Log in

De sociaaldemocratie op een kruispunt

Pleidooi voor een 'fundamenteel onderhoud'

Op 20 november 2002 was Paul Kalma - de directeur van de Wiardi Beckman Stichting, de studiedienst van de Nederlandse PvdA - in Brussel te gast. Hij heeft er op de KUB gesproken over de politieke situatie voor, tijdens en na Pim Fortuyn. Hij baseerde zijn verhaal op twee recente rapporten die kritisch analyseren waar het in het Fortuyn-tijdperk is misgelopen met de Nederlandse sociaaldemocratie en hoe de PvdA dergelijke electorale dreun is kunnen overkomen.1 Uit de teksten komen twee belangrijke pijnpunten naar voren die we als volgt kunnen samenvatten.

(1) Bestuurlijke arrogantie : de partij was te eenzijdig toegespitst op het zelfgenoegzaam behoud van de macht, i.c. op het premierschap van lijsttrekker Ad Melkert. De partij was bovendien verworden tot ‘een gesloten bestuurderspartij’ waarin heel wat politici onvoldoende contact hadden met de verschillende geledingen van de samenleving. Nogal wat mensen kregen daardoor het gevoel dat er boven de hoofden werd geregeerd en dat er geen rekening werd gehouden met enkele belangrijke maatschappelijke gevoeligheden.
(2) Angst en trendvolgerschap : de sociaaldemocraten zijn een paar fundamentele discussiepunten uit de weg gegaan. Enkele ‘brandende kwesties’ zijn onvoldoende uitbediscussieerd waardoor een ‘programmatisch tekort’ is ontstaan. Hierdoor heeft de sociaaldemocratie zich op verschillende thema’s in het defensieve hoekje laten dringen, onder meer door de VVD. Het partijbestuur van de PvdA stond in eerste instantie weigerachtig ten aanzien van de gemaakte analyse, maar moest bij nader inzien toch toegeven dat het heel wat interessante elementen bevatte die misschien nog wel niet zover van de waarheid verwijderd waren. Bij het horen van Kalma dacht ik: misschien moet de Vlaamse sp.a het rapport ook maar eens bestellen en grondig doornemen, want de analyse die er wordt gemaakt lijkt hier evenzeer van toepassing, ook al hebben we hier nog geen politicus van het kaliber van Pim Fortuyn rondlopen.
Ik probeer hieronder, geïnspireerd door de Nederlandse analyse, enkele elementen aan te duiden die de toestand van het politieke landschap in Vlaanderen tekenen en die in het licht van de nabije toekomst toch om enige reflectie en bezinning vragen.

Bestuurlijke arrogantie

De politieke cultuur is, wat men ook mag beweren, nog steeds heel sterk naar binnen gekeerd. Men houdt graag de schijn op dat men de kloof met de burgers wil dichten, maar in de praktijk is men er eerder op uit de macht van een oligarchie te consolideren. We kunnen dit illustreren met de retoriek rond de nieuwe politieke cultuur, met als recentste dieptepunten de invoering van de nieuwe kieswetgeving en de partijpolitieke ‘overloop’- en vernieuwingsoperaties.2 Wat de sp.a betreft kunnen we ook niet anders dan vaststellen dat de kartelvorming met Spirit tot stand is gekomen zonder enige democratische inspraak en overleg. Om de grote Anciaux-vis binnen te halen beloofde de sp.a bovendien heel wat kiesplaatsen en zelfs enkele pluchen zitjes aan Spirit. De mening van de basis moest hierbij niet worden gekend. Op het congres werd hierover dan ook heel wat protest gehoord en de kopstukken moesten hun uiterste best doen om hun (verkochte) zaak nog zo goed mogelijk aan de man te brengen. Het is bovendien bang afwachten hoeveel ervaren sp.a-vissen na de verkiezingen tussen de mazen van het net zullen vallen, al dan niet ten koste van onervaren Spirit-nieuwkomers.

Ondanks de goede bedoelingen en de kinderlijke onschuld, schuilt ook in de zogenaamde ‘teletubbiestrategie’ het gevaar van de arrogantie van de macht. Het naar voren schuiven van de vier teletubbies - Patrick Janssens, Steve Stevaert, Frank Vandenbroucke en Johan Vande Lanotte - heeft ongetwijfeld in de eerste plaats mediatieke en electorale bedoelingen: de vier willen het herkenbare en opgetogen gezicht van de partij zijn en op die manier de kiezer voor zich winnen. Maar al snel worden de teletubbies veel meer dan dat. Elk ‘groot onderhoud’ ten spijt bepalen zij - meer dan anderen - samen met de marketeers wat er in hun goednieuwsshow past en wat niet. Wie het gezicht is van de partij, bepaalt met dat gezicht in belangrijke mate ook de inhoud, daar kunnen we moeilijk rond. Vraag is nog maar in hoeverre en hoelang de partijmilitanten, de afdelingen en de parlementairen in dit tekenfilmpje zullen willen figureren. Het strekt de teletubbies tot eer dat ze hun best doen om nog zoveel mogelijk inhoudelijk debat toe te laten, maar toch blijft het voor hen een bijzonder moeilijke evenwichtsoefening. Wie immers kritiek uit op hen, uit kritiek op het gezicht van de partij en bezondigt zich dus aan een onwenselijke beschadigingsoperatie. Sommigen krijgen dan ook de indruk dat hun inhoudelijke opmerkingen in de kiem worden gesmoord. Terecht dus dat enkele niet onbelangrijke sp.a-mensen op zijn minst op dat vlak enkele vraagtekens plaatsen bij de teletubbiestrategie.3 Inhoudelijk stelt zich het probleem dat door de keuze van de olijke teletubbies het aantal onderwerpen dat ter sprake kan/mag komen beperkt is. Zoals gezegd kan niet alles een plaats krijgen in de goednieuwsshow. Over internationale solidariteit en over een radicale strijd tegen de achterstellings- en uitsluitingsmechanismen die onze wereld in rijk en arm verdelen, valt voorlopig niet echt veel te vernemen. Door de beperkte inhoudelijke potentie zal de houdbaarheidsdatum van de teletubbiestrategie dan ook snel overschreden zijn. We leven wel in een tijd van media, communicatie en kijkcijfers, maar politiek leiderschap vereist, ook in pre-electorale periodes, hopelijk ook nog de politieke moed om de lokale en internationale sociale werkelijkheid, die veel wispelturiger is dan men ons wil doen geloven, recht in de ogen te kijken en daarmee aan de slag te gaan.

Angst en trendvolgerschap

Om allerlei tactische, strategische en inhoudelijke redenen zijn de sociaaldemocraten er ook in Vlaanderen niet in geslaagd om met een sterke, open, linkse politieke agenda uit te pakken. Het Sienjaal en het Toekomstcongres waren aanzetten, maar nooit is het stevig van de grond kunnen komen. Iedereen weet dat wie vele jaren meeregeert samenhangt van de compromissen. Maar daarbovenop komt nog eens de nefaste angst voor het Vlaams Blok, dat nogal wat mensen van de toenmalige SP heeft afgesnoept. Hiermee wil ik helemaal niet gezegd hebben dat de sp.a inhoudelijk niet weegt bijvoorbeeld op regeringsvlak. Eén en ander doet zelfs vermoeden dat de sociaaldemocraten meer gewicht in de schaal hebben kunnen leggen tijdens het regeren met de VLD dan met de toenmalige CVP, onder meer omdat de VLD veel over had om aan de macht te komen.
Toch slaagt men er niet in het publieke discours werkelijk te bepalen. Binnen la pensée unique lijkt het wel alsof men zich beperkt tot het redden van wat er te redden valt. Er is geen eigen, tegendraads discours waardoor er soms niet veel meer opzit dan maar wat aan (meer dan nuttig) piecemeal engineering te doen. De sociaaldemocraten hebben lange tijd blijkbaar ook niet echt de bedoeling gehad om het voortouw te nemen in het bepalen van thema’s en inhoudelijke discussies. Daar is met het gelijkekansenverhaal wel wat verandering in gekomen, hoewel het ook hier een wikken en wegen blijft. Bij het uitzetten van de politieke en electorale koers zullen de opinie- en kiespeilingen wel meer gelijke kansen krijgen om te wegen dan bepaalde algemeen maatschappelijke belangen of belangen van kansarme minderheden. Bovendien blijft het een open vraag in hoeverre men echt een goed uitgewerkte en gefundeerde visie heeft op ‘brandende kwesties’ als de spanning tussen milieu en economie (rood/groen), tussen individuele vrijheid en collectieve solidariteit, het migratie- en integratiebeleid, de plaats van de vrije markt in de publieke sector, de plaats van de vrije markt in een globaliserende wereld, bepaalde evoluties in de internationale (oorlogs)politiek, het onveiligheidsgevoel en het thema van de risicosamenleving, de sociale economie, progressieve samenwerking... Ik hoop in dat opzicht dat er een diepgaander ‘fundamenteel onderhoud’ gepland wordt na de verkiezingen, waarin in alle rust echt ten gronde kan worden nagedacht over deze thema’s. Er moeten geen meninkjes verzameld worden over deze en andere thema’s, er moet eerder worden gezocht naar solide sociaaldemocratische uitgangspunten van waaruit men deze thema’s te lijf kan gaan. De achterliggende bekommernis is meer duidelijkheid te krijgen over het antwoord op de vraag: wat betekent het nog te zeggen ‘ik ben socialist’ aan het begin van de 21ste eeuw, hier in de Vlaams, Belgische, Europese en mondiale context?
Zolang men hier geen klare kijk op heeft kan sp.a hoogstens pogen het televisiescherm nog meer te bevolken, maar ze zal er waarschijnlijk niet in slagen het politieke discours meer te overheersen en een eigen inhoudelijke stempel te drukken. Ook in de aanloop naar de volgende verkiezingen ziet het er al niet beter uit. Het zijn de VLD en de media en sinds kort ook de AEL die zullen bepalen waarover het zal gaan. Patrick Janssens heeft in een interview al toegegeven dat hij niet de minste ambitie koestert het verkiezingsthema zelf te bepalen; hij stelt zich in deze realistisch op, maar waarschijnlijk ook wel veel te bescheiden. Is er dan niets meer waar de sp.a uit zichzelf wil/kan voor opkomen? Moeten we op VLD-commando gaan toegeven dat links en rechts niet meer bestaan in onze ‘symbolische samenleving’? Zijn er dan geen meningsverschillen meer over de evolutie en de ontwikkeling van het kapitalisme?

De weerbarstige werkelijkheid

Beide genoemde punten consolideren zich in de opvatting dat democratie een vorm is van geïnstitutionaliseerd machtsdenken op korte termijn, over het hier en nu. Onder meer onder druk van de media lijkt de politiek zich steeds meer te beperken tot het geven van ‘recepten’, wat binnenkort het tragisch hoogtepunt zal vinden in het boek Koken met Steve. Wat er zich buiten onze Vlaams sociaaldemocratische burcht afspeelt, daar moeten we ons niet mee bezighouden. Wat verder dan enkele jaren van ons is verwijderd, moeten we maar overlaten aan de komende generaties. Vandaar weinig visie over thema’s die onze (verkeers)veiligheid overstijgen: er wordt met geen woord gerept over het migratiethema, demografische ontwikkelingen, over globalisering (o ironie, het is onze liberale premier die de dialoog aangaat met de andersglobalisten en hiervoor de pluimen op zijn hoed mag laten steken door Noreena Hertz en co.), over solidariteit en gelijke kansen op wereldvlak…

Maar de werkelijkheid zal de roze plannen doorkruisen. Dit was in november-december 2002 al duidelijk het geval. Na de onrustige gebeurtenissen in Antwerpen na de moord op Mohamed Achrak kwam men in eerste instantie niet verder dan de ondertussen afgezaagde ‘Dyab’olisering van de AEL. Het werd opeens ook pijnlijk duidelijk dat de tijd dat socialisten iets met barricaden en betogingen hadden al lang vervlogen is.4 Iedereen leek plots vergeten te zijn dat emancipatiebewegingen zich nog nooit zonder stootje links of rechts hebben kunnen ontwikkelen. Het was dan ook wel even wachten voor we een zinnige beschouwing over de gebeurtenissen konden noteren uit de mond van één van de sp.a-gezichten. Het was Patrick Janssens zelf die de klus op zich nam. Als Antwerpenaar is hij inderdaad goed geplaatst, maar het is een gemiste kans dat ook niet de populaire Steve Stevaert of de anders altijd zo heldere Frank Vandenbroucke zich in het debat hebben willen mengen. Veel zal wel te maken hebben met angst voor het onderwerp en een te onduidelijk standpunt en te vage profilering ter zake.
Tot december vorig jaar verdedigden de sp.a-kopstukken de onbewezen stelling dat men maar beter geen onderwerp kon maken van het immigratie- en integratievraagstuk, dat zou alleen maar koren op de molen zijn van het Vlaams Blok.5 Zo opende Patrick Janssens op 26 november 2002 nog het debat over de multiculturele samenleving in de Bottelarij met de bedenking dat het goed organiseren van de multiculturele samenleving en alles wat daarmee te maken heeft de uitdaging is van het moment, maar dat we het niet kunnen maken er een thema van te maken. Janssens werd door Paul Scheffer een onvermogen verweten om over dit thema te spreken. De werkelijkheid heeft hem ondertussen gedwongen er een thema van te maken.

Het debat over de rechtvaardige vormgeving van de multiculturele samenleving is één van de concrete onderwerpen die niet echt veel plaats heeft gekregen in het groot onderhoud en die grondiger en meer doordacht bediscussieerd moet worden in het ‘fundamenteel onderhoud’. De keuze voor een rechtvaardige multiculturele samenleving moet kaderen in een breder debat over welke (mondiale) samenleving we willen en welke visie op (multicultureel) burgerschap en pluralisme hierin past. Hierbij zal ook het hoofdstuk migratie een plaats moeten krijgen. Sinds men van het kabinet binnenlandse zaken verlost is, bestaat immigratie blijkbaar niet meer als sociaaldemocratisch thema. Het is echter zinloos zich als een multiculturele samenleving te willen erkennen zonder te zien dat we ook een immigratiesamenleving zijn.6 Het is een fictie te denken dat we ooit van een eerste generatie migranten ‘verlost’ zullen zijn. Migratie is ook in de toekomst een blijvend fenomeen en dat moet duidelijk worden gezegd, zowel aan de oude als aan de nieuwe Belgen.
Ook de visie (welke?) op eerlijke handel, buitenlands beleid, het Europees landbouwbeleid e.d. moeten hierin een plaats krijgen. Spreken over immigratie en met allochtonen impliceert ook dat men erkent dat hier mensen leven met een grotere solidariteit met bepaalde onderdrukte bevolkingsgroepen elders in de wereld. Men kan zich dan ook niet langer van een pro-Palestijnse betoging distantiëren met de oneliner dat ‘we het Palestijns-Israëlisch conflict niet naar hier willen importeren.’ Thema’s op de internationale agenda zullen hun weerslag hebben op de inlandse politiek, wie dat ontkent krijgt dat als een boemerang terug in het gezicht, zoveel is al duidelijk geworden. Een oorlog met Irak zal zich ook hier laten voelen, of we dat nu graag hebben of niet. Zolang deze thema’s geen plaats op onze politieke agenda krijgen, zijn we ziende blind en totaal onvoorbereid op wat de toekomst ons biedt.

Het dilemma voor de sociaaldemocratie

De twee punten die Kalma aanhaalt in zijn rapport zijn dus hier ook van toepassing, alleen is het nog niet zo duidelijk wat hier de electorale gevolgen kunnen zijn. In Nederland gaat het om een hineininterpreterung van de electorale klappen die de PvdA er moest incasseren. De eerste peilingen geven de teletubbies echter geen slecht rapport…
Maar los van het electorale succes op korte termijn, moeten we toch een stap verder durven denken, en zoals gezegd hebben we ook hier in Vlaanderen nood aan een analyse zoals die van de Beckman Stichting in Nederland als aanzet tot een meer ‘fundamenteel onderhoud’. Het is duidelijk dat verschillende maatschappelijke, politieke, economische, lokale en internationale evoluties de klassieke sociaaldemocratie onder druk zetten. Ze komt voor ernstige uitdagingen te staan waarbij niet langer een pasklaar antwoord voorhanden is. Eén van de belangrijkste tekorten in dat opzicht is het ontbreken van een slagvaardig links verhaal. Lange tijd waren ‘links’ en ‘ideologie’ twee handen op één buik: de linkse ideologie was de drijvende kracht achter de partijwerking, de emancipatiebeweging, de politieke ambitie en de intellectuele voorhoede. Ideologie was wervend en motiverend. Dit is al een tijdje verdwenen. Zoals Wim Kok het zei bij het aantreden van Paars I: het wordt tijd dat we onze ideologische veren afschudden. Ook Patrick Janssens heeft bij zijn hervorming van de partij gelijkaardige zinnen in de mond genomen. Dit kon deels wel als een verademing worden beschouwd, maar er blijkt maar weinig in de plaats te zijn gekomen. Intellectuelen zijn vervangen door spindoctors (linkse intellectuelen werden in de pers (De Morgen!) zelfs openlijk belachelijk gemaakt), BV’s worden veel belangrijker dan partijmilitanten, inhoud is vervangen door vorm, boegbeelden en politieke leiders zijn verworden tot teletubbies. Men kan zich mateloos storen aan deze evoluties maar het is nog maar de (open) vraag in hoeverre men nog anders kan in deze dramademo-, ego-, emo-, experto- en mediacratie, wil men politiek overleven en dus voldoende stemmen binnenhalen?7

Volgend dilemma zal in het ‘fundamenteel onderhoud’ zeker een centrale plaats moeten krijgen8: of we werken opnieuw een consistent (al dan niet radicaal) links verhaal uit maar dan verliezen we de zelfgenoegzame, gegoede middenklasser; of we mikken op de stem van die middenklasser, door ons populair te maken in allerlei media, we beperken de thema’s tot wat in ons Vlaanderenland gebeurt en gaan elk inhoudelijk debat dat niet past in de goednieuwsshow uit te weg.
Als we opnieuw een links, sociaal, kritisch verhaal van sociaaleconomische herverdeling, en een streven naar economische gelijkheid willen uitwerken; dan zal dat een verhaal moeten zijn dat de grenzen overstijgt van Vlaanderen, en dus van het Vlaams socialisme en de Vlaamse vakbondswerking. De sociaaldemocratie moet (opnieuw) internationaal durven gaan. Wereldwijde sociale rechtvaardigheid en solidariteit is de echte ‘lakmoesproef’ voor de huidige sociaaldemocratie in het rijke Westen.9 Het is echter nog maar de vraag in hoeverre mensen hier voor dit solidariteitsverhaal zullen stemmen. Zolang het gaat over onze verzorgingsstaat bestaat er een grote consensus: we moeten de verworvenheden instandhouden. De gegoede middenklasse kan zich best vinden in het betalen van belastingen, omdat ze weet dat ook zij veel waar krijgt voor haar geld. Zelfs de VLD zie je dat verhaal met het grootste gemak aan haar achterban verkopen. Maar wat als we met minder populaire programmapunten voor de dag moeten komen? Onze medeburger lijkt gemakkelijker in de beurs te tasten als enkele lieve VTM-snoetjes om wat geld vragen voor één of andere gemediatiseerde campagne dan voor het leefmilieu, de opvang van vluchtelingen, duurzame producten en eerlijke handel.
Zijn we gedoemd tot een keuze tussen een kleine partij met een sterk verhaal, en een grote(re) partij die zich laat leiden door ‘bestuurlijke arrogantie en angst’? Moeten we niet dringend nadenken over recepten die er zouden kunnen voor zorgen dat onze Vlaamse medeburger opnieuw openstaat voor een meer links verhaal in plaats van ons enkel te concentreren op gratis recepten, mediarecepten en recepten om onze eigen vergrijzing op te vangen?
Tot slot nog een andere manier om het dilemma te bekijken. Doorheen de geschiedenis heeft de sociaaldemocratie haar emancipatorisch verhaal voor een groot stuk electoraal kunnen slijten bij die bevolkingsgroep die ook subject van ontvoogding was. De kaarten liggen ondertussen helemaal anders. De klassieke arbeidersklasse bestaat nauwelijks nog. Een groot stuk behoort tot de zelfgenoegzame middenklasse en de resterende onderklasse - die voornamelijk uit mensen bestaat die geen actief deel uitmaken van de reguliere arbeidsmarkt - kan maar niet meer worden bekoord door de progressieve lokroep. Bovendien is de grootste groep mensen waar een linkse partij het zou moeten voor opnemen niet eens electoraal van belang omdat ze buiten de kieskringen wonen: we zijn inderdaad de rijken in het verhaal en de armen bevinden zich ver weg. De crisis van de sociaaldemocratie bestaat er niet in dat we hier te weinig sociaaldemocratie zouden hebben. Wel integendeel, veel strijdpunten van sociaaldemocraten zijn hier ondertussen vrij goed verwezenlijkt en de meeste mensen zitten economisch vrij goed in hun welvaartsstaat gesetteld. Alleen jammer van die illegale migratie hier en die armoede in Bangladesh en die hongersnoden en burgeroorlogen in Afrika natuurlijk, jammer ook van dat broeikaseffect en de vele longproblemen bij pasgeborenen, maar ja, zoek daar maar eens een oplossing voor…

Patrick Loobuyck
Redactielid en Aspirant FWO, moraalfilosofie Universiteit Gent

Noten
1/ De kaasstolp aan diggelen. De PvdA na de dreun van 15 mei 2002, werkgroep politiek inhoudelijke koers, Amsterdam, september 2002; Onder een gesloten dak groeit geen gras, werkgroep organisatie en politieke cultuur, september 2002.
2/ Cf. Devos, C. & Verstraete, T. (2002), ‘Valsheid in geschrifte? Over kieshervorming en inspraak’, in Samenleving en politiek, 9, 10: 4-12.
3/ Jammer dat het vanuit de (voormalige) Jongsocialisten zo stil blijft. Ik dacht dat zij de eersten zouden zijn om het ballonnetje van de arrogantie van de macht te doorprikken, maar blijkbaar hebben ze weinig oog voor het probleem. Het is me niet geheel duidelijk welke kritische ambitie die beweging nog heeft zeker zolang de voorzitter een bekend kabinetard is die zich omwille van haar functie en betrokkenheid moeilijk van de partijstrategie kan distantiëren.
4/ Ik denk hierbij ook aan het bijzonder eenzame optreden van Dirk Van der Maelen in de vredesbetoging tegen een potentiële oorlog in Irak op 17 november 2002 in Brussel.
5/ Het argument dat bepaalde onderwerpen politiek maar beter niet ter sprake worden gebracht omdat anders het Vlaams Blok met de stemmen gaat lopen, is niet hard te maken. Het enige wat we totnogtoe weten is dat ondanks het niet ten gronde behandelen van die thema’s het Blok in Vlaanderen is kunnen blijven groeien.
6/ Entzinger, H. (2002), Voorbij de multiculturele samenleving, Van Gorcum, Assen; WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) (2001), Nederland als immigratiesamenleving, Sdu, Den Haag.
7/ Cf. Elchardus, M. (2002), De dramademocratie, Lannoo, Tielt; Raes, K. (2002), ‘De democratie op zoek naar een basis’, in Hubeau, B. & Elst, M. (eds.), Democratie in ademnood?, Die Keure, Brugge, 18-34.
8/ Het dilemma werd hier eerder verwoord door Mareels, G. (2002), ‘Patrick, voer ons aan, verlos de maatschappij’, in Samenleving en politiek, 9, 1: 5-13.
9/ Zie ook Janssens, P. (2001), Over de grenzen. Open brief aan de Vlamingen, Houtekiet, Antwerpen: 15-20.

sociaaldemocratie - ideologie - sp.a

Samenleving & Politiek, Jaargang 10, 2003, nr. 1 (januari), pagina 18 tot 23