(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

De blinde hoek van sp.a

No cover
juni 2017
2017

Van de Vlaamse publieke opinie wordt vaak gezegd dat ze een rechtse onderstroom heeft. Deze onderstroom wordt vaak gezien als één van de oorzaken van de malaise van linkse partijen. In de meest recente peiling (VRT- De Standaard 19/04/17) zijn rechtse partijen Open VLD, N-VA en Vlaams Belang samen goed voor ongeveer de helft van de kiezers, terwijl linkse partijen sp.a, Groen en PVDA+ samen minder dan een derde vertegenwoordigen. De verklaring van de Vlaamse onderstroom mist echter empirische bevestiging. In deze tekst probeer ik daarom een antwoord te formuleren op twee vragen. (1) Wordt de Vlaamse publieke opinie daadwerkelijk gekenmerkt door een rechts-conservatieve onderstroom? (2) Betekent deze onderstroom dat het programma van sp.a op weinig weerklank kan rekenen bij Vlaamse kiezers?

 

In Vlaanderen zitten rechtse partijen in de lift. In de jaren 1990 brak Vlaams Blok door, onder Guy Verhofstadt werd (Open) VLD de grootste partij en sinds 2007 domineert N-VA het politieke landschap. Na de doorbraak van N-VA op lokaal niveau in 2012 werd vanuit verschillende hoeken beweerd dat de opkomst van rechts geworteld zat in de Vlaamse onderstroom die, zoals men beweerde, rechts-conservatief is. In een dergelijke context is het voor een linkse partij als sp.a zeer moeilijk om verkiezingen te winnen. Het programma van deze partij zou simpelweg niet aansluiten bij wat kiezers willen. De komst van een charismatisch leider - zoals Steve Stevaert - kan de partij verkiezingen doen winnen, maar na het vertrek van dergelijke leiders zakt de partij terug door de afwezigheid van een programma waar de gemiddelde Vlaming zich in kan vinden. Naar de Vlaamse onderstroom en de veronderstelde mismatch tussen het programma van sp.a en de standpunten van Vlaamse kiezers, is echter nog maar weinig empirisch onderzoek gevoerd.

In deze bijdrage wil ik daarom de Vlaamse publieke opinie onderzoeken, en kijken of er inderdaad sprake kan zijn van een rechtse onderstroom. Daarnaast wil ik de standpunten van Vlaamse kiezers vergelijken met het programma van sp.a, en nagaan of de vermeende kloof tussen de twee daadwerkelijk bestaat.

De standpunten van Vlaamse kiezers en sp.a heb ik kunnen vergelijken dankzij het PartiRep-project. In het kader van dat project werden, naar aanleiding van de verkiezingen van 25 mei 2014 en met behulp van de Stemtest en een representatieve steekproef, de standpunten van politieke partijen en kiezers op een groot aantal concrete beleidsstellingen verzameld (meer dan 100). Partijen werden gevraagd zich te plaatsen op de stellingen. Bij kiezers werd beroep gedaan op een grootschalige online-enquête bij 1.000 Vlaamse kiezers. De bevraging van partijen vond plaats in februari-maart van 2014 en de bevraging van kiezers in maart van datzelfde jaar.

IS ER EEN RECHTSE ONDERSTROOM IN DE VLAAMSE PUBLIEKE OPINIE?

De electorale sterkte van rechtse partijen heeft velen doen vermoeden dat er in Vlaanderen een rechtse onderstroom aanwezig is. De Vlaamse kiezer zou zowel voorstander zijn van een neoliberale sociaaleconomische agenda als van een ethisch conservatisme. Een empirische toetsing ontbreekt echter nog, en dus blijft een definitief antwoord uit: is er in Vlaanderen een rechtse onderstroom?

De gegevens, verzameld in het kader van het PartiRep-project, lieten toe om kiezers 31 stellingen voor te leggen uit de Stemtest/Test électoral. Zowel kiezers en partijen konden voor iedere beleidsstelling aangeven of ze het ermee eens of oneens waren. Deze 31 stellingen, gekozen uit een veel groter aantal, werden geselecteerd op basis van meerdere criteria. Ten eerste moesten de stellingen eenduidig behoren tot één van de twee belangrijkste dimensies in het politieke spectrum: de socio-economische en de socio-culturele dimensie. Stellingen die behoren tot de socio-economische dimensie gaan over zaken zoals uitkeringen, lonen, belastingen, enzovoort. Stellingen die behoren tot de socio-culturele dimensie gaan over kwesties zoals migratie, justitie, waarden en normen, enzovoort. Stellingen die niet eenduidig op één van de twee dimensies konden worden geplaatst, werden niet opgenomen.1 Het tweede criterium stelt dat de stellingen moeten discrimineren tussen Vlaamse partijen. Ten slotte moesten de stellingen de Vlaamse bevolking op een substantiële manier verdelen: wanneer slechts een klein deel van de bevolking het eens of oneens was met een stelling, werd deze niet geselecteerd.

De lijst bevat dus stellingen die eenduidig, relevant en discriminerend zijn. Tabel 1 geeft de 31 stellingen weer met het gewogen percentage Vlaamse kiezers die het eens zijn met de stelling, en het standpunt van sp.a op iedere stelling. De stellingen staan in volgorde van toenemend percentage Vlamingen dat het eens is met een beleidsstelling.

Om de aanwezigheid van een rechtse onderstroom in de Vlaamse publieke opinie te onderzoeken, werden de antwoorden van Vlaamse kiezers gecodeerd als zijnde linkse of rechtse antwoorden. Bijvoorbeeld, het eens zijn met de stelling ‘Alle veroordeelden moeten hun straf volledig uitzitten’ wordt gezien als een rechts antwoord, terwijl het eens zijn met de stelling ‘Grote vermogens moeten meer worden belast’ beschouwd wordt als een links standpunt.2 Op die manier kon worden nagegaan hoe rechts de Vlaamse kiezer denkt. De resultaten worden weergegeven in Tabel 2. Daarin kunnen we aflezen dat de beleidsstellingen de Vlaamse publieke opinie, gemiddeld, in twee gelijke delen verdelen. Vaak heeft de ene helft van de Vlaamse kiezers een rechts standpunt op een beleidsstelling en de andere helft een links standpunt.

We zien echter belangrijke verschillen tussen de socio-culturele en de socio-economische dimensie. Vlaamse kiezers denken linkser over socio-economische zaken. Wanneer het hierover gaat, dan heeft gemiddeld 40% van de Vlaamse kiezers een rechts standpunt op een beleidsstelling.

Wanneer het gaat over socio-culturele thema’s, denkt de Vlaming veel rechtser; dan neemt gemiddeld 67% van de Vlamingen een rechts standpunt in. We zien dit ook wanneer we Tabel 1 in detail bekijken. Stellingen waarop de Vlaamse publieke opinie een links standpunt heeft, zijn vaak stellingen die gaan over thema’s zoals een grotere belasting voor vermogens, ontslagregelgeving, pensioenleeftijd, stakingsrecht, enzovoort. Stellingen daarentegen waarop Vlaamse kiezers vaker een rechts standpunt hebben gaan over zaken zoals het hoofddoekenverbod, de Wet-Lejeune, cannabis, de inburgering van inwijkelingen, enzovoort. Als we kijken naar de vijf stellingen waar Vlamingen het vaakst een rechts antwoord op gaven, dan zien we dat het in vier gevallen gaat over een socio-culturele stelling, terwijl de vijf stellingen waar Vlamingen het vaakst een links antwoord op gaven allemaal gaan over economische thema’s.

Hoewel dit patroon terug te vinden is bij zowel laag-, midden- als hoogopgeleide kiezers, zijn er ook verschillen. Zo zijn de laag- en middenopgeleide kiezers - de traditionele doelgroepen van sp.a - linkser dan hoogopgeleide kiezers op economische stellingen, maar rechtser dan hoogopgeleiden op socio-culturele thema’s. Dit is consistent met de belangen van deze kiezers. Laagopgeleiden hebben veel te verliezen als er wordt bespaard in de sociale zekerheid en hebben veel te winnen wanneer grote vermogens meer zouden worden belast. Anderzijds worden hun banen meer bedreigd door nieuwkomers, die vaak zelf laaggeschoold zijn. Omgekeerd doen hoogopgeleiden veel minder beroep op de sociale zekerheid en zijn hun banen veel minder bedreigd door immigratie.

Deze analyses van de beleidsstandpunten van Vlaamse kiezers tonen echter aan dat de zogenaamde ‘onderstroom’ in Vlaanderen niet eenduidig rechts is. Er wordt vaak beweerd, zeker na de opkomst en electoraal succes van rechtse partijen de laatste decennia, dat de Vlaamse kiezers een rechts beleid verkiezen. Uit de resultaten blijkt echter dat dit slechts deels waar is. Voor iedere dimensie bestaat er een aparte Vlaamse onderstroom: op socio-culturele thema’s is de Vlaamse publieke opinie duidelijk rechts, maar op socio-economische thema’s is de onderstroom in Vlaanderen duidelijk links.

IS ER EEN MISMATCH MET HET PROGRAMMA VAN SP.A?

Van kiezers wordt vaak gezegd dat ze ideologisch inconsistent zijn. Dit wil zeggen dat kiezers gemakkelijk en zonder probleem schipperen tussen een links en een rechts standpunt. De resultaten in Tabel 1 en 2 bevestigen dit: kiezers nemen voor socio-economische en socio-culturele thema’s een verschillend standpunt in; voor de ene groep thema’s wordt eerder een linkse voorkeur geuit, voor de andere groep eerder een rechtse voorkeur. Partijen staan er echter om bekend zeer consistent te zijn in hun standpunten (Lesschaeve, 2017b; Thomassen, 2012). De reden hiervoor is dat beleidsstandpunten zeer belangrijk zijn voor de identiteit van een partij. De standpunten van een partij vormen immers één van de belangrijkste aspecten waarop partijen van elkaar verschillen. Het is daarom niet verwonderlijk dat partijen regelmatig congressen organiseren om standpunten uit te klaren en vast te leggen. Dit heeft tot gevolg dat de standpunten van partijen nauw aansluiten bij hun algemene ideologische positie.

In de derde kolom van Tabel 1 wordt het standpunt van sp.a gegeven (links of rechts) voor ieder van de 31 beleidsstellingen, en in de laatste kolom van Tabel 2 worden de standpunten van sp.a samengevat per dimensie. Als we deze resultaten bekijken, dan zien we dat sp.a consistent links is. Op zowel de socio-economische als de socio-culturele dimensie heeft de partij in de overgrote meerderheid van de gevallen een links standpunt. Op socio-economische thema’s is het linkse karakter van sp.a het duidelijkst: de partij heeft daar op alle beleidsstellingen een links standpunt, op één na. Enkel op de stelling ‘Mensen met een ongezonde levensstijl moeten minder geld van de ziekteverzekering terugkrijgen’ heeft sp.a een rechts standpunt (akkoord). Op de socio-culturele dimensie heeft de partij iets meer rechtse standpunten, maar blijft ze desondanks heel links. Sp.a heeft op deze dimensie rechtse standpunten wanneer het gaat over GAS-boetes, het toelaten van migranten om tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen, halalmaaltijden op school en het praten van Nederlands op schoolpleinen.

Als we vervolgens in Tabel 3 kijken naar de mate waarin de sp.a-standpunten gedeeld worden door de Vlaamse publieke opinie, dan zien we dat er dus wel degelijk een mismatch bestaat tussen de standpunten van Vlaamse kiezers en die van sp.a. Specifiek is er een mismatch op socio-culturele thema’s. Net als op de socio-economische dimensie heeft sp.a ook daar overwegend linkse standpunten, terwijl Vlaamse kiezers hier vaker rechtsere beleidsvoorkeuren hebben. De ideologische consistentie van sp.a heeft tot gevolg dat de partij op socio-culturele thema’s een ‘blinde hoek’ heeft (Thomassen, 2012). Kiezers kunnen zich vinden in de socio-economische standpunten van de partij, maar vaak veel minder in haar socio-culturele standpunten.

Niet toevallig gaan de vijf stellingen waarop het standpunt van sp.a het minst populair is bij de Vlaamse publieke opinie bijna allemaal over socio-culturele thema’s: voorwaardelijke vrijlating voor veroordeelden, de bouw van nieuwe moskeeën, Nederlands kunnen om in aanmerking te komen voor een sociale woning, en het aantal mensen van vreemde afkomst bij de openbare oproep.3 Omgekeerd gaan drie van de vijf stellingen waarop het standpunt van sp.a het populairst is over socio-economische thema’s: ontslagregelgeving, grotere belasting voor vermogens, en de lonen van managers van overheidsbedrijven.

Echter, het feit dat laag- en middenopgeleide kiezers linksere standpunten hebben dan hoogopgeleide kiezers op economische thema’s leidt ertoe dat sp.a laagopgeleide kiezers op deze dimensie goed vertegenwoordigt; beter dan hoogopgeleide kiezers. Gemiddeld wordt een socio-economisch standpunt van sp.a gesteund door 68% van de laagopgeleide kiezers en 63,5% van de middenopgeleide Vlaamse kiezers, terwijl dit maar 56% is bij hoogopgeleide kiezers.

Op socio-culturele thema’s, daarentegen, is de kloof tussen het sp.a-programma en laagopgeleide kiezers eens zo groot. Op deze thema’s wordt een standpunt van sp.a gesteund door gemiddeld slechts 41% van de laag- en middenopgeleide kiezers. Bij hoogopgeleide kiezers is dit aantal 45%. Op socio-culturele thema’s vertegenwoordigt sp.a dus vooral de standpunten van hoogopgeleide kiezers. Ook bij de sp.a-kiezers zelf zien we dat deze zich zeer goed kunnen vinden in het socio-economisch gedeelte van het partijprogramma, maar veel minder in de socio-culturele standpunten van de partij. Op die laatste dimensie is de gemiddelde overeenstemming ongeveer 51% met de eigen kiezers. Dit betekent dat op socio-cultureel vlak de partij zich moeilijk populair kan maken bij haar kiezers. De ene helft van haar kiezers kan zich erin vinden, terwijl de andere helft er niet mee akkoord gaat. Thema’s zoals migratie zijn thema’s waar de partij daarom een opwaartse strijd moet voeren om kiezers voor zich te winnen.

CONCLUSIE

Deze eerste analyses wijzen op twee sleutel­elementen van de overeenkomst tussen de standpunten van Vlaamse kiezers en die van sp.a. Ten eerste is er een mismatch tussen het programma van sp.a en de standpunten van Vlaamse kiezers. Vlaamse kiezers zijn links als het op economische thema’s aankomt zoals de sociale zekerheid, belastingen op grote vermogens en het stakingsrecht, maar rechts als het gaat over culturele thema’s zoals migratie, justitie, en waarden en normen. Sp.a, daarentegen, is consistent links. Zowel op economische als op culturele thema’s neemt de partij linkse standpunten in. Dit leidt ertoe dat sp.a bij Vlaamse kiezers in het algemeen, maar ook bij haar eigen kiezers en haar doelgroepkiezers het beter doet op economische thema’s, maar veel minder goed op socio-culturele thema’s.

Ten tweede zijn er verschillen tussen laag- en hoogopgeleide kiezers. Laagopgeleide kiezers zijn linkser dan hoogopgeleide kiezers op socio-economische thema’s, maar rechtser dan hoogopgeleide kiezers op socio-culturele thema’s. Dit heeft tot gevolg dat het programma van sp.a des te beter aansluit bij de voorkeuren van laagopgeleide kiezers op economisch vlak, een belangrijke doelgroep van de partij, maar des te minder bij de voorkeuren van laagopgeleide kiezers op socio-cultureel vlak.

De laatste jaren is de aandacht voor thema’s op de socio-culturele dimensie, zoals migratie en waarden en normen, toegenomen door gebeurtenissen zoals de asielcrisis. Voor een linkse partij als sp.a is dit een thema waar kiezers moeilijk op gewonnen kunnen worden. Zolang socio-culturele thema’s het publiek debat domineren, zal de partij het moeilijk hebben met haar huidige standpunten.

Om het tij te keren zijn er twee mogelijkheden. De partij kan haar programma aanpassen en rechtsere standpunten innemen op socio-culturele thema’s. Dit brengt het programma van sp.a dichter bij de voorkeuren van de gemiddelde Vlaamse kiezer, maar houdt ook risico’s in. Opschuiven richting rechts zal leiden tot onpopulaire standpunten bij vele kiezers die nu reeds voor de partij stemmen. De andere mogelijkheid is proberen het publiek debat te doen opschuiven richting socio-economische thema’s. Waar het publiek debat over gaat, hangt grotendeels van externe factoren en gebeurtenissen af. Maar als het gaat over zaken zoals de sociale zekerheid, herverdeling van welvaart of sociale voorzieningen zoals openbaar vervoer, dan heeft sp.a standpunten die nauw aansluiten bij wat de gemiddelde Vlaming wil. Als sp.a er in slaagt het publieke debat daarover te laten gaan, dan heeft het potentieel om veel kiezers voor zich te winnen.

Christophe Lesschaeve
Onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen

Samenleving en politiek, Jaargang 24, 2017, nr.06 (juni), pagina 4 tot 13 

Noten
1/ Een selectie van de stellingen werden gecodeerd door twee codeurs, die de stellingen in 90% (Kippendorf’s alfa = 0.78) van de gevallen toewezen aan dezelfde dimensie.
2/ De codering van de antwoorden werd uitgevoerd door twee codeurs aan de Universiteit Antwerpen en beide codeurs kwamen in 92% van de gevallen tot hetzelfde antwoord (Kippendorf’s alfa = 0.83).
3/ Achteraan, in bijlage, wordt een overzicht gegeven van de populariteit van de standpunten van sp.a bij Vlaamse kiezers. (Tabel 4) 

Referenties
- Lesschaeve C. (2017a). Inequality in party-voter opinion congruence: a matter of choices made or choices given? Representation.
- Lesschaeve C. (2017b). The predictive power of the left-right self-placement scale for the policy positions of voters and parties. West European Politics, 40(2), pp. 357-377.
- Thomassen J. (2012). The Blind Corner of Political Representation. Representation, 48(1), pp. 13-27. 

sp.a - PartiRep - publieke opinie

 

 

 

 

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk