Log in

'Lobbyen in de Wetstraat'

Uitgelezen

Er gaat bijna geen dag voorbij zonder dat er een belangenorganisatie in de media verschijnt. De vakbonden en werkgeversorganisaties zoals Unizo en ABVV zijn trouwe klanten, maar ook organisaties als Bond Beter Leefmilieu, FebelFin en Test Aankoop duiken regelmatig op in de nieuwsrubrieken. Ondanks de alomtegenwoordigheid van dit divers gamma aan belangenorganisaties heeft het woord 'lobbying' nog altijd een heel negatieve connotatie. Het wordt doorgaans geassocieerd met corruptie en schandalen, zoals onlangs nog in de affaire Azerbeidjan. Bijgevolg is het niet vreemd dat mensen vraagtekens plaatsen bij het samengaan van belangenvertegenwoordiging en democratie. Nochtans is het niet meer dan normaal dat politici en ambtenaren voortdurend overleggen met verschillende stakeholders, zoals belangenorganisaties, bedrijven, academische experts en burgers. Het is pas als sommige groepen in de samenleving voortdurend aan het langste eind trekken, of als bepaalde maatschappelijke stemmen niet of nauwelijks gehoord worden, dat lobbying effectief een bedreiging vormt voor de democratie.

Lobbyen in de Wetstraat

Dominique Soenens
epo, Berchem 2017

Een belangrijke troef van Lobbying in de Wetstraat is dat het regelrecht ingaat tegen de al te negatieve en simplistische visie op lobbying. Dominique Soenens plaatst belangenvertegenwoordiging in een bredere maatschappelijke en politieke context, en toont overtuigend aan dat het een misvatting is lobbying gelijk te stellen met 'achterkamerpolitiek waarbij er van alles geregeld wordt met behulp van enveloppen vol geld en met drank overgoten diners'. Na een korte inleiding waarin hij terecht aanstipt dat er veel te weinig aandacht is voor de rol van lobbying in de Wetstraat, gaat hij na hoe lobbyisten zelf hun vak beschrijven. Deze benadering levert verschillende relevante inzichten op, zoals het toenemende belang van 'outside lobbying', het beïnvloeden van beleidsmakers en de publieke opinie via de media. Vooral voor bedrijven is de steun van externe experts verbonden aan universiteiten of denktanks van goudwaarde, aangezien zij meer geloofwaardigheid genieten bij beleidsmakers en het brede publiek. Dit blijkt ook uit het vervolg van het boek, waarin lobbypraktijken in drie sectoren (farma, nucleaire energie en defensie) onder de loep worden genomen.

Waar politieke berichtgeving over lobbying vaak exclusief focust op de (veronderstelde) centrale rol van één persoon of organisatie in de context van een specifieke politieke beslissing, tonen de sectorstudies aan dat realiteit meestal complexer is. Dominique Soenens toont aan dat er in al deze dossiers verschillende politieke actoren en maatschappelijke organisaties betrokken zijn. Bovendien is lobbying een spel dat over de lange termijn gespeeld wordt, wat het boek mooi aantoont door het politiek proces over een langere periode in kaart te brengen. Het is erg verrassend dat zelfs een doorgewinterde organisatie als Greenpeace zich hierop kan verkijken, en in 2003 dacht dat de strijd rond de kernuitstap grotendeels gestreden was. De auteur geeft ook terecht aan dat invloed heel moeilijk te meten is; hij heeft ook niet de pretentie een 'smoking gun' te vinden. Toch zijn er bepaalde passages waar 'rook' en 'vuur' iets te snel aan elkaar gekoppeld worden. Is het bijvoorbeeld echt 'opvallend' dat één van de topmensen van het RIZIV deelneemt aan een parlementaire conferentie over een gezondheidskwestie?

Wie een diepgravend politiek boek schrijft voor een breed publiek, heeft steeds de moeilijke opdracht te balanceren tussen een toegankelijke, rijke beschrijving van de feiten, en het verbinden van deze observaties met wetenschappelijk inzichten. Gezien de recente toename van academisch onderzoek naar belangengroepen is het bijzonder merkwaardig dat de auteur bij het bespreken van de mogelijke invloed van lobbyisten opmerkt dat hier weinig wetenschappelijke studies over bestaan. Er wordt slechts verwezen wordt naar 1 studie die concludeert dat politieke beslissingen meestal in het voordeel van bedrijven uitdraaien. Er hebben zich de afgelopen decennia echter wel meer academici over deze vraag gebogen, waarbij het eindoordeel vaak genuanceerder is (zie bijvoorbeeld het recente INTEREURO-project). Zo trekken op Europees niveau ngo's ook regelmatig aan het langste eind.

Bovendien had een betere koppeling met de wetenschappelijke literatuur de gekozen sectorstudies in een bredere context kunnen plaatsen, en de acties van lobbyisten en hun impact beter kunnnen kaderen. Een aantal observaties uit het boek sluiten namelijk mooi aan bij recente wetenschappelijke studies. Uit een van de meest grootschalige onderzoeksprojecten over lobbying tot dusver van Frank Baumgartner e.a. bleek bijvoorbeeld dat meer financiële slagkracht niet automatisch tot meer invloed leidt, en dat de kans op success veel groter is als een organisatie lobbyt voor het behoud van het status quo. Daarnaast is ook de mate waarin belangengroepen politieke bondgenoten hebben cruciaal. Waar lobbying vaak als het 'overtuigen' van politici wordt geportretteerd, is de realiteit vaker dat gelijkgezinde politici en belangenorganisaties samenwerken om hun doelstellingen te realiseren. Daarnaast maakt het ook een groot verschil hoe actueel een bepaalde kwestie is. Staat dit thema hoog op de politieke agenda en krijgt het veel media-aandacht? In dat geval verkleint de kans dat 1 organisatie disproportionele invloed uitoefent, aangezien dit ervoor zorgt dat meer stakeholders lobbyactiviteiten ontplooien en politici gevoeliger worden voor de publieke opinie. Het omgekeerde scenario, een eerder technische kwestie die weinig aandacht krijgt van journalisten en andere maatschappelijke organisaties, is een context waarin particuliere belangen makkelijker de bovenhand kunnen halen. Het is jammer dat het boek niet meer in dialoog gaat met de bestaande academische literatuur. Een aantal wetenschappelijke inzichten en kaders hadden de boodschap van het boek nog meer kracht kunnen geven. Anderzijds hebben wij als wetenschappers ook de belangrijke taak om naast publicaties in internationale academische tijdschriften nieuwe inzichten regelmatig te verspreiden onder een breder publiek.

Geeft het boek ons meer inzicht in lobbying in de Wetstraat? Absoluut. Dominique Soenens heeft zich grondig verdiept in dit onderwerp. De politieke processen in de drie gekozen sectoren maakt gebruik van verschillende informatiebronnen, en bekijkt de gebeurtenissen met een heldere en en kritische blik. Dit boek is hierdoor verplichte kost voor mensen die meer inzicht willen krijgen in de rol van lobbying in de Belgische politiek. Het plaatst ook een aantal gerelateerde thema's op de agenda, zoals meer aandacht voor de samenstelling van kabinetten en de rol van allerhande experts in beleidsvorming. Daarnaast tonen zijn bevindingen ook aan dat inzicht in lobbyprocessen essentieel is om bepaalde beleidsuitkomsten beter te begrijpen. Vaak gaat de aandacht van politieke analisten immers vooral naar de ontvangende zijde, in het bijzonder regeringsleden en partijvoorzitters. Lobbying in de Wetstraat toont overtuigend aan dat de rol van diverse externe stakeholders minstens even cruciaal is om politieke gebeurtenissen te begrijpen.

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 8 (oktober), pagina 86 tot 88