Abonneer Log in

Kan u nog mee?

nieuwjaarsbrief

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 33 tot 36

De ratrace, kan u nog mee? We concurreren met de verre lagelonenlanden, met de concurrerende buurlanden, met het concurrerende andere gewest, het concurrerende bedrijf en de efficiëntere collega. Steeds maar sneller, hoger en verder. En wat als je niet (meer) meekan omdat de stress je doldraait, omdat je pech had met je gezondheid, omdat je niet de gewenste opleiding volgde, omdat je ouders je niet de vereiste kwaliteiten konden meegeven en het onderwijs dit niet kon opvangen? Dan ben je wellicht arm.

In België zijn vandaag één op zeven inwoners arm. Dat betekent dat ze met minder dan 820 euro per maand moeten rondkomen. Maar armoede is meer dan alleen te weinig geld hebben. Armoede leidt tot sociale uitsluiting en isolement. In een samenleving waar alles in geld wordt uitgedrukt, is erbij horen quasi onmogelijk. Geen geld voor de bus, voor een pintje, voor een bioscoopbezoek, voor een opleiding, voor een gezellig huis, voor toegang tot het internet, voor een verzorgd gebit, voor gezonde voeding, etc.
Veel mensen die in armoede leven, voelen zich onbegrepen en in de steek gelaten. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat een meerderheid van de bevolking de arme zelf de schuld geeft van zijn (of vaker nog: haar) situatie. Het onbegrip is groot en communicatie dus erg moeilijk. En dat onbegrip heerst ook bij mediamensen en politici.

Trickle down?

Armoede is het gevolg van een kloof, van ongelijkheid. En die ongelijkheid is in België de laatste jaren toegenomen. Het aandeel van de lonen in het nationale inkomen is al sinds de jaren 1970 aan het dalen en duikt voor het eerst onder de 50%. Tegelijk nam de herverdelende functie van de loonbelastingen de laatste jaren af. Met andere woorden, de recente belastingshervorming onder Paars bevoordeelde de hogere lonen.
Mensen in armoede betalen weinig of geen belastingen. Elke premie die toegekend wordt via de techniek van belastingsvermindering is er een waarvan arme mensen geen gebruik kunnen maken. De belastingaftrek voor energiebezuinigende investeringen, het verwerven van een eigen woonst, kinderopvang, pensioensparen, dienstencheques gebeuren dus onder het motto: wie heeft, zal gegeven worden. Als we de cijfers van het woonbeleid bekijken, zien we de perverse gevolgen van dit beleid. Aan de fiscale aftrek voor het verwerven van een eigen woning wordt jaarlijks federaal 1,6 miljard euro uitgegeven. Aan sociale woningen werd vorig jaar door Vlaanderen 315 miljoen euro uitgegeven.

Gelukkig werd er in de verkiezingscampagne van juni 2007 eindelijk toch gesproken over de noodzakelijke verhoging van de vervangingsinkomens en lage pensioenen. Door de bijzondere verkiezingsuitslag verdween dit onderwerp jammer genoeg naar de coulissen. Gelukkig konden we naar aanleiding van de Werelddag van verzet tegen armoede op 17 oktober en de gezamenlijke betoging van de vakbonden op 15 december dit thema enigszins terug op de agenda plaatsen.
Vanaf 1 januari 2008 ontvangen mensen met een leefloon 4% meer. Daarvan is 2% indexering, wat dus slechts een reële verhoging van 2% betekent. Dat is een stap in de goede richting maar het blijft een overleefloon dat hopeloos onder de armoededrempel ligt en nog steeds niet welvaartsvast is.

In 2007 wonnen we met het Vlaams Netwerk de Solidariteitsprijs van De Standaard met een persiflage op de Lidle-reclamepagina. Een welkome ondersteuning van onze werking die we dan ook graag benutten voor het pleidooi van de noodzakelijke verhoging van de vervangingsinkomens onder de slogan ‘Elke dag je geld tellen is geen lachertje’.
Maar ook mensen met een ‘gewoon’ inkomen hebben het moeilijk. Uit de Nationale Huishoudbudgetenquête blijkt dat de drie laagste inkomensdecielen meer uitgaven dan inkomsten hebben. Ze hebben dus een negatieve spaarquote. Het aantal mensen met schulden neemt dan ook toe. Mensen die deskundige begeleiding willen bij hun budgetbeheer moeten geduld oefenen. De helft van de OCMW’s heeft vandaag een wachtlijst voor hun diensten schuldbemiddeling.

In onze welvaartsstaat hebben mensen rechten die hen helpen armoede te vermijden of te verzachten. Zeker wat generatiearmen betreft, is er een probleem van het kennen van die rechten. De overheid zou meer inspanningen moeten leveren voor het transparant, coherent en begrijpelijk maken van de regelgeving en voor het verspreiden van informatie. Maar ook als mensen hun rechten kennen, moeten ze nog steeds verkregen of zelfs afgedwongen worden. Als Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, stellen we vast dat ook hier de zaken vaak verkeerd lopen. Daarom is voor ons de automatische toekenning van rechten een belangrijk punt.

Wonen

Naast het aanpakken van het probleem van het te lage inkomen kan een overheid ook aan de uitgavenkant maatregelen nemen ter vermindering van uitsluiting en armoede.

Het gebrek aan sociale woningen is vandaag een van de grote pijnpunten in het beleid ter bestrijding van armoede. De woonprijzen blijven stijgen. Vandaag moet een leefloner, als hij op de privémarkt terecht moet, meer dan 60% van zijn inkomen besteden aan huur. Er staan in Vlaanderen nog steeds 60.000 mensen op een wachtlijst voor een sociale woning. Men schat het aantal rechthebbenden op 180.000. Aan het huidige ritme van 1.500 nieuwe sociale woningen per jaar blijft het dus erg lang wachten. Voor de verenigingen waar armen het woord nemen, is het dan ook prioritair dat er eindelijk werk gemaakt wordt van wat iedere politieke partij verdedigt tijdens de verkiezingen. Maar eens er beleid moet worden gemaakt, verdwijnt wonen blijkbaar van het prioriteitenlijstje. Waarom beperkt sp.a zich tot het verdedigen van het verwerven van een eigen woning en laat ze het terrein van de sociale woningbouw braak liggen? De weinige beleidsdaden op dit vlak waren er op gericht om het aantal rechthebbenden op een sociale woning in te perken.
Nieuwe sociale huurders moeten nu eerst 2 jaar een proefperiode doorlopen vooraleer ze definitief in hun woning mogen blijven wonen. De bescherming in de sociale huursector wordt daardoor teruggebracht tot een niveau ver onder dat van de private huurmarkt.
De taalbereidheidsvereiste is niet enkel een aantasting van het recht op wonen, ze is gewoon nutteloos: elke nieuwkomer is al verplicht om een inburgeringcursus te volgen, op straffe van een administratieve boete. Bovendien vergoelijkt en versterkt ze de massale discriminatie van allochtonen op de private huurmarkt.
Lokale besturen krijgen de mogelijkheid om verhoogde inkomensgrenzen toe te passen om de ‘betere huurders’ aan te trekken met het oog op de ‘sociale mix’ - waarvan het effect op de leefbaarheid trouwens niet bewezen is.

Gelukkig werden er het voorbije jaar ook verbeteringen doorgevoerd aan het reglement voor de huursubsidies. Zo werd de maximumhuur die men mocht betalen om in aanmerking te komen, verhoogd. Via Sociale Verhuurkantoren hoeven nieuwe huurders niet te voldoen aan de voorwaarde dat men moet verhuizen van een niet-conforme naar een conforme woning. Voor alle andere huurders geldt die voorwaarde wel nog steeds. Zolang er in Vlaanderen niet voldoende sociale woningen zijn, bepleiten de verenigingen waar armen het woord nemen dat het systeem van huursubsidie uitgebreid wordt naar alle mensen met een laag inkomen en hoge woonkosten. Woonkosten zijn de belangrijkste veroorzaker van schulden.

Een belangrijke verbetering in het woonbeleid in 2007 is het strengere beleid tegen huisjesmelkers. Die kunnen nu verplicht worden de herhuisvestingskosten van hun huurders te betalen. Ook zal het personeelskader van de Wooninspectiedienst worden uitgebreid. De maatregel is nog te recent om het effect ervan te kunnen inschatten.
Verder zal 2007 de geschiedenis ingaan als het jaar dat de Woonraad werd geïnstalleerd, tien jaar nadat de beslissing werd genomen een Woonraad op te richten.

Op federaal vlak werden er rond wonen alleen maar krampachtige, politieke compromissen gesloten die geen enkel sociaal positief effect hadden. De regels rond de huurwaarborgen leidden tot stigmatisatie en chaos. Door de onwil van de regering om een huurwaarborgfonds op te richten, werden de banken ingeschakeld als kredietverstrekkers. Die lieten zich niet onbetuigd en gingen aan mensen die geen geld hebben om hun waarborg in één keer te betalen dossierkosten aanrekenen die tot 250 euro kunnen oplopen. Het kind van de rekening werd… de mens met weinig geld. De discussie over huurprijsblokkeringen werd heropend door minister Onkelinx. De sp.a liet deze kans liggen om het voor de zwakkeren op te nemen.

Werk

Werk wordt algemeen beschouwd als de beste garantie tegen armoede. Toch zijn nog 3% van de werkenden arm. Statuten als werken voor dienstencheques doen hier geen goed aan. Mensen aan een job helpen is inderdaad enorm belangrijk, als die job mensen ook echt uit de armoede haalt en dus kwalitatief, duurzaam en degelijk betaald is.
Als het activeringsdevies een instrument tot bestraffing wordt, leidt het ‘iedereen aan het werk’-credo alleen maar tot meer armoede. Het voorbije jaar deed het Vlaams Netwerk, in opdracht van de Vlaamse Minister van Werk Frank Vandenbroucke, een onderzoek naar activering bij mensen in armoede. Hieruit konden we besluiten dat de kortste weg naar werk ook de kortstdurende kan zijn. Om mensen in armoede aan een job en uit de armoede te helpen, is er meer nodig dan enkel een job. In plaats van te bestraffen moet men vertrekken van het versterken van de competenties van de mensen. Een brede interpretatie van het begrip ‘activering’, waarbij een proces doorlopen wordt, via een traject op maat, aangepast aan de keuzes en de draagkracht van mensen in armoede, zal op langere termijn ook grotere successen boeken. Een betere kennis over en inzicht in armoedemechanismen bij alle professionelen die betrokken zijn bij het activeren en tewerkstellen van mensen in armoede zou alle partijen ten goede komen.
Daarnaast moet er ook effectief perspectief zijn op kwalitatieve duurzame tewerkstelling, ook voor mensen in armoede. Zonder dit perspectief is praten over activeren van mensen in armoede onverantwoord.

Maar ook de niet-arbeidsmarkt gerelateerde problemen moeten worden aangepakt. Kinderopvang moet beschikbaar zijn, net als openbaar vervoer tot op de afgelegen industrieterreinen, etc. Het niet beschikbaar zijn van gepaste kinderopvang zou moeten worden erkend als reden om een aangeboden job te weigeren. Als de overheid de activering ernstig neemt, moet ze ook zorgen voor voldoende kinderopvang. Het Vlaams Netwerk pleit voor een persoonlijk begeleidingssysteem waarbij de begeleider zich ook buigt over de hele context van de betrokken persoon en mee naar oplossingen zoekt voor de verschillende problemen.

Onderwijs

Vlaanderen wordt alom geroemd om haar degelijk onderwijs. Maar hoe kan onderwijs degelijk zijn als het er niet in slaagt sociale ongelijkheid weg te werken? De sociale selectie is in het Vlaamse onderwijs nog steeds veel te hoog. Gelukkig wordt het debat hierover wel gevoerd en wordt er gezocht naar maatregelen. Zo juichen wij het doorvoeren van maatregelen voor een kosteloos basisonderwijs enorm toe. Dit systeem moet voor het Vlaams Netwerk dan ook uitgebreid worden naar secundair onderwijs. Ook positief is dat dit jaar de school- en studietoelagen werden verhoogd. Het grote probleem blijft het ontbreken van de automatische toekenning. Wie weet er hoe en waar de studiebeurs moet worden aangevraagd? Om de culturele kloof tussen onderwijspersoneel en ouders te verkleinen, hopen wij op meer aandacht voor armoede in de leerkrachtenopleiding. Ook het inschakelen van ervaringsdeskundigen in de werking van de scholen zou veel positieve effecten kunnen hebben.

Gezondheid

In 2007 werd het (federaal) Omnio-statuut ingevoerd waarmee economisch zwakkeren kunnen genieten van een hogere terugbetaling van gezondheidskosten. De toegang tot het statuut is echter zo ingewikkeld dat maar weinig rechthebbenden zich hebben ingeschreven. Eens te meer stellen we vast dat rechten hebben niet hetzelfde is als ze krijgen. Hoe geraakt de informatie bij de mensen in armoede? De vormingen die de verenigingen waar armen het woord nemen hierover organiseren, zullen deze leemte niet volledig kunnen opvullen.
Als we weten dat 26% van de eenoudergezinnen gezondheidskosten wegens gebrek aan financiële middelen uitstelt, kunnen we enkel vaststellen dat ook hier nog meer werk moet worden verricht.

2008

We hopen dat in 2008 het debat over de nood aan een echt sociaal beleid minstens even intensief gevoerd wordt als het debat over de staatshervorming in 2007. En verder hopen we dat er partijen zullen zijn die dat sociaal beleid als core business opnemen en de zwaksten ervan kunnen overtuigen dat het hen ernst is met het verdedigen van hun belangen. Zodat mensen in armoede zich eindelijk niet meer in de steek gelaten voelen.

Anke Hintjens
Woordvoerster Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen

Noot
- De concrete cijfers uit dit artikel zijn afkomstig uit het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting van Oases, versie 2006 en 2007, Acco.

armoede - woonbeleid

Samenleving & Politiek, Jaargang 15, 2008, nr. 1 (januari), pagina 33 tot 36