(Alle Sampol-artikels, behoudens die van de laatste 6 nummers, worden hier integraal beschikbaar gesteld. Geen overname zonder bronvermelding.)

'Finaal ging Het Sienjaal over staatsvorming'

Interview met Bruno De Wever (historicus)

Twintig jaar na de lancering blikt historicus Bruno De Wever (Universiteit Gent) terug op Het Sienjaal. Het project waarvoor de progressieve Vlaams-nationalist Maurits Coppieters bij de toenmalige SP en Norbert De Batselier kwam aankloppen. “Dat was geen verrassing”, zegt professor De Wever. “Nationalisme is immers een zwakke ideologie, die niets zegt over hoe de maatschappij voorts in mekaar zou moeten zitten. Nationalisme zegt alleen dat gemeenschap en staat congruent moeten zijn.” En dus moest de SP een groot deel van het denk- en schrijfwerk voor Het Sienjaal op zich nemen, met een prominente bijdrage van professor Filosofie Koen Raes (1954-2011). Maar de droom van een progressief front van socialisten, ecologisten en progressieve Vlaams-nationalisten lag al snel aan diggelen. Een mislukking die Norbert De Batselier al voorvoelde toen hij maanden voor de lancering op een brief noteerde: ‘Mijn moed zinkt weg’.

 

Begin jaren 1990 was het voor een partijideoloog als Norbert De Batselier duidelijk. Meer dan veertig jaar na de Tweede Wereldoorlog en het uitbouwen van de verzorgingsstaat was de verzuilde samenleving aan het afbrokkelen en met haar de macht van de klassieke partijen. Nieuwe sociale bewegingen kwamen op, het neoliberalisme waaide over vanuit de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, en in Vlaanderen zette het xenofobe extreemrechtse Vlaams Blok zijn opmars verder. De sociaaldemocratie deelde in de klappen. “Het gaat niet goed met onze partij,” was de weinig opwekkende opener van de toespraak van Norbert De Batselier op het partijcongres midden 1992. En dus moesten er volgens De Batselier andere wegen worden bewandeld en diende de hand gereikt aan “allerhande nieuwe bewegingen en comités”. Daarbovenop moest worden nagedacht over een politieke hergroepering.

“Deze strategie mag zeker niet als een opslorpen van progressieven rond de SP worden gezien,” zei De Batselier op 1 mei 1992. “Maar wel als een oproep tot het verzamelen van alle democraten, van allen die willen opkomen voor een meer rechtvaardige en meer leefbare maatschappij, van allen die meer willen verdedigen dan het eigenbelang, van allen die niet in vakjes denken maar in een globaal en toekomstgericht perspectief waar mens en milieu centraal staan (…) Het is ook geen louter koele cijfermatige electorale optie, maar een oproep tot meer politiek en maatschappelijk bewustzijn van allen.” De droom was te komen tot een nieuwe beweging “tot een nieuwe partij, die naast de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal, ook de milieutegenstelling en de Noord-Zuidtegenstelling integreert.” Van die nieuwe beweging en partij moest ook de toenmalige SP deel uitmaken. En dat mocht zijn prijs hebben. “Je eigen structuur mag geen obstakel zijn voor dat soort van beweging,” aldus De Batselier midden 1992 in het tijdschrift Nieuw Links.

Die beweging zou bovendien niet alleen links, maar ook uitgesproken Vlaams zijn. De Batselier stond immers niet afkerig van ontvoogdings- en bevrijdingsnationalisme - niet te verwarren met racistisch nationalisme of als groepsegoïsme vermomd economisch nationalisme zoals Harry Van Velthoven schrijft in zijn recensie van de biografie van Norbert De Batselier (Wetenschappelijke Tijdingen, 2011, 3). Dat regionalisme stond voor De Batselier niet haaks op internationalisme. Maar zelfs voor dat sociaal geïnspireerde regionaal internationalisme liep progressief Vlaanderen allerminst warm, zegt Bruno De Wever vandaag. “Het Sienjaal faalde omdat er aan de linkerzijde geen grote groep was die Vlaams patriot wilde zijn en aan Vlaams-nationalistische zijde er geen grote progressieve groep was. Vlaanderen bleef emotioneel moeilijk liggen, zelfs bij veeleer flamingante progressieve intellectuelen. Die associeerden Vlaanderen met zowat alles wat zij vooral niet wensten.” Dat, en de snelle afwijzing door andere beoogde partners (ACW, Agalev…), maakte dat Het Sienjaal al zowat was afgeserveerd voordat het nog maar was gepresenteerd. De ambitieuze poging om links en Vlaams te verenigen lag snel in de lappenmand. 

Waar moeten we Het Sienjaal plaatsen, nu we er twintig jaar later op terugkijken?

“Het Sienjaal was één van de vele pogingen tot politieke vernieuwing van de jaren 1990. Het was de tijd van de Burgermanifesten van Guy Verhofstadt (PVV, nu Open Vld), die een politieke herverkaveling voorstonden, maar ook erg Vlaams waren. De CVP (nu CD&V) op haar beurt was met Johan Van Hecke ook met herbronning bezig. VU-ID zag het licht. En er was de doorbraak van het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) met Zwarte Zondag in 1991. Ook maatschappelijk waren het woelige tijden met onder meer de zaak Dutroux, de Agusta-affaire en de sluiting van Renault Vilvoorde.”
“Ander belangrijk element was het in 1993 gesloten Sint-Michielsakkoord. Daardoor luidt sindsdien de eerste regel van de grondwet: ‘België is een federale staat’. Meteen had de Volksunie haar programma gerealiseerd en moest deze politieke familie op zoek gaan naar wat haar behalve het Vlaams-nationalisme nog meer bond.”
“Het Sienjaal was een poging om een deel van de Volksunie naar de linkerkant en de SP te halen. Die poging werd in een grote verruimingsoperatie verpakt, maar de bedoeling was duidelijk.”

Voor de SP was Norbert De Batselier de aanjager van het project.

“Norbert De Batselier was in die periode een invloedrijke en centrale politicus. Niet alleen in zijn partij, maar ook in de Vlaamse politiek. Hij was als voorzitter van de Vlaamse Raad de eerste burger van Vlaanderen en had ook een sterke lokale verankering. Hij haalde toen 45% van de stemmen in Dendermonde. De SP was er destijds niet uit waar voor haar het politieke zwaartepunt moest liggen. Ging de partij verder voor België of werd Vlaanderen het politieke referentiepunt? De Batselier ging vol voor het laatste.”

Het Sienjaal is in uw analyse een bij uitstek Vlaams project.

“Het Sienjaal was een Vlaams project, dat mislukte omdat bij de Vlaamse socialisten de unitaire vleugel altijd vrij sterk was gebleven. Norbert De Batselier merkte redelijk snel dat er in zijn partij geen draagvlak voor een meer Vlaamse koers bestond. Op het sterk door Het Sienjaal beïnvloede Toekomstcongres van 1998 kon hij nog een aantal confederale boodschappen brengen - in zijn visie bleven enkel Buitenlandse Zaken, Defensie, grote delen van Justitie en de echte sokkel van de sociale zekerheid nog federaal. Maar zijn haring braadde uiteindelijk niet en hij werd door zijn partij de politieke woestijn ingestuurd.”

In Het Sienjaal lezen we dat ‘de Vlaamse strijd in wezen een sociale strijd is’. Als dat zo is, waarom mislukte Het Sienjaal dan?

“De socialistische politieke familie heeft geen Vlaamse traditie. Sinds de Eerste Wereldoorlog  identificeren de socialisten zich grotendeels met het Belgisch patriottische project. Vandaag leeft dat nog: de meeste linkse intellectuelen willen niet weten van de Vlaamse natiestaat. Daardoor was en is het voor socialisten onmogelijk om een Vlaamse koers te varen.”

Norbert De Batselier was wel niet de enige speler bij de totstandkoming van Het Sienjaal.

“De andere grote trekker van het project was Maurits Coppieters (1920-2005). Hij was een boegbeeld van de Volksunie, die in essentie altijd fundamenteel anti-Belgische partij. En net als De Batselier voerde ook Coppieters dus een eenzame strijd in zijn politieke familie. Als boegbeeld van de progressieve vleugel van de VU stond Coppieters tamelijk geïsoleerd. Slechts hier en daar, zoals in het Waasland waar hij vandaan kwam, bestond er een zekere traditie van progressief Vlaams-nationalisme. Maar Coppieters was dus een overtuigd Vlaams-nationalist. Uiteindelijk had hij al in 1989 zijn partij verlaten omdat hij het oneens was met de regeringsdeelname van de Volksunie aan Martens VIII. Hij verweet de Volksunie dat die zich in de Belgische macht wentelde.”

Coppieters was bovenal een charismatisch man, iemand die mensen achter projecten kon scharen.

“Dat is waar. Maar ten gronde was Coppieters toch vooral een romantische nationalist. Het was de ontgoocheling over de taalwetgeving van 1963 die Coppieters in de politiek had gebracht. In Het Sienjaal lezen we dat ‘een authentieke culturele identiteit nodig is tegen de neoliberale globalisering’. Coppieters heeft het ook over ‘de geborgenheid in het vaderland’. Het Sienjaal ging duidelijk op zoek naar een nieuwe wij-identiteit, naar een nieuwe gemeenschappelijkheid. Finaal ging Het Sienjaal dus over staatsvorming. ‘Gemeenschappen zijn niet vastgelegd, ze zijn in beweging’, zo staat er. In het hoofdstuk over Het Vlaams contract lezen we: ‘Verdere stappen in de staatshervorming zijn er omwille van de dynamiek van de staat nooit uitgesloten. Na een bezinningsperiode moeten de nieuwe structuren op hun efficiëntie, hun meerwaarde aan democratie en de realisatie van beleidsoogmerken, worden geëvalueerd. Bevoegdheden moeten worden uitgevoerd waar ze op de meest performante wijze aan hun trekken komen. Vlaanderen en Europa kunnen dus bevoegd worden voor nieuwe materies.’ België is de grote afwezige in dat verhaal. Voor de auteurs van Het Sienjaal is Vlaanderen een authentiek platform waar veel mogelijk is en moet ook Europa meer bevoegdheden krijgen. Verderop in Het Sienjaal lezen we: ‘Federalisme moet maximale zelfbeschikking geven aan de deelstaten, met de nodige wederkerige en nauwkeurige vastgelegde solidariteit tussen deze deelstaten’. Dat wijkt niet sterk af van wat de N-VA vandaag zegt.”

Maar de sociale zekerheid moet volgens Het Sienjaal toch duidelijk Belgisch blijven. We lezen er: “De reglementering inzake werkloosheid, de wetgeving inzake pensioenen, inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering moeten als drie grote pijlers voor heel België uniek zijn.” Dat zegt de N-VA vandaag niet.

“Dat klopt. Maar je kon in een progressief boek toch moeilijk openlijk pleiten voor de splitsing van de sociale zekerheid? Dat zou de socialistische achterban nooit gepikt hebben. Toch wilde Het Sienjaal zonder twijfel de socialistische familie ervan overtuigen dat Vlaanderen de kern van haar verhaal moest worden. Daarin speelde Coppieters zijn rol als patriot.”

Over dat patriottisme heeft u het met Frans-Jos Verdoodt en Anton Vrints in het artikel ‘De Vlaamse patriotten en de natievorming. Hoe de Vlaamse natie ophield klein te zijn’ in het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen (2015/4). Uit het artikel blijkt dat nationalisme een erg complex gegeven is.

“Het begrip nationalisme wordt vaak verkeerd gebruikt. Nationalisme is niet alleen de politieke ideologie die congruentie tussen volk en staat nastreeft. Nationalisme heeft ook te maken met natievormingsprocessen. In de decennia die Het Sienjaal voorafgingen, was er wat dat betreft veel veranderd. In 1930 begon de eerste generatie universitairen volledig in het Nederlands te studeren. In 1950 zijn die mensen op het toppunt van hun professionele carrière. In de jaren 1960 volgde de democratisering van het onderwijs. Er was de tertialisering van de economie met het oprukken van de dienstensector. Tal van diepgaande sociologische veranderingen waren uitingen van de Vlaamse natievorming in de brede betekenis van het woord. Er vormde zich een Vlaamse gemeenschap met een kleine ‘g’. De opeenvolgende Belgische staatshervormingen vanaf de jaren 1970 waren voor een stuk politieke antwoorden op die trends.”
“Maar natievorming is geen blind proces dat zichzelf op gang trekt. Daarvoor zijn er patriotten nodig, natiebouwers. En de efficiëntste natiebouwers zijn diegenen die erin slagen het natieproject op die andere maatschappelijke processen te enten. Coppieters is overduidelijk zo’n natiebouwer. Dat hij daarvoor midden jaren 1990 de socialist Norbert De Batselier als partner nam, was geen verrassing. Nationalisme is immers een zwakke ideologie, die niets zegt over hoe de maatschappij voorts in mekaar zou moeten zitten. Nationalisme zegt alleen dat gemeenschap en staat congruent moeten zijn. Ook de Vlaamse patriot Coppieters vond dat de bevoegdheden maximaal bij Vlaanderen moesten liggen. Hij werd daarin gevolgd door Norbert De Batselier, die zich volledig inschreef in dat natievormingsproces.”

Patriottisme als middel tegen globalisering zou vandaag ook de analyse kunnen zijn van het succes van extreemrechts in Europa. Voelden Coppieters en De Batselier toen al aan wat er vandaag aan het gebeuren is?

“Op Zwarte Zondag (24 november 1991) verloren de Vlaamse socialisten een deel van hun klassieke arbeiderspubliek aan een partij die weliswaar kapitaliseerde op xenofobie, maar tegelijk ook openlijk separatistisch was. Uiteraard kan er eindeloos worden gediscuteerd over wat precies mensen op partijen doet stemmen, maar het is in elk geval een feit dat het uitgesproken separatistische discours voor gewezen socialistische kiezers geen drempel vormde om voor het Vlaams Blok te stemmen.”

In Het Sienjaal gaat het meer over patriotten dan over nationalisten. Is er dan een verschil tussen beiden?

“Voor mij is patriottisme een civiel nationalisme dat in principe ook in multinationale staten kan bestaan, maar dat altijd wordt aangestuurd door de dominante natie. Zo is het Amerikaans patriottisme doordrongen van de WASP-waarden (White Anglo-Saxon Protestant). Voor de auteurs van Het Sienjaal zijn patriottisme en nationalisme inwisselbaar. Bovenaan Het Vlaams contract van Het Sienjaal staat wat dat betreft een interessant citaat van historicus Eric Defoort, die zichzelf toen nog sociaaldemocraat en Vlaams-nationalist noemde, en vandaag N-VA’er is. Dat citaat is het volgende. ‘Jos De Beus, sociaaldemocraat en hoogleraar sociale filosofie aan de universiteit van Groningen schrijft in zijn essay ‘De zelfverminking van de Nederlandse staat’: ‘Het stomste wat progressieve intellectuelen kunnen doen, is het nationalisme taboe verklaren’. In Vlaanderen begaan progressieve intellectuelen die stommiteit met hoge frequentie en groot enthousiasme. Bij begrippen als natie en nationalisme stoten ze een stel pejoratieve, stereotype kreetjes uit. Jos de Beus zegt dat het erom gaat: ‘dat we de woorden waar we het gemeenschappelijke mee aanduiden, niet alleen laten uitspreken door racisten of ultraconservatieven.’ Als sociaaldemocraat en Vlaams-nationalist hoop ik dat hij school maakt.’ Einde citaat. Deze quote staat niet voor niets bovenaan Het Vlaams contract in Het Sienjaal.”

De boodschap van Het Sienjaal is dat de progressieve stroming de notie Vlaanderen maar beter zou accepteren.

“Ja, en daarom is Het Sienjaal ook mislukt. We zijn vandaag vergeten hoe moeilijk dat toen lag. Toen ik in de eerste helft van de jaren 1980 studeerde aan de Universiteit Gent en er als assistent begon te werken, was de notie Vlaanderen onaanvaardbaar voor bijna al mijn progressieve studiegenoten en collega’s. Het uitgesproken Vlaamse Sienjaal was daarom ook ‘non buvable’. Vlaanderen bleef emotioneel moeilijk liggen, zelfs bij veeleer flamingante progressieve intellectuelen. Die associeerden Vlaanderen met zowat alles wat zij vooral niet wensten.”

Het Sienjaal was een intellectuele oefening, terwijl de emotie voor Vlaanderen ter linkerzijde onbestaand was?

“Er waren maar een paar actieve Vlaamsgezinde groepen ter linkerzijde. Er was de Werkgroep Arbeid, de latere Vlaamse Socialistische Beweging (VSB). In Brussel waren in 1968 wel de Rode Leeuwen opgericht, een van de BSP afgescheurde Vlaamse lijst. Maar de Rode Leeuwen waren vooral met taal en niet met natievorming bezig. Vlaanderen heeft bij de linkerzijde gewoon altijd zeer moeilijk gelegen.”
“Ook vandaag is het voor de linkerzijde nog steeds de vraag of de natiestaat en de authentieke identiteit - zoals Coppieters en De Batselier die destijds bepleitten - wel het beste antwoord bieden op het neoliberalisme en de mondialisering. Nog altijd omarmen de meeste progressieven de Vlaamse natiestaat niet. Socioloog Mark Elchardus vormt daarop een uitzondering. Voor hem kan de natiestaat wél een buffer tegen de markt vormen. Voor de rest is er ter linkerzijde geen discours over het belang van authentieke identiteit, zoals Het Sienjaal dat zag.”

Welke invloed heeft Het Sienjaal de voorbije twintig jaar gehad?

“De progressieve frontvorming is er alvast niet gekomen. Ook een uitgesproken Vlaamsgezinde progressieve groep is niet opgestaan. SP en nadien sp.a kabbelden verder op hun Belgicistische koers. De voorbije twintig jaar was er eerst de verdere groei van het Vlaams Blok, daarna de doorbraak van N-VA. Vandaag stemt een derde van het Vlaamse electoraat voor N-VA, en dus veeleer sociaal conservatief. Op die ontwikkeling heeft het Vlaamse socialisme nooit vat gekregen. Zou de N-VA vandaag een stuk kleiner zijn, mocht Het Sienjaal wél tot een uitgesproken Vlaamsgezinde partij hebben geleid? Moeilijk te zeggen. Geschiedenis is helaas een wetenschap waarin niet kan worden geëxperimenteerd.”

In zijn boek ‘Het seculiere experiment’ koppelt de Nederlandse hoogleraar Hans Boutellier het einde van het geloof in het Westen van de voorbije vijftig jaar aan het einde van de grote verhalen. Bracht Coppieters zo’n groot verhaal op het moment dat de meeste mensen niet meer op grote verhalen zaten te wachten?

“Zoals gezegd is Coppieters een romanticus, een charismatisch politicus van het grote gebaar. Het Sienjaal was zo’n groot gebaar. Maar op dat moment was Coppieters al 76. De laatste tien jaar van zijn leven moeten teleurstellend geweest zijn. Want veel van zijn dromen geraakten niet meer gerealiseerd en het Vlaams Blok bleef maar verkiezingen winnen.”

U zegt dat Norbert De Batselier na Het Sienjaal door zijn partij aan de kant werd geschoven.

“De partijideoloog die Norbert De Batselier tot dan was, is hij nadien nooit meer geweest. De socialisten hebben in de volgende jaren de Vlaamse kiezer ook niet duurzaam weten te overtuigen. Het anti-Belgische electoraat van de Volksunie zit intussen dan ook voor een belangrijk deel bij de N-VA. Ik sluit ook niet uit dat er zelfs nog progressieve flaminganten op de N-VA stemmen, gewoon omdat de N-VA in hun ogen de enige democratische partij is waarin ze het onafhankelijke Vlaanderen zien gloren. Samengevat faalde Het Sienjaal omdat er aan de linkerzijde geen grote groep was die Vlaams patriot wilde zijn en aan Vlaams-nationalistische zijde er geen grote progressieve groep was.”

Het is niet alleen het verhaal van Het Sienjaal. Waarom zijn ‘links’ en ‘Vlaams’ in de loop van de geschiedenis nooit echt bij elkaar geraakt?

“Voor de 19de eeuw is dat voer van lopend onderzoek. In de 20ste eeuw ligt de cesuur in de Eerste Wereldoorlog. Oorlogen zijn nu eenmaal erg belangrijk in het maken en kraken van naties. De Eerste Wereldoorlog heeft de in de 19de eeuw vooral bij de liberale elite populaire Belgische natie versterkt. In de Eerste Wereldoorlog bekende de arbeidersbeweging zich tot de Belgische natie. De eerste sociale wetten kwamen eraan en er was vooral ook de oorlogservaring zelf. Het Nationaal Hulp- en Voedingscomité, dat onder leiding van Emile Francqui, directeur van de Société Générale, zorgde voor de ravitaillering van de Belgische bevolking, was zo slim om de socialisten onmiddellijk binnen te halen. Veel socialistische mandatarissen speelden een rol in organisaties die België overeind hebben gehouden in die ellendige jaren van de Eerste Wereldoorlog. Toen is het socialisme zich met de Belgische natie gaan identificeren.”

Wat niet belet dat er nadien nog belangrijke socialistische flaminganten waren, zoals Camille Huysmans, Herman Vos, Lode Craeybeckx...

“Het onder impuls van Camille Huysmans gesloten socialistische ‘Compromis des Belges’ van 1929 gaat enkel over het feit dat de Vlamingen op vlak van taal- en cultuuraangelegenheden hun ding moeten kunnen doen: ‘Het Frans is de taal van Wallonië, het Nederlands de taal van Vlaanderen’. Anders dan Het Sienjaal wilde Huysmans niet verder gaan. Het Sienjaal poogde de Vlaamse natie te begiftigen met zoveel mogelijk staat. Maar dat is dus niet gelukt.”

Hoe moeten we de virulente afkeer van de huidige generatie Vlaams-nationalisten voor socialisten verklaren?

“De Vlaamse beweging stimuleerde een Vlaamse subnatie in België, op een moment dat België een vooruitstrevende liberale natiestaat was, met grote vrijheden voor de burger. Daardoor ontstond er een conservatief, antistaats en antiliberaal Vlaams-nationalisme. Het verklaart mee waarom het Vlaams-nationalisme in de Tweede Wereldoorlog in de collaboratie verzeild geraakte. Ook de impact van de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende repressie mogen niet worden onderschat. De repressie na de Tweede Wereldoorlog raakte rechtstreeks duizenden Vlaams-nationale families die daardoor een irrationale haat tegen België gingen ontwikkelen. In die families is de haat tegen de staat België blijkbaar onuitroeibaar, want hij wordt generatie op generatie doorgegeven.
“Neem Mark Grammens (°1933), Vlaams publicist en zoon van taalactivist Flor Grammens. Lees zijn hartstochtelijke haat tegen België in het recente Knack-interview (10 augustus). Hij kon zijn ervaring als kind met wat er met zijn vader is gebeurd maar niet vergeten. Mijn collega’s aan de Universiteit Gent en ikzelf interviewen op dit moment honderden kinderen van Vlamingen die met de repressie te maken hebben gehad. Velen zijn irrationeel anti-Belgisch en vaak politiek actief bij Vlaams Belang of N-VA.”

Dat verklaart niet helemaal waarom zoveel Vlaams-nationalisten zo rabiaat antisocialistisch zijn.

“Het socialisme is een van de grote dragers van het verlichtingsidee en van de liberale ideeën in de filosofische betekenis van het woord. De strijd van het Vlaams-nationalisme tegen de Belgische staat als liberaal project van burgerlijke vrijheden verklaart gedeeltelijk waarom het Vlaams-nationalisme meer doordesemd is van conservatief dan van progressief denkende mensen.”

Is het correct dat Coppieters de VU voor een deel van haar collaboratieverleden heeft ontdaan?

“Maurits Coppieters was de eerste voorzitter van het ADVN, het Archief en Documentatiecentrum van het Vlaams-nationalisme. Maar in 1986 moest hij uit die functie ontslag nemen omdat hij in het slotdebat van de televisiereeks van Maurice De Wilde over de collaboratie had gezegd dat die collaboratie zowel tactisch als principieel fout was. Dat kon zijn Vlaams-nationale achterban niet slikken. Het was voor de onverzoenlijke Vlaams-nationalisten toen nog ondenkbaar om pacten met België te sluiten. Vandaag heeft mijn broer (N-VA voorzitter Bart De Wever) wel de ruimte om zonder problemen te zeggen dat de collaboratie fout was. Dat kon Coppieters niet in 1986, amper tien jaar voor Het Sienjaal dus. Probeer met zo’n politieke familie maar eens aan progressieve frontvorming te doen. A la bonheur!

Samenleving en politiek, Jaargang 23, 2016, nr.7 (september), pagina 74 tot 73
foto's: Bart de Waele

 

Free business joomla templates
Ontwerp Amsab - Powered by Amsab helpdesk