Log in

Werk voor iedereen

Ik heb het al eerder gezegd: de vergrijzing is voor onze samenleving weliswaar een uitdaging, maar daarom niet noodzakelijk een probleem. Door de vergrijzing daalt het aantal mensen dat kan werken. Bij een gelijk aantal arbeidsplaatsen, daalt dan ook het aantal mensen dat niét kan werken. Dat is dus een opportuniteit. Want als we erin slagen het aantal mensen dat geen job heeft te laten dalen, verbeteren we meteen de financiering van de sociale zekerheid.

Toch doorkruist een ander fenomeen deze positieve ingesteldheid, met name een duidelijke vermindering van de concurrentiekracht van onze ondernemingen. Die gebrekkige concurrentiekracht vernietigt jobs en verhindert het ontstaan van nieuwe banen.
Wij willen werk voor iedereen. Ik ga ervan uit dat drie belangrijke hindernissen die droom in de weg staan. Eén. We moeten de concurrentiehandicap wegnemen. Twee, we moeten de hindernissen en discriminaties wegwerken die mensen uit het arbeidscircuit houden. En drie, we moeten veel duidelijker kiezen voor vernieuwing.
Ik benadruk dat dit een ‘én-én’-verhaal is. Iedere benadering waarbij maar één van deze componenten aan bod komt, is niet efficiënt en bovendien niet rechtvaardig. Om het met een slogan te zeggen: het verbeteren van de concurrentiekracht zonder dat iedereen effectief aan de bak komt, is voor ons geen inspanning waard. En zonder innovatie heeft een verbetering van de concurrentiekracht geen zin.
Dit is dus geen verhaal van snelle en eenvoudige ingrepen. Als we werk willen maken van ‘werk voor iedereen’ zullen we op lange termijn moeten werken én zullen we een brede waaier van maatregelen moeten aanreiken. Ik wil nu al tien punten opsommen die deel moeten uitmaken van deze uitdaging.

1. Opleiding en vorming

Iedereen weet dat een aangehouden vorming van werknemers belangrijk is om mensen aan de slag te houden. Tot vandaag zijn de inspanningen echter vooral van de overheid gekomen. Vanaf nu zullen ook de werkgevers meer inspanningen moeten leveren. Het generatiepact bepaalt dat werkgevers een opleidingsplicht hebben. Werkgevers die zich aan die plicht onttrekken zullen vanaf 1 januari 2007 zelfs gesanctioneerd kunnen worden. Deze sanctie is er niet zomaar in de rand bijgekomen, maar was een belangrijk onderdeel van onze afspraken. We willen dat iedereen die afspraken naleeft. Maar we moeten ook beseffen dat alle inspanningen, of die nu door de VDAB of door het bedrijfsleven geleverd worden, geen enkele zin hebben als we er niet in slagen ons onderwijs uit te bouwen tot een gelijkekansenonderwijs. Gelijke kansen in het onderwijs zijn géén marginaal probleem. Het is een essentiële voorwaarde om later iedereen werk te kunnen bezorgen. Want wie al struikelt tijdens de onderwijsloopbaan, is in de professionele loopbaan vrijwel kansloos.

2. Marges creëren

Als goede huisvader zal de overheid marges moeten creëren die lastenverlagingen voor de bedrijven mogelijk maken. Deze marges zijn nodig, onverminderd de afspraken die gemaakt zijn om de vergrijzing op te vangen. Dergelijke lastenverlagingen moeten werk creëren én mogen de financiering van de sociale zekerheid niet aantasten.
Drie pistes moeten tegelijk worden bewandeld. We moeten ten eerste de volgende tien jaar de stijging van de overheidsuitgaven in de hand houden, met name tot het niveau van de inflatie plus 0,5 procent. Dat is een haalbare kaart. Kijk maar naar de federale begroting van 2006 die de uitgaven beperkt tot de inflatie plus 0,3 procent. Ik pleit echter voor twee uitzonderingen, met name in alles wat met vorming, opleiding en onderwijs te maken heeft én in de gezondheidszorg (voorziene opbrengst op tien jaar tijd: 4,5 mia euro of 1,5 pct bnp).
Ten tweede moeten we doorgaan op de verbetering van de fiscale inning via een doorgedreven informatisering van routinedossiers (zoals voor de personenbelasting van de gepensioneerden) of door samen te werken met de privésector voor de inning van belastingen van kleine ondernemingen, vrije beroepen en zelfstandigen. Die kunnen hun aangifte laten invullen en certificeren door erkende accountants. De overheid zal die dossiers enkel steekproefsgewijs nakijken. Uiteraard zullen de sancties bij misbruik voor de betreffende accountants en bedrijven zeer streng zijn. Deze twee maatregelen besparen manuren bij de financiële administratie die aangewend kunnen worden om grote bedrijven regelmatiger en grondiger te controleren. Verder moeten fraudecarrousels systematisch worden aangepakt. We kunnen ook hier weer gebruik maken van een doorgedreven informatisering (‘data mining’ bijv.) (voorziene opbrengst binnen 5 jaar: 1,5 mia euro of 0,5 pct bnp).
En ten derde moet zwartwerk en oneerlijke concurrentie streng worden aangepakt. Dat kunnen we doen door geïnformatiseerde controles, én door afspraken te maken met sectoren die door hun specifieke kenmerken, zoals flexibele arbeidstijden of seizoensgebonden arbeid, gevoelig zijn voor zwartwerk, zoals bijvoorbeeld de horeca (voorziene opbrengst vooral in de periode tussen 6 à 10 jaar: 6 mia euro of 2 pct bnp).

3. Iedere jongere aan het werk

Ruimte creëren voor lastenverlaging kan pas worden gedragen als we er dan ook voor zorgen dat we voor elke jongere effectief een baan kunnen creëren. Voor één van de maatregelen om jonge mensen aan de slag te krijgen, namelijk het systeem van deeltijds leren en deeltijds werken, doet het bedrijfsleven absoluut onvoldoende inspanningen. We mogen deze schande niet laten voortduren. De kostprijs is beduidend lager dan vroeger. Het is tijd voor actie.

4. All-inloonafspraken

Vandaag volgen de lonen de inflatie plus de loonakkoorden. Sommigen stellen voor om all-inloonakkoorden te maken, met name akkoorden waarbij de loonafspraken en de indexverhoging één pakket vormen. Het is de bedoeling daarmee een zekere loonstabiliteit te bekomen. Wij zijn niet tegen all-inafspraken, maar als we in het systeem van all-inafspraken stappen, moet dat principe voor een langere periode worden gebruikt. Dus niet alleen als de inflatie sneller gaat. Ook als ze vertraagt. Op die manier blijft de indexkoppeling gegarandeerd.

5. Aanwerven 50-plussers

De werkgevers hebben ervoor gepleit om mensen langer aan de slag te houden. Dan moeten ze natuurlijk ook bereid zijn om oudere werknemers in hun bedrijf te houden of aan te werven. Vandaag zie ik die bereidheid helemaal niet. De Vlaamse regering plant een aantal maatregelen om 50-plussers aan een baan te helpen. Dat zal een belangrijke test zijn om te kijken of het de werkgevers menens is.

6. Innovatie

Er bestaan verschillende initiatieven om innovatie in het bedrijfsleven te ondersteunen. Maar een aantal onder hen, zoals het Ideeënfonds, raakt niet uit de startblokken, en van anderen, zoals het Arkimedesfonds, dreigt de impact van de banken te groot te zijn. Is het niet beter de versnippering van initiatieven tegen te gaan en op termijn te kiezen voor één duidelijk Innovatiefonds? We kunnen ook creatieve dingen doen. De overheid zou bijvoorbeeld de kost van een patentaanvraag op zich kunnen nemen. Die kosten moeten dan pas worden terugbetaald als het patent ook echt geld begint op te brengen.

7. Kinderopvang

Als we mensen aan een job willen helpen, moeten we ervoor zorgen dat er voldoende en goedkope kinderopvang bestaat. Want de afwezigheid of de prijs van opvang is voor veel mensen een barrière om ook effectief aan de slag te gaan.

8. 3% bnp voor onderzoek

Innovatie zal nodig zijn om onze concurrentiekracht te verbeteren. Dat bereiken we onder meer door de inspanningen inzake onderzoek te blijven volhouden. De tragere stijging van de overheidsuitgaven mag niet verhinderen dat de inspanning om 3% van het bnp te besteden aan onderzoek, verder gaat.

9. Het uitvoeren van de welvaartsaanpassing pensioenen

Economische groei veronderstelt ook dat de koopkracht van de bevolking gehandhaafd blijft. De komende jaren zal het aandeel van de gepensioneerden in de globale consumptie toenemen. Als we willen dat de binnenlandse consumptie een belangrijk onderdeel van onze economische groei blijft, is een constant beleid van welvaartsaanpassingen van de pensioenen, zoals dit in het generatiepact is voorzien, onontbeerlijk. Die welvaartsaanpassingen zijn niet alleen een sociale, maar ook een economische noodzaak.

10. Een ordentelijke arbeidsmarkt

Dat betekent dat we moeten weten wie in ons land werkt (aanmeldingsplicht buitenlandse werknemers), en dat iedereen duidelijk zijn of haar rechten én plichten kent (namelijk het recht op opleiding, bemiddeling en jobaanbod, maar dan ook de plicht om een gepaste job te aanvaarden). Interim-arbeid biedt mogelijkheden voor sommige mensen, bijvoorbeeld voor kansengroepen als opstap naar vast werk, maar dat betekent dan ook dat interim-arbeid een volwaardige sociale bescherming moet bieden.

Deze lijst met tien maatregelen is niet limitatief. Maar belangrijker is wellicht dat dit geen lijst is waaruit beleidsvoerders moeten kiezen. Ze moeten allemaal tegelijk worden genomen, en de inspanningen moeten op langere termijn worden volgehouden en op een brede sociale consensus kunnen rekenen. Alleen zo zal het mogelijk zijn werk te creëren voor iedereen, en ervoor te zorgen dat onze sociale zekerheid het niveau blijft hebben dat ze vandaag heeft.

Johan Vande Lanotte
Voorzitter sp.a

nieuwjaarsbrief - sp.a - tewerkstelling

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 1 (januari), pagina 11 tot 13