen bepalen, die daarom een grote invloed uitoefenen op het economische en sociale beleid van landen en op die manier daadwerkelijk de integriteit van gemeenschappen en de zelfbeschikking van landen ondergraven, grenzen poreus maken, openen voor de verplaatsingen van kapitaal, goederen, diensten en mensen. Het staatsvolk zijn de inwoners van staten. Zij bestaan bij gratie van grenzen. De grenzen maken dat burgers die afdwingbare rechten hebben (niet omgekeerd). Het lot van die burgers is verbonden met het afbakenen en handhaven van de grenzen. De invloed van het staatsvolk loopt niet via kapitaal, maar via opinie en verkiezingen. Zij zijn afhankelijk van democratie en van de rechtsstaat om een invloed te hebben op hun gemeenschap. Enkel via die weg kunnen zij hun lot in eigen handen nemen, greep krijgen op hun leven. Het grote conflict van de laatste halve eeuw is dat tussen die twee krachten geweest en het is duidelijk dat het marktvolk verschillende rondes heeft gewonnen, de staten heeft verzwakt, de grenzen in grote mate heeft geopend. Het is mij een raadsel waarom Jan Cornillie dat marktvolk een monopolie wil geven op onze waarden en het afbakenen en bewaken van grenzen beschouwt als een compromis, een verraad haast van onze waarden.

Onze waarden kunnen slechts worden verwezenlijkt binnen grenzen en via het trekken en bewaken van grenzen. De grenzeloze wereld is een wereld zonder waarden. De kansen op de verspreiding of universalisering van de waarden waaraan we gehecht zijn, worden vernield door grenzen te openen, door het staten onmogelijk te maken een democratische, seculiere verzorgingsstaat en rechtsstaat te zijn. De enige kansen op universalisering van die waarden liggen in hun verwezenlijking binnen staten en hun verspreiding vanuit staten, via internationale samenwerking en transnationale ontwikkeling. Duidelijk afgebakende en bewaakte grenzen (en dat is iets helemaal anders dan gesloten grenzen) zijn de voorwaarde, de harde grondslag van een streven naar onze waarden en naar hun universalisering. Het openen van grenzen is de ontkenning van onze fundamentele waarden omdat het mensen de kans ontneemt om via het afbakenen van een gemeenschap te streven naar democratie, rechtsstaat, secularisme en verzorgingsstaat.

Kijk toch naar de wereld. De mensen vluchten niet uit staten die zich ontwikkeld hebben tot rechtsstaat, verzorgingsstaat, democratische staat en seculiere staat. Zij vluchten naar landen die daarin geslaagd zijn. Zij vluchten uit staten die daar niet in geslaagd zijn. Meer nog, zij vluchten uit staten die falen staat te zijn in de meest elementaire betekenis, die er niet in slagen hun monopolie op geweld effectief te handhaven. Wie in die wereld grenzen wil openen, draagt bij tot de vernieling van democratie, van rechtsstaat, van verzorgingsstaat en seculiere staat; draagt bij tot de vernieling van de kansen om functionerende staten te bouwen. We moeten vluchtelingen opvangen. Zij zijn het gevolg van een onvolkomen wereld. Maar dat is niet de kern van socialistisch internationalisme. Die kern bestaat er niet in de meest ondernemende mensen te helpen van land te veranderen; wel van hen te helpen hun land te veranderen, zozeer te veranderen dat zij daar willen leven, daar hun kinderen willen zien opgroeien.

Mark Elchardus
Socioloog VUB en redactielid Samenleving en politiek

links - ideologie - vluchtelingencrisis

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 5 (mei), pagina 58 tot 62