Log in

Bevroren elleboog onder een grijze hemel

redactioneel

Is het u ook opgevallen? Alle verliezers van 7 juni - in cijfers of in perceptie - stellen zichzelf op de een of andere manier in vraag. Of toch bijna alle verliezers. CD&V en N-VA, winnaars van de voorbije stembusslag, hebben ook hun zorgen, grote zorgen, maar die liggen grotendeels buiten de partij, in het regeringswerk. LDD, Groen!, SLP en Vlaams Belang doen aan introspectie, de een al met meer zin dan de ander. Maar waar blijft sp.a?

Bij sommige verliezers liggen strategische oriëntaties op tafel, bij anderen fundamentele keuzes, elders wordt de organisatie dan weer tegen het licht gehouden. Open Vld gaat via voorzittersverkiezingen misschien naar een interessant debat over de koers van de Vlaamse liberalen. Voorlopig beperkt de voorzittersstrijd zich tot een personen- en stijlkwestie en het zich wat puberaal afzetten tegen de politieke vaders. De verschillen worden nu nog opgesloten in imago- en perceptieroddels, maar ondertussen breekt de campagne inhoudelijk open. Zonder echte voorzittersverkiezingen heeft Groen! zich tijdens de zomermaanden een spiegel voorgehouden. Uw dienaar kreeg het bezoek van enkele rapporteurs van de Groen!-zelfstudie: de vragen sneden diep, de analyse en haar mogelijke gevolgen waren vergaand. LDD is bezig met een opkuis van de interne organisatie. Stef Goris en anderen investeren veel tijd en moeite in de professionalisering van LDD. De LDD-leider zelve heeft met een succesvol boek - in termen van verkoopcijfers - zijn partij op een nieuw politiek speelveld geschopt: het migratievraagstuk. Bij SLP spartelen de overblijvers als vissen op het droge. De partij mag dan wel een doorsnede van verschillende benaderingen gevonden hebben, in die club zit te weinig volk om er een partij aan over te houden. De onvermijdelijke conclusie moet bij SLP nog genomen worden. Ook dat kan als een behoorlijk existentiële oefening bezien worden. Bij Vlaams Belang weten ze niet goed wat hen overkomt. Nochtans is het simpel: het Vlaams Belang is een partij die tot op vandaag alleen maar verkiezingen verloor, in tegenstelling tot haar succesvolle voorganger, het Vlaams Blok. Sinds het Blok in november 2004 Belang werd ging het enkel bergafwaarts. Na de eclatante overwinning van 2004 kreeg het Belang een pandoering tijdens de lokale verkiezingen van 2006: niemand vergeet het beeld, met openstaande VTM-microfoon, van de Antwerpse VB-top die maar niet kon geloven dat hun Filip Dewinter het van Patrick Janssens verloren had. In 2007 overvleugelde het kartel CD&V/N-VA alles en iedereen, en het Belang zag zijn stoottroepen - die al die jaren vruchteloos probeerden om de poorten van het systeem open te beuken - afbrokkelen. In 2009 kwam de mokerslag, voor de verzetspartij in salonuitvoering. Binnen het VB is sindsdien een venijnig debat aan de gang over de fundamentele opstelling van die partij. Wat moet er van het VB worden? Een extreemrechtse, separatistische, anti-islam en anti-migrantenpartij, waar de harde, vuile (‘rebels’ dixit Dewinter) taal niet geschuwd wordt? De plaats van die partij is de oppositie, heimat der zuiveren die onder het cordon sanitaire schuilen voor het in de politiek onvermijdelijke compromis. Of moet het VB een rechtse, radicale conservatieve, populistische maar fatsoenlijke partij worden die bereid is compromissen te sluiten? Die de straatvechters achter de coulissen houdt. Die ooit - bijvoorbeeld na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, in een kleine gemeente, ver van de democratische partijhoofdkwartieren, waar ze een lokale lijst aan de burgemeesterssjerp kunnen houden - zal meebesturen en dus grijze akkoorden accepteert. Moet het de partij van Dewinter-Annemans en Co worden, of die van Vanhecke-Valkeniers-Morel en Co? Enfin, in het partijlandschap zijn interessante dingen aan het gebeuren.

Bij sp.a bleef het stil. Uiteraard was er de heisa rond de gelekte email. Was die er niet geweest, dan leek het erop alsof het bij sp.a helemaal business as usual zou zijn: lees zoals voor de desastreuze nederlaag van 7 juni. Die nederlaag lijkt zachter dan ze is, omdat nog erger werd gevreesd, omdat vooral Open Vld zat te bloeden, omdat er weer sp.a-ministerposten en kabinetten te vullen waren. De e-mailaffaire, en vooral haar afwikkeling, heeft alvast getoond dat de partij niet kan doen alsof er niets aan de hand is, alsof de verhoudingen aan de top hartelijk en kameraadschappelijk zijn, gezellig zijn. Het teambeeld waarmee de sp.a onder Steve Stevaert in 2004 naar de kiezer trok - een verkiezing die leerde dat het grote succes van 2003 eenmalig was - bestaat nu hoofdzakelijk nog op fotopapier. Het heeft geen zin om de alom bekende film nog eens af te spelen. Wel om alles een plaats te geven.

De frustraties die naar aanleiding van dit incident naar boven kwamen, hebben sommigen verrast. Er was helaas niets onvoorspelbaars aan. Wie de partij al jaren volgt weet dat er veel onverwerkt verleden zit. Ergernis die al een paar bazige voorzitterschappen gist. En die nu naar boven kon, onder een voorzitter die zich had voorgenomen om opener, met meer inspraak de partij te besturen. Dat de partij vandaag geen wervend verhaal of nieuwe aantrekkelijke boodschap kan lanceren, zich niet meer met frisse ideeën tussen de concurrentie kan wringen, is helaas evenmin opzienbarend. Jaren geleden kreeg uw dienaar nogal op zijn kop toen ik in De Morgen, op de dag dat de partij in Kortrijk congresseerde, verklaarde dat Stevaert een gevaar was voor de sp.a, omdat de partij zo onvoorstelbaar van hem en zijn verhaal afhing. Elke voetbalanalist weet dat een ploeg die heel erg van één spits afhangt geweldig kwetsbaar is: als die zijn been breekt zit de equipe in de miserie. Of als tegenstrevers het spel doorhebben en counteren - gratis bestaat niet! - is het voorbij. Maar de sp.a was op de top van de roem doof voor dat soort waarschuwingen. De bekende verleiding van een bedrijf dat te laat in nieuwe producten investeert omdat het succesmerk het saturatiepunt maar niet lijkt te bereiken. Toen ik daarenboven verklaarde dat vele gelanceerde nieuwelingen ‘klonen’ van Stevaert leken, omdat ze geen eigen spel ontwikkelden en alles naar de spits doortrapten, groeide het ongenoegen over mijn analyse. Nogal wat van de huidige problemen zaten er dus aan te komen. In 2007 moest iedereen wel zien dat de partij in slechte staat was, maar blijkbaar kwam 2009 te vroeg om het roer om te gooien. Dat maakt het bijna tot een nederlaag met voorbedachten rade.

In de sp.a vindt ongenoegen nu een weg omdat de partij verliest. De regeringsdeelname heeft het niet kunnen wegmasseren, integendeel. Sommige kameraden leken wel verwende kinderen, in een hoekje met slenterend voetje, omdat ze hun ministerpostje niet kregen. De snelle en naar buitenuit succesvolle regeringsonderhandelingen waren blijkbaar niet overtuigend genoeg. Het zit dieper.
Uiteraard is het verlies van de sp.a geen uniek Vlaams fenomeen: op heel veel plekken gaan sociaaldemocraten naar beneden, of zitten ze in de rats. Er zijn dus structurele oorzaken, die boven en naast de sp.a staan. Dat verklaart en verzacht een en ander, maar het is de sp.a die hier en nu in Vlaanderen een antwoord moet vinden. Dat moet vandaag eerder dan morgen. De partij zat op 7 juni met een probleem, zoals ze in 2007 met een probleem zat. Ze zal er in 2011 mee blijven zitten, als ondertussen niet drastisch ingegrepen wordt.

Dat is geen pleidooi voor een nieuwe beginselverklaring of ideologische denkoefening. Please, no more! In die zin loopt de analyse gelijk met de Oostende-loutering van Open Vld: niet de ideologie zit fout, wel de vertaling ervan. Er zijn genoeg uitdagingen en problemen daarbuiten, in de samenleving, die een sociaaldemocratische analyse en repliek verdienen. De sp.a heeft nood aan meer ideologische vastheid en standvastigheid, zoals Dries Lesage verderop in dit nummer bepleit (alleen vergist Dries zich op één punt: het communautaire verhaal is niet zomaar een conservatief-liberaal verhaal). Twintig ‘Visie’-congressen, zoals de partij er weer een organiseerde, zullen niet volstaan. Heeft iemand onthouden waar Visie 09 over ging, behalve de therapeutische sessie met de voorzitter? Eerder dan weer nieuwe kletspartijen moet de partij een grondige synthese maken van de bergen papier en jaren denkwerk die ze het voorbije decennium opstapelde. Er zijn genoeg beginselverklaringen, toekomstcongressen, grote onderhouden of ideeënfabrieken gepasseerd.

Er moeten duidelijke smoelen komen, met duidelijke lijnen. Mensen die de partij op de kaart zetten en die aanspreken, warmte uitstralen. Wie sommige sp.a’ers de hand schudt voelt de vrieskou tot over de elleboog kruipen. Tot nu toe komen de topspelers er ook niet zo goed uit, ook omdat de sp.a vandaag niets goed meer kan doen. Ingrid Lieten maakte geen verpletterende startindruk, Pascal Smet zit op een besparingsdepartement en wordt nog steeds met ingehouden leedvermaak vergeleken met zijn voorganger, Freya Van den Bossche was eerder afwezig en bij haar eerste echte beleidsdaad - het inkorten van renovatiesubsidies - was er vooral tegenwind en kritiek. In Antwerpen maakte Janssens in de Wapper-story zo’n uitgekiende strategische manoeuvres dat niemand de sp.a nog kan volgen. Eerst keurt die in de Vlaamse regering de algemene condities voor het Antwerps mobiliteitsvraagstuk goed, waardoor een aantal opties afgesloten worden, om vervolgens een strijd op leven en dood tegen de brug, ook hun brug, te voeren, om ten slotte na het referendum die brug niet helemaal af te voeren omdat … dat zowat de enige optie is die binnen de goedgekeurde algemene krijtlijnen valt. Daar waar sp.a in beeld kwam was dat dusver niet indrukwekkend. Bruno Tobback en John Crombez waren welgekomen uitzonderingen.

Eerder, in Samenleving en politieken De Morgen, stelde ik de sp.a voor om een keuze te maken tussen, ruwweg gesteld, een partij van onvervalste socialistische signatuur, dicht bij de vakbond en haar stellingen in het activeringsverhaal, waar sp.a-rood zich thuis voelt, die voor klein links geen gat laat, waar kameraden samen zingen en anderen zich wat onwennig voelen of minstens gevraagd worden om zichzelf sociaaldemocraat te noemen enerzijds; en een centrumlinkse, open, progressieve partij, die zich onder meer door het socialisme laat inspireren en afstand neemt van vakbond en de klassieke socialistische leer, waar Bert Anciaux vanaf dag één helemaal voor vol wordt aanzien? Die discussie mag gepaard gaan met een bezinning over de partijnaam. Sp.a werd nooit gelanceerd met de idee dat die naam vandaag nog zou bestaan, door alle kiesverlies en miserie is ‘sp.a’ ook uitgeleefd, er gaat geen wervend appèl van uit. Een nieuwe start met een nieuwe naam dringt zich op.

Dat zijn lastige, grote beslissingen. De vraag is of de verzwakte partij, met de verzwakte en verdeelde leiding, die vandaag aankan. Stevaert had destijds het natuurlijke gezag en de visie om sp.a definitief op het spoor van een open, progressieve partij te zetten waarvan het socialisme een, niet de enige, inspiratiebron was. Maar Stevaert had zijn tijd dubbel tegen: hij was moe en werd gouverneur, en het kartel sp.a-spirit deed het destijds zo goed dat niemand geloofde dat die omvorming nodig was. Vandaag is de tijd rijp om de switch te maken, dringt een keuze zich op. Caroline Gennez heeft nog niet het leiderschap om die fundamentele partijvernieuwing door te zetten. Het collectieve leiderschap van de G7 komt verzwakt uit de e-mailaffaire. Wie Kathleen Van Brempt en Peter Vanvelthoven in de Keien van de Wetstraat bekeek, zag het met eigen ogen. In een krimpscenario staan de zenuwen altijd gespannen, maar hier was meer aan de hand. De jonge, beloftevolle talenten van destijds, die veel in de schoot geworpen kregen, moeten nu - zoals in Open Vld - de wacht aflossen en hun partij maken. In moeilijkere omstandigheden. Wie op training te weinig stroomopwaarts leerde zwemmen, mist soms eelt en spierkracht om tegen de wind in door te gaan. Maar er is geen alternatief.
De sp.a moet dringend aantrekkelijker worden. Ze valt tussen de stoelen, omdat haar identiteit, haar uitstraling ergens tussenin hangt. Wat te denken over sp.a? Er is iets voor ze te zeggen, de sociaaldemocraten zijn nodig, maar ze rommelen maar wat aan. Arrogant soms. Ze zijn medearchitecten en steunpilaren van ons sociaal model, maar laten het ook uithollen. Waar zijn ze nog glashelder en consequent? Waar doen ze er toe? En dan die schandalige weigering om een partijstandpunt in te nemen over het hoofddoekenverbod. Daaruit spreekt onmacht, maar het suggereert ook dat meisjes met hoofddoeken minder belangrijk zijn dan gepensioneerden. Want over het eindeloopbaanvraagstuk zou de partij het zich zelf nooit veroorloven om er geen eensgezind standpunt over te hebben.

De sp.a moet leren van de best practices. Kijk naar CD&V. Die won in 2007 de verkiezingen op basis van onrealistische beloftes, maar vooral omdat ze verandering uitstraalde: met de christendemocraten zou er respect komen, goed bestuur. Gedaan met ontsnapte gevangen, een forse investering in uitkeringen, een verlossende staatshervorming. Weg was het interludium van de paarse prutsers met hun perceptie- en trucagebeleid. In 2009 waren veel van die federale CD&V-beloftes verdwenen, toch heeft ook Herman Van Rompuy Kris Peeters aan een overwinning geholpen. Peeters I had een goed parcours afgelegd, dus ook sp.a en Open Vld in die regering, maar zij verloren, Peeters won. Omdat hij met leiderschap geassocieerd werd. Met degelijkheid. Zoals Van Rompuy: de man die niet veel deed, maar de zaak stabiliseerde. De rustbrenger. De rustige vastheid werkte in juni 2009. Moraal van het verhaal: het doet er niet zo gek veel toe wat je doet of beloofde (en eventueel niet uitvoerde), het komt er op neer een wolk van begrippen boven je partijhoofd te verzamelen die in de chaos van dit versnipperd partijlandschap de kiezer zegt waarvoor je staat. Krachtlijnen, verzamelbegrippen, waarden, beelden. Voor de sp.a zou dat eerlijkheid, mededogen, warmte, respect, solidariteit kunnen zijn. De partij die iedereen vooruit helpt maar niemand achter laat. De partij die de laatste man meeneemt. Maar het is niet dat beeld dat boven de partij hangt. Boven de sp.a hangt geen wolk, of het moet een grijze zijn. Helaas. Welaan dus, au boulot!

Carl Devos
Redactielid Samenleving en politiek

edito - sp.a - ideologie

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 9 (november), pagina 1 tot 5