Log in

Blij met een beginselverklaring?

Commentaar geven op een uitgangspuntentekst van een partij is een heikel werkje. De teksten staan in verhouding tot andere schrijfsels doorgaans bol van retoriek en goed klinkende voornemens. En zelfs als er spijkers met koppen worden geslagen moet je de engagementen nog afmeten aan de concrete acties en initiatieven van de partij, aan haar bereidheid om er ook in de regering of andere relevante beslissingsstructuren een staatszaak van te maken, en aan de resultaten die uiteindelijk echt worden geboekt.
We bekeken het sp.a-document, en probeerden het kaf van het koren te scheiden.

Lente in het land?

Laten we maar met de bloemen beginnen. Mensen uit de Noord-Zuidbeweging kunnen hier alvast hun handen warmen aan een reeks uitgangspunten die ze met de sp.a delen. Het zijn er heel wat, en je vindt ze niet alleen in het stuk over globalisering en internationale samenwerking. We laten er enkele de revue passeren: ‘een deel van de macht om de globale, nationale en lokale maatschappij in te richten aan de economische belangengroepen onttrekken om het aan de politiek terug te geven’ en het niet aanvaarden van een economische globalisering zonder herverdeling. Daarmee herneemt de sp.a zowat de basisidee achter alle 11.11.11-campagnes van de voorbije jaren.
Het ‘niet overlaten van de productie en verdeling van basisgoederen aan de markt’, is een echo van de campagnes van vakbonden en ngo’s, in België en internationaal, tegen de gevaren van het dienstenakkoord dat binnen de Wereldhandelsorganisatie wordt onderhandeld.
De sp.a bepleit tekstgewijs ook het recht van derdewereldlanden om kwetsbare delen van hun economie af te schermen tegen buitenlandse overmacht, en wil garanties voor voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit. En men wil zorgen voor een stabielere en betrouwbaardere grondstoffenmarkt, voor een sterkere regulering van Multinationale ondernemingen. In dezelfde lijn ligt hun vraag naar democratisering van de EU en andere belangrijke internationale instellingen zoals IMF, Wereldbank en Wereldhandelsorganisatie én het pleidooi voor een sterkere VN die ook slagkracht krijgt op socio-economisch vlak.
De Millenniumdoelen worden overgenomen als ‘minimale doelstelling’ en moeten volgens de sp.a worden aangevuld met een negende doelstelling i.v.m. waardig werk.
Iets dichter bij huis, pleit de sp.a voor een kwaliteitsvolle ontwikkelingssamenwerking. De partij doet een hoog bod, en wil 1% van het nationaal inkomen besteden aan ontwikkelingssamenwerking in 2015. Een engagement dat ook al publiek kracht werd bijgezet door het voorstel van partijvoorzitter Vande Lanotte om daarvoor op grote schaal middelen te gaan weghalen bij defensie.
Het pleidooi voor internationale belastingen met een, door ons zeker gedeelde, voorkeur voor het internationaliseren van de Tobintaks is duidelijk en ondubbelzinnig.
In het schuldendossier kiest men voor volledige kwijtschelding van illegitieme schuld aangegaan door later afgezette of intussen dode dictators.
Ook in de roep om goede kwaliteit van de ontwikkelingssamenwerking vinden we veel van onze ijkpunten terug: het uitgaan van de ontwikkelingsplannen van de betrokken landen zelf, ontbinding van de hulp, coherentie van andere beleidsterreinen met de ontwikkelingsdoelstellingen, het gebruik van de juiste instrumenten (budgetsteun incluis), voorrang voor sociale basisbehoeften, strikte en duurzame selectie van partnerlanden, het niet aanrekenen van militaire uitgaven in de 0,7%, enz.
De sp.a heeft zeker over de grenzen heen gekeken. En niet alleen omdat een stevige lap tekst over ‘het buitenland’ gaat. Belangrijke artikelen uit het boodschappenlijstje van de Noord-Zuidbeweging zitten in de korf. En men is ook niet blind gebleven voor de grote campagnes die in de voorbije jaren door ngo’s samen met de vakbonden (als partners in de andersglobaliseringsbeweging) werden opgezet, bijvoorbeeld rond het gaaf houden van de publieke diensten.
Ook het voornemen van de sp.a om een open partij te zijn, met ruimte voor debat en allianties met groepen buiten de partijgrenzen valt niet in dovemansoren.

Haken en ogen?

Tot daar de euforie. Maar alles kan beter. Socialisten zijn tenslotte ook maar mensen.
Waar rammelt de constructie nog volgens ons?
Ondanks alles wordt het internationaal kader nog onderschat. We zijn natuurlijk blij dat het ‘buitenland’ een ruime plaats heeft gekregen in het sp.a-document, en dat daarbij ook verder is gekeken dan de grenzen van de EU. Er is besef van verantwoordelijkheid voor wat er in het zuiden en de rest van de wereld gebeurt (‘we zijn een deel van de oplossing maar ook een deel van het probleem’) . Er wordt ook wel gesteld, bijvoorbeeld in de passages over ecologie of over bedrijfspraktijken, dat de buitenwereld een impact heeft op ons binnenland. Toch vinden we dat die impact, en de verwevenheid van onze interne problemen (en niet alleen problemen) met wat zich elders afspeelt nog wordt onderschat. Het buitenland zit binnen, via de voordeur, tot in de werkplaats het salon en de keuken, en is een essentieel onderdeel geworden van het dagelijks leven van zowat iedereen in dit land. Precies dat maakt het oplossen van de problemen die in de tekst goed worden aangegeven zo dringend.
Waar zit de migrerende medemens? Mogelijk voelen migranten in België zich voldoende gerustgesteld door het pleidooi van de sp.a voor een open samenleving met gelijke kansen. Een socialistische partij lijkt mij aan zichzelf verplicht om standpunten rond een multiculturele samenleving en een antiracistisch beleid veel uitdrukkelijker en duidelijk te formuleren. Anders riskeert men bij de concretisering van alle goede voornemens en plannen rekening te houden met iedereen behalve…
Waar zit de genderbewuste socialist? Misschien is het voor de socialistische beweging te vanzelfsprekend om nog te vernoemen, maar ook in België in 2006 moet er nog aan ongelijkheid tussen mannen en vrouwen worden gewerkt. Ook voor het internationaal hoofdstuk mag men niet vergeten dat een genderspecifieke aanpak van problemen essentieel is voor het maken van correcte analyses en het voorstellen van adequate maatregelen.
Waar zit de strateeg? Kan men een beginselverklaring verwijten dat de strategie om de principes waar te maken te weinig uit de verf komt? Misschien niet, maar de sp.a lokt die kritiek uit door in de tekst zelf uitgangspunten aan te vullen met soms heel fragmentaire en precieze voorstellen. Dat geldt voor de achtergrondteksten, maar ook in de beginselverklaring zelf vind je in dezelfde paragraaf, naast het algemeen voorstel tot positief discrimineren van zwakke landen in de wereldhandel en het bewaren van de algemene beleidscoherentie een wel heel lokaal voorstel om in de haven van Antwerpen een centrum op te richten dat producenten uit ontwikkelingslanden begeleidt bij hun intrede op onze markt. In de achtergrondteksten wordt soms wel een sluier opgelicht over de weg die de partij zou willen volgen. We denken dan bijvoorbeeld aan de argumentatie rond een sterke VN en de oprichting van een socio-economische veiligheidsraad. Maar wat de geschikte weg naar dromenland betreft zijn de stukken erg ongelijk.
Waar is de klepel? Het is alweer menselijk en moeilijk te vermijden, maar niet alle stukken zijn met evenveel zorg uitgewerkt en uitgeschreven. Je moet er natuurlijk rekening mee houden dat een amendementenslag ook van een gepolijste tekst een bultenparcours kan maken. Maar toch. In enkele voor ons niet onbelangrijke deeltjes van de tekst hangt de klok duidelijk in zicht, maar is de klepel moeilijk te vinden. Zo is men erg duidelijk over een specifiek aspect van het schuldenprobleem: ‘de schuld resulterende uit onproductieve investeringen en zelfverrijking van dergelijke (frauduleuze nvdr) leiders moet dan ook bij machtsoverdracht aan het volk voor 100% onvoorwaardelijk kwijtgescholden worden’. Het zinnetje daarna over de algemene aanpak van de schulden is dan weer dubbelzinnig en onduidelijk: ‘ondraagbare en ontwikkelingsremmende schulden van ontwikkelingslanden dienen progressief en enkel onder de hierboven vermelde voorwaarden kwijtgescholden te worden.’ Vergeeflijk slordigheidje onder vrienden, maar een binnenweg naar de slachtbank als je het aan ministers van financiën of IMF-personeel overlaat.

Kleur bekennen

Even samenvatten voor wie het niet had begrepen: de Noord-Zuidbeweging deelt veel van de uitgangspunten in de sp.a-tekst. We zijn blij met de grote (maar nog te verfijnen en te verscherpen) aandacht voor het ‘buitenland’, en met het voornemen van de partij om sterk te werken aan debat en samenwerking met externen. Er zijn toch wat gaten in het kader, en vertaling van principes in strategische voorstellen voor de verschillende terreinen is erg ongelijk. Dat heeft waarschijnlijk te maken met tijdsgebrek, compromissen tussen verschillende standpunten en de ongelijke expertise m.b.t. specifieke dossiers.
Voor ons moet de belangrijkste vraag nog komen. Hoe vinden deze lovenswaardige ideeën de weg naar concrete standpunten van de partij? En hoe worden die ook efficiënt als topprioriteit bij de basis én bij de regering verdedigd? Want daar wrong in het verleden vaak het schoentje. We hadden ook graag geweten hoe de partij, via Europese contacten en internationale coalities, op de internationale besluitvorming wil gaan wegen.
Hoe goed de kok is proef je aan de taart. Hoe goed de sp.a de vertaalslag van algemeen naar concreet kan maken, en hoever de partij wil gaan om de in concrete voorstellen omgezette ‘dromen’ te realiseren zal blijken uit de politieke realiteit. Investeert men echt in kennis van de complexe dossiers? Steekt men tijd en centen in de moeizame opbouw van nationale en internationale bondgenootschappen, claimt men eindelijk ook nog eens ministerposten die kunnen doorwegen op het buitenlands- en ontwikkelingsbeleid? Men zal overigens al snel kleur moeten bekennen. Zo zal men al vanaf 2007 met een flink pak vers geld over de brug moeten komen om het groeipad naar de 0,7% te volgen. Zo zal men ook niet altijd zoete broodjes kunnen bakken met de Europese commissie of met het Europees beleid in het algemeen. In het voorbije jaar was het EU-handelsbeleid t.o.v. ontwikkelingslanden buitengewoon agressief. Een sp.a met deze beginselverklaring moet dat onverbloemd durven aanklagen, en maken dat haar vertegenwoordigers de regering dwingen om met die kritiek rekening te houden.
Veel en ver van makkelijk werk dus voor de Vlaamse socialisten. En zeker moeilijk voor een partij die in een regering zit waar de partners niet noodzakelijk wild worden van de ideeën die in deze uitgangspuntentekst worden aangekaart.
Maar als de sp.a het ernstig neemt met deze uitgangspunten, en de wens tot debat en samenwerking, dan zien we mekaar nog wel op de barricaden.

Rudy De Meyer
Hoofd studiedienst 11.11.11 Koepel van de Noord-Zuidbeweging

sp.a - beginselverklaring - WTO - ontwikkelingssamenwerking

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 4 (april), pagina 41 tot 44