Abonneer Log in

In memoriam André Gorz

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 8 (oktober), pagina 56 tot 58

Op 24 september jongstleden is de bekende Franse filosoof André Gorz (°1923) overleden. André Gorz is Oostenrijker van geboorte en heet eigenlijk Horst. Zijn levensloop is, zoals bij misschien niemand anders, intens met zijn filosoferen verbonden. Van Joodse afkomst is hij, op de vlucht voor het nazisme, via Zwitserland - waar hij tot scheikundig ingenieur werd opgeleid - in Frankrijk terechtgekomen. Daar heeft hij zich bewust (uit reactie) volledig verfranst.

Hij frequenteerde de Sartriaanse middens, werd een vurig aan­hanger van het existentialisme en was een tijd lang politiek directeur van Sar­tres tijdschrift Les Temps Modernes. Vrijheid werd een belangrijk thema in zijn denken, zij het ook dat hij ze, onder invloed van de existentiële fenomenologie van Merleau-Ponty, niet zo absoluut opvatte als Sartre dat deed. Tot zijn existentialistische periode hoort zijn lijvige Fondement pour une morale (in 1977 verschenen maar in feite daterend van het midden van de jaren 1950), een volgens mij onderschat werk. Het bevat - met als leidraad de relatie tot de vrijheid en de autonomie van het individu - een reeks prachtige psychologische portretten (bijv. le révolté, le poète, le saint, le joueur, le héros nazi) die de belangrijke existentiële houdingen tegenover het menselijke leven illustreren.
Vanaf 1950 was hij journalist (bij L’Express van Servan-Schneider). In 1964 stichtte hij samen met Jean Daniel Le nouvel observateur. Hij leidde ook een interessante collectie bij de uitgeverij Galilée. Onder de naam Michel Bosquet heeft hij over ecologische vraagstukken gepubliceerd (onder andere Ecologie et politique, 1975). Deze teksten horen tot het beste dat ooit over het onderwerp geschreven werd. André Gorz besprak de milieuproblemen nooit los van hun economische en sociale context. Hij had fundamentele kritiek op het model van ‘economische groei’. In die zin was hij een ‘anti-produc­tivist’. Hij was een tegenstander van de kernenergie - wat in Frankrijk geen comfortabel engagement is. We kunnen nog vermelden dat Gorz (naast door het existentialisme en het marxisme) sterk door het denken van Ivan Illich beïnvloed is. Onder het existentialistische motto dat de vrijheid meer waard is dan het leven, verzette hij zich in 1983 tegen de pacifisten die protesteerden tegen de plaatsing van Amerikaanse kernkoppen in West-Duitsland.

André Gorz had vroegtijdig zijn bedenkingen bij het marxisme. Reeds in Fonde­ments pour une morale, en verder in La morale de l’histoire (1959), Le socialisme difficile (1967), Réforme et Révolution (1967) is zijn kritiek scherp.1 Maar vooral door Adieux au prolétariat uit 1980, dat een echte bestseller werd, kreeg Gorz bekendheid. Hij verweet het marxisme geen antwoord te weten op het kapitalisme, ja zelfs door het kapitalisme (dat technocratisch, bureaucratisch en groot­­schalig is) geïnfecteerd te zijn. In 1983 volgt nog Les chemins du paradis. Vermelden we ten slotte Métamorphoses du travail (1988). Met Adieux au prolétariat profileert Gorz zich als een sociaaleconomisch denker met een oorspronkelijke bijdrage. Wat Gorz verder nog geschreven heeft, borduurt verder op dit werk. We gaan wat dieper op Adieux in - wat niet zal kunnen zonder kritische kanttekeningen.

Afscheid van het proletariaat

Gorz neemt in Adieux ‘afscheid van het proletariaat’. Het marxisme, zegt hij, is in crisis omdat er een crisis van de arbeidersbeweging is. De ontwikkeling van de productiekrachten brengt geen toename van de klassentegenstellingen meer met zich mee. Het is van die toename dat Marx de revolutionaire omslag verwachtte. De ontwikkeling van de productiekrachten is enkel nog functioneel voor het kapitaal zelf. Gorz ziet nog twee andere redenen waarom het marxisme en de arbeidersbeweging in crisis zijn. Het ontstane type productiekrachten, zegt hij, leent zich er niet langer toe door de collectieve arbeider of door het proletariaat toegeëigend te worden. De arbeiders zijn niet langer in staat zich van de productiekrachten meester te maken, en dat betekent, te vechten voor de overgang naar een socialistische of communistische maatschappij. Gorz besluit daar uit dat de overwinning van het kapitalisme nog slechts kan komen van lagen die de ontbinding van alle klassen vertegenwoordigen, de arbeidersklasse zelf inbegrepen.

Betekent dit dat Gorz het typische produceren om te produceren van het kapitalisme onderkent? Ziet hij in dat dit economisch systeem - in zijn tendens - ondoelmatig is, als doelmatigheid (niet efficiency) moet betekenen dat het maatschappelijke belang behartigd wordt? Het is niet zeker. Gorz is vooral in het autonome individu (dat is zijn sartriaanse invloed) geïnteresseerd. Hij zal dus vooral de grootschaligheid, de technocratie en de bureaucratie aan de kaak stellen. Deze houding is weliswaar belangrijk, maar eenzijdig en leidt tot een grote dubbelzinnigheid in zijn kritiek op het heteronome economische systeem (‘de maatschappij’). Gorz ziet dat het kapitalisme arbeiders creëert voor wie het systeem ondoorzichtig en zinloos is geworden, waardoor ze in een algemene onverschilligheid vervallen zodat ze nog alleen hun werk doen, zo weinig mogelijk, onder het motto: ‘werk en trek je van niets aan’. Ik zou zeggen dat de arbeider zowel in de consumptie als in de productie de kapitalistische handelwijze interioriseert. Gorz rekent evenwel toch op de vrijheid. Als de arbeiders zich hebben laten inkapselen, dan is de opkomst denkbaar van een niet-klasse van niet-arbeiders. De negativiteit waarvan volgens Marx de arbeidersklasse de drager moest zijn, is niet echt verdwenen. Ze heeft zich verplaatst en geradicaliseerd. Ertoe horen alle individuen die uit de productie zijn gestoten, die half of virtueel werkloos zijn, in alle lagen van de bevolking. Er bestaat een postindustrieel neo-proletariaat van mensen zonder statuut en zonder klasse. Deze niet-klasse, zegt Gorz, is een bevrijde subjectiviteit die zonder objectief sociaal belang is, die uit de maatschappij gestoten is. Ze zoekt autonomie en het individuele bestaan. Aan gene zijde van de heteronome instellingen wil ze een afgeschermd individueel bestaan leiden. Gorz typeert als volgt: tegen het collectieve in zoekt de mens une niche, een schuiloord, voor zijn persoonlijk leven; tegen elke sociale druk en verplichting in, zoekt hij familieleven, een eigen huis, een tuintje, een knutselwerkplaats, enzovoort. Pas hier stelt de mens handelingen die volgens Gorz echt menselijk zijn.

Hier wreekt de eenzijdigheid van Gorz’ analyse van het kapitalisme zich. Hoe ziet Gorz de relatie tussen de volgens hem belangrijke gebieden van het leven, de ‘maatschappij’, die een geheel van heteronome instellingen is, en het door hem geïdealiseerde autonome individuele leven in de kleine groep? Duidelijk voor Gorz is dat het laatste op het eerste moet blijven steunen. We begrijpen waarom. De industrie produceert per slot van rekening de materiële rijkdom. Het is blijkbaar zelfs Gorz’ idee dat dit doelmatig gebeurt, maar tegelijk heteronoom is. En als dat zo is, kan alleen sprake zijn van een inkrimping, van een reductie, maar misschien niet van structurele wijzigingen. Stelt hij dan de zinloze concurrentie niet in vraag? Zal hij dan niet vechten voor zinvolle jobs? Zal hij dan niet pogen te sleutelen aan de arbeidsvoorwaarden? En hoe zit het met de milieuproblematiek die toch enkel kan worden opgelost door het systeem aan te pakken? Het minste dat men kan zeggen is dat Gorz hier erg onduidelijk is. Hij wil de autonomie redden - maar hij plaatst ze buiten het economisch systeem en laat dit laatste aan zijn lot over. Gorz vlucht uit wat hij ‘de maatschappij’ noemt in het individuele bestaan, de antipode van de heteronome sector. Hier is geen plaats voor zinvolle arbeid noch voor activiteiten die de samenleving in haar geheel betreffen. Gorz ziet tegelijk voorbij aan het feit dat ook in het productiesysteem de zinvolle arbeid in de verdrukking geraakt. Daaraan te verhelpen, is blijkbaar niet zijn bekommernis. Voor Gorz is de mens pas mens als hij autonoom is. De mens is slechts vrij en volwaardig mens in de ‘vrije tijd’. Hij denkt in de tegenstelling die ook die van Marx is: er is enerzijds het rijk van de noodzaak, dat onophefbaar is, en er is anderzijds het enig menselijke, het rijk van de vrijheid, waarin de mens bevrijd is van de zorg om het bestaan. Het opperste voor Gorz is dus een zo groot mogelijke arbeidstijdverkorting. Dat Gorz voor een sociaal inkomen onafhankelijk van de arbeid ijvert, ligt voor de hand. Ik geloof dat Gorz hier tweemaal fout zit. Ten eerste door doelmatige arbeid die sociale arbeid zou moeten zijn niet echt menselijk te willen noemen, ten tweede door te doen alsof de heteronome instellingen de maatschappelijk-doelmatige arbeid cultiveren.
Misschien dus dat het belang van Gorz toch niet in zijn werken sedert 1980 (Adieux) moet worden gezocht, maar veeleer in zijn ecologische strijd en in zijn kritiek op een achterhaald marxisme, en misschien zelfs in zijn existentieel-fenomenologische reflecties.

Een ontroerende noot om te eindigen. Gorz heeft samen met zijn zwaar zieke vrouw zelfmoord gepleegd. Dat dit zou gebeuren, was aangekondigd in zijn laatste geschrift Lettre à D., Histoire d’un amour - een ode aan Dorine, zijn levenslange partner. Ik vertaal hier het citaat dat Wikipedia uit het genoemde werk haalt: ‘Je wordt tweeëntachtig. Je bent zes centimeters gekrompen, je weegt nog maar vijfenveertig kilo en je bent nog steeds mooi, gracieus en aantrekkelijk. We leven nu achtenvijftig jaar samen en ik hou meer dan ooit van jou. Onlangs ben ik een tweede keer op jou verliefd geworden en ik draag in mezelf een grote leegte die maar gevuld wordt door je lichaam tegen het mijne ... We wensten ieder van ons niet de dood van de andere te overleven. We hebben elkaar vaak gezegd dat als, tegen alle waarschijnlijkheid in, we een tweede leven zouden hebben, we dit samen zouden willen beleven’.

Willy Coolsaet
Professor Wijsbegeerte, Universiteit Gent

Noot
1/ De bibliografie van André Gorz telt 17 werken (zie hiervoor ‘André Gorz’ in de Franse versie van Wikipedia). Verschillende werken van Gorz werden in het Nederlands vertaald.

André Gorz - in memoriam

Samenleving & Politiek, Jaargang 14, 2007, nr. 8 (oktober), pagina 56 tot 58