Log in

Kiezen voor werk

redactioneel

Binnenkort zijn het weer regionale (en Europese) verkiezingen. Ter linkerzijde is men er niet gerust op, want de opiniepeilingen vallen tegen. Nochtans kunnen de socialisten op Vlaams niveau na opnieuw vijf jaar meebesturen een fraai palmares voorleggen. En de aanhoudende economische crisis zou in het voordeel van links moeten spelen want eens te meer worden de beperkingen van het kapitalisme aangetoond en moet de zichtbare hand van de overheid ter hulp snellen.

Maar er zijn heel wat indicaties die erop wijzen dat succes voor links niet voor de hand ligt. De Vlaamse regering is een bont allegaartje van liberalen, christendemocraten en sociaaldemocraten. Hoe verdienstelijk de sp.a-ministers ook hun best deden, het blijft moeilijk om zich binnen dergelijke coalitie scherp te profileren. Bovendien dreigt de federale beleidsimpasse ook negatief af te stralen op de Vlaamse bewindsploeg. De kiezers maken doorgaans het onderscheid niet. Ondanks haar oppositiepositie op federaal niveau blijft sp.a vooral een beleidspartij die mee afgerekend wordt op wat het beleid realiseert of verzuimt te doen. En er zijn kapers op de kust die zich wel voluit als oppositiepartij en dus als alternatief weten te profileren en bovendien het imago hebben dat ze als ‘onkreukbaren’ het establishment een stevig lesje zullen leren en tegelijkertijd de mensen een pak belastinggeld zullen teruggeven. Want laat er geen twijfel over bestaan, Lijst De Decker cum suis is in de eerste plaats een ultraliberale partij.
Socialisten zijn nochtans meer dan nodig. Op Vlaams niveau hebben ze op een aantal punten zeker het verschil gemaakt, zoals een radicale herziening van de onderwijsfinanciering - waarbij voortaan ook rekening wordt gehouden met het sociale profiel van de leerlingen -, de uitbouw van begeleiding van werkzoekenden op de arbeidsmarkt of de zorg voor meer en betaalbare kinderopvang.
De ‘sociale staat’ van Vlaanderen is nog verre van optimaal en er is dus heel wat ruimte voor verbetering. Met 600.000 Vlamingen die onder de armoedegrens leven, met 75.000 kandidaten die wachten op een sociale woning, met meer dan 10% jongeren die het onderwijs verlaten zonder startkwalificatie, met een opnieuw aangroeiende werkloosheid, enzovoort.
De werkende bevolking dreigt bovendien de rekening van de crisis dubbel en dik te betalen. Velen verliezen (tijdelijk) hun job, en de crisis dreigt uit te draaien op een crisis van de overheidsfinanciën. Minder ontvangsten en meer uitgaven laten de federale begroting opnieuw ontsporen en zadelen de sociale zekerheid met een tekort op. Geld opzijleggen voor de aankomende vergrijzing zit er niet meer in. En uitkeringen, zoals de pensioenen, zijn al ondermaats ondanks recente welvaartscorrecties. De gemiddelde (bruto) vervangingsratio van het overlevingspensioen bedraagt amper 33% en het armoederisico voor gepensioneerden ligt op 20%. In een Europese context zijn we al lang geen primus inter pares meer als het op sociale zekerheid aankomt. Begrotingstekorten dreigen de druk op te voeren om mensen tot langer werken te verplichten, bijvoorbeeld via het optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd tot 67 jaar, zoals in Duitsland al beslist is en in Nederland aan de orde is. Bij oplopende begrotingstekorten zullen vooral de overheidsuitgaven nog meer in het vizier genomen worden. En vergis je niet, als de rechterzijde het over meer overheidsefficiëntie heeft, dan bedoelen ze wel degelijk dat eenzelfde output aan dienstverlening moet kunnen met minder input aan mensen en middelen. Diezelfde rechterzijde is nochtans niet te beroerd om verdere belasting- en lastenverlaging als dé remedie naar voor te schuiven om de crisis te lijf te gaan. Je ziet meteen welke inkomensoverdracht we riskeren: minder fiscale en parafiscale inkomsten en meer transfers richting banken, bedrijfsleven en hogere inkomens, bij de invoering van een vlaktaks bijvoorbeeld. Ongetwijfeld moest en moet de overheid bijspringen. Maar relancemaatregelen moeten snel effect hebben, snel en tijdelijk van aard zijn. Sociale investeringen als snelle ontslagbegeleiding van getroffen werknemers of opleiding van (tijdelijke) werkzoekenden hebben ongetwijfeld een groter hefboomeffect dan de zoveelste algemene lastenverlaging. Ook hier kunnen socialisten het verschil maken.

Dat de sociaaldemocratie in Vlaanderen in minder goede papieren zit en aan een herbronning toe is, is oud nieuws. Gelukkig is het debat ingezet zowel binnen de partij, als buiten de partijgrenzen. Getuige daarvan de jaarlijkse visiecongressen van sp.a en de publicatie van Rood zonder roest, onder de redactie van Carl Devos en Rudi Vander Vennet. Ongetwijfeld is dit een langetermijnoperatie. Het zal er op aankomen om niet alleen de geesten te beroeren met sterke programma’s, maar ook om het buikgevoel aan te spreken met een appellerend verhaal waarin de eigen waarden tot uiting komen. Dat is alvast de boodschap van mensen als George Lakoff (auteur van Don’t think of an elephant!) die - weliswaar vanuit een analyse van de conservatieven in de Verenigde Staten - tot de vaststelling kwam dat heel wat Amerikanen zich bij hun politieke keuzes laten leiden door hun morele identiteit en waarden, vaak ten koste van hun eigen economische belangen. Progressieven slaagden er - tot voor kort - niet in om een eigen sterk verhaal te brengen en gingen er al te lang van uit dat de feiten voor zich zouden spreken en dat het volstond om het conservatieve verhaal aan te vallen (waardoor ze het nog meer onder de aandacht brachten). Voorwaar geen gemakkelijke opdracht, want het komt er op aan meer mensen aan te spreken voor een breed progressief verhaal en tegelijkertijd de militanten aan boord te houden die neigen naar een radicaler links programma. Want een verdere versnippering ter linkerzijde is alvast in Vlaanderen geen zinvolle optie.
Hoe lang de huidige crisis nog zal aanhouden, is niet duidelijk. Wat wel vaststaat is dat de weerslag op de arbeidsmarkt zich de komende maanden meer en meer zal laten voelen. Na het stopzetten van tijdelijke contracten, volgde de toename van tijdelijke werkloosheid en er is meer en meer sprake van collectief ontslag van ‘vaste’ werknemers. Socialisten moeten die onzekerheid te lijf gaan. Met een stevig sociaaleconomisch programma. Maar vooral met een boodschap die mensen aanspreekt. De taakstelling in het licht van de komende (regionale) verkiezingen is dan ook duidelijk. Een boodschap brengen die inspeelt op de nood aan zekerheid. Opkomen voor een sterke overheid die zorg draagt voor de mensen wanneer de ‘arbeidsmarkt’ ze in de steek laat. Een overheid die inkomens garandeert, ook als je economisch pech hebt, onder meer via een (Vlaamse) verzekering ‘gewaarborgd wonen’ en vooral via stevige werkloosheidsuitkeringen. Wat radicaal ingaat tegen het rechtse pleidooi voor een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Een boodschap ook voor een overheid die investeert in werk (groene jobs bijvoorbeeld) door zelf initiatief te nemen, te investeren in social profitsectoren en door tijdelijke en voorwaardelijke steun toe te kennen aan banken en bedrijfsleven. Wat ingaat tegen het pleidooi voor afschaffing van allerhande bedrijfstaksen. Een overheid die opvang en dienstverlening op een voor iedereen betaalbare wijze garandeert, bijvoorbeeld door een recht op kosteloze kinderopvang te realiseren naar het model van kosteloos onderwijs. Wat radicaal ingaat tegen de pleidooien voor een slanke overheid.
Kiezen dus voor werk.

Jean-Marie De Baene
Redactielid Samenleving en politiek

edito - sp.a - werkgelegenheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 16, 2009, nr. 3 (maart), pagina 1 tot 3