Abonneer Log in

Zien we een nieuwe Koude Oorlog in Afrika?

  • Kristof Titeca - Hoogleraar aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB), Universiteit Antwerpen

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 10 (december), pagina 71 tot 76

Rusland voert een propagandaoorlog tegen het Westen en dat vindt een vruchtbare voedingsbodem in de antiwesterse gevoelens op het Afrikaanse continent.

De rol van Rusland in Afrika krijgt de laatste jaren veel aandacht. In de reeks van coups in West-Afrika wordt vaak met de vinger naar Rusland gewezen. De rol van Russische desinformatie op het continent wordt vaak benadrukt, net als de rol van de Wagner-militie. Wat ik gemakshalve het 'Westen' zal noemen – in hoofdzaak de Verenigde Staten en Europa – zien dat niet met lede ogen aan en proberen deze invloed te counteren. Westerse landen proberen actief te vermijden dat Afrikaanse landen allianties aangaan met Rusland en de Russische invloed in te perken op het continent. In deze context waarschuwen sommigen voor een nieuwe Koude Oorlog, of een 'neo-koude oorlog' zoals Jideofor Adibe het noemt, waarin zowel het Westen als Rusland strijden om invloed in Afrika.

In deze bijdrage wil ik twee dingen aantonen. Ten eerste, dat Afrikaanse actoren niet tot passieve actoren gereduceerd kunnen worden in dit proces. En, ten tweede, welk negatief effect deze nieuwe Koude Oorlog heeft op het Europees buitenlands beleid.

ANTIWESTERSE GEVOELENS ALS VRUCHTBARE VOEDINGSBODEM

Wat veel analyses omtrent geopolitiek in en over Afrika gemeen hebben, is dat Afrikaanse landen worden gereduceerd tot passieve actoren. Ze worden gezien als slachtoffers van Russische of Amerikaanse invloed, die weinig tot geen rol spelen in deze geopolitieke dynamieken. Maar de Russische invloed op het continent komt er niet enkel door Rusland zelf. Ze komt er ook door de belangen van Afrikaanse regeringen en de gevoelens in de samenlevingen. Dit leidt tot een situatie waar de rol van het Russische beleid door het Westen vaak wordt overschat en de steun voor Rusland onderschat.

Eén element dat vaak over het hoofd wordt gezien, is een sterke onderstroom van antiwesterse gevoelens op het continent. Dit hoeft niet te verbazen. De rol van het Westen in de Afrikaanse geschiedenis is niet bepaald rooskleurig. De kolonisatie en de Koude Oorlog, waarbij corrupte en/of dictatoriale regimes stevig ondersteund werden door het Westen, zijn nog stevig ingeplant in het collectieve geheugen. De westerse geopolitiek en economie bleven ook na de Koude Oorlog niet zonder problemen, met de 'Françafrique' als meest frappante illustratie (deze term verwijst naar het Frans buitenlands beleid naar z'n voormalige kolonies, dat door cliëntelisme en corruptie de Franse commerciële belangen in deze voormalige kolonies wou beschermen).

Hoewel Rusland zeker een propagandaoorlog voert tegen het Westen, vindt het daarom ook een vruchtbare voedingsbodem in antiwesterse gevoelens op het Afrikaanse continent. De recente anti-Franse gevoelens die nu sterk naar boven komen, zijn hier maar één uiting van. Deze zijn trouwens niet enkel het geval in de Sahel, maar ook in andere Franstalige landen in Afrika. Toen president Macron recent op bezoek was in Kinshasa, waren er betogingen aan de Franse ambassade.

Een andere uiting van deze gevoelens manifesteert zich in de visuele cultuur. In mijn recentste boek, Political Posters in Uganda (2023), toon en bespreek ik een verzameling politieke posters uit Oeganda van de laatste twintig jaar, die figuren als Saddam Hussein, Osama Bin Laden of Muammar Gaddafi vieren. Hoe vreemd dit ook mag klinken, Oeganda is hierbij geen uitzondering. Gelijkaardige fenomenen zijn gedocumenteerd op plekken als Mexico, Kenya of Maleisië. Op al deze plekken worden deze figuren als 'dissidente iconen' gezien, underdogs die het opnemen tegen het imperialistische Westen. Deze posters moeten dan ook niet worden gezien als absolute steun voor actoren als Bin Laden, maar eerder als illustratie van de 'vijand van mijn vijand is mijn vriend'-logica.

De steun voor Rusland moet op een gelijkaardige manier worden gezien. De aanwezigheid van antiwesterse gevoelens laat Rusland toe om een open deur in te trappen. Het kan deze antiwesterse gevoelens – waarvan de concrete invulling verschilt van land tot land – verder aanwakkeren.

Veel van mijn directe collega's op Congolese of Oegandese universiteiten zijn expliciet pro-Rusland.

Deze gevoelens zijn niet enkel het resultaat van wat als 'gefrustreerde jongeren' bestempeld zou kunnen worden. Ze gelden doorheen de hele samenleving. Veel van mijn directe collega's op Congolese of Oegandese universiteiten zijn expliciet pro-Rusland. Een brede opiniepoll in Congo eerder dit jaar toonde aan dat Rusland veruit de meeste steun krijgt van alle buitenlandse landen en internationale organisaties: 61% van de Congolezen had een 'goede' of 'zeer goede' mening over het land. Een ander voorbeeld: de journaliste Agather Atuhaire is momenteel één van de moedigste stemmen in Oeganda, die on- en offline mistoestanden van Oegandese politici aan de kaak stelt van zowel regering als oppositie. Door haar activisme bouwde zijzelf, en een aantal collega's, een grote online aanhang op. Maar, de grootste online tegenwind en bedreigingen kreeg ze na een – door de Europese Unie gefinancierd – bezoek aan Oekraïne. Daar berichtte ze over de Russische oorlogsmisdaden aan het Oegandese publiek. Ze werd, kort samengevat, verguisd als een 'instrument van de imperialisten'.

WAT VALT TE WINNEN BIJ SAMENWERKING MET RUSLAND?

De nieuwe geopolitieke situatie van spanningen tussen Rusland en het Westen speelt ook in de kaart van Afrikaanse landen. Dit is voor een stuk vergelijkbaar met de situatie tijdens de Koude Oorlog. Nelson Mandela schreef destijds in zijn autobiografie over de (terechte) beschuldigingen van westerse mogendheden over zijn samenwerking met Rusland het volgende: 'De cynici hebben altijd gesuggereerd dat de communisten ons gebruikten. Maar wie kan zeggen dat wij hen niet gebruikten? (...) Ik hoefde geen communist te worden om met hen samen te werken.' Met andere woorden: de samenwerking met Rusland kan evenzeer nuttig zijn voor Afrikaanse landen. Zij kunnen hier materiële en politieke voordelen uit halen.

Dit is terzelfdertijd ook de zwakte en sterkte van potentiële Russische aanwezigheid. Wat kunnen kan Rusland in dit geopolitieke opbod bieden? In de woorden van de Tanzaniaanse politieke wetenschapper Muhidin Shangwe:'De uitdaging voor Rusland in Afrika begint met de fundamentele vraag wat Moskou kan bieden – dat anderen niet kunnen bieden, als ik dat mag toevoegen.' Met andere woorden: wat kunnen Afrikaanse regeringen winnen bij hun betrekkingen met Rusland? En bij de confrontatie tussen het Westen en Rusland? En hoe reageren het Westen en Rusland hier zelf op?

Ten eerste moet een onderscheid gemaakt worden tussen de types landen die toenadering zoeken tot Rusland. Voor geïsoleerde regimes blijft Rusland een voor de hand liggende partner. Er zijn weinig grootmachten waar ze heen kunnen. Dit is het geval voor de junta's in de Sahel, zoals Mali dat de steun van Rusland – zowel (geo)politiek als in termen van wapenleveringen – goed kan gebruiken. Voor andere landen ligt het genuanceerder. Contacten met Rusland zijn er vooral om te kijken wat het te bieden heeft. Deze contacten zijn een reflectie van veranderende interne en internationale politieke omstandigheden voor deze regimes. Oeganda is een voorbeeld. Decennialang was de regering-Museveni, sinds 1986 aan de macht, een steunpilaar voor de Verenigde Staten. Dat ging van de strijd tegen 'schurkenstaten' onder president Clinton (meer specifiek tegen Khartoum) tot de 'war on terror' vandaag – waarbij het sinds 2007 trouw peacekeepers levert voor de vredesmissie(s) in Somalië. Maar door het toenemende autoritaire karakter van de regering-Museveni en het toenemende aantal incidenten – zoals de recente strenge anti-LGBT wetgeving – begint er steeds meer ruis te zitten op deze relatie. In deze situatie zoekt Museveni in toenemende mate toenadering met Rusland, om te kijken wat het hier kan verkrijgen. Versnelde wapenleveringen in ruil voor Russische propaganda in Oegandese media, zo bleek.

Ten tweede moet worden gekeken naar wat Rusland deze landen kan bieden. Twee aspecten zijn hierbij cruciaal: wapens en waarden. Rusland is de belangrijkste wapenleverancier in Afrika. Het gebruikt gratis wapens als een manier om invloed te winnen. Iets wat Rusland ook in Congo deed. In februari 2021 zond het 10.000 Kalasjnikov-geweren en ongeveer drie miljoen patronen munitie naar het land, als 'geschenk' om militaire relaties verder uit te bouwen en om aan invloed te winnen. De Wagner-militie was ook een belangrijk deel van de strategie. De militie werd gezien als een 'meedogenloze en effectieve' interventiekracht. Iets te meedogenloos wel, gezien de vele mensenrechtenschendingen van de militie.

Rusland werpt zich op als de beschermer van de traditionele Afrikaanse waarden, in tegenstelling tot het 'perverse en decadente' Westen.

Maar het draait niet alleen om materiële steun. 'Traditionele waarden' zijn evenzeer een centraal element van de Russische buitenlandpolitiek. Rusland werpt zich op als de beschermer van de traditionele Afrikaanse waarden, in tegenstelling tot het 'perverse en decadente' Westen. Een treffend voorbeeld hiervan zijn de LGBTQ-rechten. Westerse actoren proberen actief LGBTQ-rechten te beschermen in hun buitenlands beleid. Denk aan de reactie op anti-LGTBQ wetten of wetsvoorstellen in Oeganda, Kenia en Ghana. Veel Afrikanen ervaren deze westerse inspanningen als manifest neokolonialisme. Rusland presenteert zich als de beschermer van traditionele waarden, of, zoals de Russische ambassade in Kenia het verwoordde: 'de 'homo-agenda' wordt opgedrongen door westerse naties', en Afrikaanse landen moeten hun 'traditionele waarden beschermen, of 'het risico te lopen om de mensheid te verliezen'.

Rusland is ook nuttig op een andere manier: als politiek drukkingsmiddel. In de huidige geopolitieke context is Rusland de grootste vijand van het Westen. Dat maakt het – in een cynische geopolitieke logica – ook aantrekkelijk als 'vriend'. Dit kan als bondgenoot (in een 'de vijand van mijn vijand is mijn vriend'-logica), of, door te dreigen om naar Rusland 'over te stappen' als drukkingsmiddel. Zo toonde mijn onderzoek aan hoe de Congolese president Tshisekedi de 'Rusland-optie' in december 2022 expliciet gebruikte als drukkingsmiddel naar Europese diplomaten. Hij deed dit uit onvrede over Europese militaire steun aan Rwanda, met wie Congo op dat moment in conflict was. Deze strategie – geflirt van een aantal maanden met Moskou – was succesvol. Het jaar erop gaf de Europese Unie het Congolese leger exact hetzelfde bedrag aan steun als aan Rwanda (20 miljoen euro).

De 'vijand van mijn vijand is mijn vriend'-logica heeft echter ook limieten. Het is nuttig op bepaalde vlakken – als statement naar het Westen toe –, maar minder nuttig op andere vlakken. Eén voorbeeld, opnieuw uit Congo. In Congo bevindt de meest uitgesproken steun voor Rusland zich in hoofdzaak binnen het Congolese leger. Binnen deze groep leeft sterk het gevoel dat het Westen, met al zijn regels en sancties, enkel geïnteresseerd is om het land klein te houden. Alleen, voor dezelfde actoren blijven Europa, het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten de gedroomde plaats waar ze training kunnen volgen. Er zijn dus grenzen aan de steun die aan Rusland kan worden gegeven.

De rationele afweging van Afrikaanse landen – 'wie dient het best onze belangen?' – is dan ook een potentiële zwakte voor Rusland. Zijn de Russen in staat om voldoende te bieden, meer dan wat het Westen zou bieden, en/of wat Afrikaanse landen zouden verliezen, mochten ze naar Rusland overstappen?

Voor vele landen zou een keuze voor Rusland betekenen dat ze veel zullen verliezen. Denk aan ontwikkelingssteun door het Westen. Dat vertaalt zich in vele landen in het bijna de facto financieren van bepaalde overheidsdiensten, zoals onderwijs en gezondheid. Reeds eerder werd een vermindering in ontwikkelingssteun als drukkingsmiddel gebruikt naar Afrikaanse regeringen. Als drukkingsmiddel om niet de kant van Rusland te kiezen voor het aangaan van verdere partnerschappen, maar vooral in de context van de oorlog in Oekraïne. En dan meer bepaald als drukkingsmiddel om niet pro-Rusland te stemmen in de stemmingen bij de VN-Veiligheidsraad.

HET EUROPEES BELEID: BACK TO THE FUTURE

Wat betekent deze situatie voor het Europese buitenlandse beleid in Afrika?

Veel beleidsmakers die ik spreek in (Centraal- en Oost-) Afrika blijken verrast door de Afrikaanse steun aan Rusland. Ze uiten een diepe teleurstelling; vaak in het licht van de jarenlange ontwikkelingshulp aan het continent, vooral in vergelijking met Rusland. Hierin spreekt een onderschatting van de antiwesterse gevoelens, alsook een overschatting van het effect van ontwikkelingshulp.

De toenemende rol van Rusland, en vooral de rol van de oorlog in Oekraïne, hebben een sterke invloed gehad op het Europese buitenlandse beleid. Het diende als een wake-upcall, helaas niet meteen op de meest positieve manier. Europese diplomatieke actoren proberen actief Russische politieke invloed te counteren, zowel met carrots als sticks. Doorheen mijn onderzoek in de regio valt echter één constante te bespeuren: door deze houding – een rechtstreeks gevolg van de veranderende geopolitieke context, en dus van de rol van Rusland – heeft de Europese diplomatie een ander accent gelegd. Ze neemt nu een meer 'pragmatische' houding aan. De term die hierbij vaak wordt gebruikt, is een 'transactionele' benadering.

Daar waar elke vorm van buitenlands beleid en geopolitiek transactioneel is, zijn er natuurlijk gradaties hierin. Zo kan in bepaalde contexten (landen/periodes/situaties) het Europese beleid mensenrechten (proberen) centraal (te) stellen, en kan, in de moeilijke afweging die diplomatie is, een mensenrechtenofficer meer invloed hebben. Onder diplomaten en analisten is er echter een consensus dat, meer dan ooit, het Europees buitenlandse beleid in Afrika transactioneel is geworden. De oorlog in Oekraïne is hierbij een keerpunt geweest, door de toegenomen rol van Rusland in Afrika.

Mensenrechten dreigen in Afrika nog lager op de ladder van het Europees buitenlands beleid terecht te komen.

Zoals een Europese beleidsmaker het tegenover mij uitdrukte: 'We moeten beter tonen wat we te bieden hebben, weg van een betuttelende houding'. Een andere diplomaat vatte het samen als een shift van een 'value-based' naar een 'interest-based approach'. Daar waar zoiets potentieel positief zou kunnen uitdraaien, is dit twijfelachting. Het betekent vooral dat mensenrechten nog lager op de ladder van het Europees buitenlands beleid terechtkomen. Europese diplomaten – zowel de Europese delegaties als de lidstaten – lijken in deze context extra weigerachtig om diplomatiek kapitaal te spenderen over onderwerpen die hen geen directe diplomatieke winst opleveren. En dat zijn er best wat. Alle mensenrechtenschendingen die niet belangrijk genoeg worden geacht door de hoofdsteden, en/of het Europese publiek, vallen onder deze categorie.

Alleen gaat zulke kortetermijnbenadering direct tegen de waarden die de Europese diplomatie wil en kan uitdragen. Het creëert ook een catch 22-situatie. Het kan op deze manier proberen om betere relaties te creëren met regeringen in Afrikaanse partnerlanden, maar op de middellange en lange termijn bevestigt het de heersende perceptie van het Westen als een actor die enkel handelt uit eigenbelang. Waarmee het zijn eigen positie verder ondergraaft.

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 10 (december), pagina 71 tot 76

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

Abonneren kan ook uit het buitenland.

*Ontdek onze SamPol draagtas.